Globaal bekeken
Recent werd de jaarlijkse conferentie van het Contact Orgaan voorde Gereformeerde Gezindtegehouden. De heer A. J. v. d. Windt (Dordrecht) zond ons de volgende 'COGG-meditatie'.
'Onlangs kwam het Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte weer bijeen in zijn jaarlijkse vergadering en zochten de deelnemers zich te verdiepen in het probleem van de eenheid der gereformeerde belijders. Begrijpelijk is dat ook Samen-op-weg daarbij is betrokken, maar dan bezien uit het oogpunt van een minderheidspositie, daar de deelnemers aan het COGG hoofdzakelijk zijn te zoeken bij de rechterflank van de Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Bond, de Chr. Gereformeerde Kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken met enkelen van de Gereformeerde Gemeenten.
De geest is goed te noemen, er is een bereidheid om naar elkaar te luisteren en toch is het een wonderlijke zaak dat wij nog zo weinig van elkanders ligging blijken te weten. Nu is het zo, dat niemand van zulk een dag resultaat op korte termijn verwacht en ook heeft dit orgaan geen enkele ambtelijke status, zodat er officieel naar geluisterd zou moeten worden. Meer dan een persoonlijke bemoediging voor de deelnemers, om in elks eigen positie in dit zoeken naar eenheid bezig te zijn, zit er dan ook niet in en toch is het waardevol genoeg gebleken om er mee door te gaan.
Nu werd er door de inleider, dr. L G. Zwanenburg, de gedachte aangedragen dat in de Doleantie fouten zijn gemaakt door Kuyper en de zijnen, die met name op het terrein van de kerkelijke organisatie zijn gelegen (de kwestie der kerkelijke goederen). Het is te begrijpen dat van de zijde der gereformeerden bij monde van ds. Lindeboom hier tegenin werd gegaan. Nu bleek in het gesprek in de groep, dat dr. Weijland tot een zeer bijzondere uitspraak kwam en wel deze, dat het kwaad nagenoeg altijd te zoeken is in de organisatie en dat het de zwakte van de gereformeerden is dat hun structuur veelal een middelpuntvliedënde kracht openbaart.
Waarlijk, het zijn dingen om over na te denken. Niet dat wij nu mogen zeggen dat het kwaad in de structuren zit, zoals dat in de politiek wordt beweerd door hen, die de heerschappijen willen verachten. Het kwaad zit in de mensen die de organisatie uitmaken: "o, gij vergadering, hoe lang zult gijlieden onrecht oordelen?" Maar de vraag is of er een alternatief is, want een organisatie waar bezwaren aan kleven is toch altoos verkieselijker dan een chaos. Vorig jaar beaamde dr. Weijland mijn vraag over de flexibiliteit van de kerkelijke organisatie in bevestigende zin en nochtans zijn er grenzen.
Zoals reeds gezegd, de grenzen kunnen niet altijd tot de leer beperkt blijven, want de organisatie betreft soms de toepassing van die leer. Voor De Cock zal het wel een gewetenszaak zijn geweest om kinderen te dopen, die hem van buiten Ulrum werden gebracht. Wie zal hier naar waarheid oordelen? Onze leer aangaande de kerk laat een droevig relaas zien van procedurezaken.
Een hooggeachte broeder was verhinderd, omdat hij op die dag op de part. synode van een bepaald genootschap moest verschijnen wegens een gravamen en wij weten uit ondervinding hoe moordend zulk een zaak kan uitpakken. Macht over andere mensen te kunnen uitoefenen schijnt nog altijd een begeerlijke zaak te wezen, maar hoe weinig zijn er in het algemeen die nog beseffen dat er slechts heerlijkheid gelegen is in dienende macht, tot opbouwing en niet tot nederwerping? Elke ambtsdrager mag hier wel zijn eigen hart onderzoeken.
Waar zijn wij maar al te vaak mee bezig? Met zaken waar niemand naar vraagt en die in bepaalde omstandigheden geen enkele actualiteit hebben. Dienaangaande waren er opmerkingen bij de zaak der theocratie, dat het niet aangaat om in idealiteit de realiteit voorbij te zien.
Zal iets kunnen worden opgelost door de Drie Formulieren van Enigheid te laten fungeren als een vlag, die de lading moet dekken, als die lading een concreet samenraapsel is van onbijbelse gedachten en praktijken ? Niemand die het gelooft. Wij zullen moeten strijden waar wij geroepen worden en God bekrachtige die broeders, die zulks in het bijzonder hebben te doen en dat wij voor hen bidden. Want het betreft ons allen.'
***
De 'Vereniging tot Verspreiding der Heilige Schrift' (Amsterdam) geeft eenvoudige, lezenswaardige 'arkboeken' uit, die de bedoeling hebben de Bijbel dichter bij de mensen te brengen. Daarin is ook een reeksje 'gedachten voor elke dag' van bekende personen uit het verleden. Uit zo'n geschrlftje met gedachten van de deense dominee Kaj Munk (1898-1944) de volgende puntige uitspraken.
- Maar één ding werd er te allen tijde van Gods volk geëist en dat moest Hij ook van het zijne verlangen: dat zij konden wachten.
- Men heeft het nogal eens over het gevaar, dat het evangelie niet zuiver blijft. Jawel. Maar de gevaarlijkste vorm van zuiverheid is de dood.
- Wanneer dan de golven en de storm u te machtig worden, geluk ermee als gij dan eindelijk kennis maakt met die grote, gezonde angst: Heer, red ons, wij vergaan. En als wij Hem dan niet langer aan boord hebben, laat dan het evangelie ons vertellen, dat Hij komt wandelen over de zee.
- Schuldgevoel is in strijd met alle logica. Maar juist daarom is het sprake des levens.
- Och, dat het evangelie ons allen die raadselachtige kracht mocht schenken, die de harten doet trillen van levensrijkdom, of de zee nu kalm of woelig is; die kracht, die doodgewone mensenkinderen kan doen glimlachen onder het leed en hen over het graf héén doet springen.
- Zij, die hun christendom diep in hun hart dragen, dragen het mee op de beste plek en zij dragen het in elk geval beter met zich om dan zij, die het alleen maar op de lippen dragen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's