Pasen en prediking
Elke zondag is opstandingsdag.
Dat zeggen wij nogal eens. Paasfeest is het maar niet één keer, maar telkens weer wanneer de levende verkondiging, de verkondiging van de Levende geschiedt.
Natuurlijk, het heilsfeit van Pasen is eenmalig en uniek. Eens en voor altijd is de steen van het graf gerold en de poort uit de dood tot het leven geopend door de Levensvorst. De doodsdoeken zijn achtergelaten om nooit meer te worden gebruikt. Het leven is in onverderfelijkheid aan het licht gebracht. Het Leven dat de dood voor eeuwig achter zich laat.
Het paaswonder heeft geen herhaling nodig. Maar wat wel nodig is is een vervolg, een doorwerking. Opdat het in ons leven komt tot een lied: 'Christus leeft, én... wij met Hem'. Er is de verbondenheid nodig, die dat 'en', dat 'met Hem', tot vaste werkelijkheid van leven maakt. De vrucht en de kracht van Christus' opstanding hebben een weg, een kanaal nodig om ons te bereiken in de opgeslotenheid van dood en ongeloof. Er is een weg nodig waarlangs de Levende Heere in eigen persoon ons leven binnenkomt. Om in ons leven niet alleen opstanding en leven te geven, maar om ons dé Opstanding en hét Leven te zijn! En die weg is de weg van de prediking. In de prediking van het Woord komt de Levende Heere Jezus ons ontmoeten.
Een beslissend woord
Een centraal woord, als het gaat om de verbinding van Pasen en prediking vinden we in Joh. 5 : 25 waar Jezus zegt: 'De ure komt en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods en die ze gehoord hebben, zullen leven'. De opstanding realiseert zich in het horen van de doden, de onmogelijkheid die 'nochtans' geschiedt waar de Stem van de Zoon des mensen klinkt. Pasen en prediking zijn onafscheidelijk. Niet alleen is de prediking de proclamatie van Pasen, maar ook vindt Pasen in de prediking een prolongatie. Overal waar de prediking geschiedt in de levendmakende kracht des Geestes wordt het de 'eerste paasdag'.
Het is in de verborgenheid der prediking dat de aanwezigheid van de Levende Heere zich manifesteert. Verborgenheid in die zin dat 'zien' is uitgesloten, maar dan toch wel zonder op te geven dat de werkelijkheid van leven onmiskenbaar doorbreekt waar het Woord werkt. Waar de Stem van de Zoon des mensen schalt over de graven van ons verloren bestaan. 'En die ze gehoord hebben, zullen leven!'
Een spanning
Pasen en prediking. Wordt deze tweeëenheid in de gemeente ook altijd erkend? Is er de spanning van de verwachting van wonderen waar de verkondiging geschiedt? De werkelijkheid van de kerkdiensten lijkt vaak het tegendeel te getuigen. Hoe wordt het Woord der prediking vaak krachteloos gemaakt door het enkel te beschouwen als een mededeling van een stand van zaken, een weergave van feiten van lang geleden, en meer niet! De nood der Kerk is de nood der prediking. En is het dan niet heel bijzonder de nood dat de prediking wordt losgemaakt van Pasen? Het is op z'n hoogst dan nog een woord óver de Levende. Het is niet meer een woord van ontmoeting met de Levende Heere Zelf. Het wordt zo weinig ervaren als Zijn komst tot ons. Zijn komst die werkelijk 'ons heil volmaakt'.
Enerzijds kan de prediking verengen tot enkel en alleen een weergave van hoe het met de mens is en wat er gebeuren moet. Het laat mensen in de wanhoop van de onmogelijkheid zitten. De ernst wordt gehoord: wij liggen allen dood in zonden en misdaden. En hoe vreselijk waar is dat! De uitkomst wordt aangewezen: er is een radicaal wonder van nieuw leven nodig, een opstanding uit de doden. En hoe ontzaglijk nodig is dat! Maar hoe het nu ook werkelijk tot leven komt! Immers wonderen liggen niet binnen onze mogelijkheden - dat blijft verzwegen.
De Geest moet het doen! Zeker, maar de Geest doet het ook. juist daar waar de prediking geschiedt, waar het een kracht Gods is tot zaligheid. Dat mag daar verwacht worden, waar de verkondiging is, dat dood leven wordt. En waar dat besef niet is in spreken en luisteren daar wordt de prediking krachteloos. Dan is ze losgemaakt van Pasen. Dan is de zondag ook geen opstandingsdag meer. Als de gemeente samenkomt om de Levende te zoeken bij de doden.
Anderzijds kan de prediking ook losgemaakt worden van Pasen door het woord te zien als opwekking om Jezus na te volgen en zelf op te staan, in eigen kracht. Verkondiging van Pasen is dan niet meer dan aansporing om de banden van onmacht en zonde zelf te breken en op te staan uit de dood. Zo wordt de prediking verarmd tot een voorbeeld hoe het leven moet. Dan is het niet meer de rijkdom van troost van Hem Die leven doet.
De actualiteit van Pasen
Prediking is Pasen hier en nu. De Heere Jezus komt Zelf, Hij wandelt in de hof van Zijn gemeente. Hij vindt er velen die Hem zo moeilijk vinden kunnen. Velen die ook nu nog de Levende zoeken bij de doden. Ze hebben zich een beeld gemaakt van een Heere Die niet opgewassen is tegen de hardheid en doodsheid van hun zondige hart. Ze zien in hun leven niet anders dan een dal van dorre doodsbeenderen, waar ze ook kijken, binnen in het hart en om hen heen in Kerk en wereld.
En op de vraag of de dorre beenderen weer leven zullen, vergeten ze op te zien naar Hem die het weet en Hem te zeggen: 'Heere, Gij weet het'. Eigen onmogelijkheid krijgt het laatste woord. En of de engelen al zeggen: 'Hij is hier niet, Hij is opgestaan', het dringt niet tot hen door. Zo zijn er wat in de hof van de gemeente. Talloze kerkdiensten hebben ze meegemaakt. De engelen van de gemeente op de steen van hun kansel hebben hen weggewezen van het graf. Maar ze blijven er maar in staren... En als het nu waar was dat prediking alleen beschrijving was, meer niet?
Gode zij dank, de prediking is de komst van de Heere Zelf in de hof! En soms is één woord al genoeg om het Pasen te laten worden, een naam slechts: 'Maria'. En het is de herkenning van Hem, die alle vrees van de dood verjaagt: 'Het is de Heere!'
In de prediking gaat de Levende met ons op de weg. Net als met die twee die van Jeruzalem naar Emmaüs gingen. Hoevelen zijn er niet die stil in hun hart, of ook openlijk als reactie op de prediking hun teleurstelling uitspreken? Wij dachten, wij hoopten... wij worden maar niet verlost zoals wij altijd wel wilden. 't Gaat zo anders dan wij wel wilden, we ervaren het zo tegengesteld. Maar hoevelen zullen dit uitgesproken hebben, in de mening dat Hij eindeloos ver van hen was, terwijl Hij in werkelijkheid naast hen liep? Terwijl de Levende met hen meewandelde in Zijn Woord en hun onverstandigheid en traagheid van hart bestrafte. Maar dan is er telkens weer ook dat wonder dat harten gaan branden en ogen opengaan, als Hij met ons spreekt op de weg, en zich bekend maakt in het breken van het brood. In de prediking dringt de Heere Jezus de gemeente binnen al zitten de deuren op slot. Hij spreekt van vrede. Hij toont Zijn wonden als overwinningstekenen, als uitnodiging om daarin de troost en toevlucht te zoeken als de zonde ons benauwt. En als het wonder ons soms haast te groot wordt om te vatten dat Hij zo naar ons toe komt, dan gaat Hij aan tafel zitten en eet als wij, en met ons. Om te laten zien, dat Hij het echt is. Gesloten deuren zijn er vandaag nog vele. En als het eerst Pasen werd als wij ze openen zouden, de dood zou het laatste woord hebben. Maar nu wordt er gepredikt, en het Woord breekt door de dikste muren heen, door de overmacht van de Geest, Die levend maakt.
De kracht der opstanding
Pasen en prediking. Laat Paasfeest geen moment zijn, en de prediking geen monument star en afgesloten. Maar we mogen krachtens de verbinding van deze twee wonderen verwachten waar het Woord geschiedt. Stenen rollen weg, deuren gaan open. De Levende breekt door onze dood heen en komt het leven binnen.
Ik wil eindigen met wat J. T. Bakker van Luthers prediking weergeeft in zijn 'Eschatologische prediking bij Luther', als het gaat om deze tweeëenheid:
'In een allegorie vergelijkt Luther eerst wat er met Christus en met de Schrift gebeurd is. Door de menselijke inzettingen is de eigenlijke zin van het Woord verloren gegaan en begraven onder de lasten van de mensen. Zo is het altijd geweest: "Of Christus werd gemarteld óf Hij stond op in de prediking". Dat hebben de joden gedaan, maar wij evengoed. Hij wordt nog wel als rechter verkondigd, maar dat is niet anders dan Hem opnieuw kruisigen. Daarvan is ook de steen een beeld, dat niet anders betekent dan de werken van de wet en de wachters zijn de monniken, die niet toelaten dat Christus werkelijk gepredikt wordt. Ja, ze prediken wel het verhaal, maar niet de kracht en de vrucht van de opstanding. En eerst als dat gebeurt wordt het heil uitgedeeld aan de verschrikte harten en daar kan de duivel niet tegen. Daarom komt er ook een engel uit de hemel om de verschrikte vrouwen het Evangelie te verkondigen. "Van de hemel": d.w.z. we zullen nooit rechte predikers hebben dan wanneer ze ons van de hemel gegeven worden, en met echte inhoudelijke goddelijke autoriteit kunnen optreden. En zo gaat het verder: de engel zet zich op de steen om ons te tonen, dat het voorbij is met het zuchten onder de wet; hij heeft witte klederen omdat het Evangelie een vrolijke tijding is. En zo zien we in alles, aldus Luther, de kracht van de opstanding, en zo wil ze ook onder ons werkzaam zijn'. Tot zover Bakker.
Tot slot een woord van Luther zelf: 'Stel dat Jezus hier de kerk binnenkwam, dan zouden jullie Hem toch niet kennen. Maar nu komt Hij door het Evangelie en dat is beter'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's