Omgaan met verscheidenheid
Een buitengewone wijkgemeente in Houten
De hervormde gemeente van Houten is in het nieuws. Het is voor een gemeente in het algemeen niet prettig om aandacht te ontvangen in de pers. Want vaak is daarvan sprake als er slecht nieuws is of als er problemen zijn. Welnu, de situatie in Houten gééft ook best tot heel wat vragen aanleiding. Wat zijn immers de feiten? Naast de oude plaatselijke gemeente bestaat reeds een aantal jaren een deelgemeente, een gemeente die overigens met de Gereformeerde Kerk ter plaatse Samen op Weg is. Maar nu was bovendien een buitengewone wijkgemeente van de signatuur van de Gereformeerde Bond gevormd. Dat roept natuurlijk om vragen. 'Drie maal hervormd is teveel', schreef Trouw.
Nuchtere kennisname van de feiten leert echter dat de oplossing, die nu in Houten getroffen is, in de huidige situatie de minst slechte oftewel de best denkbare is. Houten is uitgegroeid van een landelijk dorp tot een forse randgemeente van de stad Utrecht. Maar kerkelijk bleef de oude dorpskerk van de nieuwbouw geïsoleerd. Men kan natuurlijk zeggen dat ieder welkom was in de kerk ter plaatse maar anderzijds doet zich in zulke situaties altijd rondom nieuw ingekomenen het probleem voor van de aansluiting bij de autochtone bevolking, die vaak een eigen traditie heeft.
Het beste zou het uiteraard geweest zijn wanneer de kerkelijke gemeente met de nieuwbouw was meegegroeid tot een tweede predikantsplaats. Gewoon twee wijkgemeenten naast elkaar. Dan kan er best wat liggingsverschil zijn of verschil in aanpak van de oude kern en de nieuwbouw. Zo'is het in menige groeigemeente gegaan. In Houten is dat niet gebeurd en in de loop der jaren rezen er niet-geringe problemen. Een deel van de nieuw ingekomenen zocht het in de genoemde deelgemeente. Een ander deel zocht het in de omliggende gemeenten. Een ander deel leefde evenwel gewoon mee met de oude dorpsgemeente. Bij elkaar blijven geeft echter, wanneer er verschillen zijn, naar hier ook bleek, meer problemen dan uiteengaan. En zo zijn de problemen in Houten groot geweest, met name rondom de verkiezing van ambtsdragers en een tweede predikantsplaats kwam er intussen niet.
In het licht van het bovenstaande zeg ik dat de regeling, die nu getroffen is, de best denkbare is. Want gelukkig is er geen tweede deelgemeente ontstaan, daartoe 'onwettig' gedropt door de synode; onwettig dan bedoeld in dié zin dat een synode niet het recht heeft over de plaatselijke gemeente heen te grijpen en deze buiten spel te zetten (dat is in feite een tuchtmaatregel). Het is uiteindelijk in Houten gekomen tot een gewone buitengewone wijkgemeente, dat wil zeggen een wijkgemeente , die tot stand gekomen is met volledige medewerking van de kerkeraad. Samen zullen de twee wijkkerkeraden elkaar ook ontmoeten in centraal verband. Er is geen sprake van een definitieve boedelscheiding.
De laatste tijd is er gelukkig sprake geweest van goed overleg tussen hen, die de nieuwe buitengewone wijkgemeente gaan vormen, en kerkeraad en predikant van de oude gemeente. Me dunkt dat dat het positieve element in deze 'oplossing' is, dat de afgelopen tijd in de pers te weinig naar voren gekomen is. Alle nadruk viel op de verdeeldheid, die er in Houten is.
Bezinning gewenst
Toch betekent één en ander nu ook weer niet dat er niet wat aan de hand is. Want het is toch wel voor het eerst dat een buitengewone wijkgemeente van G. B.-signatuur in een vanouds hervormd-gereformeerde gemeente ontstaat. In een commentaar in Trouw heeft ds. C. van den Bergh, de voorzitter van de Gereformeerde Bond, gezegd dat wij deze oplossing niet begeerd hebben. Eén en ander betekent niet dat hij af wilde dingen op het best haalbare van deze oplossing maar meer dat een groei naar een normale wijkgemeente met een tweede predi kantsplaats het beste zou zijn geweest. Er is nu toch sprake van een opdeling van de gemeente, want voor de buitengewone wijkgemeente gaat een speciaal lidmatenregister gelden.
In het verleden is het (nog twee keer) voorgekomen dat het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in soortgelijke situaties om advies werd gevraagd ten aanzien van bizondere voorzieningen. Het hoofdbestuur heeft daartoe echter nooit gestimuleerd of geadviseerd. Zo ook in Houten niet. Het gaat om de heelheid der gemeente. Normale wijkgemeenten naast elkaar is het beste, tenzij het principe van 'Schrift en belijdenis' echt in het geding is en dit tot het uiterste is doorgesproken.
Verder is het overigens goed om, met betrekking tot de verschillen, die in Houten naar voren kwamen, ietwat te relativeren. Wie niet beter weet zou kunnen denken dat de onderhavige verschillen er pas vandaag voor het eerst zijn. Vanaf het ontstaan van de Gereformeerde Bond echter, in 1906, is het zo geweest dat er in hervormd-gereformeerde kring verscheidenheid was. Door de jaren heen zijn er bijvoorbeeld predikanten geweest in hervormd-gereformeerde gemeenten, die geen lid waren van de Gereformeerde Bond, omdat ze moeite hadden met een organisatie in de kerk en in enkele gevallen ook wel, omdat men zich in de marge van de Hervormde Kerk ophield, met sterke affiniteit tot bepaalde gescheiden kringen. Daarom is de benaming Gereformeerde Bondsgemeente altijd weer betrekkelijk. Die bestaat eigenlijk niet. De Gereformeerde Bond is ook de kerk niet.
Verder waren er altijd weer vervloeiingen naar de greazen, zowel naar het midden van de kerk als naar de kant van de separatie. Ook is er de jaren door een zekere spanning geweest tussen het voorwerpelijke en het onderwerpelijke (het bevindelijke) in de prediking, met altijd weer optredende vereenzijdigingen naar de éne of de andere kant. Wie de geschiedenis van de hervormd gereformeerden kent weet dat de prediking altijd weer onderwerp van discussie is geweest. Voor bepaalde kringen (met name buiten de Hervormde Kerk) was de prediking niet bevindelijk genoeg of te verbondsmatig. Voor anderen was deze weer te bevindelijk of te 'zwaar'.
Soms werden dominees ook op hun politieke kleur beoordeeld. De Gereformeerde Bond was van huis uit Antirevolutionair maar sommige gemeenten wilden persé een SGP-dominee. Ik wil maar zeggen dat verscheidenheid er altijd geweest is, soms ook wel met oplopende spanningen. Alvorens men zich dan ook zet tot (kritische) publicaties over verschuivingen in onze tijd dient men kennis van de geschiedenis te nemen. Dat relativeert in ieder geval.
Maar iedere generatie ervaart uiteraard wel voor zich de verscheidenheid en moet ermee leren leven. Het plaatst ons wel steeds weer voor de vraag of we trouw zijn aan wat het vorige geslacht ten diepste bewoog. Zijn er inderdaad geen verschuivingen, niet alleen ter linkerzijde maar ook ter rechterzijde, niet alleen ter rechterzijde maar ook ter linkerzijde? Die vraag behoeven we ons niet te laten opdringen uit kringen, die altijd al geweten hebben dat het met de hervormd gereformeerde prediking niet goed zat (en vandaag is er een overvloed van communicatiemogelijkheden) maar moeten we wél van binnenuit stellen. Gaan we nog het eigen spoor in de prediking, aansluitend (vooral) bij de Reformatie, Schriftuurlijkbevindelijk, voorwerpelijk-onderwerpelijk? Voortdurende kennisname van de prediking van de vaderen blijft heilzaam. Het zou kunnen zijn dat we tot de ontdekking komen dat we verleerd zijn wat zij onder 'bevindelijk' verstonden. Want het is met zeggen niet te doen.
Houten
In dit verband kom ik toch nog een keer terug op Houten als zodanig. Het is bepaald niet zo dat in het verleden elke willekeurige hervormd-gereformeerde dominee in Houten beroepen kon worden of er zelfs maar mocht preken. Houten had een bepaalde inslag. Het is kostelijk om daar de lectuur van wijlen ds. J. T. Doornenbal nog eens over na te lezen, die acht maal in Houten beroepen werd en speciale banden met Houten had. In het boek 'Gedachtenis tot zegening' (samensteller Jac. Overeem) komt verschillende malen een stukje van zijn hand over Houten voor. Hij noemt ergens Houten 'de zwaarste gemeente van Nederland' en Teunis Legemaat (zijn boezemvriend) 'de zwaarste man van Houten'. Over Houtens kerkeraad zegt hij, bij het heengaan van Teunis Legemaat: 'het was niet een kerkeraad van een juichend christendom. Van karakter en geestelijke structuur zijn deze Utrechtenaren aan de zwaarmoedige kant en deze kerkeraad was de meest droefgeestige, die ik ooit heb meegemaakt. Maar wat waar is is waar, je hoorde er dingen bespreken die je elders niet meer hoort. De geestelijke gangen in het leven van Gods Kerk werden nagespeurd en altijd weer was het gesprek de moeite waard en vol onderwijs'.
Zou het overal nog begrepen worden wat hij zei en zou het (ook in Houten) nog landen, zowel de ernst als het speelse? 'Zo'n Doornenbal toch', zeiden de mensen als ze zijn pennevruchten lazen. Hij zei de zwaarmoedigheid van Houten te kennen omdat hij zelf ook uit die streek kwam. Maar het was voor hem niet het één en het al. 'Hij was een voluit hervormd-gereformeerde dominee, hoogkerkelijk ingesteld zelfs. En niet alleen over Teunis Legemaat schreef hij roerende stukjes. Hij schreef ze ook over mensen die heel anders gelegerd waren en ook dan waren het ontmoetingen 'zoals je ze nog zelden aantrof'. Mildheid in oordeel en omgang was toch kenmerkend voor hem.
Na één van zijn stukjes over Houten staat - tussen twee haakjes - een stukje, waarin hij beschrijft hoe hij in de studio zat voor een radiomeditatie. Het was 'een heel bizondere sensatie'. In 'Globaal bekeken' is het voor de aardigheid nog eens afgedrukt. Al lezende vraag je je af of er (ook in dit opzicht) niet verschuivingen zijn opgetreden.
Ik haal dit — als gezegd — nog eens naar voren om te laten zien hoe er in het verleden ook sprake is geweest van verscheidenheid in hervormd-gereformeerde kring. Niet iedere dominee werd in iedere gemeente beroepen. Maar vandaag is wél de vraag gewettigd of er niet sprake is van versmalling in hervormd gereformeerde kring als het gaat om wederzijdse acceptatie.
Groeien de vleugels niet verder uit elkaar?
Niet op deze weg verder
Intussen stelt de kwestie Houten namelijk wel voor de vraag of we hier in de gereformeerde gezindte binnen de Hervormde Kerk aan het begin van een nieuwe weg staan. Me dunkt dat zich op dit moment geen tweede gemeente laat denken, waar hetzelfde geschieden zal als wat nu in Houten gebeurd is. Maar het kan wel een begin zijn van een ontwikkeling. Wel dient namelijk overigens in ogenschouw genomen te worden dat in toenemende mate predikanten uit de rechterflank — zeg dan maar uit de kring van het Gekrookte Riet — op door-de-weekse avonden in aparte samenkomsten binnen hervormd gereformeerde gemeenten voorgaan. Soms gaat men ook wel op zondagen voor in evangelisaties naast de bestaande hervormd gereformeerde gemeente of een andere evangelisatie. Wanneer gesproken zou moeten worden van een precedent dan ligt dat niet in Houten maar veel meer in situaties als de genoemde. Men zie er de vergadervaria in het RD maar op na om te zien waar men zoal vóór gaat, regelmatig ook in oud-gereformeerde gemeenten. Ook dit probleem heeft zich in de jaren door voorgedaan maar vandaag geschiedt het georganiseerd(er).
In een recent uitgegeven prekenbundel van wijlen ds. J. Catsburg 'Door genade alleen' schrijft mevrouw M. Catsburg-van Meerveld in het woord vooraf dat haar man mede aan de wieg van het blad het Gekrookte Riet heeft gestaan maar dat hij daarmee absoluut geen nieuwe definitieve scheuring binnen de Nederlandse Hervormde Kerk wilde bewerkstelligen. Ik weet dat dit waar is. De overledene verzekerde het mij ooit ook heel stellig. Maar ik heb toen gevraagd of ieder uit die kring er ook zo over dacht. Welnu, een publicatie in het RD van enkele maanden geleden liet weliswaar zien dat het Gekrookte Riet geen organisatie tegenover de Gereformeerde Bond wilde zijn (de huidige voorzitter ds. S. de Jong zei zelfs dat hij dan direct zou aftreden) maar anderzijds werd toch voldoende duidelijk — met name uit wat ds. L. H. Oosten zei — dat er ook predikanten (tien in totaal) met het Gekrookte Riet gebroken hadden vanwege de niet-hervormde koers. En zien we toch niet aparte samenkomsten op het gebied van de zending en het jongerenwerk? In het laatst uitgekomen jaarverslag van de GZB bijvoorbeeld moest worden opgemerkt dat de GZB niet meer op hetzelfde achterland als vroeger kon rekenen. In de praktijk voltrekt zich wel wat ds. Catsburg niet wilde. Men ziet vandaag aansluiting vanuit bepaalde gemeenten bij niet-hervormde bewegingen.
Het meest zorgelijke is dan ook dat zich in bepaalde gemeenten de laatste jaren toch een polarisatie heeft voorgedaan, die tot uiteengroeien van (wijk)gemeenten heeft geleid. Mocht er vroeger, als gezegd, ook sprake zijn geweest van verscheidenheid, vandaag treedt die verscheidenheid gestructureerder, georganiseerd en meer verhard naar voren. En al te gemakkelijk wordt soms, zonder dat er nog sprake is van echte ontmoeting, ingespeeld op gevoelens van onbehagen en onlust.
Mijn conclusie — en die is niet minder dan een dringend appèl — is dat Houten een incident moet blijven. Gaan we die weg namelijk verder op dan zal het getuigenis van de gereformeerde gezindte in de Hervormde Kerk ernstig worden verzwakt. We kunnen leren van de vaderen, die in verscheidenheid met elkaar wisten om te gaan, ook al kwam het ook wel eens tot botsingen.
In een radiogesprek over Houten heeft dr. S. Meyers gepleit voor een ontmoeting tussen de Gereformeerde Bond en het Gekrookte Riet. Dan zou moeten blijken of er nog sprake is van geestelijke overeenstemming. Nu kan worden tegengeworpen dat een poging vanwege het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond tot zulk een gesprek, onbeantwoord is gebleven. En verder is de vraag of ieder nog wel een hervormd kerkelijke weg wil. Maar dr. Meyers heeft gelijk: het moet komen tot eerlijke ontmoetingen en gesprekken. Openheid is bij verscheidenheid het beste. Of dat op organisatorisch vlak moet is punt twee. Hoewel ik ook daarvoor wil pleiten is toch het belangrijkst dat men in de gemeente, die bij Schrift en Belijdenis wil leven, in ootmoedige gestalte voor de Heere en daarom in bereidheid om de minste te zijn, zich buigt over de vraag welke weg we samen hebben te gaan. Gelukkig zien velen dat in. En als niet ieder dat wil dan is wel belangrijk wie de ontmoeting wilde en wie deze schuwde. De eenheid der gemeente, hoewel soms in verscheidenheid, is een groot goed. Gemeenteopbouw is niet gediend bij opsplitsing van de gemeente maar in samen dienend luisteren en luisterend dienen. Houten is toch een teken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's