De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Twee gelijkenissen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twee gelijkenissen

Van Overzee

5 minuten leestijd

Als stof voor de prediking gebruiken de evangelisten in de kerk hier graag de gelijkenissen. Dat is gemakkelijk denken ze. De sprekende beelden gebruikt in de gelijkenissen passen vaak heel goed in het dagelijks levenspatroon van de Afrikaanse mens. Dat de gelijkenissen, zoals we ze vinden in de evangeliën, altijd gelijkenissen van het Koninkrijk zijn, dat hoor je hier echter nooit. Daar ze hier denken, dat het alleen maar een mooi beeldend verhaal is waarover je aan het eind wat moraliserende opmerkingen kunt maken, daarom is het gevaar levensgroot langs de werkelijke boodschap heen te schieten.

Van alle gelijkenissen zijn er twee die er hier uitschieten. De ene wordt bijna altijd gebruikt en de andere bijna nooit. Over 'De verloren zoon' uit Lucas 15 wordt veel gepreekt hier. Heel levendig wordt dit verhaal in de context van Kenya overgeplaatst. De zoon, die van het platteland vertrekt naar de grote stad Nairobi en daar ondergaat in de criminaliteit, werkeloosheid en drugsgebruik. Ondertussen wachten zijn ouders jarenlang op enig nieuws. Ontgoocheld komt de zoon soms na vele jaren weer thuis. Zo wordt dit verhaal uitgelegd. De boodschap die er dan uitkomt is: blijf maar gewoon thuis bij de ouders op de akker werken want de grote stad heeft alleen maar gevaren. Nu de andere gelijkenis waar bijna nooit over gepreekt wordt. Dit is de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan uit Lukas 10. In deze gelijkenis klinkt de vraag van de wetgeleerde: wie is mijn naaste? Even voor deze vraag werd gesteld, dat de liefde de vervulling van de wet is. Hoever gaat nu dit gebod der liefde? De Heere Jezus vertelt dan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Hoe komt het dat juist dit verhaal hier zo vaak gemeden wordt? De Afrikaner zal een ieder, die maar een beetje tot z'n familie behoort altijd helpen. Men klopt niet gauw tevergeefs bij een familielid aan om hulp. Maar hoe zit het nu wanneer iemand gewond langs de weg ligt? In de praktijk is het dan zo dat iedereen er hier omheen loopt of erlangs rijdt en men vervolgt zijn weg en heeft 'niets gezien'.

Een Noors meisje kwam een keer heel ontdaan op een vergadering en zei: 'Ik heb zo iets vreselijks gezien langs de weg en niemand hielp'. 'Je kunt gewoon niet helpen, want als de politie je ziet bij het slachtoffer', zei ze, 'dan ben je al direkt verdacht bij het ongeval betrokken te zijn'. Zij die bekend zijn met het leven in de Derde Wereld kennen deze verhalen. Het schokt je telkens weer. Een verkeersdode blijft soms wel een hele dag op de weg liggen omdat de politie er nog niet is. Ook is er dan niemand, die dan bijv. een laken over het slachtoffer legt. Op een zondagmorgen toen ik met een collega op weg was naar een kerkdienst, lag op een zandweg een meisje van een jaar of acht te slapen. Geestelijk was ze niet normaal en haar ouders woonden vlak bij die weg. Ik stopte om haar op een betere plek te leggen. Onderwijl kwam ook haar moeder aanlopen en nam het meisje over. Toen we later weer in de auto zaten, zei m'n collega: 'Zoiets moet je niet doen, want stel voor dat het meisje dood was, dan had jij de schuld gekregen omdat je er het eerste bij was'. Ik zei hem: 'Maar als er nu een auto overheen rijdt dat is toch veel erger'. Wel zei hij: 'That's then the end' (Dat is dan het einde). We kregen er een heel gesprek over, ook over de vraag wie onze naaste dan wel is. Rauw komt de harde werkelijkheid hier soms op je af en begin ik te verstaan, dat men met de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan geen weg weet. In Lukas 10 zien we hoe Jezus de vraag van de wetgeleerde omkeert. De vraag was: wie is mijn naaste? Maar de vraag naar hem en naar ons wordt dan: wiens naaste zijt Gij? Door zijn wedervraag wil Jezus tot bekering leiden. Om met innerlijke ontferming bewogen te worden is nodig Hem te kennen die óns barmhartigheid bewijst. Christus Jezus, Die tot in de dood des kruises onze 'Naaste' is geworden. Hij is met innerlijke barmhartigheid bewogen over verloren zonen en dochters en over die geslagen aan de kant van de levensweg liggen. In de harde werkelijkheid hier kan alleen het Evangelie balsem in de wonden zijn.

De naaste is hij door wie ik geholpen wordt zo zien we uit de gelijkenis. Woord én daad. Christus zegt tot slot: 'Ga heen, en doe gij desgelijks'. Barmhartigheid ontvangen en barmhartigheid bewijzen, deze twee zijn één voor hem of voor haar die de Heere God liefheeft met het gehele hart en de naaste als zichzelf. Dit wil ook deze gelijkenis van het Koninkrijk ons in de situatie hier leren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Twee gelijkenissen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's