Hoe dik is onze Bijbel?
Terug van vacantie heeft ieder zijn of haar verhalen. We deden wellicht ook onze ervaringen op in kerkdiensten op de zondagen in den vreemde, veraf of dichtbij. Ook daarover zou veel te vertellen zijn. Er vinden dan ontmoetingen plaats met mensen uit verschillende landen, soms ook uit verschillende culturen. Persoonlijk hecht ik er altijd aan om de gemeente, die ter plaatse bestaat of officiële kerkdiensten die er zijn te bezoeken, ook wanneer een reis wordt gemaakt met een reisgezelschap. Soms worden door reisgezelschappen samenkomsten in hotels belegd waar een preek wordt gelezen, hoewel er de mogelijkheid is om met de gemeente ter plaatse kennis te maken of diensten te bezoeken, die toch meer kerkdiensten zijn. Er zou in dat opzicht echter best eens wat meer bezinning kunnen zijn over de vraag hoe in den vreemde de zondag moet worden beleefd. Als onze Heidelbergse Catechismus de vraag aangaande het vierde gebod behandelt wordt duidelijk gezegd dat we op de 'sabbat' tot de gemeente Gods 'naarstig' moeten komen. Dat is net iets meer dan groepsgewijs samenkomen, al zal dat zeker in bepaalde gevallen de enige mogelijkheid zijn.
Hoe houden we de zondag in ere? Door de kerkgang voornamelijk. En dan mag daar best wat moeite voor worden gedaan, terwijl ook wel eens kerkelijke eigenheden naar achter moeten worden gedrongen.
Bovenstaande opmerkingen hebben als aanleiding een in de vacantie opgedane ervaring. Jaarlijks gaan duizenden mensen naar Israël, ook uit Nederland. Dit jaar is het aantal mensen, dat Israël bezoekt, weliswaar beduidend minder dan in vorige jaren , omdat de terreur van Khadaffi niet zonder uitwerking is gebleven. De Amerikanen lieten het helemaal afweten. En tal van reizen uit Europa werden geannuleerd of haalden de helft of minder van het normale aantal reizigers. Het was deze zomervacantie overal in Israël te zien hoe het bezoek aan Israël een geweldige klap kreeg door de wereldwijde terreur, die vanuit Libië op gang is gebracht. Ook andere landen hebben daarvan te lijden gehad. Maar Israël wel in het bizonder. Maar goed, er waren toch in Israël nog wel zoveel bezoekers dat er ook daar kerken mee te vullen zouden zijn geweest.
Wat was nu de ervaring? Regelmatig worden door dr. G. H. Cohen Stuart en ds. M. van der Vegte, theologische adviseurs of kerkelijke werkers van respectievelijk de Nederlandse Hervormde Kerk en de Christelijke Gereformeerde Kerken in Jeruzalem nederlandstalige kerkdiensten gehouden in de Schotse St. Andrews kerk in Jeruzalem. Zo ook op de eerste zondag van augustus dit jaar. We waren op die zondag met een reisgezelschap bestaande uit jongelui, in Jeruzalem en logeerden op de Olijfberg. Goedsmoeds togen we te voet de Olijfberg af, het Kedrondal door en het dal van Hinnom door naar de Schotse kerk — een lange, hete maar verrukkelijke wandeling — om de kerkdienst bij te wonen, die geleid zou worden door ds. Van der Vegte. Zou nu ons reisgezelschap er niet zijn geweest, dan zou ds. Van der Vegte gepreekt hebben voor ongeveer tien gasten, met daarbij een groepje arabische kinderen uit Bethlehem, verstoten door hun ouders maar liefderijk en belangeloos verzorgd door een nederlands echtpaar, dat zich geen dag vacantie gunt, behalve als de islamitische ramadan wordt gehouden. Hulde aan deze mensen. Maar dan te bedenken dat er in Jeruzalem toch nog wel een aantal reisgezelschappen aanwezig was, dat ook de moeite zou hebben kunnen nemen om ter kerke te gaan daar, waar vertegenwoordigers van onze nederlandse kerken zich de moeite getroosten juist in onze eigen taal iets te doen en zo aan de zondag aldaar inhoud te geven, waar dat toch al zo spaarzamelijk is een een stad, die weliswaar bol staat van kerken maar die zo weinig biedt voor protestanten om op de zondagen bijeen te zijn. Voor ds. Van der Vegte was onze komst een verrassing. Hij had op het genoemde handjevol gerekend maar het had hem niet verhinderd een geheel voorbereide preek te houden. De teleurstellende ervaring was echter dat bezoekers aan Jeruzalem, die de zondag in ere plegen of althans dienen te houden, voorgangers uit de kerken voor lege stoelen en banken laten staan.
Bij terugkeer van deze kerkdienst was er evenwel in ieder geval ook één ding dat ons tot nadenken stemde. De titel van dit artikel vindt er haar oorsprong in.
De tekst voor de preek
In de betreffende nederlandstalige dienst in de Schotse kerk hebben de voorgangers het zich tot een gewoonte gemaakt om de tekst voor de preek te nemenuit de Schriftgedeelten, die op de zaterdag ervóór (de joodse sjabbat) in de synagoge zijn voorgelezen. De Schriftlezingen in de synagoge zijn lang, beslaan diverse hoofdstukken uit het Oude Testament, de Tenach. Zo geviel het dat we in deze kerkdienst terecht kwamen bij Numeri 32, waar gesproken wordt over het verzoek van Ruben en Gad om hun erfdeel van het beloofde land al te krijgen voordat men de Jordaan was overgetrokken omdat aan 'deze zijde' van de Jordaan genoeg gras was voor hun vee, en ze hadden 'veel vee' of 'machtig veel vee'. Het is niet mijn bedoeling hier een preekverslag of preekbeoordeling te geven. Wel gaat het me erom dat we middels deze kerkdienst weer eens gebracht werden bij een Schriftgedeelte, waar echt niet elke dag over gepreekt wordt. Natuurlijk behoren we zulke Schriftgedeelten te kennen maar de vraag is óf we ze (nog) kennen en ik bedoel dan of zulke Schriftgedeelten nog wel bekend zijn in de breedte van de gemeente.
Wanneer eens een doorsnee zou worden gemaakt van de tekstkeuze in alle kerkdiensten op de zondagen gedurende een heel jaar dan zou dunkt me blijken hoe dun ons bijbeltje eigenlijk is. Diverse bijbelgedeelten worden veelvuldig bepreekt, andere sporadisch of in het geheel niet. Soms gebeurt het dat men verschillende keren achtereen — zeker in vacantietijd, wanneer elke gemeente nog al eens gastpredikanten heeft — over dezelfde tekst hoort preken. Sommigen vinden het treffend, als dat gebeurt. Ooit zei een predikant dat dat dan wel een heilige bedoeling zou hebben, terwijl ook gemakkelijk de paulinische, tekst bij de hand is 'dezelfde dingen tot u te zeggen is mij niet verdrietig en het is u zeker'. Maar nuchter moet dan geconstateerd worden dat het dan een tekst kan betreffen, die kennelijk in één van de vigerende postilles aan de orde was. Geen kwaad woord over postilles en elke predikant zal bij het maken van zijn preek ook best bij anderen te leen gaan. Bekend is het verhaal van Abraham Kuyper, die een student examineerde op een preekschets en hem vroeg hoeveel er van hemzelf was en hoeveel van een ander. Toen deze antwoordde dat hij 95 procent van zichzelf had zei Kuyper dat hij het zelf nooit verder dan vijf procent had gebracht. Postilles, die de preken al in kaart brengen, kunnen er echter kennelijk voor zorgen dat de gemeente van verschillende voorgangers kort na elkaar dezelfde preek te horen krijgt, of althans over dezelfde tekst meermalen hoort preken.
Eenzijdig
Maar terug naar de preek in Jeruzalem. Het volgen van de Schriftlezingen in de synagoge brengt kennelijk bij Schriftplaatsen waar vaak (meestal) niet over gepreekt wordt of waar nooit over gepreekt wordt. Nu moet van zulk een systeem ook weer geen wet worden gemaakt anders preken óók weer de dominees over steeds dezelfde Schriftgedeelten. Maar moeten we ons niet de vraag stellen of er niet veel vergeten of verwaarloosde gedeelten van de Schrift zijn als het over de prediking gaat? Ook de prediking zelf dient immers de kennis van heel de Schrift te bevorderen?
Ik heb in mijn jeugd nog wel preken gehoord van wijlen ds. G. v.d. Breevaart, een man die een lange reeks van jaren dienaar des Woords was in de oud-gereformeerde gemeente in de plaats van zijn geboorte (Hendrik Ido Ambacht) en daar een grote gemeente had, waar hij van zondag tot zondag twee maal voorging, zonder dat hij een opleiding genoten had. Hij hield in die jaren een hele serie preken over de dagreizen van de kinderen Israels, over elke dagreis een preek. Ik kan me niet meer herinneren of er ook niet een stuk 'inlegkunde', zoals dat heet, bij was. Maar de tekstkeus was origineel genoeg en de preek dwong tot luisteren. Ik moest er aan denken tijdens de dienst in de Schotse kerk.
Zulke preken over teksten uit het Oude Testament, uit de geschiedenis van Israël plaatsen dan intussen ook wél voor de vraag hoe de lijnen moeten worden getrokken naar het Nieuwe Testament. Ds. Van der Vegte trok de lijn van Ruben en Gad, die vanwege hun bezit de Jordaan niet over wilden naar het échte beloofde land, dóór naar de rijke jongeling, die niet alles wilde verkopen wat hij had, omdat hij vele goederen had. Nog belangrijker is dan de vraag hoe, zonder geforceerde uitleg, de verbinding kan worden gelegd met Hem, die het hart der Schriften is, Jezus Christus de Gekruisigde en de Opgestane. Luther heeft — ongetwijfeld ietwat generaliserend — gezegd dat vanuit elke tekst een lijn naar Christus loopt. Het is echter nog niet zó eenvoudig om die lijn te vinden en aan te geven. Niet elke tekst leent zich voor de prediking en ook zal niet elke predikant zich aan elke tekst 'wagen'. Maar de zaak zelf is de moeite van het overdenken waard.
Ik weet best dat het horen van een preek over een tekst, waarover men al 'honderd maal' heeft horen preken, opeens een nieuw licht kan laten opgaan, een beker water kan betekenen voor een dorstige ziel. Maar anderzijds kan er ook een geestelijke versukkeling komen in de gemeente als de gemeente niet meer bij verrassend 'nieuwe' gedeelten van de Schrift wordt gebracht, en bijvoorbeeld gedwongen wordt om nog eens het gelezen hoofdstuk te herlezen, omdat het zo weinig bekend meer is. Het is vaak met de continue Schriftlezing in de gezinnen al niet zo goed meer gesteld als het vroeger wel was, al moeten we 'vroeger' ook niet idealiseren. Maar het gevaar is ook groot dat we in de prediking een bijbeltje met platgetreden paadjes over houden.
Alleen geestelijk?
De vraag is of ook daarom de tekstkeus soms (te) beperkt is omdat altijd weer om een geestelijke strekking van de preek wordt gevraagd en daaraan ook wordt toegegeven. De vraag is of geestelijk alleen datgene is wat te maken heeft met de vraag hoe de mens verzoend wordt met God, tot bekering komt of in de oefening van het geloof verder wordt geleid. Gaat het ook niet om het doorlichten van de tijd en van het daagse leven voor Gods Aangezicht! Het preken van oud-testamentische Schriftgedeelten kan zeker ook leiden tot ongeoorloofde vergeestelijkingen, al geeft met name de uittocht van het volk Israël uit Egypte en de doortocht via de woestijn naar Kanaän voldoende stof om ook de leiding des Heeren met Zijn volk door alle tijden te beschrijven. Maar bovendien, hoeveel aanleiding geven oud-testamentische teksten en Schriftgedeelten niet om de eigen tijd te doorlichten, voor actuele tijdprediking? En hoe hebben de profeten niet een boodschap voor het leven van de volkeren, in het perspectief van het Koninkrijk Gods! Zulke gedeelten vandaag te preken kan de gemeente (op)nieuw doen ophoren, en wat belangrijker is: hen sterken in de strijd van elke dag, tot een leven met verwachting, dwars door de crises van onze tijd heen.'
Het wekelijks preken van de Heidelbergse Catechismus — hoe schandelijk verwaarloosd in de kerk(en) — brengt de gemeente bij gebed en gebod, bij ellende, verlossing en dankbaarheid, bij geestelijke zaken en zaken van de tijd, bij de vraag hoe ik een genadig God krijg en bij de vraag hoe ik tot eer van God en tot heil van de naaste kan leven. Er zijn zondagen van de Heidelberger die helemaal niet 'geestelijk' zijn, althans niet in de gangbare betekenis van het woord. Maar wekelijkse prediking van de catechismus bewaart wél voor eenkennigheid en eenzijdigheid. Zo mag er ook best bezinning zijn op de wekelijkse tekstkeus voor de zondagse preek. Bij de gemeente mag ook best de vraag overdacht worden of men elk bijbelgedeelte wel zo aantrekkelijk vindt en men echt bij héél de Schrift wil leven. Maar God is een God, die gediend wil zijn in de binnenkamer en in het leven van elke dag en die ons daartoe Zijn ganse Woord heeft gegeven.
De dienst in de Schotse kerk in Jeruzalem gaf mij stof tot nadenken. Misschien ook een enkele lezer met mij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's