De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

L. A. Snijders, Spreuken, 196 blz., gec. ƒ28, 50, uitg. mij. J. H. Kok, Kampen, 1984.

In dit deel van de serie Tekst en Toelichting wordt een praktische bijbelverklaring gegeven van het boek Spreuken.

In het boek van de Spreuken is ons een schat van levenswijsheid geschonken, vol van raadgevingen, waarschuwingen en beloften, en dat voor alle tijden. In een uitvoerige voorrede bij de vertaling van de boeken van Salomo schrijft Luther o.a. over de betekenis van de Spreuken voor jongeren, die onervaren en veel te zwak zijn om de slechte voorbeelden en de ergernissen te weerstaan: Ieder mens, die vroom wil worden mocht zulk een boek wel voor een dagelijks handboek of gebedenboek houden, er dikwijls in lezen en daarin zijn leven spiegelen. Mij dunkt — een woord dat zijn betekenis tot de dag van vandaag heeft behouden.

Meer dan eens wordt in het Nieuwe Testament een woord uit de Spreuken aangehaald: Mt. 16 : 27, Rom. 3 : 15, 12 : 20, Hebr. 12 : 3, Jak. 5 : 20.

De schrijver verdeelt het boek in verzamelingen (ook de verschillende doubletten wijzen erop, dat we hier met verzamelingen te doen hebben) w.o. salominische spreuken, woorden van wijzen (twee stukken salominische spreuken, die de mannen van Hizkia hebben verzameld) en ten slotte spreuken van Agur, van Lemuel, en de lof van de 'flinke huisvrouw' (zo vertaalt Snijders).

Ook in andere landen waren wijsheidsleraren. Er is soms een merkwaardige overeenkomst met - buitenbijbelse spreekwoorden, b.v. met de Spreuken van de Egyptische Amennemhotep (waarschijnlijk uit de tijd van 1000 v. C). Wee het land dat geen wijzen kende! Wat zal er van Edom terechtkomen als er geen wijsheid zal zijn (Jer. 49 : 7). En als het zwaard over de Chaldeeën komt, zal het ook de wijzen treffen, Jer. 50 : 35. Ook de Egyptische wijsheid spreekt van de verdorvenheid van de mens.

Maar al is de uiterlijke overeenstemming groot, de achtergrond is anders. De Spreuken verkondigen geen verlichte godsdienst van God, deugd en onsterfelijkheid, geen humanistisch program, maar de grond is bij Israël de vreze des Heeren — dat is het beginsel der wijsheid (Spr. 1:7). Dat wijst niet op een fasering: erst de vreze des Heeren en dan komt de wijsheid. Het gaat om datgene wat achter 'alle wijsheid ligt, de vreze des Heeren, dat is de veronderstelling, de samenvatting, het uitgangspunt, het wezen vande wijsheid. Vergelijk o.a. Ps. 110 : 10. Dat is het centrale punt van Israels wijsheid. In de Spreuken gaat het om het zedelijke en geestelijke leven en welzijn van het gehele volk. En daarom zijn de lippen der wijzen een kostbaar kleinood (Snijders vertaalt: er is goud en een menigte parels, maar een kostbaar voorwerp zijn verstandige lippen, h. 20 : 15, moeilijke vertaling). De Spreuken willen het er bij de lezer inhameren, dat vroomheid, zedelijkheid en wijsheid zeer nauw samenhangen.

Wijsheid is een grote gave Gods, maar aan de wijsheid zijn grenzen... h. 21 : 30. Er is geen raad ten overstaan van de Heere. Vele zijn de overwegingen in het hart van de mens, maar de raad van de Heere die komt tot stand (vert. Snijders, St.v. maar de raad des Heeren, die zal bestaan), h. 19 : 21. Spr. 16 : 9. En ook hier blijft het woord van Jer. 9 : 23 waar: en wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid.

De schrijver verdeelt Spreuken in een achttal verzamelingen: preuken van Salomo (drie groepen), spreuken van wijzen, woorden van Agur, van Lemuel, de lof van de flinke vrouw. De mensenkennis van de wijze is groot, h. 14 : 10, 11 : 25, 'Als je wijs bent, dan, ben je wijs tot eigen welzijn' (h. 9 : 12). Boven verscheidene pericopen staat een typerend opschrift. B.V.: De eerste les: vermijdt slecht gezelschap, h. 1 : 18 V.; ook h. 4 : 10 v.v. 'Als schavuiten je willen inpalmen, ga er niet op in' (Snijders; St.v.: indien zondaren — chattaim — u aanlokken, bewillig niet).

De wijze gelooft in een vergelding die zich aan zondaars voltrekt. Zoals hij ook gelooft in het loon van de rechtvaardige, h. 3 : 9. Wat een tegenstellingen: weg der boosdoeners is als duisternis, maar de weg des rechtvaardigen is als een strelend licht, h. 4 : 18 v. — Zo roept de Wijsheid het gehele boek door. En voor wie niet luistert? : dan zullen zij tot mij roepen, maar ik zal niet antwoorden, h. 1 : 28. De schrijver wijst hier op de oordeelsprofetie van Jer. 4 : 1 v.v. e.a. Ook elders wordt oordeel uitgesproken over verachting van het Woord.

Mij trof de opmerking bij de vertaling van h. 14 : 32: maar de rechtvaardige heeft bij zijn sterven nog een toevlucht (St.v.: . 14 : 32 luidt: aar de rechtvaardige betrouwt zelfs in zijn dood). - 'De Hebr. tekst spreekt over de laatste, de ergste nood, die van het sterven. Al wordt hier niet expliciet over onsterfelijkheid gesproken, toch wordt hier duidelijk gewezen op Hem, die voor mensen in hun laatste beproeving een helper is. — Ja, de Enige.'

De grote tegenstelling die door het gehele Spreukenboek heen loopt is dat van de Wijsheid en de dwaasheid. In velerlei vorm openbaart zich de dwaasheid: in heerszucht, in luiheid, in leugen en bedrog, in afgunst (één voorbeeld: je hart benijde niet de zondaren maar de vreze des Heeren de gehele dag, h. 23 : 17), leedvermaak, h. 24 : 17, in hovaardij.

Bewaar je hart, zegt de Spreukendichter: Het Woord is een medicijn en groot is de macht van het Woord. H. 5 : 13: Had ik maar geluisterd... Vele malen wordt gewaarschuwd tegen de vreemde vrouw, talrijk zijn haar slachtoffers, h. 7: haar huis is een afrit naar de onderwereld: gladde praatjes en desastreuze gevolgen. De dwaasheid wordt als een slechte vrouw getekend, h. 9 : 13 v.

Het kwaad straft zichzelf: 'Eerst is er de slechte neiging, een spinneweb, maar ten slotte lijkt ze een wagentouw' (Een woord uit de joodse traditie dat tekent hoe de mens een gevangene is van eigen dwaasheid). Bij de zonde tegen het zevende gebod blijkt een standpunt van kuisheid en liefde die maar zelden in deze tijd ernstig genomen wordt. De Spreukendichter tekent de vrouw: haar lippen druipen van honizeem... Geciteerd wordt uit Spr. 26 : 9. De ontucht ener vrouw blijkt uit de opslag van haar ogen. De man loopt de vrouw na als een rund naar de slachtplaats... h. 7 : 22.

Ook andere taferelen, liefelijker over gezin en huwelijksleven worden in de Spreuken geschetst. Wie komt hier zonder schuld uit? Zonde en dwaasheid zitten diep in het hart van ieder mens. Laat de Wijsheid uw beschermengel en uw gids zijn! En wat de vrouw betreft, vergeet h. 31 over de deugdelijke huisvrouw (Snijders vertaalt flinke vrouw).

Men raakt niet gemakkelijk uitgelezen in dit werk en evenmin erover uitgepraat. Maar dat Spreuken zeker aandacht in onze tijd van zedenverwildering verdient is onweersprekelijk, ook om 's mensen uiterlijke welzijn: als je mij kent (de Wijsheid), dan ben je wijs tot eigen welzijn (bij h. 9 : 12).

Wie serieus zich met de Spreuken inlaat zal de tekst bijvallen: Gouden appels in zilveren kunstwerken, is een woord gesproken op zijn tijd, h. 25 : 11 (de vertaling is niet zeker).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 augustus 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's