De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Drs. G. P. Olbertijn, Denken over... De engelen van God, uitg. Boekencentrum, Den Haag, 90 pag., ƒ 14, 90.

Dat is geen regelmatig verschijnsel op de boekenmarkt: een geschrift over de engelen. Drs. Olbertijn, conrector aan een Gouds Lyceum, raakte meer en meer bezig met de vraag: hoe komt het toch dat er zo weinig over de engelen en hun werk in kerk en prediking aan de orde komt, terwijl de Bijbel vol staat met gegevens over deze 'gedienstige geesten' en hun taak in de heilsgeschiedenis? Hij ging zich verdiepen in de bijbelse gegevens hierover en maakte gebruik van geschriften die reeds eerder over de 'angelologie = engelenleer' verschenen. Ik denk dat de schrijver met anderen gelijk heeft als wordt geconstateerd dat de afwezigheid van de engelen in veler geloofsleven alles te maken heeft met het moderne levenspatroon van velen in deze materialistische tijd. Wie leeft nog bij de 'dingen die boven zijn'. Ook in eigen kring en geloofsleven spelen engelen vaak hooguit een marginale rol. Wie echter terecht opkomt voor een leven bij het geopenbaarde Woord van God, kan geen zinnig argument bedenken voor de vraag waarom dan de engelen Gods zo weinig in het geloofsleven voorkomen. We kunnen drs. Olbertijn alleen maar dankbaar zijn dat hij wil opkomen voor de overduidelijke gegevens die de Bijbel ons aanreikt. Het kan het leven des geloofs alleen maar verrijken en verdiepen wanneer we deze trouwe dienaren Gods om ons heen weten in vreugde én verdriet. Het boekje is uitstekend geschikt om eens een winter b.v. te gebruiken op een bijbel-of gesprekskring. Aan de 18 hoofdstukken zijn steeds een aantal gespreksvragen toegevoegd. Zeer aanbevolen!

J. Maasland

A. S. van der Woude, Profeet en Establishment, 126 blz., ƒ 19, 90, uitg.mij. J. H. Kok, Kampen, 1985.

De auteur, die in de serie Prediking van het Oude Testament een verklaring van het boek Micha publiceerde (2e dr. 1977) geeft in bovengenoemd werk enige exegetische studies met betrekking tot Micha de Morastiet — een profeet van het platteland — en diens boek.

De vertaling en verklaring beslaat twee hoofdstukken (samen 62 blz.) h. 1-5 en in een slothoofdstuk 6 en 7. Door verscheidene uitleggers werden de laatste twee hoofdstukken als na-exilisch beschouwd. V.d. Woude meent, dat dit gedeelte stamt uit de tijd van 740-722, in elk geval voor de val van Samaria; hij wijst op de overeenkomst met de prediking van Hozea. Aan de verklaring van elke pericoop gaat een eigen vertaling vooraf. Dat vergemakkelijkt voor de lezer het verwerken van de uitleg. Ver­taling is nu eenmaal resultaat en neerslag van de exegese.

In de andere hoofdstukken geeft de schrijver een beeld van de profeet en de tijd waarin hij leefde. De chronologie van de Koningstijd geeft in het algemeen veel moeilijkheden. Dat komt ook hier uit: ergens zou een fout van 20 jaren zijn ingeslopen bij de datering van Hizkia's troonsbestijging (2 Kon. 18 : 2 zou moeten zijn 5 jaar). De lezer krijgt een uitvoerig beeld van de Assyrische overmacht uit deze dagen (Sargon, Sanherib e.a.). 2 Kon. 18 : 5v geeft een gunstig oordeel over Hizkia's koningschap; toch mag, daarbij de scherpe kritiek van Jesaja niet vergeten worden.

De schrijver geeft een tekening van de maatschappelijke en religieuze heersende klasse in de dagen van Micha. Getekend wordt het miserabele lot van een boerenfamilie die vanwege de schuldenlast van huis en hof verdreven wordt en als slaaf maar verder moet zien te leven (h. 2: 1v, vergelijke ook Jes. 5 : 20v). Dat betekent niet dat de profeet opging in maatschappijkritiek. Hij moet de ontrouw van Israël, en de zonde van het volk bekend worden, h. 3 : 8. Ook de leiding van het volk was corrupt. En het eigen volk wordt gediskwalificeerd als vreemd aan den Heere, een vreemde natie. Volgens de auteur zou er geen maatstaf zijn ter verificatie van het totale verschijnsel van de 'valse profetie'. 'De pseudoprofeten hebben zich profeten des Heeren geweten.' Micha wijst er op dat het komende onheil de profeten als leugenaars zal ontmaskeren. Maar de valse profeten leven m.i. bij een waan, een illusie: telkens wijzen de profeten er op, dat de Heere hen niet geroepen heeft: Jer. 14 : 15, 23 : 38, Ez. 13. Gelijk heeft de auteur ongetwijfeld als hij schrijft, dat de Schriftprofeten hebben gepolemiseerd tegen een theologie, die God maakt tot de garant van eigen nationalistisch-politieke en religieuze belangen.

Een apart hoofdstuk wordt gewijd aan de oorsprong van Israels Messiaanse verwachtingen. Nadruk wordt hier gelegd op de trouw van God, die door het oordeel heen Zijn werk voortzet. Het werk is zo geschreven, dat het voor niet-theologen goed te verwerken is (geen taalkundige details, weinig voetnoten e.d.).

H. Bout

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1986

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1986

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's