Na de belijdeniscatechisatie
Geen examen
Het meemaken van een 'aannemingsavond' betekent niet zoiets als het afleggen van een examen. Wel heeft de uiterlijke vorm er iets van weg, maar in wezen is er een ingrijpend verschil. Wat die uiterlijke vorm betreft: er zijn enkele leden van de kerkeraad tegenwoordig, die lijken een 'examen-commissie' te vormen; er worden aan de nieuwe lidmaten vragen gesteld; zij moeten er blijk van geven dat zij in de achter hen liggende winter hard gewerkt hebben, studie hebben gemaakt van de Bijbel en van de Catechismus; en aan het einde van dat alles spreekt dan een van de kerkeraadsleden, in naam van heel de kerkeraad, daar zijn goedkeuring over uit. Dat is de vorm. Maar naar het wezen van de zaak is geen sprake van een examen. Geloof is niet alleen maar een zaak van veel Bijbelkennis en veel catechismuskennis. Ik zeg nadrukkelijk: niet alleen maar... Een louter verstandelijke kennis van Bijbel en Catechismus kan ook een ongelovige hebben. En daarom is van een examen, waarna men 'geslaagd' kan zijn, geen sprake. Er is trouwens nog een reden. Wie op een of andere school of na het volgen van een of andere cursus, een examen heeft afgelegd, kan de boeken die hij bestudeerd heeft, tenminste als hij geslaagd is, terzijde leggen of zelfs verkopen of aan anderen overdoen. Hij is er van af. Het is voorbij. Maar met de Bijbel en de Catechismus is dat nooit zo. Wat de Bijbel betreft, spreekt dat voor zichzelf. Iedereen zal het toegeven en zelfs móeten toegeven. De Bijbel is het Woord Gods voor heel het leven. Met de Bijbel komen wij nooit klaar. Zelfs was er nooit een theoloog zo groot, dat hij ooit met de Bijbel klaar kwam. De échte grote theologen bleven gehoorzame discipelen van de Schrift, het Woord Gods.
Maar ook van de Catechismus geldt dat wij nooit hem terzijde kunnen leggen als had hij voor ons afgedaan. De Catechismus dankt dit niet aan zichzelf, maar aan het feit dat hij een getrouwe weergave is van de hoofdzaken van het christelijke geloof geput uit de Heilige Schrift. Daardoor blijft de Catechismus een onvergankelijke bron voor het christenleven. Ook dit boekske kan dus niet van de hand gedaan worden, nadat wij eenmaal openbare belijdenis des geloofs hebben afgelegd. Ook met de Catechismus zijn wij nooit klaar.
Catechismus-prediking
De kerk heeft dat heel goed beseft. Er is bepaald, onder andere op de Dordtse Synode, dat elke zondag uit de Catechismus, met name de Heidelbergse Catechismus, moest worden gepreekt. De visitatoren moesten daar toezicht op uitoefenen. En dat is ook gedaan. In andere landen kwam men hetzelfde tegen, in landen waar een Gereformeerde Kerk werd gevonden, maar ook in landen waar de Lutherse Kerk de landkerk was. Zelfs in 1816, toen door koning Willem I, de oude Gereformeerde Kerk in ons land werd omgedoopt in de Hervormde kerk en deze kerk een Reglementenbundel werd opgedrongen, werd toch nog bepaald dat 's zondags uit de Heidelbergse Catechismus moest worden gepreekt; en dat de visitatoren er acht op moesten geven dat deze bepaling werd nagekomen. Hoezeer in onze tijd deze gewoonte in onbruik is geraakt, is algemeen bekend. Er zijn vaak maar weinige avonddiensten meer en aan de Catechismus wordt niet gedacht.
Waarom
Maar waarom nu die Catechismusprediking? Komen daarin niet jaarlijks dezelfde dingen aan de orde? Is er niet het gevaar van de 'herhaling'? Hebben niet oudere gemeenteleden, die het al zo vaak gehoord hebben, alle reden om te verzuchten: Wij weten het nu zo zachtjesaan wel! Mijn antwoord is: heeft men wel een goed en juist begrip van wat een Catechismus is? Een leerboekje, zeker, maar dan wel van geheel eigen soort! Het verstandelijke, eventuele intellectuele element is er duidelijk in aanwezig, maar dat toch niet alleen. Het is een leerboekje dat ons, en heel de gemeente geestelijk wil vormen. De bedoeling ervan is het christelijke geloof in ons te planten en te voeden. Dat sluit een verstandelijk in zich opnemen niet uit, maar juist in, terwijl het tegelijk veel meer is. Wij zijn er geheel bij betrokken. Met verstand en hart, met kennis en gevoel, met wil en begeerte, met leer en leven.
Het volgen van een belijdeniscatechisatie heeft dan ook haar 'vervolg' in het getrouw zijn onder de Catechismusprediking. Opdat het aanvankelijke geloof zal worden verdiept, verbreed, versterkt. Opdat er zal zijn een 'opwassen in de kennis en in de genade'. Opdat het geloof dieper wortel in ons zal schieten en tot ruimer vruchtdragen zal komen. Een goede Catechismusprediking is daarom van fundamentele betekenis voor het leven van de gemeente. Maar er is nog méér. De Catecnismus moet ook hebben, en steeds meer krijgen, een functie in ons persoonlijke leven. Na het afleggen van openbare belijdenis des geloofs wordt deze eis des te urgenter.
Meditatie
Van Luther is bekend dat hij vaak zijn Catechismus bemediteerde. Hij had er zelf één opgesteld; en hij wist dus heus wel wat er in stond. Zijn door hem zelf opgestelde Catechismus kon, zo zouden wij geneigd zijn te zeggen moeilijk nog enige 'geheimenissen' voor hem. En toch was hij in de uren die hij wijdde aan meditatie en gebed, er steeds weer mee bezig. Het ging Luther er dan om zich de stof innerlijk geheel eigen te maken, haar te maken tot zijn geestelijk bezit. Wij zijn aan dit alles in onze tijd geheel ontwend geraakt. Wij kunnen het ons zelfs nog maar nauwelijks voorstellen. Het behoort bij de typisch reformatorische vroomheid. Reformatorische vroomheid heeft als kenmerk dat het leeft van het Woord, van het Geloof, van het Gebed. Zij neemt iets vóór zich, heel letterlijk: een Schriftgedeelte, een stukje christelijk geloofsbelijden, een formuliergebed. Zij huppelt daar niet overheen, maar zij kauwt het en herkauwt het en maakt het tot haar geestelijk bezit.
Oefeningen
Reformatorische vroomheid kent 'oefeningen'. Zij is niet passief van aard, maar is actief bezig. Maar in die activiteit is een grote 'openheid', namelijk voor de tekst. Men kan ook zeggen: ontvankelijkheid. Zij is een zich laten leren. In dat 'laten' is behalve activiteit ook passiviteit, maar dan een heilige passiviteit, een gezonde lijdelijkheid. In Zondag 38 van de Heidelbergse Catechismus staat dat wij op de 'sabbat', de dag van de rust, de dag des Heeren, God door zijn Geest in ons moeten laten werken. Ziehier de ware reformatorische vroomheid ten voeten uit. Onze Heidelbergse Catechismus is uitermate geschikt voor deze 'oefeningen' des geloofs en der ware vroomheid. Hij bevat het Geloof, het Gebod en het Gebed. En alle drie hebben wij nodig. Het is geen wonder dat vele gemeenteleden klagen dat het hun ontbreekt aan het ware berouw. Wanneer maken zij gebruik van de Wet, en de uitleg van de Wet in de Catechismus? Hier hebben wij de spiegel, en wij hebben onszelf er vóór te plaatsen, dan zien wij wie wij zijn. Wij moeten God door zijn wet, zo treffend uitgelegd in de Heidelberger, in ons laten werken, te weten het ware berouw des harten.
De Catechismus bevat ook het Geloof, de Apostolische Geloofsbelijdenis en de uitleg daarvan. Ook een 'stuk' om te beoefenen. Onze vaderen zelf hebben er een voorbeeld van gegeven, lees maar het oude Avondmaalsformulier. Daarin keert heel de Apostolische Geloofsbelijdenis terug, en wel in het gedeelte dat gebeden wordt. Ook de reformatoren baden de Geloofsbelijdenis. Komen wij er weleens ooit aan toe? Zou niet het geloofsleven in de gemeente veel gefundeerder zijn, veel vaster zijn, en sterker als herhaaldelijk de Geloofsbelijdenis gebeden werd? De zekerheid des geloofs zou daardoor krachtig toenemen.
Reformatorische vroomheid
In de latere piëtistische vroomheid is de christenmens vaak teveel op zichzelf terug geworpen. En dan komen de eindeloze twijfelingen en onzekerheden, en natuurlijk ook de hulpmiddelen om hem daaruit te verlossen. Heel anders is het met de reformatrische vroomheid gesteld, die verwoord is in onze oude gereformeerde formulieren. Hier komt alle troost en kracht van buitenaf, vanuit het Woord, het geloof en het belijden der kerk. Neen, niet om het bij het uitwendige alleen te laten; maar om het geloof te beoefenen. De Catechismus bevat ook het Gebed. Het Onze Vader wordt erin uitgelegd, bede voor bede, en wel in de gebedsvorm. Pasklare gebeden. Wij behoeven ons niet ervoor te schamen om die gebeden over te nemen. Wij kunnen er persoonlijke uitbreidingen aan geven. Dat deden de hervormers ook, maar de kern bleef de geschreven tekst. Koelmans strijd tegen het bidden van de formuliergebeden is een onreformatorische strijd geweest. Dat sleurdienst mogelijk is, kan niet ontkend worden. Maar misbruik heft gebruik nimmer op. Koelman wierp de voorgangers in de kerk terug op louter eigen 'ontboezemingen', ook bij de bediening der sacramenten, Die 'ontboezemingen' mogen er zijn, maar de formulieren mogen er óók zijn. Zij kunnen ons gebed 'regelen'. De Heiland zelf gaf ook een formulier, namelijk het Onze Vader. Zo is er van de Catechismus nog veel te leren, en kan er van hem nog veel gebruik worden gemaakt. Wie openbare belijdenis heeft gedaan, moet nog maar eens extra zijn Catechismus raadplegen en gebruiken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's