Het diakonaat vandaag (2)
Waar kunnen wij dan gemeenteleden praktisch bij betrekken en om welke taken gaat het dan precies? Laat ik eens beginnen bij de jongeren en met de jongeren. Willen wij voor deze groep een boodschap hebben, geloofwaardig zijn, dan ligt daar een grote taak namelijk: het dienen voor jongeren in knelsituaties b.v. de alleenstaande jongeren, de schoolverlaters, jongeren die de zin van het leven niet meer zien, de gehandicapte jongeren, de verslaafden, criminele jongeren, het vandalisme onder jongeren, de spanningen bij de verschillen tussen de generaties, het denken over vrede, militaire dienst. Voor hen een boodschap hebben. Met hen zoeken naar wegen voor zingeving aan het leven, aan het bestaan. Dat is b.v. creatieve mogelijkheden ontdekken bij jongeren. Zoeken naar de waaroms van dit alles. Op de tweede plaats het dienen met jongeren in de gemeente. Jongeren betrekken bij ons diakonale werk. Weten de jongeren wat diakonaat is? Leren we hen te dienen. Geven we hen de kans om mee te bouwen aan de gemeente? Op de tweede plaats denk ik aan de problematiek van de uitkeringsrechtigden. Hoe gaan we er mee om? Wat kunnen we doen? En baanlozen projekt opzetten wellicht? Ook hier kunnen gemeenteleden bij de ozet betrokken worden. De vraag is: Kennen wij onze uitkeringsgerechtigden? De WAO'ers, de schoolverlaters, de weduwen, de baanlozen, de bijstandsmoeders in onze straat, wijk, gemeente of stad? Of gaan we mee in een nieuwe prestatiemaatschappij, zoals de reclamespot het eens aangaf: 'Wie meer kan heeft meer kansen'. Of staan we bij hen die niet meer kunnen aan de kant van de weg en zeggen: wie kan of niet meer kan heeft gelijke kansen, heeft wellicht andere mogelijkheden waarvoor we alle ruimte willen geven. Dat is gerechtigheid betrachten. Immers: ieder individu is uniek, voor God gelijk.
Binnen de verzorgingsmaatschappij tendeert de gang weer naar eigen zelfstandigheid. Bejaarden langer zelfstandiger laten wonen. Hoe zal het gaan met de maatschappelijke dienstverlening, de gezinszorg, het bejaardenwerk? Hoe volgen wij deze gang? Is het wellicht mogelijk om in de gemeente te komen tot een hulpdienst? Een volgend aandachtspunt is de problematiek van de derde wereld. Met welke ogen, diakonale ogen, kijken wij naar de derde wereld? Gaat het hier niet veeleer om de zorg voor de nood in de wereld, de armoede, de verkrotting, de uitbuiting, het onrecht. Daar zijn we als gemeente met een eenmalige aktie niet mee klaar. Alsof dat een alibi zou zijn, dat we weer eens even hebben nagedacht over en gegeven voor het werelddiakonaat. Het werelddiakonaat vraagt soms om strukturele aandacht van het diakonaat en van de gemeente. Is er aandacht voor tijdens een kerkdienst? Gedenken wij de nood in ons gebed. Vertellen we er iets van b.v. bij een kollekte-aankondiging? Er is dringend aandacht nodig voor vluchtelingen, kleur lingen, vervreemd van eigen land en eigen zelfstandige plaats in de samenleving, de rechtlozen in Oost-Europa en Rusland. De politieke gevangenen in Chili, de vervolgden. Vreemdelingen zijn ze, omdat ze niet tot recht mogen komen. Is ons dit alles ver weg van de Bommelerwaard, of staan we er naast en tonen onze betrokkenheid en zetten wij ons in. Ook hier mag gelden: de gemeente in al haar leden geroepen tot dienen.
De gemeente als draagvlak
Ik zou onder gemeente een dikke streep willen zetten. Er kunnen immers geen aktiviteiten worden opgezet zonder een draagvlak. Het draagvlak ligt in de gemeente zelf. Daar moet het gebeuren! Dit alles geheel afhankelijk van de mogelijkheden in de gemeente zelf. De agenda's van de diakenen staan soms overvol, met het gevolg, dat er soms weinig tijd meer overblijft om rustig na te denken over de diakonale taken van de gemeente en de bezinning daarop.
Het de gemeente zelf diakonaal toerusten en bewust maken wordt dan nog wel eens vergeten. Willen wij aktiviteiten ontwikkelen en op diakonaal terrein meer tot een 'diepte-investering' komen, dan is de gemeente in haar geheel de grootste schakel. Missen wij deze schakel, dan dreigen aktiviteiten na verloop van enige tijd stuk te lopen, omdat er geen draagvlak aanwezig is. De toerusting is er op gericht om als gemeente een levende gemeente te zijn, waarin jong en oud een plaats innemen. Binnen die gehele gemeenschap, die totale gemeenschap vormen wij een eenheid en wanneer daar een deel ontbreekt missen wij de keten van de Konoinia. Dan is er de communicatie-storing en verstaan wij elkaar op den duur niet meer! De gemeente, daar gaat het om! Daar is de werkplaats van Gods Geest. Daar is Zijn werk in uitvoering en wil Hij ons gebruiken met ieders eigen talenten tot Zijn lof en dienst bereid vanuit het gehoorde Woord!
Voetangels en klemmen
Het derde punt wat wij kort willen aanstippen zijn de voetangels en klemmen in het diakonaat. Op een vergadering van het Streekverband West Betuwe heb ik hierover al eerder gesproken. Aangezien deze vragen de aandacht vragen van heel de gemeente wil ik ze u ook graag voorleggen. Graag laat ik diakenen aan het woord die aan 2 kursussen hebben meegedaan. Wat bleek? Een grote verlegenheid t.a.v. de diakonale opdracht! Wat stellen we ons voor bij begrippen als dienen, barmhartigheid en gerechtigheid? Hoe besteden wij op verantwoorde wijze ons geld en mag je als diakonie bezit hebben? Hoe gaan we om met het toegezonden materiaal? Wat zit er achter deze vragen? Verlegenheid konstateerde ik al, maar er is meer. Het gaat om de vraag: Wat willen we als diakonie doen, betekenen voor de samenleving dichtbij en veraf, wat willen we bereiken en wat willen we met de gemeente samen doen? En hier met deze vragen komen we tot de kern van het probleem, namelijk het woord visie, of motivatie. Immers: Wat beweegt de diaken om diakonaal te handelen? Van waaruit handelt hij? Is er een bepaalde gedrevenheid in hem, wat noopt tot diakonaal handelen? Vervolgens: heeft de diaken zich een mening gevormd over de diakonale opdracht? Veelal blijkt, dat rond die visie, rond die meningsvorming geen duidelijk beeld aanwezig is en daardoor de diakonale opdracht niet duidelijk is, de taken niet helder zijn. Het is van belang om binnen eigen kring met deze vragen aan de slag te gaan. Deze vragen te bespreken op de kerkeraadsvergadering of d.m.v. een persoonlijk gesprek. Ook werd opgemerkt, dat er zo weinig interesse is bij andere diakenen, ouderlingen en predikanten om bepaalde diakonale aktiviteiten nader uit te werken in de gemeente. Een andere opmerking was: Het is zo moeilijk om gemeenteleden te aktiveren bij het diakonale werk! Oorzaken? Diakenen antwoorden als volgt:
- gemeenteleden weten nauwelijks iets van het diakonale werk af
- er wordt te weinig gesproken over de diakonale roeping
- gemeenteleden kunnen moeilijk konkrete zaken zich voorstellen
- tijdsfaktor, we hebben het zo druk
- het idee leeft: daar hebben we toch diakenen voor
- er bestaat nauwelijks gevoel voor gemeenschap, het samen delen, het samen vieren, het samen dienen, het samen gemeenschap van God zijn
- gebrek aan interesse.
Is het ook hier niet goed om als gemeente eens na te denken over de vraag: Wat is gemeentediakonaat? Waarom willen we gemeenteleden bij ons diakonaal werk betrekken en op welke wijze zou dat gerealiseerd kunnen worden en voor welke aktiviteiten? Tevens is het van belang om de diakenen eens persoonlijk de vraag te stellen: 'is uw eigen diakonale opdracht duidelijk?' De kerkeraad zou ik willen vragen om het werk van de diakonie te bespreken. Hoe we de voetangels en klemmen kunnen oplossen. De gemeente bouwen doen we immers samen. De gemeente diakonaal bewust maken is niet alleen een taak van diakenen, maar wordt gedragen door alle ambtsdragers. Voor de diakonie zijn de taken anno 1986 veelomvattend. Het gaat er niet om, dat wij van alles en nog wat maar moeten aanpakken. Wel dat er orde in ons werk is en vooral: zijn de taken duidelijk. Niet alleen maar samen. Er gebeurt veel in onze gemeenten. Er gebeurt veel wat niet altijd zichtbaar is. Maar er kan meer, wanneer wij niet te kampen zouden hebben met zoveel voetangels en klemmen. Diakenen stellen hun vragen. Vragen, die naar mijn idee allereerst eens aan de orde gesteld zouden moeten worden in de gemeente, tijdens een diakonie of kerkeraadsvergadering. Vandaaruit kunnen we dan lijnen uitzetten. Kunnen we tot een goede diakonale organisatie komen. Het aandurven om als diakenen deze vragen bespreekbaar te maken kan zeker leiden tot het wegnemen van veel onduidelijkheden en moeilijkheden. Het diakonaat is in beweging. Ik hoop van harte dat ook u deze beweging wilt ondersteunen, aanmoedigen en wilt bespreken! Letten wij nu, juist nu, in een wereld van ontkerkelijking en ontkerstening onze roeping verstaan om elkaar in de gemeente te dienen, als geloofsgenoten van het huis des Heeren één te Zijn in Hem, om vanuit die eenheid goed te doen aan alle mensen. Dat is zoals Calvijn zegt in zijn commentaar bij de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan: ieder mens, zelfs die ons het meest vreemd is, is onze naaste, omdat God alle mensen onderling aan elkaar verbonden heeft, opdat zij elkander helpen. Ik mag u opwekken ambtsdragers tot meeleven, tot meebidden en tot meelijden in de gemeente. Er liggen veel mogelijkheden om samen met anderen met het werk door te gaan. Samen zijn we geroepen om te bouwen aan zijn gemeente. Dat wij daarvoor van Hem de kracht en de wijsheid mogen ontvangen en Hijzelf mogelijkheden opent en wij instrument mogen zijn in zijn hand. Dat we door Hem steeds weer geroepen mogen worden voor dit deel van Zijn wijngaard.
Het Rivierengebied. En wat mij steeds weer beweegt, is die telkens terugkerende ervaring. Een ervaring die ik tenslotte alsvolgt wil omschrijven. Vanuit het Barneveldse reed ik op een voorjaarsavond richting de Betuwe. Het was een adembenemend mooie avond. Rijdend over de Rijbrug zag ik aan de ene kant Rhenen liggen met die geweldig mooie toren van de Cunerakerk, die met zijn scherpe spits naar de hemel wijst. Daar moet het van komen dacht ik. Aan de andere kant lag daar rustig het Betuwse land met de vele boomgaarden en weilanden. Daar achter tekende zich een rode gloed af en liet de zon haar laatste stralen zien. Nog even dan was zijn taak voor deze dag ten einde. Het was de taak van het dienen! Nu zou mijn taak komen. Ik dacht aan de woorden van Bavinck in zijn boekje: 'het raadsel van ons leven'. De woorden werden voor mij levend aanschouwelijk en inspirerend. Die grote heerlijke zon, zo zegt Bavinck, die op onschatbare afstanden van de aarde vlamt en schittert, is het zich niet bewust dat ze duizenden mijlen van zich af licht en warmte brengt. En toch is zij het, die het leven op aarde in stand houdt, die de plan ten uit de vochtige grond opzuigt, die vrolijkheid brengt in het bekommerde hart. Die de vruchten doet groeien. Het ene wezen beïnvloedt het andere, het ene schepsel draagt als het ware het andere. En wat zien wij dan?
Dat het ene als het ware dient om het andere te voltooien. Ziet ge de wereld in, dan wordt ge door een ding telkens bij vernieuwing ontroerd: door het geweldige dienen. De wet van het dienen ligt als een arm onder elk schepsel. Zij draagt heel die machtige wereld tot het bestaan. Ieder wezen denkt wel dat het alleen in zichzelf is, maar het is toch niet anders dan een dienaar van anderen. Leven, ja niet allen leven: bestaan is dienen! En dat geldt nu de mens, de diaken, het gemeentelid, als Kroon van de Schepping! Dienen om het andere, de ander, de naaste, te voltooien!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's