De zekerheid van het geloof (2)
En toch, dit is geen vaste grond. Onze bevindingen zijn veel te zwak om daarop het huis van onze hoop te bouwen. De bevindingen wisselen bij de gelovigen als eb en vloed. Vandaag hebben wij rijke ervaringen van Gods liefelijke gemeenschap en morgen misschien is alles weg. Dan breiden wij onze ziel als een dorstig land voor de Heere uit. Het zij verre van ons iets kwaads over het bevindelijke te zeggen. Het is een genade, waarvoor wij onze God op de knieën mogen danken. Een gelovig hart zonder enige bevinding bestaat niet. Er moeten innerlijke bewegingen bij ons zijn. Droefheid naar God, stille uitgangen der ziel naar de hemel; een smaken van het manna, dat de Heere ons toereikt. Maar die innerlijke ervaringen zijn de vruchten des geloofs. Zij bloeien op uit de wortel des geloofs en hoe zouden zij dan de grond der zekerheid kunnen zijn? Zij gaan het geloof niet vooraf, maar volgen er op zodra de Heilige Geest het Woord op u toepast en de Christus vóór u — d.i. de voorwerpelijke Christus, ook een Christus in u — d.i. de onderwerpelijke Christus, is geworden.
't Gevoel of de bevinding is altijd met de mens bezig. 't Geloof is met Christus bezig, die het middelpunt van het Woord is. Daarom zoekt het de vastigheid nooit in de mens, ook niet in de wedergeboren mens, maar alleen in de Christus van het Woord. U kunt dat zien in de verzen die u aan het begin zijn voorgelezen. Paulus steunt geen moment op de bevindingen van eigen ziel, ofschoon hij tot in de derde hemel is opgetrokken geweest. Hij kon van meer geestelijke ervaringen spreken dan iemand anders. Hij zwijgt geheel over zichzelf en ontleent alle gronden van zijn zekerheid alleen aan Gods genade in Christus: God is het, die rechtvaardig maakt. Christus is het, die gestorven is, ja, wat meer is, die ook opgewekt is, die ook ter rechterhand Gods is, die ook voor ons bidt. De apostel zelf verdwijnt geheel en al...
Geloof en bevinding
Het was wel te wensen, dat deze gezonde leer der zekerheid algemeen ingang vond. Niet wat ik in mijn hart gevoel is de grond van mijn juichen. Maar wat Christus in zijn trouw voor verloren zondaren is. Niet, dat ik ervaar tot een nieuw leven opgestaan te zijn, maar dat Hij opgewekt is. Niet, dat ik zo innig kan bidden, maar dat Hij voor mij bidt. Zie, wanneer het geloof in die vaste Christus voorop gaat, dan volgt de bevinding op Gods tijd vanzelf. Dat komt terecht. Die wortelverbinding is dan zuiver. Het sap veroorzaakt nu vanzelf de vruchten. Begin maar eens met uzelf geheel en al los te laten en op de Christus van het Woord te bouwen. U bent een rulle zandhoop. Hij is een rots die nimmer begeeft. U hebt maar een kleine plaats nodig om op te staan: één vierkante voet. De Bijbel, Gods Woord — maar dan staat u ook vast. De Heilige Geest zal u de belofte van het Woord dan wel innerlijk toeëigenen, zodat de genade van het Woord ook een genade van de ziel wordt. En dan komt de volle zekerheid. U hebt het Woord Gods om op te staan, het getuigenis van de Geest in uw hart en boven uw hoofd in de hemel een voorspraak bij de Vader, die voor u bidt, dat uw geloof niet ophoudt. En zo komt u er toe om te roemen, dat niets u kan scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heere!
De weg
Wij komen nu voor de vraag te staan: langs welke weg kunnen wij tot die zekerheid komen? Zij is een gave, die niet buiten het bereik der gelovigen is. De Rooms-Katholieke Kerk heeft hierover wel andere gedachten. Wij kunnen helaas daarop niet nader ingaan. De protestantse opvatting is deze, dat wij allen naar zekerheid mogen staan. Maar — dan alleen in Gods weg, dat is het eenvoudige geloof in het Woord der belofte. Menigeen denkt, dat de verzekerdheid een later toevoegsel bij het geloof is. De Schrift leert echter, dat het geloof, dat elk oprecht geloof, dat ook het zwakste geloof de zekerheid altoos met zich meebrengt, ook al is men er zich niet terstond van bewust.
Het geloof is geen half weten, maar een zeker weten en een vast vertrouwen. Het heeft geen nadere bevestiging nodig, want het is naar Gods Woord een bewijs der zaken, die men niet ziet en een bewijs van het bewijs geeft God niet. Dat is dus de weg dat u in het eenvoudige geloof de belofte aangrijpt, zoals ze in de Schrift gegeven is en de Heere eerbiedig aan zijn Woord houdt.
U hebt het zwart op wit, dat wie als een boetvaardig zondaar op Christus pleit niet zal uitgeworpen worden. Maak u er intussen niet af met een uitvlucht. Ge kunt nu wel zeggen, dat u juist moet weten of die belofte met alle andere wel voor u is bestemd, omdat u met een gestolen geloof toch niet zalig kunt worden. U wordt immers in de belofte niet persoonlijk genoemd. Uw naam staat er niet bij. Daar is het u juist om te doen. Weet dan dat er geen enkele naam bij de belofte van God staat: zij is geheel algemeen. De Heere heeft plaats voor de naam opengelaten. Een ieder, die gelooft, wie het ook is — hij mag zijn eigen naam invullen en op Gods beloften persoonlijk vertrouwen.
Middelen
Het geloof sluit altoos de zekerheid in. Alleen maar, die zekerheid blijft vaak jaren voor uw eigen bewustzijn verborgen. U kunt haar opwekken door in de weg der middelen te blijven, die de Heere besteld heeft om het geloof te versterken en daardoor de zekerheid door te doen breken in uw bekommerde leven. Iedereen kent die midelen. Allereerst de dienst des Woords. De samenkomsten der gemeente. Nooit zult u tot blijde verzekering in het geloof komen, wanneer u niet trouw onder het woord opgaat. Thomas bleef na de opstanding achter. Hij meed de discipelkring en daarmee vermeed hij tevens de genade. Christus kwam hem niet in zijn eigen gezochte eenzaamheid na. Hij heeft zich ook aan Thomas geopenbaard, maar... pas een week later, toen hij weer bij de andere discipelen was.
Verwaarloos ook het eenzaam bidden niet. De openbare gebeden in de kerk zijn goed. Maar er is ook nog het gebed in de binnenkamer. Daar is veel zegen te verwachten. Want u leert uw God nooit dieper in het ontfermende hart zien dan wanneer u ootmoedig voor Hem ligt geknield. Wij noemen voorts de sacramenten. Het moet toch gezegd: de vrucht van dit verzuim is een ontregeld geloofsleven. Werkeloos en lijdelijk. Er gaat geen spankracht op het volksleven van uit. Het geloof blijft slap en zwak zonder deze weg.
Wij noemen u óók een gezond kerkelijk leven: De gemeenschap der heiligen van allen, die de Heere Jezus zoeken en liefhebben. Wie voortdurend op zichzelf blijft leven, verdort. Het valt in het oog hoe veel dit broederlijke liefdebetoon vermag, tot volmaking der heihgen. De vertroosting en onderwijzing van een goed gesprek doet vaak wonderen. En waarom zouden wij ook niet denken aan opbouwende lectuur van goede geschriften? De onkunde in de gemeente is schrikbarend. De kennisname van met name klassieke lectuur verdiept het geloofsleven niet weinig. Het is voor een groot deel aan de verwaarlozing van deze wenk te wijten, dat velen zo dor daarheen leven. Kennis is ook wasdom.
Overlaten aan God
Wie zekerheid van geloof verlangt moet de genademiddelen gebruiken. Het overige moet hij overlaten aan zijn God. De Heere acht het misschien niet goed hem tot een verzekerd discipel te maken. Het kan hem wellicht tot geestelijke hoogmoed brengen. Laat het dan goed zijn. Ook een bekommerd geloof is per slot van rekening een zaligmakend geloof. Maar het kan óók zijn, dat de Heere zijn zekerheid doet groeien, langzaamaan, zoals de ringen in het eikenhout groeien. Dat is een grote genade, die u in de volle ruimte en vrijheid van Gods kinderen brengt.
Wij kunnen de geloofszekerheid niet afdwingen. Wij kunnen alleen in de aangewezen weg blijven. Het is dan goed te weten dat er zich vele belemmeringen voordoen. Uit ons eigen hart: wij kunnen door het aanhouden van onze boezemzonde de genade verhinderen. Bovendien komt het gevaar ook wel eens uit het rijk der duisternis op: wie met God worstelt om tot zekerheid van geloof te komen, moet er rekening mee houden in aanvechtingen te komen. De duivel doet alles om Gods werk te verstoren. Eindelijk levert het leven ook veel belemmeringen op. De moeiten van de levensweg dragen er licht toe bij, dat wij ons vastzetten in geestelijk zuchten en klagen. Wij menen ervoor een dubbele reden te hebben: ons bekommerd hart en de zware levensnoden. Maar het is toch verkeerd. Paulus had vele tegenspoeden: honger, naaktheid, gevaar of zwaard. Haast teveel voor een mensenleven.
Maar in dit alles was hij meer dan overwinnaar. De verdrukkingen moesten hem onzeker maken en onvast, maar zij maken hem juist tot een overwinnaar. De kracht er toe is niet in zichzelf, maar door hem, die hem heeft liefgehad!
Ziedaar dan, behoefte, grond en weg tot zekerheid van het geloof — wij moeten de aandrang weerstaan om nog te spreken over de zegen van die zekerheid. Maar is het wel nodig? U weet het zelf wel. Wie verzekerd is, heeft een storeloze vrede met God in Christus. Ook een rijke kracht, u gaat dan het leven niet door als een bevend riet. Maar met een rustige stap, vandaag, morgen en overmorgen. Wij weten het in stille zekerheid. In Christus zijn wij voor eeuwig veilig!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 mei 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 7 mei 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's