Ouderschuld en ouderpijn (1)
Met het oog op de jongeren
'Wat deden we verkeerd?'
Nu de serie artikelen over de vraag 'Hoe houden we de jongeren bij de kerk?' beëindigd is, wil ik iets zeggen over het onderwerp 'ouderschuld en ouderpijn'. Misschien dat er ouders zijn, die. bij het lezen van de artikelen steeds met pijn en verdriet in het hart aan hun eigen kinderen gedacht hebben, die van Woord en kerk vervreemd zijn en zich nergens meer op laten aanspreken. En wat moet je dan aan met die kwellende vraag die dan in het vaderhart en in het moederhart kan leven...: 'Wat deden we verkeerd?'
Geen verrassing
Dat je het als vader en moeder 'verkeerd' kunt doen, kan toch geen ontdekking zijn, die je als een volslagen verrassing opdoet op het moment waarop bijvoorbeeld één van je kinderen openlijk de kerk de rug toekeert. Tenzij je natuurlijk altijd een ideaalbeeld van je eigen ouderschap hebt gehad... Dat beeld valt dan wel gruwelijk aan diggelen!
Met het oog hierop zou ik een paar opmerkingen vooraf willen maken.
Zakelijk gezien suggereert de vraag 'Wat deden we verkeerd?', dat de opvoeding 'dus' anders had moeten zijn, en dat als de opvoeding inderdaad anders was geweest, het dan niet 'verkeerd' zou zijn gegaan. Maar zo ligt het natuurlijk niet. Anders wil nog niet zeggen — en dat beseffen we maar al te goed — beter.
Wat zouden Adam en Eva tegen elkaar gezegd hebben, toen hun ene zoon hun andere zoon had doodgeslagen? Zouden ze ook tegen elkaar gezegd hebben; 'Wat deden we verkeerd?' Ongetwijfeld zullen zij een, verband gelegd hebben met hun eigen rebellie tegen God, de Heere. Op een afschuwelijke wijze werden zij geconfronteerd met de gevolgen daarvan. Zij zullen meer dan eens geconstateerd hebben: wij zien onszelf in onze kinderen terug.
Wij en onze kinderen
In de uitoefening van het ouderschap is het goed en nodig, dat we ons realiseren, dat onze kinderen niet beter zijn dan hun ouders.
Wij hebben geen natuurlijk zicht op de verdorvenheid van ons leven en tegelijk hebben wij ook zo ontzettend veel moeite met het gegeven van de erfzonde (wat wij hierover ook met de mond belijden!). Dat blijkt o.a. uit — ook onder ons veel gehoorde — uitspraken als: 'Dat dóet mijn kind niet'. En aangezien wij maar al te goed weten, dat onze kinderen ons eigen vlees en bloed zijn, getuigt zo'n uitspraak — als deze bij ons vandaan komt — niet alleen van een optimistisch beeld van onze kinderen maar ook van een optimistisch beeld van onszelf (van waaruit dan ook dat ideaalbeeld van het eigen ouderschap te verklaren is). Als er echter iets van zondebesef bij ons aanwezig is en van het besef van de gebrokenheid van het leven, dan zullen wij in plaats van gekrenkte trots te tonen wel een meer bescheiden houding aannemen, als onze kinderen een andere weg gaan dan wij hen voorgehouden hebben en als zij zich anders gedragen dan in de lijn van de opvoeding van hen verwacht zou mogen worden. Dan zullen wij er ons niet over verbazen, als zij zich — openlijk of verborgen — als rebellen gedragen. Dan zullen wij ons er net over verbazen, dat zij — net zoals wij — geneigd zijn om volgens hun eigen zin te leven. Dan zullen we meer begrip voor hen hebben, als zij bijv. gaan samenwonen en als zij hun leven verder invullen volgens eigen normen. Dan doen we niet alsof wat in onze kinderen leeft ons volkomen vreemd is.
'Dat doet mijn kind niet'.
Mijn kind doet wat ten diepste ook in mijn hart leeft en wat in mijn leven misschien op dezelfde wijze in gedachten aanwezig is of op een andere manier naar buiten treedt. Hierin ligt een — ik zou zeggen: hechte — band met onze kinderen, die op zich al reden genoeg is om hen — hóe zij hun leven ook leiden — nimmer af te schrijven door het contact met hen te verbreken.
Raadsel
Na deze achtergrondopmerkingen keren we nog even terug naar Adam en Eva. Het is in hun leven duidelijk wat zij 'verkeerd' hebben gedaan ten aanzien van hun relatie met God (en zij hebben ons daarin meegenomen), maar gaat nu ook de vraag 'Wat deden wij verkeerd?' ten aanzien van de opvoeding van hun kinderen voor hen op? Natuurlijk, zij zullen fouten gemaakt hebben en in allerlei opzichten tekort geschoten zijn. Adam en Eva waren geen volmaakte ouders, en die zijn er na hen ook nooit geweest. Maar als ze het nu 'verkeerd' gedaan hebben, omdat Kaïn in zijn hart niet van God wilde weten, dan moeten ze het toch ook 'goed' gedaan hebben, omdat Abel wél van God wilde weten? Hebben ze het nu verkeerd of goed gedaan? We kunnen voor zeker aannemen, dat beide zoons dezelfde opvoeding hebben gekregen en dat het niet zo is, dat Kaïn een verkeerde en Abel een goede opvoeding heeft ontvangen. Het is al te zot om zoiets te denken! Rekent u maar dat zij zowel Kaïn als Abel in alle ernst hebben verteld wat er allemaal in het paradijs is gebeurd. En rekent u maar dat zij zowel Kaïn als Abel die geweldige belofte hebben doorgegeven, die zij vanuit het paradijs hadden meegekregen. Wat dit betreft zullen zij het niet 'verkeerd' gedaan hebben. Er is dan ook geen sprake van ouderschuld bij de eigen weg die Kaïn zich koos en bij de wandaad die hij pleegde.
We staan hier voor een raadsel, dat ons vandaag ook vaak bezig houdt en waar we niet uitkomen. Twee kinderen uit één gezin, die dezelfde (goede) opvoeding genieten en in dezelfde geestelijke sfeer grootgebracht worden en die een tegengestelde weg kiezen. De één raakt zichzelf kwijt aan de Heere Jezus Christus en legt in het midden van de gemeente belijdenis af van het geloof, en de ander kan het allemaal niets schelen en zegt alles vaarwel. Wat deden de ouders nu verkeerd? Nee, deze vraag stellen wij niet. Wij leggen in verlegenheid de hand op onze mond.
Een veelheid van invloeden
Wat wij wel kunnen zeggen is, dat er in het opvoedings- en groeiproces van onze kinderen sprake is van een veelheid van invloeden. Invloeden van binnenuit, die te maken hebben met de eigenheid van ieder kind — eigen hart, eigen gedachten, eigen karakter, eigen manier van reageren op de dingen, eigen manier van omgaan met het geloof en met goed en kwaad, eigen verantwoordelijkheid, eigen schuld... En invloeden van buitenaf, zoals: vriendschappen, andere relaties, school, werk, media en de sfeer in de samenleving (de 'geest des tijds').
Deze veelheid is voor ons onontwarbaar. Er is geen mens die er greep op heeft. Het gaat om dingen die ook in de opvoeding ongrijpbaar en onbeheersbaar zijn. Je kunt als ouders je kinderen niet van negatieve invloeden vrijwaren. Dat is zelfs niet mogelijk, als wij hen — bij wijze van spreken — aan een touw leggen en in isolement op laten groeien. Want ook dan nog zitten wij met de niet te doorgronden invloed van het kwaad, dat voor ons ongrijpbaar en onbeheersbaar is en dat in het hart van ieder mensenkind huist.
Daarom noem ik het woord 'genade'. De beste invloedssfeer waar wij onze kinderen in kunnen brengen, is de directe invloedssfeer van Gods genade, de directe invloedssfeer van de Heilige Geest. En dan zijn we op het Woord aangewezen.
Het is essentieel voor de opvoeding van onze kinderen, dat wij de veelheid van invloeden in hun en ons eigen leven enigszins onderkennen. Onze kinderen groeien niet vrij op, als wij hen vrij laten of als wij in de omgang met hen slordig zijn ten aanzien van de dingen van het geloof. Om het zo maar eens te zeggen: het gaat erom, dat wij met onze kinderen onder invloed van het Woord leven, dat is: onder de heerschappij van Christus. Vanuit het Woord ontvangen wij kracht en worden wij toegerust om de geesten te onderscheiden en om negatieve invloeden te weerstaan. Het Woord, is een bron van vernieuwing, een krachtbron. De vraag 'Wat deden we verkeerd?' als we ons dat afvragen bij de kerkverlating van onze kinderen — is op zijn plaats, als wij met onze kinderen niet of nauwelijks over het geloof gesproken hebben en als wij hen niet zijn voorgegaan in een leven van genade, onder de heerschappij van Christus. Dan is er inderdaad sprake van ouderschuld. En hoe we daar mee om moeten gaan, daar wil ik het de volgende keer over hebben.
C. G. Geluk (HGJB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's