De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pasen en geestelijke verlating

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pasen en geestelijke verlating

8 minuten leestijd

Verband

Het is één van de schoonste vruchten van Pasen, dat wij door Christus' kracht opgericht worden tot een nieuw leven. Christus sprak eenmaal Ik leef en gij zult leven. Dit leven uit Christus' opstandingskracht openbaart zich nu in lust en liefde tot 's Heeren dienst. De gemeenschap met Christus brengt dus het dorre leven van ons natuurlijk bestaan tot een weergaloze lentebloei: De strevingen, de gedachten, de idealen - die voorheen op de grootheid van ons eigen ik waren gericht - worden om zo te zeggen gevuld met Christus. Wij ondervinden op innerlijke manier de kracht van Christus in ons leven. Er komt een opstaan uit het leven der zonde. Dat gebeurt door de levendmaking als vrucht van de wedergeboorte. Werkelijk - een nieuw leven, een nieuw beginsel doorstroomt de aderen. Hem te zoeken, die onze Koning is. Hem na te volgen, die ons uit de dood der zonde verloste, zie, dat is nu het nieuwe beginsel, dat al meer ons leven verandert.

Werkelijkheid

Intussen - die geestelijke aansluiting bij ons levende hoofd Christus kan wel eens minder goed functioneren. Er kan wel eens een dorheid in die lentebloei ontstaan. Dat levendige gevoel der genade kunnen wij wel eens voor een tijd verliezen. De Paasgenade zelf hebben wij dan niet verloren, maar het is, alsof alle werkzaamheid en vrijmoedigheid en troost van het geloof is opgehouden. Er spreidt zich dan over ons zieleleven een geestelijke onaandoenlijkheid uit, een dorheid. In het bidden is geen spanning van het hart meer, het is een prevelen van overbekende woorden geworden. Gods Woord verliest zijn smaak voor ons. De dienst in de kerk lokt ons niet meer aan en wekt geen blijde verwachtingen meer. Het geweten is om zo te spreken ingedommeld en huivert niet meer intuïtief voor het kwaad terug. Een toestand van geestelijke verdoving valt over ons. De Schrift geeft ons voorbeelden van zulke bij tijden ingezonken zielen: Jakob bij Sichem, David bij Achis en Elia in de woestijn. Wij moeten ons nooit gedragen alsof zulke toestanden normaal zijn. Integendeel - het zijn ziektegevallen. Goed, er mogen enkele gelovigen zijn, die van zulke verlatingen weinig of niets weten, nooit werd hun geloofsvreugde geroofd. Het zijn intussen grote uitzonderingen. De meesten kennen dagen van droogte en dorheid. Het valt soms zo ontstellend over hen. Dan zakt ineens, vlak na een moment van zielsverrukking en zalige ervaring van Gods tegenwoordigheid en kracht, het geestelijke leven in. De ziel roept en zoekt naar God, maar er komt niets terug. Het is alsof God weg is. De eerst nog uitgestoken hand van de ziel hangt slap. Wij weten ook wel, dat in sommige van die verschijnselen ook iets gewoons ligt. In de hoogspanning der liefde moet wel een tempering komen. De vurigheid moet wel verslappen. Maar al mindert de spanning, daarom behoeft de diepte niet te minderen. Maar hier is van dit punt geen sprake. Wij gaan hier niet van hoogspanning uit. Wij spreken hier over het gelijkmatig geloofsleven.

Oorzaken

Wat kunnen nu de oorzaken zijn van die geestelijke verlating? God verlaat ons niet, maar wij verlaten Hem. Wij verkillen in liefde en wij gaan af van Zijn wegen. Bij elke inzinking moet dus de oorzaak in onszelf worden gezocht. Klagen alleen is onvruchtbaar. Onze dorheid bemerkende, moeten wij beginnen onze wegen te doorzoeken. Dan zullen wij dikwijls een concrete zonde vinden, die ons van de Heere gescheiden heeft. Niet enkel van die openbare zonden, maar soms ook van die zondige trekkingen in ons hart, waardoor de Heere uit het centrum van ons leven wordt geschoven. Door dit alles zal ons duidelijk blijken, dat de Geest des Heeren dus nog bij en in ons was. Door de verlatenheid ontdekte Hij ons aan het kwaad. Ja, wij komen er dan toe te erkennen, dat het tijdelijk gemis goed voor ons is. Het brengt ons tot zelf inkeer en tot een weer concentreren van ons hart op de vreze des Heeren.

Geestelijke traagheid

Niet zo lang geleden wandelden wij op een landgoed ergens in Nederland. Vroeger was de waterhuishouding daar perfekt. De vijvers en de waterpartijen werden daar keurig van vers water voorzien. Maar zie, nu lag alles er dor bij: De vijvers stonden leeg. De grachten waren vol van wier en vuil. Wat was daarvan de oorzaak? Wel, wij begrepen dat de aanvoer verstopt was. De eigenaar van dat adellijk goed had vroeger door een vernuftig systeem vers water betrokken uit een nabij stromende beek. Maar dat kanaal tussen de beek en het landgoed was drooggekomen. Het vuil lag er hoog opgetast in. Het water kon van de beek af er niet meer door. Zo kan ook langzamerhand dat nieuwe Paasleven uit Christus worden tegengestaan en gehinderd. Er is dan soms geen aanwijsbare, onbeleden en onbestreden zonde. Maar een algeheel besef van verlatenheid valt maar zo over ons. Wat is dan de oorzaak? Een zekere geestelijke luiheid, die ons traag maakt om het Woord te horen, ons zonder inspanning deed bidden. Gods genade werd niet meer zo ingewacht. De tere beleving der genade gaat dan wijken. Wil dat nieuwe leven weer kunnen doorstralen, dan moeten wij beginnen die laksheid en luiheid van ons af te schudden. Wij moeten ons dan weer zetten tot bijbelonderzoek. Dit geneesmiddel moeten wij om zijn eenvoud en vanzelfsprekendheid niet verwaarlozen. Bovenal niet menen, dat het vooral door allerlei andere hulpmiddelen verbeteren zal. Wij moeten voor alles de bron van levend water zoeken. Met Gods Woord in de eenzaamheid gaan. Zo zal het verlangen naar God terugkeren in de ziel. Het gemis wordt dan weer gevoeld. Het hart gevoelt zich wee en ellendig. Het verlangt terug naar de tedere genieting, die het eens smaakte door de nabijheid van God in het Woord in lied en in gebed.

Gewenning aan Gods zegen

Vlak naast de traagheid ligt de gewenning aan Gods zegen. Dat eerste is heel dikwijls een gevolg van het tweede. Alle verwondering week. Gods kind raakte gewoon aan de liefde van God. De afstand werd uit het oog verloren tussen God en mens. Op deze manier worden wij gemeenzaam met het Heilige. Woord en Doop en Avondmaal trekken wij in de sfeer van het alledaagse en gewone. De genade daarin gelegen pakt ons niet meer. Spreekt ons niet meer aan. De genademiddelen verliezen voor ons hun teerheid. Waar gaat het nu om, om de waterleidingbuizen of om het water? Wij hebben zonder het zelf terdege te beseffen het uiterlijke gelijkgesteld aan het innerlijke. Dat duldde de Heere niet. Bijgevolg het de Heere zich niet meer aan ons kennen. Hij week van ons weg. Daarom wil Hij door een tijdelijk gemis de waardering weer opwekken. In zulk een geval is het zeer dienstig tot uzelf in te keren. Keer terug tot de Heere. Laat uw drukte maar eens lopen en zoek de binnenkamer. En kom er niet uit, tenzij dat God u zegende!

Onrust

Onder de beleving van deze verlating komt onrust. Dat bemerken wij aanvankelijk niet. Wij kunnen een tijdlang voortleven in de sleur, zonder te beseffen, dat het geloofsleven bezig is te verzanden. De Boze probeert dan onze leegte met ijdelheid te vervullen. En het gelukt hem soms uitnemend. Maar de onrust woelt voort. Want de Geest is er nog wel! En Deze gaat inwerken op het dorre hart. Gewoonlijk door éérst aan onze noodtoestand te ontdekken. Dat geeft angst. Maar in die angst moet u toch op de Heere aan. Wij verlaten Hem wel, maar de Heere is toch niet ontrouw? Zo komen wij in het heimwee naar de levende God, aan het einde der verlating, toch uit als een kind van de hemelse Vader. De Geest doet weer vat krijgen aan Gods beloften. Op 's Heeren tijd is er dan weer een terugkeer van het nieuwe leven. De gemeenschap met God doet zich weer gevoelen in een tedere troost. 

Heilzame rust

Het schijnt dat zulke geestelijke verlatingen enkel onheil bieden. Maar voor het geloof is dit anders. Gods verlatingen zijn een straf op onze zonden. Gevolg voor onze verlating van God. En nu is het juist in de omgang met de Heere voor ons nodig gedurig de verschrikking der zonde te leren zien. De Heere wijkt van ons, opdat wij gewaar worden hoe erg het is. Maar ook: door dat tijdelijk gemis stellen wij de gemeenschap met God weer op volle prijs. De Heere wil door terugtrekking aantrekkingskracht uitoefenen. Anders gewennen wij aan genade. Wij handelen wel eens met God alsof wij met Hem kunnen spelen. Eerst de liefde winnen, dan ze een tijdje laten varen, om ze weer terug te nemen als het ons zo past. Maar zie - dan bemerken wij de heilige grens. Wij kunnen met Gods liefde niet doen wat wij willen. God moet als eerste terugkeren. Hij is dan ook weer de eerste. Hij maakt het opnieuw Pasen. De toevoer van leven wordt hersteld. Het water stroomt opnieuw door het levenskanaal. Op deze manier is er geen gewoonte der genade. Het is telkenmale een wonder. Het leven temidden van de dood. De tere lente temidden van de winter.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pasen en geestelijke verlating

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's