De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Bij uitgeverij Meinemate Delft verscheen een boekje 'Wijsheid per post', adviezen uit het verleden. Daaruit het volgende stuk, getiteld 'Studietips'. Het zijn raadgevingen van Thomas van Aquino (1224-1274) aan een onbekende die hem vroeg: 'Hoe kom ik tot wetenschap?'

'Omdat je mij gevraagd hebt, hoe je het aan moest leggen om een schat van wetenschap te verwerven, geef ik je daarover deze raad: Ga langs stroompjes naar de zee en duik liefst niet ineens in zee, want je moet langs het gemakkelijke bij het moeilijke uitkomen.

Vandaar mijn vermaan en jouw les:

- wees alsjeblieft geen veelprater en ren niet naar de spreekkamer;

- houd van een zuiver geweten;

- blijf je aan het gebed wijden;

- wees graag in je cel, als je in "de wijnkelder" wilt ingewijd worden;

- wees beminnelijk voor iedereen;

- zoek niets uit over andermans gedrag;

- wees met niemand te familiair: van te grote gemeenzaamheid komt ruzie en het geeft aanleiding tot studieverzuim;

- bemoei je niet met handel en wandel van wereldlingen;

- vermijd vooral uitstapjes;

- probeer in het voetspoor te treden van heiligen en deugdzamen;

- let er niet op van wie je iets hoort, maar prent elk goed gezegde in je geheugen;

- zorg te begrijpen wat je leest en zoek tot zekerheid te komen bij twijfel;

- beijver je, zoveel mogelijk in de voorraadkamer van je geest te bergen, als iemand die een vat wil vullen;

- "zoek geen zaken boven je macht" (Sir. 3, 22);

- volg het spoor van Hem die tijdens zijn leven goede vruchten voortbracht in 's Heren wijngaard.

Als je dit alles nastreeft, zul je bereiken watje verlangt. Vaarwel.'

***

Martien E. Brinkman schreef een boekje 'Het leven als teken', over 'de verschrikkelijke en de verrukkelijke natuur' (Ten Have, Baarn). Allerlei gedeelten uit de Bijbel, maar ook citaten van alterlei personen passeren de revue.

De wijze waarop we de natuur beleven hangt ongetwijfeld ook samen met onze stemming. De natuur kan lachen en huilen. Hier volgt 'een Jiddisch verhaal', dat daarvan iets verwoordt.

'Zo liep ik eens op een dag rustig achter mijn volgeladen wagentje, mijn paard bewoog zich met loden stappen, terwijl hij onder het gaan hier en daar grassprietjes uit de grond trok en die rustig en gelaten tussen zijn kiezen fijn maalde. Het was juist een van die zomerse dagen, waarop een Jood niet treurig is en zich verheugen mag over Gods mooie wereld. Zo ging ik vrolijk verder, terwijl ik nu eens naar een boom keek, dan weer naar het gras, naar een bloem of naar helgroene koren. De bloemen geurden, de vogels speelden een mars voor mij en het was, of ik in de verte de viool, de trommel, de fluit en de cimbaal hoorde - alle muziekinstrumenten, die bij een Joodse bruiloft horen. Ik leefde mee met het feest en zond van ver mijn gelukwensen, dat zij zich mochten ver­meerderen in hun stadje daar, als hier het gras op het veld.

En terwijl ik zo Gods mooie wereld en Zijn wonderbaarlijke werken aanschouwde en er met volle teugen van genoot, zag ik in de verte een grote menigte mensen aankomen met stokken in de hand en zakken over de schouder, als echte bedelaars. Nu is het waar, dat het heel gewoon is om onderweg bedelaars tegen te komen. Sinds mensenheugenis is het bij ons Joden zo gesteld, dat er altijd bedelaars van stad tot stad trekken.

Maar zoveel tegelijk in grote drommen als een zwerm sprinkhanen - dat was toch wel iets heel bijzonders. Nog groter werd mijn verbazing, toen zij dichterbij kwamen en ik in hen mijn Bedelheimer Joden herkende. "Ach, is Bedelheim aan het zwerven?" riep ik verschrikt uit, toen ik de hele mensenmenigte voor mij zag: mannen, vrouwen en kinderen, in lompen gehuld, hongerig, dorstig en diep gebogen, het ongeluk als een bochel torsend. "Broeders, wat is er toch gebeurd?"

"Ach, onze stad is door brand verwoest. In een schoorsteen vatte ergens het roet vlam."

En dan slaat in dit verhaal ineens de lofzang op de goede schepping om in een bittere klacht:

Verdrietig en bekommerd zat ik te midden van mijn verslagen en ongelukkige Bedelheimers. Het was hartverscheurend om hun bittere ellende te zien. Gods wereld leek mij plotseling woest en donker. Ach, wat gaat mij de mooie natuur met haar heerlijkheid aan? Voor anderen mag zij goed en mooi zijn, maar voor ons Joden niet. De zon verkwikte mij als een vlam. Het zachte briesje was voor ons een echte wind om brand aan te wakkeren, de geur van veldbloemen en kruiden kwam als schroeilucht in onze neus. Alles scheen ons vuur en vlam, wind en rookzuilen toe. Het musiceren van de vogels was als gehuil, hun gezang een klaaglied.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 mei 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 mei 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's