Zending in de Afrikaanse cultuur (2)
Van overzee
In het kort gaven wij de vorige week aan de situatie waarin de gemeente van Christus zich bevindt in de bonte Afrikaanse samenleving.
Hoe staat hier de kerk nu tegenover dit traditionele verleden? Het zal ons wel duidelijk zijn, dat wij in het oude Europa ook nog nooit helemaal afgerekend hebben met ons oude heidense verleden en thans zien we, hoe zich een nieuw heidendom baan breekt. Enige bescheidenheid zou ons dus wel sieren wanneer we niet al te snel de kerken hier in Afrika zullen beoordelen naar onze maatstaven.
Binnen de Hervormde Kerk hier staan de meeste predikanten zeer afwijzend tegenover hun oude traditie, al motiveren ze bijna nooit waarom ze er tegen zijn. Of is men ertegen omdat de zending ertegen is? Want het is mij opgevallen, dat zij zelf soms nog bepaalde gebruiken doen welke in de stam gangbaar zijn of dat ze bij een belangrijke gebeurtenis de voorgeschreven rituelen doen.
De veroordeling van de traditionele Afrikaanse religie door de zendelingen was niet alleen gefundeerd op misverstaan — en dat is helaas veel gebeurd — maar het gebeurde ook, daar er fundamentele verschillen waren én zijn. We kunnen b.v. denken aan de opvatting hier over de tijd. De traditionele gedachte over de tijd is dat men deze ziet als zijnde een komend en een gaand gebeuren, als in een kringloop. In dit cyclische gebeuren is er geen denken over de toekomst. Een rondgang dus en geen voortgang. De bijbelse opvatting van de tijd is liniair, gemarkeerd door belangrijke feiten, heilsfeiten! Zo zien we dan dat het bijbels getuigenis aangaande de toekomst en de wederkomst van Christus nu hier in de jonge kerk spaarzaam te horen is. Ook in het denken over de zonde is traditioneel hier anders. De bijbel leert ons, dat wij allen in Adam hebben gezondigd. Maar hier in Afrika vinden de mensen het moeilijk te spreken van persoonlijke schuld. De schuldenaar is altijd iemand anders, schuld is iets wat een ander je aandoet en niet wat je zelf hebt gedaan.
Wij geloven, dat wij alleen kunnen leven van een geschonken, toegerekende gerechtigheid. Het is iedere keer weer een moeilijk iets dit aan de ouderlingen — en dan moet het nog in het Swahili ook — uit te leggen. Maar u voelt ondertussen wel hoe nodig het is de leefwereld van de mensen te kennen. Wat zijn hun vragen en hoe kijken zij tegen de dingen aan. De Heilige Geest dient ons wel dagelijks bij de hand te nemen om hier met de mensen te luisteren naar de boodschap van de Schrift, en om zo te mogen spreken, dat het de harten raakt.
We kunnen hier al deze dingen niet verder uitwerken, maar wanneer je dan als zendingspredikant ergens in het hartje van Afrika voor een hut zit bij de mensen (zie vorige artikel) dan komen al deze dingen levensgroot op je af. In zo'n situatie helpen geen theoretische antwoorden uit de missiologische handboeken. Levend en werkend met de mensen vragen ze om een antwoord uit de Bijbel. Bij hun vragen over de sacramenten, het gezinsleven, de vragen naar God en over God, vragen over zonde en genade, bekering en berouw, steeds weer in het antwoorden van al deze vragen hoop en bid je, dat het raakt tot de bodem van hun leven. Hoe voorkom je dat het christen zijn geen vernislaagje is over hun oude leven. Ludwig Nommensen, zendeling zo'n honderd jaar geleden in de Bataklanden, probeerde eerst altijd het leven van de mensen waar hij mee omging door en door te kennen om dan daarna aan hen het evangelie te prediken. Hij zocht eerst naar de juiste invalshoek. En dan gaat het er niet om, zo van: wat kunnen wij accepteren van het oude culturele leven van de mensen, maar hoe prediken wij het evangelie van de gekruisigde Christus.
Dit dient het doel te blijven van het werken in de zending. Kern blijft de verkondiging van het kruis van Christus. De jonge gemeenten hier staan voor enorme uitdagingen en tussen veel traditionele klemmen en moderne voetangels door probeert ze haar weg te vinden. Hoe ze ook met de traditie omgaat, vast blijft staan dat de gemeenschap met Christus een exclusieve gemeenschap is. De Heere duldt geen concurrentie met andere goden.
Uit 1 Cor. 10 kunnen we leren, dat we niet kunnen participeren in twee gemeenschappen. In dit hoofdstuk zien we dat gemeenschap aan het bloed van Christus en aan het lichaam van Christus niet samengaat met gemeenschap aan het offer aan de demonen en hun tafelgezelschap. Hier geldt geen én-én, maar een of-of. De Corinthiërs spelen met hun leven als ze het heidense leven en haar gewoonten niet radicaal vaarwel zeggen (vgl. ook II Cor. 6 : 14-18).
Daar, waar elk compromis is uitgesloten, wordt het belijden hoogst actueel. Hoe staat de Afrikaanse christen en wij met hem in de gemeente en in de wereld? Hoe zullen wij missionair werken en niemand aanstoot gevenl Het is door de prediking van het evangelie alleen waardoor de scheiding ontstaat.
In I Thess. 1 zien we wat de uitwerking is geweest van het evangelie in een heidense omgeving. Heel duidelijk is de breuk met het oude leven daar aanwijsbaar. De Thessalonicensen zijn tot God bekeerd van de afgoden. Ze dienen nu de levende en waarachtige God en zij verwachten Jezus Christus uit de hemelen. Hij, de Opgestane Levensvorst beheerst nu hun leven. De vermaning om niet terug te vallen in het oude leven vinden we ook iedere keer in de brieven van het Nieuwe Testament, maar dit kan dan gezegd worden wanneer er eerst een duidelijke breuk geweest is met het oude leven. In het zendingswerk dienen wij wat zich bij ons aandient te bezien vanuit het woord van de levende God. Dit geldt ook voor de cultuur waarin we hier werken. Thessalonica en omgeving was de plaats waar de christenen uit die stad het evangelie verkondigen. Bekeerd tot de levende God, dienden ze Hem in de plaats waar ze woonden. Daar gaven ze een rijk getuigenis van hun Zaligmaker. Geen opgelegde zaak van buiten af, maar ze voelden zich gedrongen getuigenis af te leggen van de hoop die in hen was. Ziehier: plaats en roeping, statio en vocatio van de gemeente Gods, waar ook ter wereld.
Deze regels schreef ik nadat we waren teruggekeerd van onze tocht naar South-Nyanza. Met de jonge kerk hier bezig zijn in het werk van de zending. Wat komen er al niet een vragen op je af bij dit werk. Je zou je eraan vertillen wanneer het in eigen kracht zou moéten gebeuren. Gode zij dank, zendingswerk ook hier in de context van Afrika is ten diepste Gods werk.
Jacqueline E. van der Waals vertolkt in één van haar verzen hoe onze houding en geloofsverwachting dient te zijn, ook t.o.v. het werken hier:
'Maar, dacht ik, God zal wel zorgen
Voor 't geen te velde staat.
Wat móet, dat wórdt geborgen.
Zo niet vandaag, dan morgen.
Als Hij aan d' arbeid gaat.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's