De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

2 minuten leestijd

G. H. van Vliet: Werkvormen in de catechese, in de serie Werkplaats catechese. Uitgegeven door J. H. Kok te Kampen 1985, prijs ƒ 12, 50.

Over werkvormen bestaat het nodige didactische materiaal. In dit 61 pagina's tellende boekje spitst de schrijver de vraag naar goede werkvormen toe op de catechese. Het waardevolle daarvan is dat hij het verband laat zien tussen werkvormen en de dieperliggende bezinning op de methodiek. Na een inleidend gedeelte bespreekt de auteur de volgende onderwerpen: doelgericht werken, van ideaal naar werkelijkheid, van werkelijkheid naar ideaal en realisatie van werkvormen in de catechese. Het boekje zet ons aan het denken over de wijze waarop catecheten hun catechisaties geven. Dat is erg belangrijk. Maar al te veel geven we catechese zonder ons af te vragen of de bestaande werkvormen wel geschikt zijn om onze catechisanten naar het catechetisch doel te leiden. Bij de bezinning hierop kan het boekje goede diensten bewijzen.

Wat ik in dit boekje mis is een theologische bezinning op de werkvormen. De auteur gaat uit van de doelstelling, dat catechisanten zichzelf voor God leren verstaan en zich ontwikkelen tot mondige christenen en actieve gemeenteleden. Is daarmee alles gezegd? Is deze doelstelling zó niet erg subjectief? En bepaalt deze subjectiviteit dan ook niet te veel de leerstof en de werkvormen? Een vraag, die me dan bezig houdt is bijvoorbeeld: hoe kun je nu in dit patroon blijven werken met de Heidelbergse Catechismus? Of kan dat niet meer? Dat zou toch een verlies zijn. Ik vind het niet juist om over de 'stof' te spreken in plaats van over 'leerstof'. Op deze wijze diskwalificeer je het leren als een te cognitief gebeuren. Dat hoeft niet.

Tenslotte: de auteur gebruikt het persoonlijk voornaamwoord 'zij' als aanduiding voor de catecheet. Dat komt toch wat geforceerd over. De auteur moet beseffen dat ook zijn boekje een werkvorm is om lezers ('catechisanten') bij zijn doelstelling te brengen. Daarbij moet hij inspelen op het klimaat van de catechisant (= lezer), zoals hij zelf terecht zegt. Het zou jammer zijn als lezers uit een zekere kopschuwheid — niet uit antifeministische gevoelens — niet mee zouden kunnen komen. Dan zou de doelstelling niet bereikt worden. En dat zou nou zo jammer zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's