De Godsregering in discrediet (I)
Inleiding
Wij willen vanmiddag proberen in te gaan op de vragen die in onze tijd almeer rijzen rond het Godsbestuur. In denk dat elke periode in de geschiedenis van mens en kerk zijn eigen kwesties en vragen heeft. Hoewel de wijsheid van de Prediker blijft staan dat er niets nieuws onder de zon is, is het toch wel zo dat elke tijd zijn eigen vragen oproept. Eén van de vragen die de gemoederen thans bezig houdt is die naar de relatie tussen God en het gebeuren in deze wereld. In de wijde wereld maar niet minder in de individuele wereld van de enkele mens. Wat moet ons antwoord zijn 'Als het kwaad goede mensen treft', om het met rabbijn Kushner te zeggen? Is er op de vraag 'Waarom'? een afdoend antwoord te geven, zoals prof. dr. A. van de Beek in het gelijknamige boek op 338 pagina's met veel woorden probeert te doen? Ieder zal het eens zijn met de stelling dat Zondag 10 voorheen één van de populairste zondagen was uit de Heidelberger maar thans één van de meest aangevochten gedeelten. Voorzover men Zondag 10 nog kent, heeft men er althans grote moeite mee. Je kunt onze tijd typeren als een tijd waarin velen twijfelen aan een rechtvaardig Godsbestuur. Ik geef daarvan enkele recente voorbeelden en uitspraken. Als ik dan als eerste noem het geruchtmakende boek van de al even geruchtmakende schrijver Maarten 't Hart, dan vertel ik velen misschien niets nieuws meer. Toch, omdat zijn boek 'Een vlucht regenwulpen' intussen reeds een 50e druk(!) beleefde, een symptoom hoe hij kennelijk snaren aanraakt die veler mensenzielen beroeren. Op de titelpagina van dit in 1978 verschenen boek staat vraag en antwoord 27 uit de Heidelberger Catechismus volledig afgedrukt. De uit vrijgemaakt Gereformeerde kring afkomstige schrijver rekent elders in het boek op de volgende manier af met het belijden van Zondag 10. Zijn moeder lijdt aan keelkanker en overlijdt na een smartelijk ziekbed hieraan. Ik citeer dit schokkende fragment uit het boek, nadat hij twee ouderlingen van de kerk op een hardhandige wijze uit het ouderlijk huis heeft gezet: 'Terwijl ik zo buiten loop weet ik plotseling zeker, ja met die onwrikbare zekerheid waarover calvinisten altijd praten dat het Christendom bedrog is, ja dat het hele leven een laaghartige leugen is en dat ergens ver weg in het heelal nu god satanisch lacht om mijn verdriet, de god van zondag 10 die met vaderlijke hand mijn moeder een krankheid heeft doen toekomen, een voorsmaak van het lijden in de hel. Zo is god, de god van de Heildelbergse Catechismus, de god die mensen zo intens haat dat hij keelkanker voor ze heeft uitgevonden. Zelfs mensen zijn niet in staat elkaar op zo'n laaghartige wijze te vermoorden als god kan met behulp van deze ziekte'. Ik lees dit citaat met een bezwaard gemoed voor omdat het zo blasfemisch van karakter is. Maar we moeten niet vergeten dat zoiets wel aanslaat bij duizenden. Niet alleen maar buiten de kerk, maar zeker ook binnen de kerk. En we kunnen zeggen: dit is een caricatuur van Zondag 10 en dat is het ook, maar caricaturen doen het meestal wel. Veel mensen leven ook met caricaturen over God, geloof en kerk. Ik zei: het zit in de lucht. Vragen rond en bij het Godsbestuur. Ik verzamelde de laatste maanden zomaar wat uitspraken die ons onderwerp betreffen.
Begin dit jaar overleed plotseling minister Rietkerk. In de rouwdienst meende Nijpels te moeten zeggen: dit gebeuren is volstrekt onrechtvaardig. En om in de wereld van de heren politici te blijven, het geruchtmakende citaat uit het IKON-interview met Den Uyl. Sprekend over jodenvervolging en nazisme zegt Den Uyl: 'Dat was beslissend. Dat was volstrekt onverenigbaar met de grondgedachte van welk geloof dan ook: De almachtige God. De interviewer vraagt dan als volgt verder aan Den Uyl: Maar moet het geloof dan een soort verzekering zijn tegen ongeluk? Den Uyl: 'Nee, volstrekt niet, maar er zijn grenzen aan de lariekoek. Je kan niet zeggen: de almachtige God, of: God is genadig en de joden laten afslachten. Dat verdraagt elkaar niet. Heel simpel. De jodenvervolging verdraagt geen godsidee'. Jodenvervolging, Auschwitz. Veel kritiek op de vocfrzienigheid Gods wordt verbonden met de afschuwelijke gebeurtenissen in de laatste Wereldoorlog. Een paar uitspraken die Auschwitz met kritiek op de belijdenis van de voorzienigheid Gods verbinden. Het RD heeft een gesprek met de tachtig jaar geworden dichter Gerrit Kamphuis stammend uit de kring van de Jong-Protestanten van voor de oorlog (9 mei jl.). Deze vertelt hoe het verdwijnen van familieleden in de oorlog in Sobibor en Auschwitz voor hem verstrekkende gevolgen heeft gehad voor zijn geloofsleven. Ik citeer: 'Er staat in de Schrift, dat er geen musje van het dak zal vallen zonder de wil van de hemelse Vader, maar ik werd me bewust dat er zes miljoen musjes van het dak gevallen waren. Dominees kunnen er een mooi verhaal over houden, maar zoiets is in wezen onoplosbaar. Ik erger me aan dominees die overal een punt aan weten te draaien en voor de radio een mooi verhaal houden om oude dames te troosten'.
Voor de IKON zegt de schrijver Willem Brakman gevraagd o.a. naar de reden waarom hij het geloof steeds zo in gebreke stelt in zijn werken: 'Na Auschwitz niet meer dit geleuter van God is liefde...'. Ook prof. Van de Beek stelt in zijn al genoemde studie dat de problematiek van het bestuur van God in onze dagen knellender is geworden o.a. vanwege de ervaringen van de tweede wereldoorlog. God na Auschwitz—kan dat nog? 'Kunnen wij een wereld waarin deze dingen mogelijk zijn, nog een wereld noemen onder het bestuur van een almachtige God? En als het een wereld onder het bestuur van God zou zijn, kunnen we zo'n.God dan nog onze Vader noemen en hem als > Heer erkennen? ' (pg. 15). Tenslotte, er is zo u misschien weet, zelfs gepleit voor een radicale koerswijziging in de theologie na Auschwitz (dr. H. Jansen in: Christelijke theologie na Auschwitz I, 1981).
Al eerder
Maar al voordat zo nadrukkelijk Auschwitz als katalysator is gaan functioneren in het proces van kritiek op het belijden aangaande Gods Voorzienigheid, werd er gesproken over 'De crisis van het Voorzienigheidsgeloof in onze eeuw' (Berkouwer in: Dogmatische Studiën, De Voorzienigheid Gods). Deze studie van prof. Berkouwer uit 1950 noemt Auschwitz niet met zoveel woorden. Hij somt wel een drietal oorzaken op waarom het Voorzienigheidsgeloof in de crisis is geraakt. Daar is, wat hij noemt, het wetenschapsmotief. De natuurwetenschap heeft het geloof in God overvleugeld. Hoe meer de natuur werd onderzocht en veel uit allerlei natuurlijke oorzaken kon worden verklaard, des te meer werd het geloof in Gods zorg en leiding tot een hypothese, tot een veronderstelling. Voorzienigheidsgeloof kan slechts gecombineerd worden met een nog naïef stadium in het mensdom. Vandaag hebben velen dit stadium achter zich. Wat zich natuurlijk, wetenschappelijk laat verklaren, daar is geen ruimte meer voor God. Berkouwer noemt verder het projectie-motief. Vanuit de 19e tot in de 20e eeuw is rehgie verklaard vanuit de menselijke behoefte aan geborgenheid, aan houvast, aan zekerheid. De mens projecteert die verlangens op het doek van de hemel en op de God in die hemel. Het geloof in een God die zorgt is een typisch menselijke uiting van eigen hulpeloosheid en een aandoenlijke poging om eigen onmacht een beetje dragelijk te maken. De mens schept zich een 'Voorzienigheid Gods' om zijn bange vrees voor de toekomst zoveel mogelijk weg te nemen. Wie dit echter doorziet, heeft geen behoefte meer aan zulk een geloof. Tenslotte wordt ook nog het katastrofe-motief genoemd. Iti onze tijd zouden we dat ook wel het doemdenken-motief kunnen noemen. Er gebeuren zoveel verschrikkelijke dingen in de wereld en wie weet daar nog weg mee? Elke poging tot zingeving tot op God en Zijn leiding wordt niet meer geaccepteerd. De zinloosheid voert vervolgens tot een nihilistisch levensgevoel waarin men óf in wanhoop ten gronde gaat óf in verveling z'n weg vervolgt óf bewust fatalistisch zijn hoofd buigt onder de tyrannic van het meedogenloze lot (pg. 21). Dit werd in 1950 geschreven. De jaren die er op volgden hebben een verdere afbrokkeling te zien gegeven van het geloof in God en Zijn voorzienige leiding met mens en wereld.
Waarom juist nu dit probleem?
We dienen ons hernieuwd de vraag te stellen: is er oorzaak dat juist in deze eeuw met een sterke toespitsing in onze tijd genoemde vragen zo in het centrum van de belangstel-Hng staan? Zoveel mensen doet afknappen op God, op de kerk, op het zich überhaupt nog bezig houden met de vraag naar een diepere zin en leiding in hun leven? Auschwitz, jodenvervolging is genoemd. Maar zijn er geen andere oorzaken te noemen die
veel verder terug 'gaan dan de laatste wereldoorlog? Er is gesteld dat dat wat we in onze tijd waarnemen diepere achtergronden heeft in vorige eeuwen en tijden. In veel theologische vragen speelt de leer aangaande God een centrale rol, het Godsbeeld dat iemand heeft. Zeker is dat een gegeven als het gaat om de hier in het geding zijnde vragen. Welke God is het die regeert en bestuurt en onderhoudt? Welke markante trekken vertoont Hij? Wat is kenmerkend voor Hem en Zijn daden? Er is opgemerkt dat al in de 18e eeuw een zogenaamde humanisering van het Godsbeeld is opgetreden.
Daarmee wil gezegd zijn dat God al te zeer gezien en omschreven werd als een wijs en na te rekenen mens. Hij bestuurt en regeert alle dingen op een duidelijk na te volgen en na te rekenen manier. God en Zijn handelen worden in het menselijke vlak getrokken. God is niet méér dan een veredeld mens, een super-mens, toch een mens. God is zo beroofd van zijn majesteit, van zijn vrijmacht. Hij is niet meer de levend handelende en regerende God maar de voorspelbare God. Ook niet meer de God die in Zijn handelen oordelend en richtend te werk gaat, maar een God die het menselijke bevestigt en tegemoet komt. God, de milde Vader, het vriendelijk Opperwezen, die vanzelfsprekend alle mensen lief heeft. En zolang er in de wereld en in het leven rust en welvaart blijft, houdt dit Godsbeeld wel stand. 'Maar in de katastrofe en in de holen en spelonken en kampen der wereld werd voor velen dit simpele Godsbeeld illusoir' (Berkouwer, a.w. pg. 28). Dit optimistische Godsbeeld werd weggespoeld door de verschrikkingen die almeer over mens en wereld werden uitgegoten. En met de val van dit Godsbeeld is tevens de belijdenis aanj j ..r . - i-j, - ., gaande de Voorzienigheid Gods meegesleept. Veel mensen m de kerk en aan de rand van de kerk, maar ook buiten de kerk. leven kennelijk bij het overgeleverde beeld van een God die aan zijn sterk vermenselijkte trekken verplicht is verantwoording af te leggen van Zijn handelen. Kan Hij dat niet of niet afdoende en overtuigend genoeg, dan schrijft men God af en dan rekent men radicaal af met het belijden aangaande Gods Voorzienigheid. Want 'hoe kan de mens m een zm nog God almachtig en tegeli]k Vader noemen ? (Willem Brakman).
Capelle a.d. IJssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's