Uit de pers
Evangelistencongres
Het congres voor rondreizende evangelisten, in Amsterdam gehouden van 12-21 juli heeft in de dagbladpers, die mij onder ogen kwam, voor mijn gevoel een nog al eenzijdig-negatieve belichting gekregen. Het is voor een handige journalist niet zo moeilijk om een wat minder gelukkige uitlating en dito situatie uit te buiten en er een (wat sommige noemen) smakelijk verhaal van te maken. Je zou de neerbuigende toon ook onsmakelijk kunnen noemen. Ik heb de indruk dat er zijn, die zich bij voorkeur oecumenisch gezind noemen, maar in feite bedoelen de oecumene van het-eigen-gelijk. Bovendien, ook wie theologisch zijn vragen heeft bij dit congres of een andere methodiek zou willen bepleiten, doet er goed aan toch eerst eens diep na te denken over de woorden van Paulus uit Filippenzen 1 : 15 v.v. over de verkondiging van Christus. Heel concreet gezegd: het zal duidelijk zijn dat ik weinig te spreken ben over de toonzetting van een artikel in Trouw van 21 juli 'In een zwart pak op het Zandvoortse strand'. Zo'n artikel blokkeert eerder het verstaan van de ander, dan dat het de intenties van de ander tot zijn recht laat komen. Gelukkig zijn er ook andere geluiden. In het Centraal Weekblad las ik een artikel van de hand van prof. dr. J. Verkuyl die op 14 juli de gastendag bijwoonde. Verkuyl begint zijn artikel met er op te wijzen dat de samenstelling van het congres gevarieerder was dan de media lieten voorkomen. Er waren niet alleen maar vertegenwoordigers van de charismatische bewegingen, maar tientallen vertegenwoordigers van kerken die b.v. lid zijn van de Wereldraad. Van een eenzijdige samenstelling was z.i. geen sprake. Ook wijst hij op de betekenis van deze ontmoeting voor mensen die door politieke muren anders weinig cntactmogelijkheden hebben, en hij memoreert de betrokkenheid van de deelnemers bij de onvoltooide zaak van de wereldzending. Over Billy Graham — centrale figuur op dit congres — schrijft hij:
'Telkens in de geschiedenis van de kerken zijn er figuren geweest die met woord en daad de grote inspanning lieten zien dat de wereld hun horizon was en dat ze de samenhang zagen tussen het evangelie van Jezus Christus en de hele wereldbevolking, voor wie dat eyangelie bestemd is. De visie op die samenhang was het die Paulus dreef van Jeruzalem naar Rome en die hem vervulde van het plan om naar Spanje te reizen in de eerste eeuw van de christelijke jaartelling. Die visie was het die de grote roomskatholieke missionaris Franciscus Xaverius in de late middeleeuwen (1506-1552) voortdreef op zijn tochten door Azië tot zijn dood voor de kust van China. Die visie was het die John Wesley, (1703-1791), de stichter van de Methodistenkerk, met ongelooflijke ijver deed vertolken dat "de wereld zijn parochie" was. Die hartstocht was het die dr. Stanley Jones vanaf het moment van zijn ommekeer vervulde om, zoals hij het zelf zei: "zijn armen om de wereld te slaan en aan ieder het Goede Nieuws te verkondigen". Hij realiseerde dat verlangen van 1907 tot 1973. En in onze tijd is het een man als dr. Billy Graham, die zich met grote trouw en offerbereidheid inzet om het verband te leggen tussen het evangelie en de gehele wereld en die daartoe talloze démarcatielijnen tussen volken, rassen, religieuze gemeenschappen en ideologieën overschrijdt en die op verrassende wijze de verbindingsdienst der liefde onderhoudt tussen hem als wereldevangelist en tallozen die in alle zes werelddelen in de lokale en nationale sfeer en soms temidden van onvoorstelbare weerstanden de taak van evangelist vervullen. Dit congres in Amsterdam is een treffende manifestatie van deze verbindingsdienst der liefde tussen dr. Graham en talloze evangelisten uit de gehele wereld.
Ik ben geen kritiekloze "fan" van Billy Graham. Toen hij in de periode van de Vietnam-oorlog Nixons politiek ondersteunde, heb ik in persoonlijk contact hem daarover vermaand. In 1983 heb ik publiekelijk bij de opening van het congres gezegd dat hij veel te weinig de samenhang tussen proclamatie, diakonia, gemeenschap en deelname aan de strijd tegen onrecht onderstreept en te eenzijdig de nadruk legt op de verbale verkondiging. Het is echter onjuist om — zoals het NOS-journaal dat deed — de indruk te suggereren dat dr. Billy Graham nog dezelfde is als in de tijd van de Vietnam-oorlog. Hij heeft tot grote schrik van allerlei conservatieve vertegenwoordigers van de "electronische kerk" in de Verenigde Staten de strijd aangebonden tegen de nucleaire bewapening en de wapenwedloop in Oost en West. Hij heeft zich ingezet voor ontspanning tijdens zijn talrijke bezoeken in Oost-Europa en tegen racisme in Zuid-Afrika en in vele andere gebieden, ook in de Verenigde Staten. Men moet hem niet zetten in een hoek waar hij al lang niet meer staat en wie dat wel doet, tekent een karikatuur van hem en geeft een onjuist beeld van hem. Het meest typerende van hem is—zoals ik hierboven schreef — dat hij wereld-evangelist en vriend van duizenden evangelisten over deze hele globe is en daarin is hij een beschamend voorbeeld, ook voor degenen die zich tegen hem afzetten en kritiek hebben op zijn methoden.'
Ook Verkuyl heeft zijn vragen en aarzelingen, b.v. ten aanzien van de visie op de aard van het Schriftgezag om het gevaar van het fundamentalisme tegen te gaan, of met betrekking tot de verscheidenheid van cultuursituaties die z.i. te weinig onderkend werd. Ook zag hij liever een sterker accent op de liefde van Christus. Maar zijn kritische vragen staan in het kader van verbondenheid en sympathie voor wat deze evangelisten beweegt. Laten we, zo zegt hij terécht aan het slot, niet polariseren, maar willen leren van de ervaringen van dit congres inzake de taak van de evangelieverkondiging in onze samenleving. Ik meen dat dit zeer terzake is. De dissertatie van dr. J. B. G. Jonkers over doeleinden in de evangelisatie laat zien hoe verdeeld de kerken zijn op dit punt en hoezeer deze verdeeldheid het werk bemoeilijkt. Natuurlijk gaat het niet aan om omgekeerd dit congres als hèt hchtend voorbeeld te presenteren en de gevestigde kerken te kritiseren als zou daar niets geschieden. Er is — dat mag met dankbaarheid gezegd worden — binnen de kerken een stuk evangelisatiewerk waarin velen, vaak op onopvallende wijze, betrokken zijn. Maar bescheidenheid past ons wel. De vragen zijn velen als het gaat om de overdracht van het Evangelie in onze huidige ontkestende wereld. Tastend en zoekend gaan we vaak onze weg. Ook de deelnemers aan het amsterdamse congres spreken niet het laatste woord. Er kunnen stellig kritische vragen gesteld worden. Maar de gloed van bezieling en overtuiging die velen van hen dreef moge aanstekelijk werken. En gedachtig aan het bijbelse 'de een achte de ander uitnemender dan zichzelf' doen we er goed aan niet primair te kijken naar minpunten, maar ons door deze enthousiaste rondtrekkende evangelisten de vraag te laten stellen naar onze gedrevenheid voor de taak van zending van evangelisatie.
***
Vierhonderd vijftig jaar Institutie
Men zou ook de arbeid van Calvijn in Geneve het werk van een gedrevene kunnen noemen, van een mens die zich door God tot zijn taak geroepen wist. Het is dit jaar 450 jaar geleden dat Calvijn in Geneve kwam en tevens dat in Bazel zijn Institutie verscheen. In De Wekker gaat prof. dr. W. v. 't Spijker in op de vraag: waarom is dit boek hèt boek van Calvijn geworden? Hij schrijft in het nummer van 1 augustus:
'Ik zou veel dingen kunnen noemen. Maar dit vele kan nooit ergens anders een centrum hebben dan in déze twee dingen: zekerheid en vroomheid.
Er is een toon van zekerheid in het boek, vanaf de eerste bladzijde. Die zekerheid is gegrond in een zuivere kennis van God en van onszelf, een reformatorisch grondgegeven, dat in vele toonaarden bij vele reformatoren te vinden is, maar bij Calvijn is het zo eenvoudig uiteengelegd, ontvouwd, dat men het zien en constateren kan: het gaat om zekerheid. Zekerheid des geloofs, gegrond in de belofte, liever nog, gegrond in de gemeenschap met de belovende God zelf. Het probleem van de zekerheid heeft Calvijn bezig gehouden. Immers alles bij Rome was gebaseerd op onzekerheid. En alles bij Calvijn gewaagt van déze kennis, die een mens heeft van de welwillendheid van God. Ten diepste wortelt die zekerheid, gelijk Calvijn gaandeweg nog duidelijker zou omschrijven, in het getuigenis van de Heilige Geest, dit wonder gebeuren waardoor een mens niet intuïtief, maar wél zijn innerlijk schouwen met de uiterlijke waarneming verbindend, heilig overtuigd is dat God zijn God is en dat de bijbel zijn Woord is en dat deze mens een kind van Gód is.
En het tweede is de vroomheid, die men wel heiligmaking pleegt te noemen, maar die Calvijn zelf omschrijft als een herboren leven. Daaraan zijn altijd twee aspecten, die niet chronologisch getaxeerd, maar theologisch benoemd worden als nieuwheid des levens én als genadigde rechtvaardiging: vandaar dat Calvijn zo onbekommerd de wedergeboorte in ruimere zin plaatst voor de rechtvaardiging. Immers deze tweevoudige genade is te herleiden tot datgene, wat men wel het centrum van Calvijns theologie kan noemen: de inplanting in Christus die leidt tot de eenheid, vereniging met Christus: de unio mystica, de verborgen werking van de Geest, waardoor Christus in de zijnen woont en zij in Hem. Dat was het geheim niet alleen van de zekerheid, maar ook van de "zedelijkheid" de vroomheid van Calvijn: diep-innerlijk en tegelijk breed uiterlijk over heel het leven. Nu dit alles vierhonderdvijftig jaar geleden is, herinneren we er aan opdat mensen op, zoek naar zekerheid en naar oprechte vroomheid niet zouden vergeten te luisteren ook naar Calvijn, die daarover naar de Schrift, zulke wezenlijke dingen heeft mogen zeggen. Het behoeft niet alléén verleden tijd te zijn.
450 jaar Institutie. In zijn nog altijd lezenswaardige opstel over dit boek in de bundel Kerkelijke klassieken uit 1949 schrijft Van Niftrik, dat wij met de Institutie de tachtigjarige oorlog gewonnen hebben. Door dit boek is de hervorming in Nederland Calvinistisch geworden. Dat is niet niets. Nog een opmerking van Van Niftrik: 'Calvijn wilde ons door dit werk niet tot calvinisten maken maar tot leerlingen van de Heilige Schrift'. Schuilt daarin niet mede de kracht en de blijvende aktualiteit van dit werk ook na vier en een halve eeuw?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's