Veel tegenstanders
'Want mij is een grote en krachtige deur geopend, en er zijn vele tegenstanders. ' (1 Kor. 16 : 9)
Waar Christus Zijn kerk bouwt, daar bouwt satan zijn kapel. Drie maanden lang mocht Paulus met veel vrijmoedigheid met de Efezenaren handelen over de eeuwige dingen, hun aanradende de zaken van het Koninkrijk Gods. Maar na drie maanden werd de vergunning om in de Joodse synagoge te spreken, weer ingetrokken. Paulus werd gedwongen uit te wijken naar de school van een zekere Tyrannus. Deze geleerde Griek stelde zijn gebouw welwillend ter beschikking voor Gods knecht. Twee jaar lang heeft de heidenapostel in het gebouw van deze wereldse wijsgeer dagelijks ongehinderd het Woord van zonde en genade mogen prediken. Maar uit de officiële kerk werd Paulus geweerd als de pest. In de synagoge immers, stond men het Woord des Heeren openlijk tegen. Die tegenstand openbaarde zich na drie maanden al. Aanvankelijk hadden ze deze tentenmaker, alias Farizeeër met stomme verbazing aangehoord. Zijn eerste preken dwongen door de betoning van Geest en kracht respect af. Maar toen ze hun bewondering meester waren, gingen ze meer letten op de inhoud van Paulus' woorden. Toen bleek hen echter dat, indien Paulus gelijk had, zij op het geheel verkeerde spoor zaten. Vandaar na drie maanden vele tegenstanders. Want niemand laat zich graag zeggen, dat hij op de totaal verkeerde weg is. En hoe duidelijker de boodschap van vrije genade, des te eerder steekt de vijandschap de kop op. Zocht Paulus vijandschap? Lokte hij door arrogant optreden tegenstand uit? Neen, dat zij verre. Hij heeft over deze tegenstand in het verborgene tranen gestort. Hij zegt wenende dat er zovele tegenstanders van het kruis van Christus zijn.
Nu behoeft tegenstand niet altijd ongeoorloofd of onbillijk te zijn. Soms is tegenstand zelfs geboden. Paulus wederstond Petrus eenmaal in het aangezicht omdat hij te bestraffen was. Petrus zat toen in wettische banden omdat hij de christenen uit de besnijdenis vreesde. Hij gaf de vrijheid der kinderen Gods prijs en keek mensen naar de ogen. Bekeerde mensen moeten meestal bestraft worden, niet om wat ze zeggen en belijden, maar wel om hun praktijk.
Elia, de profeet, bood zeer terecht grote tegenstand aan Achab en Izebel. Jeremia bestreed de valse profeet Hananja, die leugen blies.
Ezechiël sprak het 'wee' uit over alle predikers, die de zielen in de bloemhoven joegen en met loze kalk pleisterden. Deze knechten van God boden tegenstand aan elk prediker, wiens bazuin een onzeker geluid gaf. Deze tegenstanders bezaten allen de Geest van Christus, hun hoogste Profeet en Leraar. De Zaligmaker Zelf was een verklaard Tegenstander van allen, die praalden en schermden met het Verbond. Hij noemde hen openlijk kinderen van de duivel. Wie zou durven zeggen dat deze tegenstand onterecht of ongeoorloofd geweest is?
Als zielen worden misleid voor de eeuwigheid is het onze plicht om met open vizier tegenstand te bieden. De wapenen in deze krijg mogen evenwel niet vleselijk zijn. Doet daarom aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in de boze dag. Elk kind van God moet voelen, wat Zijn Naam bestrijdt. Hebt u zichzelf daarvoor voldoende over? Met schaamte moeten we erkennen dat we maar al te veel ogendienaren zijn. O, hadden Gods kinderen meer van de geloofskracht van David tegenover Goliath. Deze reus hoonde Davids God. Dat sneed hem door merg en been. Alles wat Gods vrijmacht, eer en Naam aantast moet in Zijn Naam verbouwen worden. Alle sterkten en hoogten, die zich verheffen tegen de kennis Gods moeten nedergeworpen worden. Deze tegenstand mogen wij nimmer veroordelen. Ach, werden u en ik meer verteerd door de ijver van Gods Huis! Als wij meer zouden branden van liefde tot de Koning, wij zouden in Zijn Naam meer kloeke daden doen. En er zou een opwekking in de Kerk komen. Geoorloofde tegenstand is dus de strijd tegen alle valse godsdienst en zonde in ons hart, in kerk en wereld. Het zal mijn lezer(es) ondertussen volkomen duidelijk zijn dat de tegenstand contra Paulus van een wezenlijk andere aard is. Wij lezen in Handehngen 19 dat de vele tegenstanders kwaad spreken van de weg des Heeren. De weg des Heeren betekent hetzelfde als de leer des Heeren. Maar de leer des Heeren wordt voor elke ware gelovige tot beleving des harten. De rechte leer brengt door Gods genade een zondaar op de rechte weg. Lieve lezer, bent u al op de weg des Heeren gebracht? Zie, dat is nu juist het verschil tussen de tegenstanders en de apostel. De tegenstanders kennen de leer. Zij hebben een hoofd vol kennis. Waarheden als koeien rollen uit hun mond. Maar het is niet doorleefd. De dood is in de pot. Christus woont niet in hun hart.
De gelovige daarentegen is met liefdekoorden getrokken vanaf de brede weg des verderfs op de verse en levende weg des Heeren. Ze worden door Gods Geest geleid en zijn daarom kinderen Gods. O, wonder, op die weg des Heeren zal zelfs de dwaze niet dwalen. Op die weg stoten ze zich aan geen hinderpalen. Wel struikelen ze dagelijks op die weg in vele. Hun dwaalziek hart wil die weg. die soms door de zee van onmogelijkheid loopt verlaten. Maar toch willen ze die weg voor geen duizend werelden missen.
Zie, de Heere geeft al Zijn gunstelingen enerlei weg en enerlei hart. Omdat zij zelf met smart moeten vaststellen, dat zij het spoor dikwijls bijster zijn, is hun herhaaldelijke bede: 'Heere, ai maakt mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend'. Lieve lezer is dat ook uw innigste begeerte om dagelijks geleid te worden in het spoor der gerechtigheid? U hebt misschien aan God beloofd, dat op dat spoor uw voet nooit meer zou uitglijden. Maar u kwam erachter dat uw struikelingen vele zijn. Uw afwijken zwaar en menigmaal. Uw gang meer wankelend dan vast. Doe dan maar als de psalmist: 'Ai laat van mij Uw Heilige Geest niet scheiden. Die kan alleen op 't rechte spoor mij leiden. Bestier mijn gang, daar Gij mijn zwakheid ziet'. Op die weg des Heeren leert u verootmoediging. De weg des Heeren is het pad der zelfkennis. Het pad van schuldbesef en verslagenheid. Om die weg liggen tranenbeken. Maar juist en alleen op die weg des Heeren ontsluit de Heere ook de weg des vredes, ingewijd door het bloed van Immanuel. Daar wordt Jezus Christus geopenbaard als de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door die Weg. Op deze weg wandelt de gelovige vandaag als een doodbrakende, maar morgen als een onvermoeibare jonge leeuw. 's Avonds moet hij op die weg soms met tranen zaaien vanwege eigen afmakingen en overtredingen. Maar 's morgens is er gejuich dat de christen doet huppelen van zielevreugd. Kortom, deze weg des Heeren is de weg van de onomkeerbare drie stukken, ellende verlossing en dankbaarheid.
Nu wordt ons goed duidelijk waar Paulus' tegenstanders zo fel tegen gekant zijn. Zij spreken immers kwaad van de weg des Heeren. De tegenstand tegen deze drie stukken is nog niet dood.
Wanneer een predikant benadrukt dat een waar christen deze drie stukken in zijn leven kan verklaren, dan steigeren vele tegenstanders. Niet zelden heet zulk een dominee bij hen al spoedig een doper, domper of dweper. Als de prediker de schriftuurlijke gangen van de gelovige op de weg des Heeren weergeeft, dan spreken de tegenstanders daar kwaad van. Velen zeggen: hij preekt de christen, in plaats van de Christus. Maar zij vergeten totaal dat Christus alleen dierbaar is voor verlorenen in zichzelf. En die verlorenheid hebben de tegenstanders nimmer ingeleefd. Daarom weten ze niet wat ze zeggen, noch bevestigen. Als immers Jezus eet met tollenaren en zondaren, zijn de Farizeeën boos. Als hoeren en tollenaren voorgaan in Gods Koninkrijk spreken de tegenstanders daar schande van. Gods knecht ontmoet daarom ook vandaag nog vele tegenstanders. De Heere zendt Zijn lammeren temidden van de wolven. En die wolven menen dat zij een schaap zijn. Maar de werkelijkheid is dat ze slechts schaapskleren dragen. Ten diepste staan de tegenstanders puur vijandig tegenover de weg, die de Heere houdt met de Zijnen.
Deze tegenstanders staken hun scherpe kritiek tegen de zuivere prediking niet onder stoelen of banken. Ze uitten hun grieven niet in een brief. Ook maakten ze hun weerstand niet kenbaar in een persoonlijk gesprek. Maar de tegenstanders spraken Paulus publiekelijk tegen. Terwijl ze blaakten van vijandschap tegen de weg, leer en dienst des Heeren deden ze niet aan ernstig zelfonderzoek. Maar ze meenden in hun volste recht te staan. De vijanden van alle eeuwen zijn zo blind voor hun eigen vijandschap. Zij menen, als Jozefs broers, dat ze 'vroom' waren. De tegenstanders zijn als Paulus voordat hij tot God werd bekeerd. Paulus leefde voorheen immers in de vaste overtuiging dat hij een kind van God was. Hij had een welbehagen in de dood van die ernstige Stefanus, die nog voor zijn dood zo'n ontdekkende preek hield.
Paulus' hart was onder die preek niet verbroken. Integendeel, zijn tanden hadden net als bij de anderen geknarst, en zijn hart was gebarsten van weerzin. Onmiddellijk daarop begeerde hij dan ook brieven van de hogepriester, opdat; zo hij enigen, die van die weg waren, vond, hij dezelve zou gebonden brengen naar Jeruzalem (Hand. 9:2). Door de zuivere prediking vindt er ook vandaag een scheiding der geesten plaats. Kunt u de tegenstand goed verdragen? Als u enige zelfkennis hebt, zult u op de tegenstanders van vrije genade niet boos kunnen worden. Zullen uw wapenen ook niet vleselijk zijn.
Paulus kende zijn tegenstanders, maar zijn tegenstanders kenden hem niet. Ze maakten Paulus het preken onmogelijk. Hij kon het, schoon niet billijken, zo goed begrijpen. Vroeger was hijzelf ook zo geweest. De vader der leugen hield hem vroeger geblinddoekt. Maar door een eenzijdig wonder Gods waren de schellen hem van de ogen gevallen. Toen werd hij van een tegenstander een voorstander. Van een vijand een vriend. Mijn lieve lezer(es), u en ik zijn van nature vijanden van de Heere Jezus. Bent u reeds als een vijand met God verzoend geworden? De vijandschap is in het vlees van Christus aan het kruis gedood. Strijdt u nog tegen vrije genade? Loop toch niet onder dat veroordelende en scherpe Woord vandaan. Straks wordt u door een liefdepijl uit Christus' pijlkoker getroffen. Want de pijlen van liefde treffen in het hart van des Konings vijanden. Wordt niet boos als ik u een vijand noem. O lieve reisgenoot naar die grote eeuwigheid, kust de Zoon, opdat Hij niet toorne en gij op de (brede) weg vergaat wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's