De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ouderschuld en ouderpijn (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ouderschuld en ouderpijn (2)

Met het oog op de jongeren

8 minuten leestijd

Ouderschuld

Ouderschuld heeft te maken met het verwaarlozen van de ouderlijke plichten of met het verkeerd omgaan met de ouderlijke verantwoordelijkheid.

Zonder verder in details te treden geef ik de volgende uitspraak van een jongere ter toelichting en ter illustratie door: 'Mijn ouders praten nooit met mij over het geloof, maar zij vertellen me wel wat ik allemaal wel of niet mag...'.

Is hiermee niet de kern van een stuk problematiek in onze gezinnen aangegeven ten aanzien van de godsdienstige opvoeding? Deze jongere vertolkt de ervaring van heel veel jongeren! Kennelijk weten wij ouders met 'het geloof niet zo goed raad in de omgang met onze kinderen. Met hen praten over wat wel en niet mag (van wie eigenlijk?) is in ieder geval niet: praten over het geloof. De vraag is dan wat het geloof voor onszelf inhoudt, en voor ons gezinsleven en voor ons concrete leven van elke dag... en wat wij onze kinderen meegeven in het leven en hoe wij hen toerusten... Of moeten we zeggen, dat we hier nauwelijks over nadenken en dat we eigenlijk niet iets gerichts doen om ons door de Heilige Geest te laten gebruiken door onze kinderen voor te gaan en mee te nemen op de weg die ten leven leidt, onder de hoede en heerschappij van Christus? Beperken we de godsdienstige opvoeding tot het formeel de hand houden aan een bepaald patroon, waarvan wij verwachten dat onze kinderen dat zondermeer zullen overnemen (een aantal uiterlijke kenmerken en regels, waaronder de vaste punten van kerkgang, bijbellezen en bidden) ...en dat het wel 'goed' zit, als zij dat doen?

Heeft de ouderschuldvraag veelal niet met name hiermee te maken? Er zijn in dit verband geen verontschuldigingen aan te voeren. Onze verontschuldigingen ver-ontschuld-igen ons niet. Hoe gaan we dan om met onze ouderschuld (als daarvan sprake is) en met onze schuldgevoelens (als we onze schuld inzien)?

Onderscheid

Alvorens hier verder op in te gaan, zou ik uw aandacht willen vestigen op het verschil tussen ouderschuld en ouderpijn. Als wij in ons eigen gezin met het probleem van de kerkverlating zitten, dan is het van essentieel belang dit verschil goed in het oog te houden.

Het kan een diepe pijn veroorzaken in het vader- en moederhart, als onze kinderen de kerk verlaten. Het is overigens goed, dat we ons hierbij afvragen of die pijn ontstaat, omdat zij zich onttrekken aan het door ons aangegeven en misschien opgelegd levenspatroon (wat nog niet hoeft te betekenen, dat zij onverschillig geworden zijn — er zijn veel jongeren die zich onttrekken aan doodse vormen op zoek naar echt leven) of omdat ze zonder God en Zijn gebod verder willen leven. Maar op zich hoeft ouderpijn nog niet direct samen te hangen met ouderschuld. We hebben de vorige keer al gezien, dat er niet zonder meer ouderschuld in het geding hoeft te zijn als kinderen de kerk verlaten.

Waar echter wel sprake is van schuld — van gebreken en tekorten, van verzuim en verwaarlozing, van fouten en verkeerde houding — daar mag ook gesproken worden van vergeving. Want voor schuld is vergeving. Ook voor ouderschuld!

Vergeving

Als er in de Bijbel over vergeving gesproken wordt, dan hebben wij daar geen woorden voor. In de vergeving schittert de joyaliteit van Gods genade. Deze vergeving betreft niet alleen tekorten en feiten waaraan wij schuldig zijn, maar zij omvat de schuld van ons leven. De schuldbedekking door het bloed van het Lam is totaal en overvloedig. Zij omvat ook de ouderschuld.

In het geloof leven van de vergeving van onze schulden, kan nooit inhouden dat we de ouderschuld daar buiten laten. We kunnen daar zelf niet in selecteren. Het is — om zo te zeggen — alles of niets. Jawel, vergeving ontvangen wij langs de weg van de schuldbelijdenis. Zo hebben wij ook onze ouderschuld te belijden. Als wij door Gods genade als gelovigen onze (dagelijkse) schulden belijden, ook in verband met de opvoeding van onze kinderen, dan is het ontvangen van de vergeving het begin van de ervaring van de vergeving. Dagelijks leven van vergeving houdt immers o.a. in, dat in onze omgang met God, de Heere ook onze schuldgevoelens worden weggenomen. Ons geweten wordt gereinigd door de voortgaande reinigende werking van het bloed van Christus. Die schuldgevoelens worden in de intieme gemeenschap met God van ons afgenomen, omdat onze schuld van ons af is. We hoeven daar niet langer over te tobben en onder gebukt te gaan.

Als wij in het geloof niet leven van de vergeving van onze schulden ofwel van de vergeving van bepaalde schulden en niet van andere schulden, dan brengt dat met zich mee, dat we geen geestelijke rust en daardoor ook geen geestelijk evenwicht hebben. Het zwaartepunt van ons leven ligt dan niet in Christus maar in onszelf. Dat trekt ons naar beneden. Het gevaar is dan groot, dat we onze schuldgevoelens gaan koesteren en dat we een diep medelijden met onszelf krijgen. Je kunt in je leven zó geconcentreerd zijn op dat éne, bijv. op de ouderschuld, dat dit ten koste gaat van het zoeken van de gemeenschap met God en van de ervaring van het vele goede dat Hij geeft. Je ziet niet meer Wie Hij is en wat Hij doet en hoe groot Zijn trouw en wijsheid is. Dan is er ook geen ruimte voor dankbaarheid jegens Hem en ook niet voor vreugde over de schuldvergeving en dan breekt de lofprijzing van Zijn Naam ook niet door in ons leven. Daarom is schuldbelijdenis en in-het-geloof leven van vergeving de sleutel ook op het slot van de ouderschuld.

Ouderpijn

Nu is met de vergeving van de ouderschuld de ouderpijn nog niet weg. Want met deze vergeving zijn onze kinderen, als zij Woord en kerk vaarwel gezegd hebben, nog niet voor Christus gewonnen. En daarmee blijft de ouderpijn.

Voor ouderpijn op zich hoeven we ons niét schuldig te voelen. We hebben ouderschuld en ouderpijn van elkaar onderscheiden. De ouderschuld laten we nu achter ons en we gaan met de ouderpijn verder. En hoe moeten we daar nu mee omgaan?

Het is moeilijk om zelf iets aan die ouderpijn op zich te doen. Misschien dat er een weg is om de betreffende kinderen nog op een of andere manier te benaderen. Vaak is echter het contact over de dingen van het geloof heel erg moeilijk of zelfs onmogelijk geworden. Ik laat dit nu even rusten om er nog op terug te komen.

Kan de Heere God iets aan die ouderpijn doen? Ja natuurlijk, reageren we dan misschien. Maar neemt Hij die pijn niet dan pas weg, als Hij onze weggedwaalde kinderen tot Zich trekt en aan de voet van het kruis leert knielen? En zolang dat niet gebeurt of als dat niet gebeurt, dan blijven wij met die pijn zitten? Wat dan?

Het is duidelijk, dat wij toch op Hem aangewezen zijn. In Zijn gezelschap zijn we echter nooit alleen. Dat is een notie die wij nogal eens vergeten. Het Goddelijk leven waarin wij door het geloof mogen delen, hebben wij nooit alleen voor onszelf. Wij delen dat met anderen. In het verband van de gemeente van Christus zijn zij zó op Christus Zelf en daarom ook op elkaar betrokken, dat wij niet alleen Zijn leven met elkaar delen, maar dat ook vreugden en noden gemeengoed zijn. In dit verband loven wij samen Gods Naam in de Naam van Christus en in dit verband houden wij elkaar ook vast in onze gezamenlijke gemeenschap met ons aller Hoofd. Dit gaat ook op voor ouderpijn. Het is niet mogelijk om anderen te laten voelen wat wij voelen. Maar in de gemeenschap der heiligen is het wel mogelijk om anderen de gelegenheid te geven om in onze ouderpijn met ons inee te leven en om hen daar tot op zekere hoogte in te laten delen. Als één lid lijdt...

Zo kunnen wij ook in dit opzicht iets voor elkaar betekenen en elkaar met onze oren en onze woorden ondersteunen en in ons hart en in onze gebeden dragen. Maar dan is het wel zaak, dat de christelijke gemeente als gemeenschap leeft en dat wij ons daar ook van harte voor inzetten, in het meedelen van onszelf aan de ander en in het ontvangen van de ander in ons leven. En dan zijn er ook altijd, die óns in hun pijn (wat voor pijn ook) nodig hebben. In de weg van de gemeenschap, met Christus in het centrum, worden wij voor egocentrie bewaard en zullen wij geestelijk ook evenwichtiger zijn.

Dat het bovenstaande niet tot zorgeloosheid leidt, zullen we de volgende keer zien.

C. G. Geluk (HGJB)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ouderschuld en ouderpijn (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's