De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heidelberger in het gereformeerd protestantisme

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heidelberger in het gereformeerd protestantisme

9 minuten leestijd

Bijgaand treffen de lezers de tekst van de toespraak die prof. dr. C. van Leeuwen, hoogleraar aan de theologische faculteit van de Rijksuniversiteit te Utrecht, op zaterdag 7 juni ll. heeft gehouden in de hervormde Sionskerk te Krimpen a. d. IJssel, ter gelegenheid van de aanbieding van de Heidelbergse Catechismus in Franse editie.

De uitgave van de Heidelberger in het Frans is verzorgd door het Comité d'Entraide Chrétienne Réformée, p/a A. van Velzen, Ratelaar 56, 2923 GG Krimpen a. d. IJssel, tel. 01807-12848, daar is de uitgave ook verkrijgbaar.


Wij zijn hier bijeen om onze dankbaarheid te uiten voor het feit, dat het daartoe opgerichte comité in staat is gesteld de Heidelberger opnieuw in het Frans uit te geven, nu de uitgave van Jean Cadier uit 1942 allang niet meer verkrijgbaar was.

Wij zijn dankbaar aan hen die het plan voor een nieuwe Franse Catechismus hebben opgevat, dankbaar aan allen die door hun giften en hun inzet hebben geholpen en aan M. Courthial die in hoofdzaak de redactie heeft verzorgd. Bovenal zeggen wij dank aan de Heere God die de harten heeft geneigd om deze taak te volbrengen.

Er zullen stellig mensen zijn die ons de vraag stellen: 'Waarom een boekje van meer dan 400 jaar oud opnieuw uitgeven ten gebruike van de kerken? Vroeger heeft die Catechismus misschien een belangrijke rol gespeeld in het godsdienstgesprek. Maar onze problemen zijn heel andere.'

Natuurlijk zit daar iets waars in. De Catechismus draagt het stempel van zijn ontstaanstijd, b.v. in de uitvoerige uiteenzettingen over de aard van Christus' tegenwoordigheid bij het Heilig Avondmaal. De Catechismus stamt nu eenmaal uit de tijd van Frederik III, keurvorst van de Paltz, die zelf luthers was, maar zich in zijn avondmaalsopvatting meer verwant voelde met Calvijn. Deze vorst, die zich in zijn verheven regeertaak dienaar Gods wist, voelde zich diep verantwoordelijk voor de mensen, die God hem had toevertrouwd. Daarom wilde hij hun een boekje verschaffen, dat de belijdenis van 't christelijk geloof bevatte en als duidelijk en eenvoudig leerboekje voor kerk en school zou kunnen dienen. Aan een groepje van 6 personen droeg hij die taak op. Het waren, naast twee geleerden, zijn hofprediker en een bekeerde jood, die de Catechismus in het Hebreeuws ver­taalde (Tremellius), vooral twee jonge professoren die het grootste deel van de taak voor hun rekening namen: Ursinus en Olevianus. Ursinus was een Pool, later leerling van Melanchton in Wittenberg en nog later van de Zwitserse reformatoren. Deze geleerde dogmaticus schreef eerst een Latijnse Catechismus, vooral bestemd voor studenten, maar die kon uiteraard niet als leerboek voor de gemeenten gelden. Er volgde een Duitse Catechismus, waarin de vergeving der zonde op de voorgrond kwam en de leer van de uitverkiezing minder geaccentueerd werd. De eindredactie ervan is vooral te danken aan Olevianus die een heel ander leven achter zich had dan Ursinus.

Geboren in Trier, studeerde hij rechten in Parijs, Orleans en Bourges. Bij een poging graaf Frederik van de Paltz bij een studentikoos spelevaren van de verdrinkingsdood te redden, dreigde hij zelf te verdrinken. In die nood deed hij de Heere de gelofte zich aan de dienst van het Evangelie te zullen wijden, als hij zou worden gered. Hij werd gered en ging toen theologie studeren in Zwitserland, waar hij geestelijk gevormd werd door Bullinger en Calvijn. Waarschijnlijk hebben dank zij hem die vragen van de Catechismus een groot accent gekregen, die getuigen van de persoonlijke heilszekerheid en het persoonlijk deel hebben aan Christus en Zijn weldaden:

(1 ) — Wat is uw enige troost beide in leven en sterven?

(43) Wat krijgen wij voor nut uit de offerande en de dood van Jezus Christus aan het kruis?

(45) Wat nut ons de opstanding van Christus?

(49) Wat nut ons de hemelvaart van Christus?

Juist door de nadruk op de beide aspecten, het kennen van de leer des heils en de persoonlijke betrokkenheid bij Gods heil in Christus, kon de Heidelberger, op de Bijbel na, de belangrijkste gids worden voor de gereformeerde kerken en hun leden op de weg van het geloof. Dat geloof bestaat immers juist uit die twee stukken:

de zekere kennis waardoor ik alles voor waar houd wat God ons in zijn woord heeft geopenbaard en een persoonlijk vertrouwen dat de Heilige Geest in mijn hart werkt door het Evangelie, dat God niet alleen aan anderen, maar ook mij uit louter genade de weldaden van Christus schenkt: de vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid.

De Catechismus is een onvergelijkelijke gids als het erom gaat de vaste grond van de gereformeerde belijdenis vast te houden en kerken en gelovigen ervoor te bewaren zich geestelijk en zedelijk te laten wegdrijven van het Woord Gods, zoals dat is geopenbaard in Jezus Christus en in de Heilige Schrift.

Keurvorst Frederik was zich daarvan bewust en wilde daarom al zijn onderdanen laten onderwijzen in de Catechismus. In kerken en scholen moesten ze de Catechismus horen en leren. Zo zouden zij de ware leer des heils leren, het ware geloof en de juiste levenshouding tegenover God en de naaste. Zo alleen zouden gezin en school, kerk en maatschappij vernieuwd kunnen worden naar de wil des Heeren.

Weldra hebben de Nederlanden het voorbeeld van de Paltz gevolgd. Direct na het verschijnen van de Catechismus in 1563 werd het boekje vertaald in het Nederlands.

De bekendste vertaling daar werd die van Petrus Dathenus, die de Catechismus achter in zijn Psalmboeken liet opnemen.

Vijf jaar later hebben 40 uitgeweken gereformeerde predikanten en ouderlingen, verenigd in Wesel, het gebruik van de Catechismus als leerboek voor de Gereformeerde Kerken aanbevolen. Die aanbeveling werd herhaald en bekrachtigd door de eerste nationale Synode te Emden in 1571. Aanvankelijk werd de Heidelberger nog gebruikt naast de Catechismus van Calvijn, maar weldra werd laatstgenoemde geheel verdrongen door die van de Paltz.

Twee jaar later vroeg de Synode van Alkmaar aan de predikanten de Catechismus te willen uitleggen in de zondagse middag- of avonddiensten. En de Generale Synode van Dordrecht in 1618-'19 heeft niet alleen het belang van de Catechismus onderstreept, maar haar ook verplicht gesteld en wel zo dat de predikanten ernaar moesten streven om elk jaar de 52 zondagen van de Catechismus successievelijk te behandelen. De synodeleden beloofden plechtig in de gereformeerde leer te volharden, haar door te geven aan het nageslacht en haar te bewaren tot de wederkomst van Christus.

Enige eeuwen lang heeft men die belofte vrij goed gehouden: men gebruikte de Catechismus als leerboek 's zondags in de middag- en avonddiensten, door de week voor het onderwijs van de jeugd. De goede gewoonte duurde in de meeste gemeenten nog voort tot na de tweede wereldoorlog, toen er zelfs een opleving van de belangstelling voor de belijdenis in het algemeen en de Catechismus in het bijzonder viel te constateren.

In de laatste tientallen jaren is het gebruik van de Catechismus helaas beperkt tot een aantal gemeenten die zich nog altijd sterk verbonden voelen met het geloof der vaderen. In de meeste kerken is de Catechismus in vergetelheid geraakt. Allerlei bezwaren zijn geuit: De antwoorden zouden te lang en dus te moeilijk zijn om te leren en te onthouden, het taalgebruik zou verouderd zijn. De geuite bezwaren zijn begrijpelijk en in zekere zin rechtmatig. Daarom is het toe te juichen dat er nieuwe uitgaven zijn verschenen in een meer gangbaar taalgebruik, zoals dat ook gepoogd is in deze nieuwe Franse vertaling.

Er zijn echter ook andere bezwaren waaraan minder gemakkelijk tegemoet kan worden gekomen:

De vragen die de Catechismus gesteld worden, zo zegt men, zijn niet meer onze vragen. De door de Catechismus behandelde problemen, zoals de vraag of het afleggen van een eed geoorloofd is en op welke wijze Christus bij het Heilig Avondmaal tegenwoordig is, zijn heel andere dan die van onze tijd. De problemen die de gemoederen in onze tijd bezighouden zoals die van atoombewapening, atoomenergie, abortus, euthanasie, het onrustbarende aantal echtscheidingen, vinden geen directe antwoorden in de Catechismus.

Voor enkele van die problemen, zoals het gebruik van atoomenergie, zou het trouwens uiterst moeilijk, ja zélfs onmogelijk zijn, zelfs voor een modernere Catechismus, een eensluidende oplossing te geven. Bij sommige ethische kwesties is het blijkbaar mogelijk en geoorloofd dat er onder christenen verschillende zienswijzen bestaan. Dat was reeds zo in de vroege ge­ meente van Rome, waar de christenen niet gelijk dachten over het eten van offervlees, maar waar Paulus hen oproept tot verdraagzaamheid in deze kwestie: Aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft'(Rom. 15 : 7).

En als de Catechismus ons in andere gevallen geen direct antwoord geeft op onze vragen, betekent dat nog niet dat hij ons niet als gids kan dienen. De zondagen 34 tot 44 over de tien geboden, uitgelegd en toegepast bij het licht van de Heilige Schrift, geven ons in elk geval grenzen aan, waarbinnen wij onze beslissingen in de hedendaagse problemen hebben te nemen.

Het beantwoorden van ethische vragen is trouwens niet het eerste en meest wezenlijke. Die antwoorden zijn alleen te vinden vanuit de verbondenheid met het hart van het Evangelie: de boodschap van Gods heilige liefde, zichtbaar gemaakt in het geheel enige offer van Jezus Christus, tot verzoening van de zonden der wereld (1 Joh. 2:2). Deze boodschap is wereldwijd maar tegelijk ook heel persoonlijk. Want de Heilige Geest die de heilsgaven van Christus toeëigent aan de harten, schenkt die genade door het persoonlijk geloof van de mens. Deze hoofdzaak in de prediking is van blijvende waarde, ook al zijn de levensomstan­digheden in de maatschappij voortdurend aan verandering onderhevig. En die boodschap is misschien juist in onze tijd zo actueel, een tijd waarin de mens als persoon dreigt op te gaan en onder te gaan in de grote massa van de samenleving en waarin hij een zakelijk nummer dreigt te worden in een technisch apparaat. Juist in zo'n situatie spreekt de Catechismus mij aan door te beginnen met de allerbelangrijkste en meest persoonlijke vraag:

'Wat is uw enige troost, beide in leven en sterven? '

Gelukkig de man of de vrouw die mag antwoorden:

'Dat ik met lichaam en ziel, beide in het leven en sterven niet van mijzelf, maar van mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus het eigendom ben, die met Zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle heerschappij des duivels verlost heeft en zó bewaart, dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd vallen kan, ja dat ook alles tot mijn zaligheid dienen moet, waarom Hij mij ook door zijn Heilige Geest van het eeuwige leven verzekert en Hem voortaan te leven van harte willig en bereid maakt.'

(Vr. en antw. 1 van de Heidelberger).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Heidelberger in het gereformeerd protestantisme

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's