De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een Christus zonder handen:

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een Christus zonder handen:

én kunnen onze handen Zijn werk doen?

8 minuten leestijd

Enige tijd geleden was er bij een der omroepen een uitzending waarin ouders en kinderen, pastores en maatschappelijke werkers spraken over geloofsbeleving. In de loop van het gesprek werd toen een kruisbeeld getoond. Echter de Christus aan het kruis had geen handen, en juist het ontbreken daarvan werd een punt van bespreking in de verdere gedachtenwisseling.

In de discussie werd opgemerkt, dat een Christus zonder handen voor ons de opdracht is, dat wij, na Zijn heengaan, zullen handelen als Hij heeft gedaan. Wie dit doen gaan in Zijn spoor.

Door anderen werd gezegd, dat een Christus zonder handen betekent, dat Zijn handelen op ons is overgegaan. Hij valt weg en wij nemen Zijn werk over. Wij zijn het, was hun uitleg, die moeten doen zoals Hij gedaan heeft: strijden tegen misstanden en onrecht in de wereld. Werken voor een betere samenleving met gelijke behandeling voor iedereen. Christenen zijn activisten en de kerk moet actiegroep zijn.

Wij moeten zoeken het goede te doen en dit goede is dan het tegenovergestelde van wat naar onze mening slecht is. Zo willen wij, dat de wereld leeft naar de wet Gods en Jezus is daarbij ons ideaal.

Op dit spoor komt men tot een nieuw formuleren van het geloof. Wij zoeken dan op de situatie in de wereld te antwoorden met een verwereldlijkt handelen. Het koninkrijk Gods moet komen door de verandering van staatkundige structuren. Opvattingen over maatschappij en samenleving worden dan bepalend voor ons godsdienstig denken. In dit kader wordt gesproken van politieke theologie, bevrijdings-, zwarte, en feministische theologie, al naar de vragen, die tijd- en plaatsgebonden in de publieke aandacht zijn. Zo worden prediking en levenspraktijk in de gemeente verbonden met humanistische en a-theïstische ideeën.

Maar het goede, dat wij voor anderen nastreven, zullen wij ook in eigen leven moeten volbrengen. Echter de Schrift zegt ons, dat wij dat niet kunnen: 'Daar is niemand rechtvaardig, ook niet één; daar is niemand, die verstandig is, daar is niemand, die God zoekt' (Rom. 3 : 10-11). Zo blijft de wereld onvolkomen. Mensen kunnen uit eigen kracht het goede niet volbrengen. Met recht sprak de socialistische dichteres Henriette Roland Holst van de steeds wijkende horizon van de nieuwe betere samenleving.

Wat zegt de Schrift?

In de discussie waarover het hier gaat werd het ontbreken van de handen van Christus het teken voor menselijk handelen in Zijn plaats. Maar wat zegt de bijbel hierover? Wij lezen in het evangelie naar Johannes, hoofdstuk 10: Daar noemt de Heere Jezus zich de goede herder. Hij is vol zorg voor de wereld, die Gods schaapsstal is. De schapen zijn zij, die naar Zijn stem horen. Zij worden van Hem gekend en dan zegt Hij: '...Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen zeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven' (vs. 27, 28).

Wie zo in Christus' handen is, die is aanvaard door Hem, die van eeuwigheid Zoon van de Vader is. Daarom kan de apostel Paulus zeggen tot de Efeziërs, dat wij, in Christus, door God zijn uitverkoren van voor de grondlegging der wereld (Ef. 1, 4). Zo, in Christus, in de verlossing door Zijn bloed verzoend met God, mogen wij delen in de vergeving der zonden en worden wij gerechtvaardigd tot zonen Gods (Rom. 5, 9). Deze nieuwe verhouding tot de Heere God plaatst ons ook in een nieuwe verhouding tot de geschapen wereld. Wij mogen nu leven in dankbaarheid voor de liefde Gods en vandaar uit naar Zijn geboden handelen, dienstbaar aan de komst van het koninkrijk Gods.

Echter, zo leven doen wij niet op onszelf. Wij zijn niet los van de wereld maar leven in de gemeenschap van volk en staat. En deze is, zo men dat noemt, pluralistisch: onze samenleving is veelvormig. Naast hen, die bewust willen behoren tot de christelijke gemeente, zijn er velen, die de band met de kerk verloren hebben, of zich afwijzend tegenover haar opstellen. De staat is thans veelszins neutraal. Gering in aantal zijn de banden die hem met het christelijk belijden verbinden. De 'bede' bij de opening van de zitting van de Staten-Generaal in ons land is daar nog één van. Maar of die bede uitgesproken wordt is wèl afhankelijk van de mening daarover van de optredende regering.

De confessionalisering

In deze situatie, waarin, enerzijds het christelijk geloof vereenzelvigd wordt met politiek en maatschappelijk handelen en, anderzijds de samenleving in toenemende mate neutralistisch en a-godsdienstig wordt, slaat de deconfessionalisering toe. Het christelijk onderwijs, door vorige generaties zo krachtig begeerd, is op weg zijn bijbels-levensbeschouwelijk karakter te verliezen. Het christelijke er in vertoont menigmaal de kenmerken van 'een christendom boven geloofsverdeeldheid': het ideaal van de openbare school in de 19e eeuw. Iets vergelijkbaars doet zich voor bij zending en missie. De verkondiging van het evangelie van de Heere Jezus Christus, wordt thans soms meer gezien als een vrij gesprek tussen de godsdiensten, dan als een getuigen van de enige Naam, die onder de mensen gegeven is om behouden te worden (Hand. 4, 12).

Het protestants-christelijk ziekenverzorgingswerk heeft, evenals het rooms-katholieke werk voor zieken, zichzelf opgeheven. Beide takken van het zgn. 'kruiswerk' zijn nu gefuseerd met het neutrale groene- en witte kruiswerk tot een, in levensbeschouwelijk opzicht, kleurloos instituut.

Ook wat met ziekenhuizen gebeurt verdient aandacht. Om economische redenen worden thans kleine ziekenhuizen van verschillende signatuur — confessioneel en neutraal — samengevoegd. Er komt dan een groot, modern ziekenhuis, met uitgebreidere medische mogelijkheden, voor in de plaats. Voorzieningen als een kerkzaal en kamers voor pastorale gesprekken ten dienste van het ambtelijke werk van de ziekenhuispredikanten, kunnen niet voorzien in de leemte, die zich zal voordoen, wanneer de godsdienstige achtergrond die een ziekenhuis heeft gekenmerkt als basis-gegeven wegvalt.

Parallel met de hier genoemde ontwikkelingen binnen de kerken en het christelijk-maatschappelijk werk, zien wij ook in de samenleving een toenemende verwereldlijking. Wel kunnen kerken en hun leden in ons democratisch staatsbestel in geloofsvrijheid leven, maar zij worden steeds meer geconfronteerd met tolerantie van wat tegen de geboden Gods ingaat. De gang van zaken met ontheiliging van de zondag, abortus en euthanasie tonen ons hoezeer de invloed van het christelijk geloof in ons land is afgenomen.

Vrijheid en gelijkheid

Verder zien wij, dat het grondrecht van vrijheid van godsdienst en het streven naar gelijke behandeling met elkaar in strijd komen. Zo worden de vrijheid van handelen bij het christelijk onderwijs en de vrijheid van verkondiging bij de evangelisatie onder buiten-kerkelijke en onder niet-christelijke bevolkingsgroepen als discriminerend afgewezen. Dit kan er toe leiden, dat verkondi­gers in staat van beschuldiging gesteld worden.

Tegenover het in ons land erkende recht van de ouders om zelf voorzieningen voor het onderwijs en de daarbij behorende opvang voor hun kinderen te treffen, worden thans stemmen gehoord, die er voor pleiten deze zorg als een primaire taak van de overheid te beschouwen, zij het dat delegatie daarvan aan de ouders kan plaats hebben. Het zijn stemmen, tegenovergesteld aan de in christelijke kringen levende gedachten, dat de zorg voor de kinderen allereerst aan de ouders behoort.

Vervolgens is er een toenemende afwijzing van christelijke politieke en sociale organisaties, die zich niet binden aan een humanistische filosofie, maar die zich bij hun werkzaam zijn willen laten leiden door het Woord Gods.

Om deze stellingname wordt hen ten onrechte politieke onduidelijkheid verweten, en wordt — zoals een bekend politicus dit laatst deed — hen toegedicht, dat zij zich als het betere deel van de samenleving beschouwen.

Als de kerk denkt en handelt volgens het gespreksmotief van de 'Christus zonder handen' dan zal zij op eigen kracht werken naar de normen van de wereld waarin zij zich bevindt. Zij past zich dan bij de wereld aan.

Hoewel het de bedoeling is, dat er daardoor voor de kerk en haar verkondiging weer ruimte komt, moet worden verwacht, dat wanneer van een Jezusbeeld naar menselijke maatstaf wordt uitgegaan, dit leidt tot verzwakking van de kerk als geloofsgemeenschap.

Afwijzen

Daarom moeten kerk en gemeente deze aanpassing afwijzen. Dit mag echter niet worden een zich terugtrekken uit de wereld; dat ontneemt de christelijke verkondiging de ruimte, die zij nodig heeft. Wel is het geboden de reeds ingezette deconfessionalisering, de zgn. ontzuiling, ongedaan te maken. Werk, dat is losgelaten, zal weer opnieuw aangevat moeten worden.

Zo zullen op verschillende terreinen van het leven: in onderwijs en vorming, in maatschappelijk werk en gezondheidszorg, in beroep en bedrijf, christenen zich aaneensluiten. Zij zullen, hetzij vanuit de kerken en hun diaconieën, hetzij in nieuw te vormen verbanden, voor welke het Woord Gods richtsnoer is, hun plaats innemen. Met behoud van eigen zelfstandigheid, maar tot samenwerking met anderen bereid, kunnen zij kerk en volk met dit werk dienen. Op deze wijze kan de gemeente haar geloofsgetuigenis aanscherpen aan de ervaringen, die in de actuele situatie in de wereld op haar afkomen.

De gemeente kan dit werk alleen doen als zij weet, dat zij is besloten in Christus' handen. Dat zijn de handen, die de tekenen dragen van Zijn verlossend lijden en sterven voor ons en voor de wereld.

Onze handen kunnen, na Jezus' heengaan, dit heilswerk niet van Hem overnemen. Wij kunnen met ons werk niet op Zijn plaats staan. Slechts in geloof in de Heere Jezus Christus en in de verwachting van Zijn komst kunnen wij in deze wereldtijd tekenen oprichten van het koninkrij k van God.

P. C. Kardol

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1986

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een Christus zonder handen:

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1986

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's