De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het dienen van de kerk in Oost-Europa

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het dienen van de kerk in Oost-Europa

8 minuten leestijd

Inleiding

Hoe worden kerken en christenen in Oost-Europa geholpen is een veel gehoorde vraag. Vrijwel iedereen weet wel, dat christenen in Oost-Europa het niet gemakkelijk hebben. Maar veel moeilijker is het je voor te stellen hoe het is als christen in Oost-Europa te leven. Worden ze 'alleen maar' gediscrimineerd of echt vervolgd? En wat houdt dat dan in? Wat merk je daarvan in het dagelijks leven? Daarover is veel te zeggen. In dit artikel wil ik proberen om aan de hand van enkele informatiebulletins over Oost-Europa, die worden uitgegeven door de Generale Diakonale Raad van de NH Kerk en het Algemeen Diakonaal bureau van de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Stichting Oecumenische Hulp aan Kerken en Vluchtelingen, het een en ander weer te geven.

Zoals u wellicht weet is het werelddiakonaat van onze hervormde kerk en de werelddiakonaten van andere kerken intensief betrokken bij de problemen van kerken en christenen in Oost-Europa. Kerken met een vaak lange en rijke traditie, die zich nu geplaatst zien voor de vraag hoe zij in een totalitaire staat, waar de machthebbers niet positief, maar vaak ronduit vijandig tegenover de kerken staan, het Evangelie in getuigenis en dienst kunnen uitdragen.

Hoe is het om daar te leven?

Oost-Europa bestaat uit negen landen. Negen verschillende landen. Elk heeft zijn eigen wetten over de kerken, zodat de situatie van land tot land verschilt. Verder maakt het binnen zo'n land in de praktijk nogal wat uit tot welke kerk je behoort: tot een grote volkskerk of tot één van de kleinere kerken. Er valt dus maar weinig over kerken en christenen in Oost-Europa te zeggen dat voor alle landen, kerken en christenen daar opgaat. Je komt niet veel verder dan de uitspraak: 'de kerken en christenen in Oost-Europa leven in landen die geleid worden door een communistische partij, die er (bijna heilig) van overtuigd is dat er voor de kerken en het christendom geen toekomst is, en die veelal door bepaalde maatregelen af te kondigen dit verwachte, naderende einde dichtbij probeert te brengen'. Gesteld kan worden, dat er in de Oosteuropese landen beslist wel discriminatie en zelfs onderdrukking van christenen plaatsvindt, hetgeen zich vooral uit in vaak schrijnende problemen rond de christelijke opvoeding in de gezinnen, en rondom het kerkelijk leven naar buiten toe. Bovendien is het goed zich ervan bewust te zijn, dat in de meeste landen de democratie nooit een echte kans heeft gehad. De macht binnen de staat is vrijwel voortdurend in handen geweest van een kleine groep bevoorrechten.

De kerken hebben in de Oosteuropese landen vaak al eeuwenlang Gods Woord verkondigd, mensen gedoopt en getracht hun een christelijke levenswijze bij te brengen, kortom, ze hebben van alles gedaan wat men van de kerk mag verwachten. Met de uitvoering van deze taak willen de kerken daar doorgaan, ook nu er al bijna 40 jaar — voor het overgrote deel van de Sovjet­ unie al bijna 70 jaar — aan een andere maatschappij wordt gebouwd, die de kerken overbodig wil maken. Een nieuwe, en niet gemakkelijke uitdaging voor de kerken!

Vormen van hulpverlening

Het werelddiakonaat probeert de kerken in Oost-Europa te helpen haar pastorale, geestelijke en diakonale taak te verrichten. Dit is een taak met een groot spanningsveld, waar vele zorgen mee gemoeid zijn en waarbij je je steeds afvraagt: Is het wel verstandig zo of zo te handelen? Hoe kunnen we helpen, terwijl het eigenlijk niet kan? Dit alles laat zich niet beschrijven. Enkele aspekten van hulpverlening kunnen we globaal aangeven. Het gaat hierbij om:

— literatuurvoorziening, waarbij naast geestelijke lectuur ook catechisatie-en studiemateriaal, kinderbijbels en liedboeken worden verschaft om het geestelijk leven van gemeenteleden en predikanten te stimuleren. Verder wordt studiemateriaal voor theologische bibliotheken geleverd, waardoor studenten zich verder wetenschappelijk kunnen bekwamen. Hierbij worden niet alleen protestantse kerken geholpen, maar ook andere, in het bijzonder de orthodoxe kerken, die slechts weinig krachtige zusterkerken in het Westen hebben;

— medefinanciering van herstel en nieuwe bouw van kerken, pastorieën en gemeentecentra, in die gevallen waar uitblijven van steun tot verdwijning van de gemeente zou leiden;

— hulp aan diakonale centra en instellingen, voor zover die in het betrokken land zijn toegestaan. Dit omvat zowel materiële hulp als het scheppen van mogelijkheden voor (vervolg)opleidingen en cursussen voor medewerkers in deze tehuizen;

— het verschaffen van medicijnen die in het betrokken land niet of uiterst moeilijk te krijgen zijn;

— het verschaffen van een auto aan predikanten die hun werk zonder eigen vervoer moeilijk zouden kunnen doen, omdat zij bijvoorbeeld vanuit het dorp waar zij wonen meer plaatsen moeten bedienen in een streek die verstoken is van deugdelijk openbaar vervoer;

— stille hulp. Hulp waaraan in het belang van de ontvanger geen ruchtbaarheid gegeven wordt. Het gaat hier om problemen die erg moeilijk kunnen liggen en waarbij men een andere werkwijze dient te gebruiken. Dat houdt in, dat via persoonlijke kontakten, vaak langs een omweg, de gevraagde hulp geboden wordt, zowel aan mensen die in grote moeilijkheden geraakt zijn en door de kerken daar niet geholpen kunnen worden, als aan kerkelijke instellingen en instanties.

Doel van hulpverlening

Het doel van deze hulpverlening is steeds kerken en christenen in staat te stellen gehoor te geven aan de oproep die van het Evangelie uitgaat, waarbij men zich terdege bewust is van de hachelijkheid van alle hulpverlening, die bij de ander ook afhankelijkheid en gemakzucht kan oproepen in de trant van 'het Westen is rijk en betaalt toch wel, wij hoeven ons niet in te spannen'. Het is niet eenvoudig om een weg te vinden tussen noodzakelijke hulp en hulp die uiteindelijk niet helpt. Al is 'nee' zeggen ook moeilijk, gehoor geven aan elke goedgemeende aandrang te helpen, zou evenmin stroken met onze opdracht hen te helpen hun taak te verrichten. Uit een informatiebulletin blijkt, dat kontakten met anti-communistische groeperingen en met organisaties die de Oosteuropese politieke propaganda hierheen sluizen wordt vermeden. Evenmin wordt opgeroepen om 'verzetsbewegingen' te vormen in Oost-Europa. Wel kunnen organisaties die de rechten van de mens verdedigen en op vreedzame wijze te werk gaan op sympathie en steun rekenen.

Ondergronds, wat is dat?

Hoewel er in Oost-Europa officieel in principe een scheiding tussen kerk en staat is, moet er op gewezen worden dat deze bepaling uit de grondwet steeds niet alleen door een enorm, aantal wetten en verordeningen ongedaan is gemaakt, maar ook door voorschriften die niet gepubliceerd zijn. De scheiding tussen kerk en staat is zo gedetailleerd geregeld, dat juist daardoor de staat een enorm sterke controle op het kerkelijk leven mag uitoefenen. Er moet immers controle op de naleving van de wet zijn! Zo worden niet alle kerken door de overheid erkend. Sommige maken geen kans op erkenning door de autoriteiten omdat ze als staatsgevaarlijk worden beschouwd, andere worden niet erkend omdat de kerkleiding weigert te beloven dat zij zich zal houden aan de wetgeving die het kerkelijk leven 'regelt', dat wil zeggen 'aan banden legt'.

Door het feit, dat deze kerken niet erkend zijn, staan ze buiten de wet. Daarmee zijn die kerken dus illegaal, maar nog niet ondergronds, want dit hoeft niet te betekenen dat ze zich alleen ondergronds kunnen handhaven. Vaak weten de autoriteiten precies waar en wanneer leden van zo'n illegale kerk voor kerkdiensten bijeenkomen, wie hun voorgangers zijn, en waar die wonen en werken, zonder dat er wordt ingegrepen. Zo'n situatie kan jarenlang blijven bestaan, maar aangenaam is die toestand natuurlijk allerminst. Zo'n kerk heeft totaal geen zekerheid. Elk moment kan er inge­ grepen worden, en ook dat komt regelmatig voor. Soms blijft zo'n optreden beperkt tot het verstoren van een kerkdienst en het meenemen van de voorganger voor een verhoor, maar ook gebeurt het dat de gemeente letterlijk uit elkaar geslagen wordt en dat het gebouw waar men samenkomt verwoest wordt. In het algemeen gaan de autoriteiten in grote steden en gebieden waar veel toeristen korhen veel voorzichtiger en subtieler te werk dan in afgelegen, dunbevolkte streken. Tot deze illegale kerken moet ook de 'Raad van Kerken van Evangelie-Christenen en Baptisten' in de Sovjet-Unie gerekend worden, over welke men regelmatig in de krant leest. Ondergronds zijn die kerken die door de overheid als staatsvijandig worden beschouwd, waardoor ze zelfs niet heimelijk worden geduld. Zij kunnen alleen in het geheim, dus ondergronds, samenkomen. Deze kerken leiden, dat zal duidelijk zijn, een zeer moeilijk bestaan.

Wat kunnen wij doen?

Wat kunnen wij doen is een vraag die meestal gesteld wordt, wanneer we lezen van kerken en christenen die in hun vrijheid gebonden zijn. Gelukkig zijn er in ons land veel organisaties die zich bezig houden met de hulpverlening aan kerken en christenen in Oost-Europa. Deze organisaties hebben op hun beurt ook onze steun weer heel hard nodig. Laten wij ook hier onze betrokkenheid tonen en ons de situatie proberen in te leven, door met onze broeders en zusters achter het IJzeren Gordijn mee te leven en mee te lijden. Opdat door alle verdrukkingen heen voor ons en voor hen Gods Koninkrijk zichtbaar mag worden. Een Koninkrijk van Vrede en Gerechtigheid. Dat vraagt van ons ook veel gebed! Samen als gemeente bidden voor kerken en christenen in Oost-Europa, maar ook persoonlijk de nood aan de Heere opdragen! Vanuit het diakonaat mag het dan gaan om het Woord en om de Daad. En dat niet maar zo af en toe eens, maar permanent betrokkenheid tonen, hulp bieden en ons proberen in te leven in de situatie ginds. Totdat eens de Heere zelf aan gevangenen en verdrukten recht verschaffen zal! Laat de kerk over de ganse aarde het dan uitroepen: Maranatha! Kom spoedig Heere God!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1986

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het dienen van de kerk in Oost-Europa

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1986

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's