De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Om het getuigenis dat Jezus is de Christus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Om het getuigenis dat Jezus is de Christus

Kerk en Israël

9 minuten leestijd

Sinds 1951 heeft de Nederlandse Hervormde Kerk in haar kerkorde uitdrukkelijk de roeping van de kerk ten opzichte van Israël geformuleerd. In artikel VIII, over het apostolaat, wordt gezergd dat de Kerk, in haar verwachting van het Koninkrijk Gods, haar apostolische opdracht vervult, o.a. door het gesprek met Israël. Sindsdien is het 'gesprek' met Israël intensief gevoerd, met name ook doordat de Hervormde Kerk een vertegenwoordiger, een theologisch adviseur heeft in Jeruzalem. Nadat dr. J. Schoneveld daar vele jaren gewerkt heeft, verricht vandaag dr. G. H. Cohen Stuart de arbeid in Jeruzalem vanwege de Hervormde Kerk. Ook de Christelijke Gereformeerde Kerken hebben een vertegenwoordiger in de persoon van ds. van der Vegte. De Gereformeerde Kerken zijn present in Nes Ammim, in de persoon van ds. A. Boersma. De Hervormde Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël heeft evenwel moeilijke jaren achter de rug. De raad was innerlijk zeer verdeeld. Verder heeft het de nodige tijd gevergd om te komen tot een opvolger van dr. S. Gerssen als secretaris van de raad. Toen het uiteindelijk zo ver was dat er een voordracht op de synodetafel lag, pleegde de synode een 'coupe' door bij verrassing af te wijken van de voordracht en dr. H. Vreekamp te kiezen. Deze verricht nu bijna twee jaar zijn werk. En vorige week kon de synode zich buigen over een uitgebreid verslag van de werkzaamheden van de raad, in chronologische volgorde, over de periode 198? -1985.

De waardering voor het verslag was algemeen. De nieuwe secretaris blijkt enerzijds duidelijk aandacht te geven aan het element van studie maar anderzijds legt hij de relatie met de gemeenten en ook met de classes.

De Raad functioneert weer.

Kerkorde

In een bijlage aan het slot van het rapport komt een voorstel tot wijziging van het genoemde kerkordeartikel over het apostolaat voor. Het ging er nog niet om nu een wijziging door te voeren, want daarvoor zou een verdubbelde synode nodig zijn. Maar voor de verdere doordenking werd het volgende geformuleerd:

1. 'Als Christus-belijdende geloofsgemeenschap, gesteld in de wereld om Gods beloften en geboden voor alle mensen en machten te betuigen, vervult de kerk, delend in de aan Israël geschonken verwachting van het Koninkrijk Gods, haar apostolische opdracht in het bizonder in haar gesprek met en door haar dienst aan Israël.

2. De kerk zoekt het gesprek met Israël, opdat het voor Israël en de Kerk beide tot grotere klaarheid moge komen inzake het getuigenis der Heilige Schrift, dat Jezus is de Christus.'

Drs. R. H. Kieskamp (Leerdam) wilde in plaats van 'delend in' liever lezen 'puttend uit', namelijk de kerk put uit de verwachting van Israël haar apostolische opdracht aan Israël. Hij vreesde een soort tweewegenleer, namelijk één weg voor Israël en één voor de kerk. Hij wilde nog duidelijker geformuleerd zien dat Jezus de Christus is. Verder vroeg hij wat het rapport bedoelt met een 'heroriëntering' van de theologie, die nodig is met het oog op Israël.

In zijn beantwoording stelde dr. K. Blei, Haarlem, voorzitter van de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël, dat de Kerk het getuigenis aangaande Jezus niet mag opgeven. Anderzijds — zo stelde hij — is de Kerk zonder Israël niet volgroeid. Israël stelt dat met de komst van de Messias de verlossing van de wereld aanbreekt. We kunnen echter niet beweren dat de wereld al verlost is. We leren van Israël dat verzoening nog geen verlossing betekent.

Het gesprek

Wat betekent nu verder het gesprek met Israël? Prof. dr. A. A. van Ruler heeft bij de invoering van de kerkorde gezegd dat, als het om de waarheid gaat, die reeds in de gesprekspartner aanwezig zou zijn, voor Israël geldt datde waarheid, dat Jezus de Christus is, er 'alleen maar uit te voorschijn gehaald moest worden'. Toen ds. M. Baan, Putten, vroeg of deze definitie in het rapport volgehouden werd lichtte dr. H. Vreekamp nog eens toe dat prof. Van Ruler meende dat de waarheid, dat Jezus de Christus is, uit het Oude Testament naar voren gehaald kon worden. Van Ruler had dan ook in de kerkorde willen zetten dat de kerk vanuit het Oude Testament betuigt dat Jezus is de Christus. Dr. Vreekamp benadrukte in deze ook dat dr. H. F. Kohlbrugge sprak over het Evangelie in het Oude Testament. Hij voegde daar nog aan toe dat alle drie de secretarissen, die de Raad tot heden gehad heeft (ds. J. H. Grolle, dr. S. Gerssen en hijzelf), bij Kohlbrugge hun inspiratie gevonden hadden voor hun bezig zijn (vanuit ook het Oude Testament) met Israël.

Overigens kwam hier ook nog naar voren waarom de raad dan bewilligd had in het feit dat het Overleg Orgaan voor Joden en Christenen (het OJEC) niet wilde dat ds. G. H. Cassuto, zijnde een Christus-belijdende jood, in het OJEC zou participeren. Dr. H. Jansen, lid van de Raad, tevens schrijver van de omstreden boeken 'Theologie na Auschwitz', antwoordde dat we het als christenen ook niet zouden waarderen wanneer de Joden iemand in het OJEC zouden laten participeren, die van christen jood geworden was.

Wat overigens de opvattingen van dr. Jansen betreft over antisemitisme, dat reeds in het Nieuwe Testament (in uitspraken van de apostelen) te vinden zou zijn: de vragen, die daarover gesteld werden door enkele synodeleden, werden duidelijk omzeild. De raad was niet eensluidend als het over de opvattingen van Jansen ging. Helaas, zeg ik dan.

De staat Israël

Een scherp verschil in visie kwam (opnieuw) aan het licht met betrekking tot de staat Israël. Dr. Cohen Stuart stelt in een bijlage van het rapport dat het volk Israël, de thora en het land Israël bijeen horen. En de staat Israël mag gezien worden als een teken Gods. Zo was het ook in het geschrift 'Land, volk en staat' van de hervormde synode enkele jaren geleden geformuleerd.

Prof. dr. F. O. van Gennep ging op deze visie scherp in. Hij vond het onbegrijpelijk dat de staat als een 'theologoumenon', een theologisch begrip werd opgevoerd. De staat lsraël is gewoon uit de (profane) geschiedenis te verklaren, is een gevolg van de progroms, van Auschwitz etc. In Nederland zijn we net van de idee van de staats­kerk of de kerkstaat (en hopelijk ook binnenkort van de volkskerk) af en we gaan nu de staat Israël sacraliseren. Daarmee belasten we Israël. Het zou aanleiding kunnen zijn tot nieuw antisemitisme. De vraag mag gesteld worden of de bankierschandalen, het bondgenootschap met Zuid-Afrika, de beschietingen van de Palestijnen dan óók alle onder het teken Gods vallen. Het bestaan van Israël — aldus Van Gennep — mag niet ter discussie worden gesteld maar het moet historisch en niet theologisch worden gefundeerd.

Dr. Cohen Stuart stelde in zijn beantwoording dat de uittocht uit Egypte een daad Gods, een teken Gods was maar dat daarna God niet verantwoordelijk mocht worden gesteld voor wat Israël deed. Kruis en Opstanding van Christus zijn daden Gods, maar God is niet verantwoordelijk voor wat de kerk daarna deed. Zo is ook de vestiging van de staat Israël een teken Gods in de geschiedenis, zonder dat God verantwoordelijk mag worden gesteld voor de concrete daden van Israël daarna. Cohen Stuart wilde overigens in zijn stellingen over de staat niet spreken van bijbels bepaalde grenzen voor Israël.

Dr. Cohen Stuart

Ter afronding van dit synodeverslag nog enkele opmerkingen over de 'kwestie Cohen Stuart', die is gerezen. De Raad wil het contract met Cohen Stuart, nadat zijn termijn van zes jaar verstreken is (in 1987), niet verlengen omdat er 'verschil van inzicht' is tussen de raad en dr. Cohen Stuart. De Raad gaf omtrent de motieven geen opening van zaken en de synode besprak de zaak in besloten zitting, waarna een verklaring werd uitgegeven dat de uitspraak van de Commissie voor Bezwaren en Geschillen moest worden afgewacht, waar dr. Cohen Stuart één en ander aanhangig heeft gemaakt.

Het past ons niet om hier te treden in een arbeidsconflict, waaraan persoonlijke kanten, ook kanten met betrekking tot communicatie liggen. De zaak ligt bij de Commissie voor Bezwaren en Geschillen; daar hóórt deze. Maar aangezien de zaak zelf in de publiciteit gekomen is toch enkele opmerkingen.

1. Los van concrete wrijfpunten tussen dr. Cohen Stuart en de Raad moet worden gezegd dat het een groot verlies voor de Hervormde Kerk zou betekenen als een bekwaam theoloog als Cohen Stuart Jeruzalem zou moeten verlaten. Hij heeft enerzijds een open relatie opgebouwd met het levende Jodendom, zonder zich voor de identiteit van de kerk te schamen. In een stelling bij zijn proefschrift benadrukte hij de onopgeefbaarheid van het unieke van Christus in het gesprek met Israël, wil de kerk niet haar roeping verzaken. Van joodse zijde is mij één en ander maal verklaard hoezeer men deze grondhouding van Cohen Stuart waardeert. En verder had dr. Cohen Stuart ook een open relatie met de gereformeerde stroming in en buiten de Hervormde Kerk, blijkens zijn contacten mét en medewerking aan de activiteiten van het Bezinnings Comité Israël (uit de kring van de Gereformeerde Bond).

2. De visie, die dr. Cohen Stuart heeft op (het bestaan van) de staat Israël, plaatste hem aan een bepaalde kant in het Midden Oosten conflict. Hij was niet zó maar bereid — zo hij dit al überhaupt wilde — om bezoe­kers naar de Palestijnen te brengen, terwijl hij anderzijds niet behoort tot de Israëlfanaten. Gezien de sympathie voor de Palestijnen bij velen vandaag, ook in de kerk, liepen delegaties in Israël dan ook nog wel eens met een boog om hem heen.

3. De Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël heeft, als gezegd, jaren van crisis en interne verdeeldheid achter de rug. De Raad slaagde er derhalve ook niet in een goede communicatie met Jeruzalem op te bouwen, laat staan pastoraat te oefenen naar zo'n toch eenzame post. Moet deze raad, die jarenlang zo amechtig was, nu tot zulke drastische besluiten komen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Om het getuigenis dat Jezus is de Christus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's