De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zoeken naar wegen in de tijd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zoeken naar wegen in de tijd

Kontekstueel

12 minuten leestijd

Een nieuw tijdschrift zag het licht: Kontekstueel, 'tijdschrift voor gereformeerd belijden nu.' Redactie en kring van medewerkers bestaan uit personen van verschillende kerken en kerkelijke modaliteiten, hoewel de redactieleden hervormd zijn: drs. J. J. C. Dee (Zuidwolde), M. Geleijnse (Rotterdam), prof. dr. C. Graafland (Gouda), T. van der Hoeven (Scheveningen), drs. P. L. de Jong (Asperen/Nunspeet), Mevr. M. E. Kraaijeveld-Bogaard (Wijckel), ds. J. Seton (Ridderkerk) en drs. J. Westland (Ede/ Kampen). Het tijdschrift gaat uit van de vereniging Landelijk Overleg 'Ph. J. Hoedemaker' in 1981 opgericht door studenten in de theologie. De vereniging is nu verbreed en bedoelt een ontmoeting van hen, die — hoewel behorend tot verschillende modaliteiten — elkaar kunnen vinden 'in het verlangen naar een echt gereformeerde kerk en een zowel brede als diepe gereformeerde theologie'. Men wil met name de onderlinge gedachtenwisseling in de Nederlandse Hervormde Kerk bevorderen, met veel ruimte voor gesprek, 'waarbij meningsverschillen niet verdoezeld worden, maar gebruikt kunnen worden om aan elkaar te groeien'. Te veel wordt nog in modaliteiten gedacht, meent de redactie.

De themata, die in het nieuwe tijdschrift aan de orde zullen komen, zijn:

1. Hoe spreken wij over de kerk? De vraag naar een gereformeerde ekklesiologie.

2. Theologische en kerkelijke bezinning rondom het proces Samen op Weg.

3. De vragen van het apostolaat.

4. De roeping van de kerk in de samenleving.

5. De verhouding Kerk-Israël.

6. De gereformeerde eredienst.

7. De plaats van de vrouw in kerk en samenleving.

8. De vraag naar een gereformeerde hermeneutiek.

Van de redactie ontvingen we het verzoek aandacht te geven aan dit nieuwe tijdschrift. Eigenlijk is dat niet zo eenvoudig. Want hoe zouden we een tijdschrift kunnen beoordelen op grond van één nummer, terwijl het eigenlijke werk — dunkt me — nog komen moet. Daarom kunnen slechts wat kanttekeningen worden gemaakt op grond van wat dit eerste nummer biedt.

Hermeneutiek

De belangrijkste doelstelling, die de redactie zich kennelijk stelt, is het onder punt 8 genoemde, namelijk het zoeken naar een 'nieuwe hermeneutiek'. Hermeneutiek is de methode van uitleg van de Heilige Schrift. Hoe leggen we de Schrift uit en hoe passen we deze toe op de situatie vandaag? Nu is een oude hermeneutische stelregel dat men dan Schrift met Schrift vergelijken moet, dat wil zeggen dat men de bijbelwoorden in hun 'kontekst' moet lezen. Wat zeggen de omgevende teksten, wat zegt het heIe bijbelboek, in welk kader staan de woorden der Schrift? Als echter voor de naam van het blad 'Kontekstueel' is gekozen wordt iets anders bedoeld. Hoe lezen we de Schrift in de kontekst van de eigen tijd, in het licht van de vragen die zich vandaag voordoen?

Prof. dr. C. Graafland schrijft een uitvoerig artikel over het thema 'Op zoek naar een gereformeerde hermeneutiek'. Hij zegt daarvan: 'we zijn ernaar op zoek. We kunnen niet zeggen, dat wij haar al hebben gevonden'.

Toen op een studieweek van predikanten op het seminarie in Hydepark over dit onderwerp werd gesproken — prof. Graaflands artikel is een weergave van wat hij daar gezegd heeft — waren er predikanten die op zoek waren naar een nieuwe hermeneutiek maar er waren er 'niet minder', die zich in de vraagstelling alléén al in het geheel niet konden thuis voelen, omdat er naar hun besef 'onnodige vragen werden gesteld, onnodige vraagtekens werden geplaatst'. Prof. Graafland spreekt echter van 'groeiende verlegenheid', vooral ook bij oudere predikanten, die altijd op traditioneel-gereformeerde wijze hebben gepreekt, 'maar het gaat hun steeds moeilijker af. Zij voelen aan dat het zo niet langer meer kan, niet zozeer omdat anderen dat zeggen maar omdat zij het zelf zo gevoelen'. En 'positieve jongeren', die naar het Evangelie willen leven, houden het onder hun prediking niet meer uit. De oudere generatie had rechtstreeks houvast aan de reformatorische traditie: Luther, Calvijn, de Orthodoxie, de belijdenisgeschriften, de Nadere Reformatie, Kohlbrugge. Maar 'deze traditie doet het steeds minder'. Vandaag is — aldus prof. Graafland — de 'ervaring' erg in tel. Hij ziet hier — tussen twee haakjes — verband tussen het Gekrookte Riet en elementen in het boek van prof. dr. H. Berkhof over '200 jaar theologie' (in dit nummer afzonderlijk besproken door ds. A. J. Zoutendijk, Groningen). Prof. Graafland signaleert verder dat, uit reactie, er ook sprake is van 'een vlucht in het objectieve', 'een angstvallig zich beroepen op de rechte leer, een aanhangen van een ongebroken, gereformeerde orthodoxie'. Maar hij noemt dit 'verdrongen verlegenheid'.

Als we vandaag — aldus prof. Graafland — in de gereformeerde traditie willen staan dan gaat het vooral om het Sola Scriptura, alléén de Schrift. In het licht daarvan mogen we onze (gereformeerde) traditie 'bevragen' op 'haar actualiteit maar ook op haar tijdgebondenheid'. Nadat Graafland dan onderscheid heeft aangebracht tussen de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus (de eerste denkt van God uit, de tweede van de mens uit) en gesteld heeft dat de Nadere Reformatie, met nadruk op bevinding in onze tijd weer nieuw actueel is, stelt hij dat we in onze tijd ook te maken hebben met een nieuw element: mondiale ervaring. 'Onze huidige moeite wordt vooral daardoor veroorzaakt, dat wij gedwongen worden om de binnenkamer uit te gaan en op straat ons te begeven, om daar met onze Godservaring een weg te vormen door al het verschrikkelijke heen, dat wij daar meemaken.'

Prof. Graafland vraagt zich hierbij (kennelijk) af of de hermeneutische beslissingen van de gereformeerde orthodoxie hier nog wel toereikend zijn. De sleutel van het Schriftverstaan in de gereformeerde theologie ligt dan vaak bij Romeinen 9. Vandaaruit wordt Romeinen 9-11 beoordeeld, vandaaruit de hele Romeinenbrief en vandaaruit het Nieuwe Testament en vandaaruit de hele Schrift. De eeuwigheid heerst dan over de tijd.

Prof. Graafland beëindigt dan ook zijn beschouwing dat we op zoek (moeten) zijn naar een nieuwe gereformeerde hermeneutiek.

De toepassing

In een tweede bijdrage, namelijk over het onderkennen van de wil van God in de ethische problematiek van onze tijd (onze konteks), geeft prof. dr. J. Verkuyl enkele praktische voorbeelden. Verkuyl gaat uit van Romeinen 12, de verzen 1 en 2, als sleutel voor het ingaan op de vragen van vandaag: 'wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehaaglijke en volmaakte wil van God zij'. We moeten zoeken naar de wil van God in deze tijd. We moeten derhalve nagaan wat de bijbelschrijvers in hun tijd bedoelden toen ze de bijbelboeken schreven; een fundamentalistische bijbelvisie (met een 'versteend bijbelgebruik van losse teksten') kan daarom niet. De 'rechtvaardige oorlog' van de middeleeuwen en van de reformatoren in de zestiende eeuw bijvoorbeeld is niet meer toereikend voor deze tijd met massamoordwapens. Euthanasie kan niet beoordeeld worden zonder in te gaan op de 'medische macht' vandaag. Wat de bijbel zegt over homofilie (in Romeinen 1) moet wel gezien worden in het licht van wat Paulus er toen van waarnam, terwijl medici en psychologen ons nu meer kunnen vertellen over de homofiele geaardheid. En verder, vragen rondom de vrouw in het ambt moeten vanuit onze cultuursituatie beoordeeld worden. Voor het zoeken van de wil van God in deze tijd is, zo zegt Verkuyl, uitgangspunt de barmhartigheid Gods in Jezus Christus, waardoor wij geroepen worden 'tot een principiële afwijzing van de geest van onze tijd, dus van alles wat liefdeloos, wreed, hard, onrechtvaardig, goddeloos en demonisch is'.

Enkele kanttekeningen

In het begin stelde ik al dat het niet eenvoudig, om niet te zeggen ondoenlijk is om op grond van één nummer van een nieuw tijdschrift de denkrichting te beoordelen. De tijd zal het leren...

Ik stel wel voorop dat ik de probleemstelling begrijp en mee voel. Wij zijn mensen, die vandaag leven en derhalve de verschrikkingen van onze tijd en de grote vragen van onze tijd op ons af krijgen. We kennen het gezegde dat op de bodem aller vragen der wereld zondeschuld ligt. Maar we weten dan ook vandaag heel concreet wat dat betekent, omdat we vandaag heel concreet met de nóód van de wereld worden geconfronteerd. Wereldwijde vragen ballen zich samen in ons eigen huis, in ons eigen hart. De angsten en noden van de tijd gaan niet aan onze deur voorbij. Ik kan mij indenken dat (oudere) predikanten zich wel eens afvragen of hun prediking nog wel slaat op wat de hoorders ervaren. Er kan een tweedeling komen tussen het doordeweekse leven en de zondagse prediking, vooral als deze tijdloos is en de vragen van de eeuwigheid die van de tijd overwoekeren. Jawel, één ding is nodig, maar het gaat er ook om hoe vandaag met hoop geleefd kan worden, door de verschrikkingen van de tijd heen. We zeggen vandaag (misschien al te gemakkelijk) dat niemand individueel iets kan veranderen aan de situaties in de wereld. Maar dan ervaren, bevinden we ook individueel onze machteloosheid, ons deel hebben aan der wereld zondeschuld. Bevinding staat niet los van dagelijkse ervaring, van de leefwereld vandaag in het groot en in het klein. Heb ik — klein mensenkind — niet deel aan de schuld van de wereld, omdat de dingen die in het groot spelen ook in het individuele leven in het klein spelen, maar vooral ook omdat ze de geest van de tijd bepalen, waarin ik leef en waarvan ik deel uitmaak? Er zijn in enkele tientallen jaren zulke schokkende verschuivingen opgetreden — door de voortschrijdende techniek, de ruimtevaart, de computer, de automatisering, de massaliteit — dat voorouders van dertig, veertig jaar geleden, als ze de ogen nog eens konden opslaan, het leven niet meer zouden herkennen. Ze zouden ook niet herkennen de levensstijl van de gemiddelde christen en de beoordeling van ethische vragen vandaag.

En toch liet het lezen van dit eerste nummer van Kontekstueel een onbevredigd gevoel bij mij na. Ik weet hoe heilzaam het is als vragen ernstig genomen worden, als een luisterhouding aanwezig is, zonder dat met (goedkope) antwoorden in de rede gevallen wordt. Het werkt ook heilzaam als in de prediking op z'n minst de vragen, waarmee jongeren én ouderen vandaag zitten, genoemd worden, zodat de hoorders merken: het gaat om mijn zaak. Maar we mogen niet in het vragen en zoeken blijven steken. Prof. Graafland begint en eindigt zijn bijdrage met de opmerking dat we 'op zoek' zijn. Maar daarmee kunnen we ook al te zeer aansluiten bij het moderne levensgevoel, zodat we — onbedoeld — terecht komen bij de crisis van onze tijd: 'onzekerheid is de grootste zekerheid'. Ook vandaag moeten er antwoorden gegeven worden. Niet uit een bravourhouding, maar wel vanuit het betrouwbare Woord Gods, waarin het gaat om dingen die 'onder ons volkomen zekerheid hebben'. De betrouwbaarheid en zekerheid van het Woord Gods gaat onze twijfelmoedige ervaringen te boven.

Het zou mij daarbij toch een lief ding waard geweest zijn als ook wat meer gezegd zou zijn geweest over de blijvende actualiteit van de gereformeerde confessie, in plaats van over het kritisch bevragen van onze gereformeerde traditie. Maakt die confessie louter onderdeel uit van de traditie of is er in het ontstaan van de belijdenissen ook sprake van leiding Gods in de geschiedenis van Zijn kerk, door de verlichting van de Heilige Geest? Vele zoekers vandaag komen niet verder omdat ze niet geleid worden tot de vastheid van het Woord. Ik besef best dat de vragen overschreeuwd kunnen worden vanuit een zelfverzekerdheid, die in feite schijnzekerheid is. Maar onze belijdenis geeft ons ook voor vandaag de richtlijn aan hoe we met het Woord Gods zullen omgaan. En dan is het toch een goed principe om de ervaring ondergeschikt te maken aan het voorwerpelijk, de gezonde leer.

Onderscheid

Bovendien moet dunkt me met onderscheid worden gesproken als het gaat om het onderkennen van de wil Gods in onze tijd. Inderdaad, de vragen van vandaag zijn andere dan de vragen van enkele eeuwen terug. Bij het licht der Schriften zullen we naar antwoorden moeten zoeken. Maar er zijn ook vragen, die de tijden overstijgen. Het zijn de vragen, waarover het Apostolicum belijdt en waarvan we dus zeggen, bij het voorlezen ervan in de kerk, dat we met de kerk van alle tijden en alle plaatsen belijden. Het gaat dan om het belijden van God de Vader en onze Schepping, God de Zoon en onze verlossing. God de Heilige Geest en onze heiligmaking. Het gaat om de vragen van de mens voor Gods Aangezicht, in het perspectief van de eeuwigheid. Kortom het gaat om dé vraag: hoe krijg ik een genadig God en hoe komt God daarin aan Zijn eer? Vraagt déze vraag ook om een andere hermeneutiek? Is daarin vandaag ook de oude gereformeerde hermeneutiek ontoereikend? Ik vraag dit met name omdat de erfenis van Reformatie, Nadere Reformatie, de gereformeerde orthodoxie, Kohlbrugge niet, zonder meer, meer overkomt, zoals gezegd wordt, en ook omdat vraagtekens gezet worden bij het terugvallen op het objectieve van de gereformeerde 'leer'. Ik zou dat liever nader uitgewerkt hebben gezien.

En dan — op de twééde plaats, al bedoel ik geen rangorde, maar wel een onderscheid — komen de ethische vragen. Ook daarin gaat het om Gods eer, namelijk om het leven naar Zijn geboden, naar Gods wil in onze tijd. Maar — en dat is een vraag, die toch na lezing van 'Kontekstueel' blijft klemmen — is onze eigen cultuursituatie daarbij doorslaggevend of zelfs een bron voor het verstaan van de Schrift?

In vragen kunnen ook antwoorden besloten liggen, namelijk als ze suggestief gesteld worden. Ik denk hier aan de vragen van Verkuyl, speciaal die over de vrouw in het ambt. Als uiterst teleurstellend ervaar ik het — en ik zeg het maar open, want de redactie pleit zelf voor openheid — als ik zie, dat in de kring van medewerkers een vrouwelijke predikant is opgenomen. Is alle bezinning op de plaats van de vrouw zo niet opeens achterhaald? Een geordend vrouwelijk predikant in de kring der medewerkers kan toch niet anders betekenen dan expliciete aanvaarding van de vrouw in het ambt, althans in principe? Dit gaat verder dan openheid, bereidheid om naar elkaar te luisteren. Is althans op dit punt dan al niet reeds een nieuwe hermeneutische beslissing genomen? 

Daarom, bij alle positieve dingen die 'Kontekstueel' biedt — ik aarzel niet om te zeggen dat het blad een goed niveau heeft — heb ik mijn vragen. Bij springende punten in de toekomst ten aanzien van die themata, die de redactie met name noemt (kerk en samenleving, apostolaat. Samen op Weg, de plaats van de vrouw) zal blijken of Kontekstueel niet een soort vijfde kolonne wordt. Met belangstelling zien we daarom overigens naar de volgende nummers uit.

N. a. V. Kontekstueel, tijdschrift voor gereformeerd belijden nu, juni 1986, eerste jaargang, nr. 1. Redactieadres: drs. P. L. de Jong, Piersonstraat 68, 8072 XC Nunspeet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1986

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Zoeken naar wegen in de tijd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1986

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's