'Hoe houden we de jongeren bij de kerk?' (slot)
Met het oog op de jongeren
EPILOOG
Geen 'stappenplan'
We zijn aan het einde gekomen van deze serie artikelen. Ons onderwerp stond in een breed kader, nl. het kader van de gemeente. We kunnen het niet over onze jongeren hebben zonder het over de gemeente te hebben. Allerlei facetten van het gemeente-zijn en van onze roeping en verantwoordelijkheid ten opzichte van onze jongeren zijn belicht. Grote nadruk is gelegd op de noodzaak van fundamentele bezinning. Regelmatig zijn daarbij praktische zaken aan de orde gesteld. Wellicht zijn er die vinden, dat er aan de praktische kant toch te weinig aandacht is besteed. Hier wil ik nog iets van zeggen. Wat in deze artikelen is geboden, is niet een soort 'stappenplan'. Daar is vaak wel een zekere behoefte aan. Aan een serie aanwijzingen dus, die slechts gevolgd hoeven te worden, liefst met het label 'succes verzekerd'. Ik moet u zeggen, dat ik zeer ongelovig ben op dit punt. Ik geloof niet zo in stappenplannen. Ik geloof niet in de zin van uitgebreide praktische aanwijzingen als antwoord op de vraag 'Hoe houden we de jongeren bij de kerk?' Natuurlijk, praktische aanwijzingen kunnen nodig en zeer zinvol zijn. Daarom zijn ze in deze serie ook regelmatig gegeven. Me dunkt: daar valt ook best wat mee te doen. Maar het gaat in de eerste plaats niet om de praktijk maar om het verstaan van onze roeping en om onze houding, om innerlijke motivatie en innerlijke betrokkenheid.
Bij de bereidheid tot het zich inzetten in het kerkelijk leven speelt vaak de behoefte aan informatie over 'wat kan ik dóen?' de boventoon. Het aanreiken van allerlei complete methodieken en actieplannen mag een dergelijke behoefte misschien bevredigen (voor hoe lang overigens?), zij werkt echter belemmerend t.a.v. de eigen bezinning en het ontplooien van eigen initatieven. Het doen van een complete praktische handreiking werkt niet inspirerend. Integendeel, het werkt verslavend — een grotere afhankelijkheid wordt erdoor in de hand gewerkt. Het klakkeloos overnemen van totaalprogramma's zou weleens een teken van geestelijke armoede kunnen zijn.
Wat ik nu juist in dit slotartikel aan de orde wil stellen, is de vraag of er niet meer te verwachten is van activiteiten en vormen van jeugdwerk die opkomen uit of in ieder geval samenhangen met een stuk eigen bezinning, als uiting van het inspirerende en vernieuwende werk van de Heilige Geest.
Originaliteit
Ik zou op deze vraag in willen gaan aan de hand van het gegeven dat een christen in principe een origineel mens is. Het woord 'origineel' komt van het latijnse 'origo', d.i. oorsprong, bron. Origineel is oorspronkelijk. Wanneer wij dit woord in onze nederlandse taal gebruiken, dan zit daar iets in van: zonder navolging van iemand anders. In de christelijke gemeente, en ook in het kerkelijk jeugdwerk, moet het mogelijk zijn om origineel, oorspronkelijk te zijn, zonder navolging van iemand anders (ik doel hier op invloeden van buiten de christelijke gemeente).
Wij hebben onze eigen bron: het Woord van God, het Evangelie van Jezus Christus. En dit is een unieke bron! Het is een bron vol leven, vol kracht en wijsheid. Een bron ook waaruit veel energie te putten is om op eigen en eigentijdse wijze met allerlei dingen bezig .te zijn.
Vaak is het zo, dat wij in het kerkelijk jeugdwerk (ik beperk me nu maar tot het jeugdwerk) allerlei methodieken en vormen vanuit het niet-kerkelijk jeugdwerk overnemen, of: dat wij in óns jeugdwerk het een en ander overnemen vanuit andere kringen van christelijk jeugdwerk. Op zich hoeft dit geen probleem te zijn, als wat overgenomen wordt maar getoetst en daarna op een goede wijze in eigen werk geïntegreerd wordt, en als het maar geen uiting van gemakzucht en afhankelijkheid is, en ook: als wij maar niet achter allerlei ontwikkelingen aanlopen en zo overnemen wat elders zijn tijd gehad heeft. Laten wij van het goede dat God in deze wereld ook buiten onze kring geeft maar een goed gebruik maken. Maar laten wij daarbij, beter daarvóór, nagaan of wij niet heel wat creativiteit in 'eigen huis' hebben.
Inspiratie en creativiteit
Het is de Heilige Geest die ons tot originele, oorspronkelijke mensen maakt door de band te leggen met Hem die de Oorsprong van ons leven is en door Zijn oorspronkelijke Woord als een inspirerende kracht in ons leven neer te leggen. Dat originele zit dus duidelijk niet in ons, dat komt uit de bron van het Woord. Hoe meer wij de levenssappen uit deze bron indrinken en deze ons leven verfrissend en vernieuwend doorstromen, hoe meer de uitingen van dat nieuwe leven ook concreet zichtbaar zullen zijn. In die uitingen wordt iets zichtbaar van de inspiratie van de Heilige Geest. Die uitingen zijn zo een zichtbare vorm van de spiritualiteit van het geloofsleven. We zouden kunnen zeggen: die uitingen zijn een speelse werkzaamheid van de Heihge Geest. Daar zit 'm die originaliteit in. Maar die originaliteit is tegelijkertijd creativiteit. De Geest creëert en recreëert. De Geest is creatief. Hierbij gaat het dus om dingen die vanuit het Woord door ons leven heengaan, als vrucht van het werk van de Geest. De Geest is creatief en maakt creatief.
Zo moet het toch mogelijk zijn om tot nieuwe dingen te komen en om eigen wegen uit te denken? Zo moet het toch mogelijk zijn, dat in verschillende situaties nieuwe vormen en methoden geboren worden vanuit een grondige bezinning op eigen roeping rond het Woord van God? Kijk, en hier geloof ik nu met heel mijn hart in. Daarom ben ik er geen voorstander van om uitvoerige, gedetailleerde handreikingen te doen, tenzij..., ja tenzij zo'n handreiking duidelijk aansluit bij een bepaalde bezinning die plaatsvindt en daar alsnog — wellicht gewijzigd — deel van kan uitmaken. Als dat niet het geval is, dan staat zo'n handreiking een goede bezinning alleen maar in de weg. Waarmee ik nogmaals een dikke streep wil zetten onder de noodzaak van bezinning en van het opdoen van inspiratie. Want dit is wat wij — ouders, leidinggevenden in het jeugdwerk, kerkeraden, predikanten — nodig hebben: de inspiratie van de Heilige Geest, die wij juist opdoen langs de weg van bezinning. Laten wij ons hiervoor openstellen, opdat wij zo — nogmaals: met eventuele gebruikmaking en integratie van wat voorhanden is — komen tot een eigen visie, een eigen beleid, een eigen wijze van werken, een eigen programma, en ook eigen vormen van jeugdwerk.
De culturele kant
Wanneer we het hebben over vormen van jeugdwerk, methodieken, programma's e.d., dan hebben wij daarbij ook duidelijk de culturele kant in het vizier. Nu is het woord 'cultuur' niet eenduidig. We hebben het bijv. over de westerse cultuur waarbij gedacht wordt aan bepaalde kenmerken die te maken hebben met de ontwikkeling van de westerse samenleving. Zo heeft elk volk min of meer zijn eigen cultuur en zijn eigen geschiedenis. Maar cultuur 'in Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur' (WVC) is — alleen al vanwege de combinatie met andere begrippen — veel smaller. We denken dan aan kunst, muziek e.d. Overigens valt onder de 'C' van 'WVC' ook het sociaal-culturele werk, waaronder ook het jeugdwerk valt (vandaar de overheidssubsidies!). Cultuur heeft in ieder geval ook te maken met de natuur, met het op een positieve wijze staan en leven in Gods schepping (dit zeg ik nu als christen). Nu hebben wij best een positieve waardering voor wat de schepping ons biedt. Deze waardering ligt bij ons echter veel meer in de sfeer van het genot als vorm van zelfzucht en materialisme dan in de sfeer van de bewondering voor de creativiteit die God in Zijn schepselen heeft, neergelegd met het oog op het omgaan met Zijn schepping. In onze traditie zijn de creatieve gaven in dit opzicht nooit hoog gewaardeerd en daarom ook niet voldoende ontwikkeld. Wij zijn wat dit betreft cultureel arm. Vandaar dat wij ook zo zwak staan ten aanzien van deze kant van de crisis en verwording van onze cultuur. Wat hebben wij in te brengen? En wat hebben wij onze jongeren als tegenwicht te bieden? Pogingen om hierin iets te doen in het jeugdwerk roepen al gauw allerlei kritische opmerkingen op. Daarbij gaat het dan vaak — inderdaad — om vormen die overgenomen zijn (bijv. een zanggroep). Ze komen niet vanuit het hart van onze traditie voort. Ze zijn dus vreemd en werken daarom soms vervreemdend.
Ik wil hier daarom graag aandacht vragen voor dilemma's waar wij in het jeugdwerk vaak voor staan en voor moeilijke beslissingen die wij moeten nemen, soms als gevolg van onze eigen culturele armoede. Wie kritisch staat tegenover bepaalde vormen en daar ook uiting aan wil geven, zou zich daarbij tegelijkertijd verplicht moeten weten daar iets tegenover te stellen door iets nieuws, iets creatiefs aan te dragen. Daar hebben wij binnen het jeugdwerk (en ik spreek nu ook vanuit het landelijk HGJB-werk) dringend behoefte aan.
Oproep
Ik zou graag in het algemeen de oproep willen doen om in dit verband nieuwe dingen aan te dragen, om ook naar ons als HGJB creatieve suggesties te doen t.a.v. vormen die geïnspireerde uitingen zijn van leven dat geworteld is in het hart van de Schrift, in het hart van de gereformeerde traditie. Wij zijn ons hierop ook aan het bezinnen. Maar graag laten wij ons verrijken door wat de Heere in dit opzicht aan gaven gegeven heeft binnen onze traditie. Hij heeft er recht op, dat die gaven door ons erkend worden en tot onplooiing komen. Hiermee pleit ik voor gereformeerde oorspronkelijkheid ofwel bijbelse originaliteit. Wat mij betreft wordt het begrip 'gereformeerd' tegelijk verbreed, opdat er geen mogelijkheid meer zal zijn — die er m.i. principieel nooit geweest is — om aan de hand van bepaalde vormen/cultuuruitingen te concluderen (o misverstand!) of iemand of een organisatie al of niet gereformeerd is.
Aangezien onze traditie een rijke traditie is, zouden wij — in plaats van arm — ook rijk moeten zijn in de culturele vormgeving van het leven dat God ons geschonken heeft. Als er op het natuurlijke niveau, in de seculaire wereld, al veel originaliteit te vinden is in het creatief omgaan met mogelijkheden die de Heere God in Zijn schepping gegeven heeft, hoeveel te meer moet deze dan te vinden zijn op het niveau van het leven met God Zelf — als de Heilige Geest natuurlijke gaven invoegt in Zijn herscheppend werk! Zoekt God ook hierin niet de eer van de heerlijkheid van het werk Zijner handen? Ook hier ligt voor ons een taak t.a.v. de toerusting van onze jongeren, die zozeer de verwording van onze cultuur aan den lijve ondervinden. Het is mijn overtuiging, dat, als wij hen in de kerk ook op dit vlak benaderen, daarin een bijdrage kan liggen aan het versterken van de band tussen hen en het Woord, tussen hen en de kerk.
Tenslotte
Regelmatig hebben we benadrukt, dat we afhankelijk zijn van het werk van de Heilige Geest. Dat is in deze laatste aflevering ook weer naar voren gekomen. Daarom bidden wij elkaar de vervulling met de Geest toe, opdat wij door Hem geïnspireerd creatief bezig zijn (en blijven) met de vraag die ons in deze serie artikelen bezig hield: 'Hoe houden we de jongeren bij de kerk?'
C. G. Geluk (HGJB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's