Globaal bekeken
Uit de Zuidafrikaanse Koerier twee stukjes over gebruiken onder de Zoeloes.
0 'Abafanna Bedla Iphaphu
Het is Zoeloe gebruik dat, wanneer er een dier wordt geslacht, de jongens die het vee hoeden, het hart en de longen van het dier ontvangen, die zij dan in de velden waar het dier placht te grazen koken en opeten. Hieraan gaat, echter, een schijngevecht vooraf, ten einde te bepalen wie de sterkste van de jongens is, die dan het hart zal krijgen om zelf op te eten, en hij mag, op zijn beurt, het vlees aan de anderen uitdelen.
• Umbongo
Wanneer een jong stel verliefd op elkaar wordt, is het bij ons, Zoeloe 's, een oud gebruik, dat zij diep in het woud ver van hun ouderlijk huls een feestelijke bijeenkomst organiseren. Ouders mogen daarbij niet aanwezig zijn. De gebeurtenis wordt aangekondigd door een jongeman die op een koehoorn blaast om alle vrienden voor het feest uit te nodigen. De aanstaande bruid en haar zusters weven kleine kleurige sisai-en grasmatjes, isitlnebe fifehefenen "schrijven" zogenaamde "liefdesbrieven", gemaakt van kralen, die op de dag van het feest aan de jongemannen gegeven worden. De jonge minnaar instrueert zijn vrienden de te zingen liederen te oefenen - met onder meer hartstochtelijke liefdesverklaringen, zoals "De liefde die je onze vriend getoond hebt is zo onmetelijk groot als al het zand op het strand en zo schoon als de schelpen in de zee'' ("Ngibonga okuhle okufana nezihiabathi zolwandie, angilifuni Ihlaba ledlule njengen nayithi"). ledere jongeman die aanwezig is, moet de aanstaande bruid bedanken, die, om de verleiding te weerstaan, met terneergeslagen ogen zit. Dan wordt het traditionele Zoeloe bier geserveerd. Het is door de meisjes in het geheim gebrouwen, zonder medeweten van hun vaders, ofschoon hun moeders er misschien wel van weten.'
***
Dat de Nederlandse Hervormde Kerk zich met het ontslag van de als te pro-joods (te weinig pro-Palestijns) ervaren dr. G. Cohen Stuart als haar vertegenwoordiger in Jeruzalem in de vinger zal snijden, is nog duidelijker geworden na wat de joodse rabbijn Nathan Lopes Cardozo uit Jeruzalem in het Nieuw Israëlietisch Weekblad schrijft (N.D.).
'Het ontslag van dr. Geert Cohen Stuart, theologisch adviseur in Jeruzalem der Nederlands Hervormde kerk is voor mij en velen van mijn collega 's een pijnlijke en zeer verontrustende aangelegenheid met vergaande consequenties. Het zal niet moeilijk zijn te begrijpen, dat de aanwezigheid van een theologisch adviseur in Jeruzalem door een groot gedeelte van het joodse volk met velerlei bedenkingen wordt beoogd. Tweeduizend jaar christelijk antisemitisme en zendingsactiviteiten hebben daar zeer zeker voor gezorgd. De Hervormde Kerk moet zich dan ook bijzonder bevoorrecht voelen, wanneer dr. Cohen Stuart, als haar afgevaardigde, goede contacten met de joodse gemeenschap in Israël heeft kunnen opbouwen en met open armen in deze gemeenschap wordt ontvangen. Dit is verre van vanzelfsprekend. Het is niet zo zeer uit sympathie voor de kerk, dat rabbijnen, talmoedisten en joodse filosofen medewerking aan de theologische adviseur wensen te verlenen. Het is voornamelijk uit respect voor de persoon van dr. Cohen Stuart. Dit op grond van het feit, dat de heer Cohen Stuart niet alleen een oprecht mens is, maar bovendien bereid is om openlijk voor Israël en het jodendom op te komen, zich niet met zendingsactiviteiten wenst in te laten en weigert mee te doen met christelijke gesprekken met de PLO, zolang daar van joodse kant bezwaar tegen wordt gemaakt. Ook zijn persoonlijke oproep aan medechristenen om boete te doen voor de vele ondraaglijke pijnen, welke de kerk het joodse volk heeft aangedaan, heeft daartoe bijgedragen. Zoiets vereist grote moed en dwingt onze waardering af.
Zijn ontslag is dan ook een klap in ons gezicht. Het roept bij ons de vraag op, of de kerk dr. Cohen Stuarts pro-joodse instelling niet langer meer kan tolereren, zijn respect voor het jodendom te pijnlijk vindt en zijn identificatie met Israël als te diep ervaart.'
***
Menig schrijver van boeken zal zich aangesproken weten door wat ik las in één van de ontboezemingen van de bekende schrijver Louis Couperus, opgetekend in 1923.
'Twintig jaren te zijn, voetbal te spelen, rood-groen te zijn of zwart-wit, doelpunten te voorkomen, schitterende schoten tot stand te brengen, of keiharde schoten te lossen, hoekschoppen te nemen, de bal op het juiste moment te passeren. ledere kans tot doelpunten te benutten, dan over dit alles gedetailleerd, over iedere schop en over ieder schot, enkele regels, minstens, zo niet een zalige, halve sportkolom, te lezen in mijn dagblad met lof en blaam, maar te lezen en te worden besproken en eindelijk niet langer genegeerd te worden door wie in die dagbladen schrijven!
Helaas, ik ben maar een schrijver van romans, novellen, artikelen. En mijn "kopwerk" is niet dat van een voetbalspeler! Ik geloof, dat even als voetballers elkander bespreken en beoordelen, ook mijn kunstbroeders dat elkander doen. Wie tot een gilde behoort, bespreekt elkander met blaam of lof maar bespreekt elkander: helaas, wanneer zullen wij, schrijvers, elkander dan toch eens bespreken met de zelfde uitvoerigheid en hardnekkigheid als voetbalspelers het elkander doen? ? ?
Het is een droom van de toekomst. Op het ogenblik zit er niets op dan zich te verbijten van ijverzucht, als ik heden doe. Maar het is te bar. Als een boek van mijn pen wordt besproken door Henri Borel, Frits Lapidoth, Johan de Meester of Is. Querido, is dat in anderhalve kolom gedaan. Is dat nu rechtvaardig en genoeg? Moet het daarmee dadelijk weer uit zijn? Kijk eens, ik heb op zulk een boek plus minus een jaar zitten blokken. Ik heb het gebouwd in mijn conceptie, gezet in hoofdstukken, neérgetekend en - gepenseeld in duizenden mooie zinnen, met de mooiste woorden, die ik maar vinden kon en ik heb daar kwistig lettertekens, komma's, vraagtekens, uitroeptekens, streepjes en puntjes met artistieke hand tussen door gezaaid. En daar komt nu, is het boek moeitevol verschenen — ik bespaar u het relaas van die moeite want dit is een andere kwestie — een mijner geachte collega's, beweert, dat hij mijn nieuwe roman heeft gelezen en dat het een boek is, mooier, even mooi of minder mooi dan het voorafgaande werk; hij vertelt iets van de inhoud; hij haalt er een flink brokstuk van anderhalve pagina van aan en besluit zijn artikel, dat hij hoopt hoe ik een volgende keer even succesvol of liefst nóg succesvoller moge zijn. En dan is het uit. Daar ligt mijn nieuwe roman. Niemand schrijft er meer over. Ach, ach, ach, niemand heeft meer oog daarna voor de hoofdstukken, voor de zinnen, voor de komma 's en punten en aanhalingstekens. Het is om tureluurs te worden. (...)'
***
Uit het blad Daniël citeer ik de volgende uitspraak van de grote filosoof-natuurwetenschapper, Blaise Pascal.
'Drie lengte- of breedtegraden verschil en de hele rechtspraak staat op zijn kop; één meridiaan beslist over de waarheid. Waarheid aan deze zijde van de Pyreneeën is dwaling aan gene zijde.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's