De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een late Pinksteren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een late Pinksteren

8 minuten leestijd

Hand. 19 : 1-7

Paulus is op zijn zendingsreis aangekomen in Efeze. Hij ontmoet er een groepje discipelen, die nog gedoopt zijn met de doop van Johannes. Wellicht hangt dit samen met wat wij lezen in Hand. 18. Kort ervoor heeft ook Apollos in Efeze gepredikt. Hij predikte nog deze doop van Johannes. Het ligt dus voor de hand, dat de genoemde discipelen met Apollos in aanraking waren gekomen en wellicht onder zijn prediking tot het geloof waren gekomen.

Als Paulus deze mensen ontmoet, merkt hij aan hen, dat er aan hun geloof iets ontbreekt. Hij heeft ook een vermoeden, waar de oorzaak moet worden gezocht. Daarom stelt hij hun de vraag: Hebt gij de Heilige Geest ontvangen, toen gij geloofd hebt? Het blijkt, dat Paulus met deze vraag precies in de roos geschoten heeft. Hun antwoord luidt namelijk: Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een Heilige Geest is. Dat antwoord laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Inderdaad misten zij nog de Heilige Geest.

Paulus gaat nu echter doorvragen. Hij wil van hen weten, waar in zij gedoopt zijn. Zij antwoorden: met de doop van Johannes. Opmerkelijk is dan, dat Paulus dit gemis van de Heilige Geest daarmee in verband brengt. Het zit ergens met hun doop niet goed. Vandaar... dat zij de Heilige Geest nog niet hebben ontvangen. Paulus legt het verband tussen beide nu nader uit. Hij laat hun zien, dat Johannes alleen de doop der bekering heeft gepredikt. Hij riep de mensen op tot bekering. En wanneer deze had plaatsgevonden, ontvingen zij de doop als teken en zegel daarvan. Welnu, de discipelen in Efeze hebben deze doop van Johannes ook ontvangen als teken en zegel van hun bekering. In hun geloof en in hun doop stond de bekering dus centraal.

Maar Paulus wijst hen er nu op, dat in dit alles nog een groot gemis ligt. Want Johannes heeft wel terecht zo gedoopt en gepredikt, maar hij deed dit, gericht op de komende Messias en zijn Rijk. Johannes was maar de heraut. En ook zijn doop had slechts een voorbereidende betekenis met het oog op de komende Christus. Niemand minder dan Johannes zelf heeft dit grondig verstaan, getuige zijn heenwijzing naar Jezus, die o.a. ook direct met zijn doop te maken had. 'Ik doop u wel met water, maar Hij die na mij komt, die zal u met de Heilige Geest en met vuur dopen.' Johannes heeft zo naar de Christus heengewezen, maar ook naar de komst van de Geest. Want deze Christus zal met de Geest dopen, Hij zal de Geest uitstorten op zijn gemeente. En dan zal het volle heil aanbreken.

Zo onderwijst Paulus deze discipelen, hen ontdekkende aan hun gemis en tegelijk hen nodigend heenwijzend naar het volle heil in Christus door de Geest. Gelukkig nemen zij zijn onderwijs ter harte. En het gevolg is, dat zij zich nu door Paulus laten dopen in de naam van de Heere Jezus. Als Paulus vervolgens hun de handen oplegt, komt de Geest ook op hen. Dat is duidelijk te merken. Want nu gaan zij spreken in tongen en zij profeteren. Zo wordt het dus ook voor deze discipelen in Efeze alsnog Pinksteren. Inderdaad: een late Pinksteren. Maar we mogen er aan toevoegen: beter laat dan nooit.

De vraag is nu, wat deze geschiedenis ons te zeggen heeft. Het eerste waarop wij wijzen, is, dat wij in deze discipelen met ware gelovigen te doen hebben. Maar hoe is het dan mogelijk, dat zij toch nog niet de Heilige Geest ontvangen hadden? Dat kan alleen zo worden verklaard, dat Paulus met de Heilige Geest hier bedoelt de volle openbaring en krachtige doorwerking van de Geest, zoals deze op het Pinksterfeest aan de gemeente is geschonken.

Natuurlijk wist ook Paulus wel, dat tot geloof en tot bekering komen het werk van de Heilige Geest is. Van dood levend maken, dat kan alleen de Geest van God, die de Geest der wedergeboorte is, die Heere is en levend maakt. Maar daar gaat het hier niet om. Hier gaat het om de Geest, die in de volle waarheid leidt, die het volle heil in Christus schenkt, die doet delen in de overvloed van Gods ontferming en dat wegschenkt aan hen, die reeds geloven. Dat kunnen we door het hele boek van de Handelingen heen lezen. Vooral denken wij aan Hand. 2. Het waren toch al door Jezus geroepen discipelen, die daar in de opperzaal te Jeruzalem bijeen waren. Zij geloofden reeds in Jezus. Zij waren Hem reeds gevolgd. En toch gebeurt met Pinksteren iets nieuws. Dan worden zij vervuld met de Geest, vol van de genade, vol van Christus zelf en van de kennis der Schriften en vol van de vrijmoedigheid en blijdschap van het geloof. Nu worden zij ook tot bekwame getuigen van de Heere onder de mensen. Dat is nu datgene, waarvan Johannes gezegd had: De Christus zal met de Heilige Geest en met vuur dopen. En dat was ook hetgeen deze discipelen in Efeze nog misten.

Nu nogmaals de vraag: wat heeft dit ons te zeggen? Wat zouden wij kunnen en mogen antwoorden, als de vraag ons werd gesteld, of wij de Heilige Geest ontvangen hebben, nadat wij geloofd hebben (vlg. Ef. 1 : 13). Zou het niet zo zijn, dat velen onder ons dan een zelfde antwoord zouden moeten geven als deze discipelen te Efeze? Kennelijk zijn er ook nog velen onder ons, die in dit opzicht moeten erkennen, dat zij niet eens weten, dat er zo'n Heilige Geest is. Zij weten wel van de Geest der wedergeboorte. En dat is geen kleine zaak. Maar de Geest van Pinksteren, die natuurlijk dezelfde Geest is, maar dan in zijn rijkere en volle kracht en doorbrekende werking, daar weten zij niet van. Als zij daarvan horen, reageren zij onwennig. Wat is dat eigenlijk? Dat komt bij ons niet voor. Daarvan hebben wij nog nooit gehoord.

Eigenlijk is dit een ontdekkend gebeuren. Want wordt hier niet een stuk geestelijke armoede blootgelegd, waaraan de gemeente, vaak onbewust, lijdt? Daarom moeten wij niet proberen om dit naast ons neer te leggen, of om uitwegen te zoeken, die het klemmende van dit gegeven ontkracht.

Vruchtbaarder zou het zijn, wanneer wij, evenals deze discipelen te Efeze, met onze armoede eerlijk voor de dag komen, en zo ontvankelijk worden voor het onderwijs uit de Schriften.

Eigenlijk valt daar al de beslissing. Want alleen het bewust gaan missen van de Pinkstergeest maakt ons verlegen om de Geest. En door onze verlegenheid krijgt God zijn gelegenheid, om ons gemis rijkelijk te vervullen. Aan de eerste Pinksterdag ging toch ook een vurig en eenparig smeken om de komst van de Geest vooraf? Daartoe mogen wij elkaar ook nu oproepen. Opdat de gemeente des Heeren alsnog waarachtig Pinkstergemeente zou mogen worden.

Want dat zien wij ook in Efeze gebeuren. Daar is het inderdaad tot die rijkere en vollere doorwerking van de Geest gekomen. Opmerkelijk is het, dat dit plaatsvond via het gedoopt worden van deze discipelen in de naam van de Heere Jezus. Zij ontvingen een rijkere doop en langs deze weg kwam ook de Geest op en in hen met zijn rijkere werkingen en gaven. Nu kan het in ons geval nooit aan onze doop liggen. Want wij allen zijn gedoopt met de rijkste doop, die maar denkbaar is. Wij zijn immers gedoopt én in de naam van de Vader én van de Zoon én van de Heilige Geest. Wij hebben de volle christelijke doop ontvangen. Daar mogen wij allen dus ook op pleiten in ons gebed. Smekend erop pleiten, opdat wij de volle inhoud van onze doop, de volle zegen van onze doop, daadwerkelijk in het geloof mogen ontvangen en ervaren. Ook daarvan, dat wij in de naam van de Heilige Geest gedoopt zijn. Want deze Geest is het die ons toeëigent, alles wat wij in Christus hebben (Doopformulier). Dan vindt er ook nog de handoplegging plaats, hetgeen ook mede de weg baant, waarlangs de Geest in deze discipelen binnenkomt. Tenslotte blijkt de kracht van de Geest ook daarin, dat Hij deze discipelen vervult met zijn gaven. Zij gaan spreken in tongen en zij profeteren. Ook dit laatste komen wij in het boek van de Handelingen telkens tegen. En wie zou de vrijmoedigheid hebben om te menen, dat de Geest deze gaven nu niet meer wil uitdelen aan de gemeente van Christus? Immers, waar de Geest het hart vervult, vervult Hij ook de mond: met een God verheerlijkende taal, met een krachtig profetisch woord, met een blijde boodschap voor een verloren wereld. O Schepper Geest, daal neer, en doorwaai, vervul, vernieuw uw kerk, uw gemeente, ons aller hart. Doe ook ons delen in een late Pinksterzegen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een late Pinksteren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's