Geroepen tot dienst aan elkaar
Geroepen tot dienst aan elkaar is een gespreksbundel over de plaats van de ouderen in de gemeente. De gespreksbundel is samengesteld en uitgegeven door de Stuurgroep Ouderenwerk Veluwe, een werkgroep van de Regionale Commissie voor Diakonaat en Maatschappelijk Aktiveringswerk in de Hervormde Classes Harderwijk en Ede. De gespreksbundel wil een handreiking zijn voor een bezinning op het ouderenwerk. In dit artikel willen we graag enkele belangrijke aandachtspunten kort weergeven en onder uw aandacht brengen, opdat wellicht ook deze gegevens voor uw gemeente aanleiding kunnen zijn om daar verder over door te praten.
Extra aandacht gewenst?
In de inleiding van deze brochure worden wij bepaald bij de vraag, welke plaats de ouderen innemen in de gemeente en de maatschappelijke veranderingen die zich momenteel voordoen binnen het ouderenwerk. Er is vandaag veel in beweging: — de toenemende vergrijzing van de bevolking; — het voorzieningennivo dat terugloopt door de bezuinigingen; — ouderen worden zich meer bewust van hun plaats in de gemeente, die hun met zorg omringt.
Wat betekent dit voor onze gemeenten? Hoe serieus worden de ouderen genomen? Gaan we met hun om als gelijkwaardige medechristenen? Hoewel het werk dat gedaan wordt waardering vindt, blijft bij veel ouderen de vraag leven: bekleden ouderen in werkelijkheid nog wel een volwaardige plaats in de samenleving en in de gemeente? Staan ouderen niet als een aparte groep aan de kant van de baan? Veel wordt er voor hun gedaan en georganiseerd, maar vaak worden ze zelf in de voorbereiding en uitvoering weinig betrokken. Er wordt ouderen veel uit handen genomen, maar wat wordt hun naar de maat van hun gaven en krachten nog in handen gegeven om zinvol bezig te zijn?
We zullen ons moeten reahseren, dat we leven in een maatschappij, waarin de jonge, krachtige mens centraal staat. Onze maatschappij is aktivistisch en dat houdt in, dat men meetelt voor zover men nog produktief kan zijn voor de economie. Vandaar dat het respekt voor ouderen voor een groot deel is weggevallen, zodat zij als een aparte groep op een zijspoor worden gerangeerd.
En in de gemeente?
De gemeente is een gemeenschap van mensen zonder leeftijdsgrenzen. In die gemeente zijn allen geroepen tot dienstbetoon, tot de dienst aan de medemens, ongeacht de leeftijd. Vanuit de verscheidenheid van gaven, levert iedereen een bijdrage aan die gemeenschap en aan de wereld om hen heen. Ieder op een eigen wijze. Allen nemen deel aan die gemeenschap en geven iets van hunzelf aan het geheel, jongeren en ouderen. Leeftijd maakt niet uit. Iedereen draagt bij op een geheel eigen wijze, met de vele of beperkte mogelijkheden hem of haar geschonken. In de gemeente wordt ook ontvangen. Mensen die aandacht nodig hebben en hulp, ontvangen deze, ongeacht de leeftijd. Verhoudingsgewijs zullen meer ouderen hulp nodig hebben dan jongeren, omdat hun krachten afnemen.
Bijbelse uitgangspunten
In de Bijbel wordt aan de oudere mens een ereplaats gegeven. Oud worden is een geschenk en zegen van God. Dit betekent dat de ouderen en vooral de ouders in ere gehouden moeten worden. Eren is meer dan liefhebben: een ieder zal zijn vader en zijn moeder vrezen, d.w.z. ontzag hebben voor, met respekt behandelen. 'De grijsheid is een sierlijke kroon en wordt op de weg der gerechtigheid gevonden' (Spreuken 6 vers 13). Om geëerd te worden moet je ook 'eerwaard' zijn. Dat is bereid zijn om te luisteren, want dan heb je zelf wat te zeggen. Wie niets te zeggen heeft kan geen aanspraak maken op gezag. In het 5e gebod gaat het niet om het zoeken van onze eigen eer, maar opdat onze dagen verlengd worden in het land dat de Heere uw God u geeft. Het gaat maar niet om een aangenaam bestaan zonder meer, maar om het leven onder Gods beloften en geboden. Dan mogen we dienen in de komst van Zijn Koninkrijk. De oudere mens wordt in de Bijbel ook aangeduid als de wijze mens. 'Laat de ouderdom spreken en de veelheid van jaren wijsheid verkondigen' (Job 32 vers 7). Wel hebben we daarbij in het oog te houden dat ouderen en wijsheid geen synoniemen zijn. Het gaat om meer dan levenservaring en verkregen inzichten: de echte wijsheid in verband met de levenservaring wordt verkregen in de vreze des Heeren (Psalm 111 vers 10). Wie van dat spoor afwijkt is een dwaas, ook in zijn ouderdom. Denk maar aan de voorbeelden als Eli en Salomo. Naar het Woord van God is oud worden tevens een opdracht, ook al kunnen de ouderen niet meer 'produktief' bezig zijn in het arbeidsproces. Zij hebben hun eigen plaats en taak. In het N.T. schrijft Paulus aan Timotheus dat de weduwen van 60 jaar een aparte taak krijgen in de gemeente, waarschijnlijk in de dienst van de barmhartigheid (1 Tim. 5 vers 9). We moeten bedenken, dat niet alleen de aktiviteit in het leven betekenis heeft, zeker ook de passiviteit. Dit laatste dan bedoeld als bezinning op en inzicht in de betekenis van het leven in het licht van het Evangelie. Dan groeit er iets van die wijsheid, waarover we al spraken. Een wijsheid om anderen te dienen. 'Geplant in het huis des Heeren, groeien zij in de voorhoven van onze God. Zij zullen in de ouderdom nog vrucht dragen, fris en groen zullen zij zijn, om te verkondigen, dat de Heere recht is, mijn Rots in Wien geen onrecht is' (Psalm 92 vers 14-16). Denk eens aan de zeer oude Anna, die in de tempel 'haar dienst' vervulde door te spreken over de geboren Christus tot een ieder, die de verlossing in Jeruzalem verwachtte. Samengevat kunnen we zeggen, dat de Bijbel ons leert, dat de mens er is om God en zijn naaste te dienen en lief te hebben. Dat is: elkaar eren, er voor elkaar (elk-ander) zijn, de ander tot zijn of haar recht komt, ongeacht de leeftijd. Ieder is dan ook geroepen, ongeacht de leeftijd tot de dienst aan elkaar en tot het afleggen van getuigenis daarvan, vanuit de verscheidenheid van gaven (1 Kor. 12), die iedereen geschonken is. Het eren van de ouderdom is in het O.T. en in het N.T. gekoppeld aan het leven onder Gods beloften en geboden in het teken van Zijn Koninkrijk. Alleen dan zijn ouderen eer-waard.
Maatschappelijke ontwikkelingen
In een apart hoofdstukje wordt nader ingegaan op de maatschappelijke ontwikkelingen en veranderingen, die zich hebben voorgedaan na de 2e wereldoorlog. Zo blijft de oudere mens langer gezond en neemt de vergrijzing toe. Nu wonen er ongeveer 85% van de 65-plussers zelfstandig. Er zullen dan ook allerlei voorzieningen nodig blijken om deze grote toename van ouderen, die dan zelfstandig zullen moeten wonen, passende extra hulp te verlenen. Volgens onderzoekers zullen in de komende jaren ouderen minder vaak een beroep kunnen doen op de hulp van hun kinderen. Dat komt omdat ze steeds verder van hun ouders gaan wonen, maar ook omdat het aantal kinderen daalt. Ouderen worden vaak op zeer hoge leeftijd hulpbehoevend. Inmiddels zijn dan de kinderen te oud geworden om hun ouders te helpen. Het gevolg hiervan is, dat vaker een beroep gedaan wordt op de kollektieve middelen, zoals bejaardenoorden en gezinszorg. Alleen de ouderen, die hooggekwalificeerde zorg nodig hebben, zullen in de toekomst voor verzorging in aanmerking komen. Ze zijn dan erg afhankelijk. De meesten zullen echter met onderlinge hulp, mentaliteitsverandering en een betere leefwijze voor zichzelf kunnen zorgen. Het beroep op de algemene middelen zou met deze zelfzorg en onderlinge hulp geen grote problemen opleveren. Als daarentegen de vraag naar allerlei hulpvoorzieningen toeneemt, terwijl de hoeveelheid hulp gelijk blijft, dan voorziet men een verslechtering van de positie van de ouderen. De overheid voert dan ook een beleid gericht op onderlinge hulp, het zgn. flankerend beleid. Het doel van dit beleid is momenteel niet meer zozeer de verbetering of uitbreiding van hulp en zorg, maar veeleer bezuiniging op de uitgaven. De taken en funkties van de zorgvoorzieningen moeten beter benut worden met de nadruk op het ondersteunen van eigen initiatieven van ouderen en vrijwilligers. De overheid doet een sterk beroep op de onderlinge hulpverlening. Hierbij wordt ook naar de kerken en diakonieën gekeken. Een taak voor de diakonieën die verder reikt dan een jaarlijkse bustocht of een bakje fruit. Het is de diaken die er oog voor moet hebben dat het 'omzien naar elkaar' funktioneert. Eveneens wordt in dit hoofdstukje aandacht besteed aan de ouderenorganisaties en de gedragsstoornissen bij ouderen. In een laatste hoofdstuk worden enkele richtlijnen voor de gemeente gegeven. Enkele richtlijnen zijn:
— Vanuit het bezoekwerk zou regelmatig gerapporteerd kunnen worden waar knelpunten liggen bij ouderen in hun zelfstandig funktioneren b.v. wonen.
— De diakonie zou kunnen inspelen op knelpunten in het zelfstandig funktioneren van ouderen b.v. alarmeringssysteem, maaltijdvoorziening, telefooncirkels, tijdelijke zorgverlening door verzorgingstehuizen, vervoersprojekten.
— Bij de vele aktiviteiten voor ouderen kan worden nagegaan in hoeverre bepaalde aktiviteiten door ouderen zelf kunnen worden gedaan.
— Om op de hoogte te blijven van wat er gaande is op het terrein van het ouderenwerk is het aan te bevelen om een diaken aan te stellen, die informatie verzamelt en ontwikkelingen bijhoudt.
— Het verdient aanbeveling om op bejaardenmiddagen ook aandacht te besteden aan informatie over gezondheid en welzijn van de ouder wordende mens. Hiervoor zou men een deskundige kunnen uitnodigen.
— De diakonie zou kunnen bekijken of het mogelijk is, dat zij zich geleidelijk terugtrekt uit de besturen van instellingen voor ouderen en ouderen uit de gemeente daarvoor inwerkt.
— Aangezien iedereen, ongeacht de leeftijd geroepen is tot dienstbetoon mag er ook op ouderen een beroep gedaan worden in de gemeente bij allerlei aktiviteiten zoals b.v. administratief werk, bezoekwerk, inning vrijwillige bijdrage, zendingsaktiviteiten, meewerken bejaardenmiddag, de koster helpen, verjaardagsfonds, klusjes in de gemeente, inbinden van de kerkbode, oudouderling bezoekwerk laten doen, opzet gespreks-of bijbelkring, het vervoeren naar aktiviteiten, ouderen bezoeken in een verzorgingstehuis/verpleeghuis of ziekenhuis, de zorg voor de ruimten van het ver.gebouw, kerktelefoon, vakantieweek organiseren enz. enz.
Indien u belangstelling heeft voor deze gespreksbundel dan kunt u deze voor ƒ1, — bestellen bij het Provinciaal Kerkelijk Bureau, Postbus 1238, 6801 BE Arnhem, tel. 085-456047.
Allen geroepen tot dienst aan elkaar in de gemeente, mag zeker ook gelden voor ouderen! Het gesprek hierover willen wij van harte in uw belangstelling aanbevelen. Dit tot opbouw van de gemeente, maar bovenal tot eer van Hem, Die ons geroepen heeft om te dienen. En dat staat leeftijd niet in de weg!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's