Rust (1)
Uit de kazerne
Er kwam een jongen mijn kantoor binnen.
'Mag ik u iets vragen?' 'Ja, ja, pak een stoel. Een kop koffie?' 'Nee, het is maar even.'
Ik ging zitten, dus deed hij het ook maar. Het was echt een aardig iemand - vriendelijk gezicht - iets nadenkend. Vlot gekleed, verzorgd. Misschien kwam hij alleen om wat informatie. Aan een legerpredikant kun je van alles vragen. Of je antwoord krijgt, dat is een tweede.
'Ik wil een andere opleiding hebben. Ik heb niet zoveel zin om zes uur op een dag achter een telexmachine te zitten. Ik word liever chauffeur of een commando-opleiding. Daar zit meer afwisseling in.'
Ik gaf hem wat informatie over het schrijven van een rekest en vertelde hem met welke personen hij daarvoor contact moest opnemen. Daarmee zou het gesprek afgerond zijn, dacht ik. Maar intussen maakte hij geen aanstalten om op te staan. Ik vraag wat hij zo tot nog toe had gedaan. Een administratieve opleiding. Dat verbaasde me.
'Maar dan heb je toch ook hele dagen in de schoolbanken moeten zitten', zei ik.
'Ja, dat was ook moeilijk. Maar ik heb keihard gewerkt. Dat was nodig want ik kan het bedrijf van mijn vader overnemen.' Het gesprek ging verder over het midden- en kleinbedrijf dat een harde dobber heeft deze dagen.
'Ja, ik heb keihard op het bedrijf gewerkt. Soms twaalf uur per dag.' 'Ontspan je je wel eens?', vroeg ik.
' Ja, ik speel handbal. Door de week trainen, 's zondags ben ik vaak weg voor wedstrijden. Dat vindt mijn vriendin niet altijd leuk.'
Intussen had ik wel trek in een kop koffie, hij wilde nu ook.
'Kun je je conditie een beetje op peil houden in de dienst?', vroeg ik toen ik met de koffie binnenkwam.
'Nee, eigenlijk niet. Daarom wil ik liever een wat hardere opleiding.'
We deden suiker en melk in de koffie. Het was even stil. We zaten ieder met onze eigen gedachten.
'Ik heb eigenlijk altijd gewerkt. Straks kan ik in het bedrijf van mijn vader. Dat is natuurlijk een kans die je pakken moet. Zeker in deze tijd. Maar...'
'Je hebt je twijfels', zei ik.
'Ja, soms denk ik wel eens: Waar doe ik het allemaal voor? Vooral nu ik hier in dienst zit. Wat denkt u daarvan? '
Ja, wat dacht ik ervan? 'De motor is afgezet en het vliegwiel blijft doordraaien', suggereerde ik. 'Ja, zo is het.'
'Ik weet het niet, maar het lijkt me dat je tot nog toe altijd bezig bent met de dingen die je dóet. Werken, sporten, altijd ben je aan het dóen. En nu moet je ineens gaan nadenken over wie je bént. Je hebt nu ineens een kans om te leren dat het gewoon goed is dat je er bént. Dat is eigenlijk iets heel geks als je erover nadenkt; dat je er gewoon bént.'
Het licht van de avondzon drong binnen. Er daalde een diepe rust over het gesprek neer. De rust van de eerste sabbat - toen God rustte van al Zijn werken 'en ziet, het was zeer goed' (Gen. 1 : 31).
'Go...', zei hij genietend.
Als hij eens wist welke Naam hij daarmee noemde!
'Wat zalig! Wat is het eigenlijk simpel! Rust...' 'Je kunt er bijna in zwemmen' zei ik. 'Het is een element waar je in kunt ademen'.
'Dat wil mijn vriendin ook', zei hij. 'Gewoon een beetje tegen elkaar aanhangen. En zondag, dan ga ik een eind wandelen met mijn vader. Dat doet hij graag als hij eens een keer tijd heeft.' Weer even stilte.
'Hoe komt u daar nou aan? U denkt natuurlijk de hele dag over alles na', zei hij.
'Nou, daar moet je je niet al te veel van voorstellen. Soms ben ik dat denken wel eens zat. Dan denk ik: God heeft gerust van al Zijn werken en Hij zag dat het goed was. En daar laat ik het dan maar bij.'
'Dat moet genoeg zijn', zei hij glimlachend.
Het gesprek kwam nog even terug op het rekest dat hij zou schrijven.
'Ach, het maakt eigenlijk niet zoveel uit', zei hij.
'Nee', zei ik, 'die rust gaat gewoon mee in alles watje doet.'
Ik liep met hem mee naar de deur van de barak. De zon ging bijna onder.
'Wat een gesprek', zei hij. 'Zo lang praat ik nooit. Daar had ik niet op gerekend. Bedankt!'
'Ga maar eens lekker een eind lopen. Kijk maar, er ligt een hele wereld. Voor jou!' Ik ging weer naar binnen. Toch even in de kaartenbak kijken. Niet kerkelijk, waarschijnlijk... hmm... Een tijdje later kwam ik hem buiten tegen. Hij zag me en keek naar de heldere lucht. 'Heerlijk!', zei hij.
Aantekening: De gesprekken zijn - wat het wezenlijke betreft - een weergave van gesprekken die werkelijk plaatsgevonden hebben. De weergave is zodanig dat de anonimiteit van de personen gewaarborgd is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's