Wat een geluk!
'En er geloofden zovelen als er geordineerd waren tot het eeuwige leven'. Hand. 13 : 48b
Er is blijdschap gekomen in Antiochië. God heeft heidenen mee laten delen in Zijn heil. 'En komende heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u die verre waart...' Het Evangelie van de verzoening. Heidenen hebben dankzij Christus' volbrachte werk en door één Geest met de gelovigen in Israël toegang tot de Vader. Zo zijn zij niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen (Ef. 2). Er geloofden daar in Antiochië zovelen als er uitverkoren waren. Zet dat laatste geen domper op de vreugde om het eerste? Is de verkiezing reden tot blijdschap volgens Hand. 13?
Naar veler mening is de verkiezing reden tot angst, onzekerheid, wanhoop. Hoeveel mensen tobben er niet mee. Hoe vaak maakt de duivel er geen strik van. Hij begint op zijn manier met de verkiezing, zet die voorop. Misleidt ons in ons denken en discussiëren daarover. Er is zelfs een heel systeem van gemaakt, allesoverheersend en osgemaakt uit de kaders van de Schriften. Er wordt geredeneerd: als je uitverkoren 5ent, nou dan kom je er, hoe je ook maar eeft en hoe het ook lopen zal. Maar als je niet uitverkoren bent, dan haalt Bijbellezen, bidden, naar de kerk gaan, enzovoort allemaal niets uit. Voor velen is verkiezing een schrikbeeld, of een lot uit de loterij, dat maar weinigen trekken. Laat staan dat wij de verkiezing zien tot heil van de gemeente en van levensbelang voor het zendingswerk, als drijfveer daartoe, als garantie daarvoor! Het is nodig te luisteren naar wat God aangaande Zijn eigen werk ons zegt in Zijn Woord. God verkiest! Dat is al zo'n groot wonder van Zijn genade! Het is toch verdiend, wanneer God alle mensen in het verderf dat wijzelf gewild hebben, zou laten. Het zou toch te verwachten zijn, dat na alles wat gepasseerd is in het paradijs en daarna de Heere Zich nooit meer met ons zou in laten, Zich niet meer om ons zou bekommeren. Maar dat heeft Hij niet gewild. Hij verkiest uit het gevallen menselijke geslacht Zijn Gemeente ten eeuwigen leven. Hij neemt goddelozen aan als Zijn kinderen. Die verkiezende genade is een wonderlijk en wonderrijk gebeuren, een diep geheim. De Heere kent degenen die de Zijnen zijn. Daar mogen wij niet achter zien te komen. Wij hebben in eerbied te buigen en de verborgen dingen voor God te laten. Wij mogen niet rekenen of speculeren. Als wij vragen: zijn het ook weinigen die zalig worden? en soms durven wij het bij hoog en laag te beweren en vast te stellen! — dan zegt Christus Zelf ons: strijd gij om in te gaan! God Zelf kiest de Zijnen, niet omdat zij geloven of nadat zij geloven. Hij maakt Zijn welbehagen bekend. Hij verzegelt de aanneming van Zijn kant, die ons verborgen was door het geloof te schenken in het hart. Daarmee wordt alle waardigheid, alle verdienste van onze kant uitgesloten en afgesneden. Alleen Gods ontferming mag genoemd en geroemd worden. Wij zingen van gunst die eeuwig Hem bewoog. Alles is aan Zijn genade te danken! Dat is ten diepste aan Zijn welbehagen in Christus!
Het geloof vloeit dus voort uit de verkiezende genade van God. Maar let wel: God is de God van orde. Alles op Zijn tijd en wijze. God verwerkelijkt Zijn verkiezend handelen door middel van de roeping. Die Hij tevoren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen (Rom. 8). Geroepen... hoe, wanneer? Wel in de bediening der verzoening, door de prediking van het Evangelie. Wij moeten eerst horen naar Zijn Woord. En daar, waar het Evangelie gehoor krijgt, gehoorzaamd wordt, waar God op Zijn Woord geloofd wordt, waar Christus Jezus alles wordt door de kracht van de Heilige Geest, komt blijdschap en lofprijzing. Daar komt als troost en bevestiging van het geloof de verkiezende genade van God aan de orde. Overweldigend. Te aanbidden. Te danken en te loven tot in eeuwigheid. 'Gods verkiezing wordt alleen door het geloof gekend en bevestigd, opdat wij onze harten tot Christus keren als de vastheid van de verkiezing' (Calvijn). In de verkiezende God en in Zijn Christus vindt het geloof de bron, de oorzaak van de zaligheid. Niemand moet maar eens afwachten, of hij, zij wel uitverkoren is en daar op zekere dag bericht en gevoel van krijgt. We hebben het belang van de prediking van het Evangelie, van de roeping daarin van Godswege te onderkennen. God roept ons, opdat wij en onze kinderen tot Hem zullen komen. Hem gaan zoeken met alle krachten. Het geloof komt je niet aanwaaien. Het wordt op het gebed en in de weg van gehoorzaamheid aan het Woord gegeven van Hogerhand. Graag zelfs.
Wie moet erkennen: ik heb geen geloof, geen zekerheid, die beschuldigt daarmee zichzelf. Die mag daarin niet blijven steken al is het met een diepe zucht. God verklaart: IK wil het geloof schenken, het vermeerderen. Ik maak u zeker van Mijn zaak! Wij mogen dus pleiten op dat wat Hij Zelf heeft toegezegd. En wat kan lijden. Want om ons dit geluk te bereiden, moest en wilde Christus boeten en bloeden. Hij heeft deze genade bereid. Hij deelt die uit. Bij Hem moet en mag u wezen en blijven. In Hem laat God Zijn hart spreken en ons Zijn Liefde weten.
Wie in Jezus de Christus gelooft, heeft eeuwig leven. Daar verzekert de Geest ons van. De Heere kent én bewaart de Zijnen. Wat geeft het een vreugde, een houvast om te mogen weten: Die God Die mij van eeuwigheid af al heeft gewild, heeft aangezien in zijn Zoon, Die mij heeft geroepen, heeft gerechtvaardigd om niet. Die zal mij verheerlijken. Van eeuwigheid en tot eeuwigheid ben ik voor Zijn rekening. Niets en niemand kan en zal mij scheiden van de liefde Gods in Jezus Christus, onze Heere. Wie gelooft, zingt een loflied ter ere van de verkiezende God! Daarom strijdt de verkiezing niet met de blijdschap, maar onderstreept die juist. God is royaal. Het aanbod van Zijn genade welgemeend, ruim. Zovelen! Zo is God. In de veelheid van onderdanen is de heerlijkheid van de Koning. Met ernst en in vreugde, met hooggespannen verwachtingen vindt de verkondiging, het zendingswerk plaats. En de vrucht van Gods verkiezend handelen wordt gezien (zie vers 49). Toen en nu! Denk niet, dat dit geluk gegund wordt door de boze en medestanders (vs. 50). Zij willen de blijdschap in God, Zijn werk vernietigen. Maar het lukt niet en nooit. Daar is Christus Zelf met Zijn evangelie garant voor. Niemand zal uw blijdschap wegnemen. Heus? Ja, want Lucas meldt: en de discipelen werden vervuld met blijdschap en met de Heilige Geest (vs. 52). Zalig dus wie het Woord Gods hoort en bewaart! Wat een geluk! Geluk in en met de verkiezende God! Zegt u er in geloof amen op? !!
P. Koeman ''"~'™""~'™
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's