Niet als weeskinderen
Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u. Joh. 14 vs. 18
Alleen gelaten
We hebben deze week Hemelvaartsdag gevierd. Met de discipelen van de Heere Jezus hebben we in gedachten gestaan op de berg. Met de hand aan de ogen hebben we Jezus nagestaard. Weg, Hij is voor altijd weg! De discipelen hadden in Hem een geestelijke Vader ontmoet. Drie jaar lang had Hij met hen het leven gedeeld. En zij waren Hem gevolgd van dag tot dag. Het was dan oook een harde slag toen zij Hem op de avond van de Goede Vrijdag in het graf moesten leggen. De Meester gestorven, alles is voorbij.
Maar er is nieuwe glans over hun leven gekomen toen op de Paasdag de blijde boodschap klonk: Hij is opgestaan. Zij kregen Hem uit de dood weer terug. Het werd een blijde tijd. Telkens mochten zij Hem ontmoeten en dan genoten zij van zijn aanwezigheid, van zijn woord en van zijn daad, hoewel, er was in die verschijningen ook iets van een voorbereiding op een nieuwe scheiding. En op de veertigste dag na zijn opstanding gaat Hij opnieuw van hen weg en zij voelen het aan, dit is de definitieve scheiding. Zie ze daar staan, de elf discipelen. Jezus had hen vaak aangesproken met: kinderkens maar nu zijn zij als kinderen zonder vader. Zij zijn weeskinderen geworden. Wellicht hebben zij er even tijd voor nodig gehad maar dan komt hen toch zijn belofte in de herinnering: Ik zal u geen wezen laten. Ik kom weder tot u.
Toch geen weeskinderen
Wij mogen de belofte van Christus ook zo weergeven: Ik zal u niet als wezen achterlaten. Hij komt naar zijn discipelen terug. Over de scheiding valt direct de belofte van de wederkomst.
Bij een weeskind ligt dat anders. Het heeft vader of moeder of beiden verloren. De dood heeft in alle wreedheid de tere band doorgesneden. Het kind komt alleen te staan. Voortaan moet het eigen wegen kiezen, zelf beslissen. Vader, die altijd goede raad wist te geven is er niet meer. En moeder die zo goed wist te zorgen, haar mond is gesloten en haar handen zijn werkeloos geworden. En het is onherroepelijk. Vader of moeder, zij komen niet meer terug. Zo ongeveer moeten de discipelen de hemelvaart van hun Meester ervaren hebben. Maar, hoor nu zijn belofte! Ik laat u niet achter als weeskinderen. Ik kom weder tot u.
Wij moeten ons realiseren wanneer Hij dit woord sprak. In de paaszaal vlak voor zijn lijden en sterven. En Hij weet het van Judas en van Petrus en van Thomas. Hij ziet hen allemaal al zo hard mogelijk weglopen. Niet één kan er een uur met Hem waken. En over zulke discipelen zit Jezus in. Uw hart worde niet ontroerd. In het huis van mijn Vader zijn vele woningen. Ik ga heen om u plaats te bereiden. En als je soms het gevoel krijgt, dat je als een weeskind achter blijft, hoor dan mijn woord: Ik kom weder tot U.
Ik kom terug
In Johannes 14 wordt gesproken over de andere Trooster. De Heere Jezus is de Ene, de Heilige Geest is de andere Trooster. Ook staat er, dat de Vader en de Zoon woning zullen maken bij degene, die God liefheeft. Hoe kan dat? Alleen door de Heilige Geest. Als Jezus tegen zijn discipelen zegt. Ik kom weder tot u dan heeft Hij het oog op die grote dag, waarop de Heilige Geest wordt uitgestort op alle vlees. Naar die dag mogen de discipelen uitzien. Dan zullen zij als met één slag weer staan in het volle heil. Dat wordt een rijke toekomst!
Maar als Jezus dan doelt op de Heilige Geest hoe kan Hij dan zeggen: Ik kom terug? Die vraag brengt ons bij het ontzagwekkende heilsplan van God. De Heere heeft orde in het heil en in de heilsbedeling aangebracht. Jezus van Nazareth, geboren in de stal van Bethlehem, heeft zich aan het volk geopenbaard. Hij heeft machtige woorden gesproken en machtige tekenen gedaan. Iedereen moest zich wel afvragen wie toch deze Man was. Ja, Hij laat het met zijn machtige hand, komen tot de belijdenis: deze is Gods Zoon! En daar ligt het doel. Hij wil geen wonderdoener zijn zondermeer. Evenmin een man, die schone verhalen vertelt, waar men ademloos naar luisteren kan. Hij wil Het wonder verrichten en Hij wil de blijde boodschap brengen. Hij wil bij ons mensen binnen komen. Hij wil toe-ge-eigend worden. En hier staat in het plan van God met gouden letters de naam van de Heilige Geest.
De Geest doet niet anders en niet liever dan Jezus Christus in ons tot leven en tot ontwikkeling brengen. En als het werk van de Geest dan ook aan zondaar (...?) wordt zeggen we: Christus (...?) gekregen in deze man of vrouw.
Ik kom weder tot u. Nu valt pas de volle lichtbundel over de woorden van Christus: Ik zal u geen wezen laten. Wat tijdens de omgang van drie jaren niet kon dat gaat nu gebeuren. Er is geen scheiding meer mogelijk. Door de Heilige Geest ben Ik altijd bij u. Het werk van de Geest wordt duidelijk op de Pinksterdag. Ik denk bijzonder aan de preek van Petrus. Het is een klare verkondiging van de Heere Jezus Christus. En de Geest draagt het woord tot in de ziel van de hoorders.
Drie duizend worden er in het net van deze visser-van-mensen gevangen. Zij allen belijden de naam van Jezus. Hij woont in hun hart. Hij geeft aan hun leven stuur.
Een kleine vraag maar: hebt u lezer, dat werk van de Trooster al leren kennen? Heeft Hij Jezus gebracht ook in uw bestaan? Of staat u nog alleen. Dat laatste is rampzalig. Maar het kennen van Jezus stelt u op grootse wijze in relatie met God en met uw medemens! Het geeft die toekomst aan uw leven, waarin het goddelijk wordt bevestigd: Ik laat u niet als wezen achter; Ik kom weder tot u.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 mei 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 mei 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's