Het offer van Christus eenmalig
In de vijftiger jaren verscheen een fascinerend boek van Niko Kazantakis - een Griek die als balling in Frankrijk leefde - onder de titel 'Christus wordt weer gekruisigd'. Na de eerste wereldoorlog werd hij benoemd tot leider van een commissie, die tot taak had de Griekse vluchtelingen, die door oorlogsgeweld uit de Griekse koloniën in het Turkse Klein-Azië waren verjaagd, terug te brengen uit hun vluchtplaatsen in de Kaukasus en Zuid-Rusland. Hij slaagde erin 150.000 Grieken te redden uit de Russische hongersnood. Tientallen jaren later kwam hij toen tot het schrijven van het genoemde boek, waarin 'de eeuwige tragedie van de vervolging van mens door mens' in romanvorm wordt verwoord. Het boek werd in vele talen vertaald en beleefde in Nederland in enkele jaren tijds tien drukken.
Twee citaten uit dat boek: 'de pope van Lykovryssi heeft vanmorgen onze vriend Manolios geëxcommuniceerd. God zij geloofd, wij zijn op de goede weg, Christus gaat ons voor en wij volgen Hem. Weest blij en danst, kinderen, Christus is opgestaan...' 'Vergeefs, mijn Christus, vergeefs zijn tweeduizend jaar voorbijgegaan, want de mensen slaan U nog altijd aan het kruis. Wanneer zult Gij komen Christus, om niet meer gekruisigd te worden, om in alle eeuwigheid met ons te leven?'
Christus wordt wéér, steeds weer gekruisigd...?
Zo verwoordde het ook Blaise Pascal van wie het bekende woord is dat Christus in doodsnood zou zijn tot aan het eind van de tijd.
En dan de moderne variant op deze gedachte. De Belijdende Kring in Zuid-Afrika gaf recent een bulletin uit met als opschrift 'Sharpeville, Uitenhage, Soweto, Golgotha'. De gedachte dat de onderdrukte in Zuid-Afrika vandaag kruisdrager is in de zin van Christus, klinkt ook door in het Kairosdocument en de theologische interpretatie daarvan. Waar vandaag het bloed van de zwarte bevolking drupt daar is Golgotha. En om het verder met de woorden van de Nederlandse theoloog dr. Herman Wiersinga te zeggen: het is voor hen nog Goede Vrijdag. Pasen laat nog op zich wachten. Christus wordt weer, steeds weer gekruisigd...?
Wat we belijden
Onze Heidelbergse Catechismus spreekt over 'het enige zoenoffer van Christus'. De Nederlandse Geloofs Belijdenis spelt de Schrift na uit de Hebreeënbrief, waar gesproken wordt over 'deze enige offerande, eenmaal geschied door welke de gelovigen in eeuwigheid volmaakt worden' (Hebr. 9 : 12). A. D. R. Polman zegt in zijn toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis: 'Bij de voleinding der eeuwen is Christus eenmaal verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen, volledig te annuleren, volkomen buiten werking te stellen, zodat haar macht om de gemeenschap met God te verstoren, radicaal verbroken is (Hebr. 9:26). Zijn priesterlijk werk draagt het stempel van absolute volkomenheid. Door het ene slachtoffer, dat Hij voor de zonde gebracht heeft, heeft Hij allen, die door Hem tot God gaan, eens voor goed gereinigd (Hebr. 10:2), eens voor altijd geheiligd (10 : 10), voor altijd volmaakt (10 : 4) en daarom is Hij een oorzaak van eeuwige zaligheid geworden. (5 : 9)
We belijden met de Schrift de volkomen genoegdoening voor de zonde door het offer van Christus eenmaal aan het Kruis gebracht. Elke gedachte dat Christus opnieuw, steeds weer opnieuw gekruisigd wordt is aan de Schrift vreemd. Die gedachte komt telkens in kerk en theologie weer op als de verzoeningsgedachte wordt losgelaten. Wanneer wordt geloochend dat het bloed van Christus moest worden gestort om de toorn van God tegen de zonde te stillen. Maar die belijdenis is onopgeefbaar en onmisbaar voor onze zaligheid: verzoening door voldoening; vreemde ruil: Hij mijn zonde, ik zijn gerechtigheid. Het bloed van de offerdieren in het Oude Testament was afschaduwing van het bloed van Christus, dat gestort moest worden voor de delging van de schuld.
Laat deze bloedtheologie los en men geeft het verlossingswerk van Christus prijs. Dan is de overblijvende gedachte dat Christus vandaag daar is waar het bloed van de onderdrukte vloeit. Golgotha ligt in Soweto. Christus wordt weer gekruisigd...
We mogen echter belijden Christus, die priesterlijk het offer van zijn leven gaf — eens en voor goed — en die koninklijk verrees uit het graf, eens en voor goed.
Soms wordt Jesaja 53, het hoofdstuk van de lijdende knecht des Heeren, ook toegepast op het lijden van mensen en volkeren. In concreto is en wordt het toegepast op Israël. In de gang van dit volk door de eeuwen heen vertoont het de trekken van de lijdende Knecht des Heeren. En zo is Jesaja 53 voorbeeldig voor alle messiaanse lijden, waarin onderdrukte mensen en volkeren leven. Maar eerlijke lezing van Jesaja 53 doet toch bij het kruislijden van Christus uitkomen? Waarom kan anders gezegd worden dat Hij geen onrecht gedaan heeft en dat er geen bedrog in Zijn mond is geweest en dat men zijn graf bij de goddelozen heeft gesteld?
Christus mogen we belijden als de lijdende Knecht des Heeren. En de bezegeling op het offer dat Hij, eens en voor goed heeft gebracht, ligt toch in dat ene, samengebalde woord: het is volbracht!
Daar behoeft niets meer aan toegevoegd te worden. Vobracht.
Zijn voetstappen drukken
Zit er dan helemaal geen waarheidselement in de gedachte dat ook mensen delen in het lijden van Christus of dat Christus opnieuw gekruisigd wordt? Als het gaat om het plaatsvervangende lijden en sterven: nee, driewerf nee, Goddank nee. Er kan en mag en zal niets worden toegevoegd aan het offer van Christus.
Maar in de navolging, ja. In de Bergrede zegt Christus zelf: 'zalig zijt gij als u de mensen smaden en vervolgen en liegende alle kwaad tegen u spreken om Mijnentwil. Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen, want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn'.
Christus spreekt dus zelf over lijden en vervolgd worden om Zijnentwil. Het is niet zo dat wanneer men verdrukt wordt dit zondermeer hetzelfde is als wanneer men lijdt om Christuswil. Verdrukten zijn niet zalig omdat ze verdrukt worden maar Gods kinderen zullen verdrukking ondervinden en die mag worden gedragen in de navolging van Christus, met vreugde zelfs: zalig zijt gij. In moderne visies wordt de lijdende op zich aan de kant van Christus geplaatst of liever nog wordt Christus bij voorbaat aan de kant van de lijdenden, de verdrukten gezet. God is God van de armen, Christus is partijganger der armen. Het Evangelie spreekt echter over lijden om Christus' wil. En in dat lijden ligt dan ook de troost in het lijden van Christus zelf, in het ene offer dat gebracht is.
Onze Nederlandse Geloofs Belijdenis gebruikt hier onovertroffen woorden: 'wij vinden allerlei vertroosting in Zijn wonden...' Leg daarnaast de prachtige passage uit het avondmaalsformulier:
Hij gebonden, opdat Hij ons zou ontbinden...
Ontelbare smaadheden geleden, opdat wij nimmermeer te schande zouden worden... Onschuldig ter dood veroordeeld, opdat wij voor het gericht van God vrijgesproken zouden worden...
Zijn gezegend lichaam aan het Kruis, opdat Hij het handschrift onzer zonden daaraan zou hechten...
De vervloeking van ons op zich geladen, opdat Hij ons met zijn zegening vervullen zou.
Hij van God verlaten, opdat wij nimmermeer verlaten zouden worden.
In dit telkens herhaalde woordje opdat ligt de vrucht, de troost van Christus lijden voor de Zijnen die lijden, die verdrukt worden. Allerlei vertroosting in Zijn wonden...
Hij alléén en wij achter Hem
Uit het geheel van de Schrift is duidelijk dat het lijden en sterven historisth uniek, onherhaalbaar, onvervangbaar is. Van Hem geldt het Messiaanse woord uit Jesaja: Ik heb de pers alleen getreden en er was niemand van de volken met Mij...' (Jes. 63 : 3).
De discipelen moesten op afstand blijven toen het lijden in Gethsémané over Christus kwam. Wel zouden zij om Zijnentwil veel lijden. En zo is het met de kerk van Christus de eeuwen door geweest. Het kruisdragen in navolging behoort tot het wezenlijke van het christen-zijn. 'Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking van Zijn dood, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking van Zijn opstanding.'. (Rom. 6 : 5). En in de Handelingen der Apostelen lezen we dat de apostelen blij uit de Raad van Gamaliël weggingen omdat ze 'waardig geacht waren geweest om Zijn Naam smaadheid te lijden'. (6 : 41).
Hoezeer een christen echter ook kruisdrager is, zijn kruis is het kruis van Christus niet. Auschwitz en Soweto zijn Golgotha niet, ook niet gelijkwaardig eraan.
In hét Kruis, Zijn Kruis zal 'k eeuwig roemen
En geen wet zal mij verdoemen
Christus droeg de vloek voor mij
Christus is voor mij gestorven,
heeft gena voor mij verworven,
'k ben van dood en zonde vrij.
V. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's