Boekbespreking
Ds. W. Glashouwer sr. en Huib Verweij, 'De komst van Jezus Christus', uitg. Van der Stoep, Heinenoord, 573 blz., ƒ 49, 95,
Enkele jaren geleden hield wijlen ds. W. Glashouwer voor de E.O. zijn bekende radiolezingen over de Openbaring. In februari 1983 overleed hij. In dit boek zijn de radiolezingen samengebracht door Huib Verweij, d.w.z.: veel uitvoeriger dan ze gehouden zijn. Het is een breed opgezette verklaring geworden (meer dan 500 blz.), gebaseerd op vele aantekeningen van ds. Glashouwer en aangevuld door Verweij zelf.
Over de Openbaring is veel geschreven. Dit boek geeft nu eens niet uitsluitend de overheersende kerkelijke visie weer, evenmin de opvattingen van de vrije groepen, aldus Verweij, maar de verschillende visies naar elkaar. Dat wil niet zeggen, dat Verweij geen keus doet of geen conclusies trekt. Dat blijkt al gauw uit de inzet: de 'dag des Heeren' (1 : 10) duidt het tijdperk van de wederkomst aan en niet de zondag, aldus Verweij. Hij zegt: dit gegeven is een ernstige waarschuwing om de Openbaring niet weg te verklaren 'uit de toekomst' en het in de kerkgeschiedenis te doen opgaan; gelukkig groeit het inzicht, dat dergelijke uitlegkundige toeren tot schimmig en oeverloos verzinnebeelden leiden'.
Het gehele boek Openbaring wordt dus op de eindtijd betrokken en dat heeft consequenties voor de uitleg. Zo is het ook met 1:19: 'hetgeen gij gezien hebt' is het visioen van hoofdstuk 1, 'hetgeen is' zijn de zeven brieven aan de Klein-Aziatische gemeente (hoofdstuk 2 en 3) en 'hetgeen geschieden zal na dezen' zijn de hoofdstukken 4 t/m 22. Verweij wijst de opvatting af, dat de zeven gemeenten zeven perioden uit de kerkgeschiedenis zouden aanduiden: 'Misschien is het gerechtvaardigd, maar het gevaar van inleggen ligt hier voor de hand' (blz. 49). Als ik het goed begrepen heb meent Verweij, dat Openbaring 4 geen betrekking heeft op de opname der gemeente voor de grote verdrukking, hoewel het betoog dat hij hierover houdt (hoofdstuk 16) niet erg duidelijk is en hij later toch van de opname spreekt. De vier dieren in Openbaring 4 symboliseren verschillende uitdrukkingswijzen van Christus, zegt Verweij en zijn uitdrukking van de alziendheid van God (blz. 116), een verklaring, die niet erg overtuigend is. Of zijn ze verheerlijkte mensen of engelen? (blz. 119). Verweij is hier niet duidelijk.
Dit is het vermoedende van dit boek. Verweij geeft vele alternatieve visies, maar op een gegeven moment kan men niet meer de draad te pakken krijgen van wat bedoeld wordt en wat niet bedoeld. Tweede bezwaar dat ik heb is, dat Verweij wel vele visies noemt, maar dat we niet horen van wie deze visies zijn. Vele gedachten worden weergegeven zonder bronvermelding, waarbij men soms ook niet weet of men met de gedachten van Verweij te doen heeft of met die van anderen.
Verweij zegt n.a.v. Openbaring 12: 'Het is geoorloofd en zelfs aanbevelenswaardig deze heilsperspectieven over Israël geestelijk en figuurlijk, in overdrachtelijke zin in de verkondiging, toe te passen op de nieuwtestamentische gemeente, als men daarbij de letterlijkheid aangaande het heilsgebeuren met Israël maar niet vergeet' (blz. 267). Ik deel dat. Over 12 : 5 (het Kind werd weggerukt tot God en Zijn troon), zegt Verweij: om hierbij aan de hemelvaart te denken is een theologische constructie. Het wegrukken van het Kind is het openbaar worden van Christus als Koning en tevens het beeld van de opname van de gemeente. Bij het getal 666 denkt Verweij aan een type van keizer Nero, die de gelovigen zal verdrukken. Verweij werpt de vraag op wie degenen zijn, die geroepen zijn tot de bruiloft van het Lam (19 : 9). Zij kunnen, zegt hij, niet de bruid zelf zijn, want genodigden zijn andere mensen dan de bruid. Moeten we denken aan Israël, terwijl de bruid de Gemeente is? Of is het andersom: Israël is de bruid en de Gemeente zijn de geroepenen? Verweij komt met een synthese: Christus is mét Zijn Gemeente de Bruidegom (Christus is het Hoofd, Zijn Gemeente is het lichaam) en Israël is de bruid. Vraag blijft dan toch nog wie dan de geroepenen zijn. Is deze synthese niet erg geconstrueerd?
Natuurlijk zijn we nieuwsgierig naar Openb. 20. Verweij zegt: er zal een duizendjarig vrederijk komen, waarbij we niet precies aan 1000 jaar hoeven te denken: het zal een lange tijd van vrede op aarde zijn, waarbij niet met zekerheid is te zeggen of Christus op aarde zal zijn dan wel in de hemel. Hoewel hij een paar bladzijden verder zegt: Christus is op aarde, de opstanding der doden (alleen de gelovigen!) heeft plaats voor het duizendjarig rijk en na het duizendjarig rijk staan de ongelovigen op. Deze ongelovigen zijn volgens Verweij niet allen verloren; zij worden geoordeeld naar hun werken; het is zeer wel mogelijk, dat er onder hen zijn, die ook in het boek des Levens voorkomen. En: lang niet alle profetieën van het Oude Testament moeten betrokken worden op het duizendjarig rijk, vele hebben betrekking op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Er zou nog veel meer te zeggen zijn van dit overigens niet gemakkelijk te lezen boek. In veel van wat Verweij zegt ga ik niet mee. Dat wil niet zeggen dat ik geen waardering heb voor de enorme arbeid, die achter dit boek ligt. Jammer dat de verschillende visies dikwijls zo door elkaar heenlopen, dat niet duidelijk is wat bedoeld wordt. Het boek heeft m.i. door Verweij een stempel gekregen waardoor het werk van wijlen ds. W. Glashouwer wat is ondergesneeuwd. Zij het, dat zijn naam op de omslag als eerste wordt genoemd. Met veel waardering denken we terug aan de persoon en het werk van ds. Glashouwer, die met alle inzet opkwam voor de bijbelse boodschap ook voor onze tijd.
H. Veldhuizen
'De weg naar slavernij' door prof. dr. F. A. Hayek, Omega boek, Amsterdam 1985, prijs ƒ 49, 50.
Dit is geen nieuw boek. Het is voor het eerst in het engels verschenen in 1944, een nederlandse vertaling volgde in 1949. De uitgave die nu voor ons ligt is gebaseerd op de 1949 vertaling, maar volledig herzien en gecorrigeerd en tevens voorzien van een voorwoord van de schrijver uit 1976 en een voorwoord van prof. dr. F. Hartog. Dit boek heeft Nobelprijswinnaar Hayek opgedragen aan alle socialisten van alle partijen. Het is een vurig pleidooi tegen overheidsingrijpen in het economisch gebeuren. De titel duidt hier ook op: de weg van een centraal geleide economie leidt tot slavernij.
Ik kan mij nog uit mijn studententijd herinneren dat dit boek van Hayek voor het eerst in Nederland verscheen. Het trok toen duidelijk de aandacht, maar de opvattingen van de schrijver werden over het algemeen nogal extreem gevonden. De econoom die in die tijd veel navolging vond was de Engelsman J.M. Keynes. Hij had in de oorlogsjaren een theorie ontwikkeld die een weg aangaf om werkeloosheid en economische crises uit te bannen. Daarbij was nodig dat de overheid een leidende rol in het economisch gebeuren ging spelen en er minder werd overgelaten aan het zg. vrije economische verkeer.
Door de overheden van de meeste westerse landen werd Keynes nagevolgd, ook in Nederland en niet zonder succes. De jaren na de tweede wereldoorlog tot aan de zeventiger jaren zijn gekenmerkt door hoge economische groei, lage werkeloosheid en het ontbreken van economische recessies. In brede kring werd in die tijd aangenomen dat we het economisch gebeuren onder controle hadden. In de zeventiger jaren hebben we geleerd dat zulks geenszins het geval was. Werkeloosheid van ongekende omvang en een diepe recessie demonstreren hoe wij met de keynesiaanse politiek zijn vastgelopen. Daarom is het boek van Hayek weer actueel geworden, dat waarschuwt voor de consequenties van het reguleren van de economie. Dit is ook de reden waarom het zinvol is om een boek na veertig jaar weer opnieuw uit te geven.
Prof. Hartog schrijft in zijn voorwoord dat Hayek uiteindelijk gelijk gekregen heeft. Dit gaat mij te ver. Ik denk niet dat we zo Hayek tegen Keynes kunnen uitspelen. Wie weet hadden we nu om Keynes gero.epen als wij indertijd de route van Hayek gevolgd hadden.
Het boek draagt natuurlijk de sporen van de tijd waarin het geschreven is, het is niet opnieuw geschreven. Dat zou op zichzelf nog interessanter zijn geweest. Nu kom je opmerkingen tegen die nu niet meer relevant zijn. Het is eigenlijk een klassiek werk dat als zodanig weer op de markt komt. De boodschap van Hayek is aktueel, vooral nu in de praktijk hoe moeilijk het is om te dereguleren. Wij bevelen het boek aan voor politiek-economisch geïnteresseerde lezers.
G. Verweij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's