Een zegen vragen
'...en doe het toch Uw knecht heden wel gelukken... (Nehemia 1 : 11m)
1. Het plan en de zegen
In deze en de komende weken zou ik samen met u Nehemia 1 'ns willen lezen en herlezen. Leest en denkt u mee?
In dit hoofdstuk vinden we een gebed van Nehemia. Een gebed voor hij aan zijn werk begint, voor hij zijn taak opvat. Maar hij heeft al wel een plan gemaakt... Hoe zit dat: plannen maken, een zegen vragen? Wat is eerst? Of valt dat niet te zeggen?
Plannen maken. Bewust of onbewust, we zijn er dagelijks mee bezig. 'Wat gaan we doen, en hoe?'. Een vraag van kinderen in hun spel, van jongeren op school, van moeders in hun huishouden, van vaders in hun werk, van ouderen in hun vaak kleiner wordende wereld. Voor de een elke dag hetzelfde, voor de ander elke dag anders.
Een zegen vragen. Is dat ook dagelijks werk? Bewust of uit gewoonte? We doen het denk ik veel; voor de nieuwe dag, voor het eten, voor de kinderen, voor de... Maar wat doen we dan eigenlijk?
Nehemia heeft ook een plan gemaakt ('het') en in onze tekst vraagt hij daar aan de HEERE, de God des hemels, een zegen over. 'Heere, geef dat het lukken mag, dat ik succes heb.' Moet God goedvinden en/of uitvoeren wat Nehemia bedacht heeft? Is dat 'een zegen vragen'?
Om te beginnen dit: Nehemia noemt zich 'Uw knecht', hij wil in dienst van de Heere staan. Hij is de schenker van de koning, dat is zijn werkgever, maar daarin en bovenal maakt God de dienst uit in zijn leven. Dat is zijn Opdrachtgever. Hij moet doen wat God goed vindt en niet andersom. Zó vraagt hij een zegen. Hij staat voor Gods aangezicht. Wat dat betekent voor ons gebed om Gods zegen willen we in deze weken overdenken.
Vooraf zou ik echter nog twee dingen onder de aandacht willen brengen. Ten eerste dit: knielt u naast Nehemia, omdat u/jij zelf ook een knecht bent, omdat Hij de Heere van uw/jouw leven is? Om Christus' wil kan het, mag het; vraagt de Heere het. Want, en dat is de tweede opmerking, in Nehemia zien we ook de contouren van dé Knecht des Heeren. In de Heere Jezus wordt de schaduw van Nehemia heerlijk ingekleurd, in de kleuren van Gods grote liefde voor zondaren, van Zijn heilsplan.
Laten we dit in onze overdenking steeds meenemen.
Goed, nu dat plan van Nehemia. Wat heeft hij bedacht? Hij wil aan zijn werkgever (koning Arthahsasta of Artaxerxes) vragen of hij geen verlof kan krijgen om naar Jeruzalem te gaan. Wat hij daar wil doen? De stad, de muren en de poorten opbouwen, want het is een bedroevende puinhoop (2 : 5, 6). Hij zoekt iets goeds voor de kinderen Israels (2 : 10).
De achtergrond van dit plan is dus een zeer donkere! Het is het j aar 445 voor de geboorte van de Heere Jezus. Dat betekent 140 jaar na het begin en 70 jaar na het eind van de ballingschap. Maar er zijn dus nog altijd joden in Perzië, zoals Nehemia. En in Palestina?
Van teruggekeerde volksgenoten hoort Nehemia over de toestand van het volk en de stad Jeruzalem. Het is nog/weer een puinhoop, letterlijk en figuurlijk! Ondanks al het werk van de profeten Zacharia en Haggaï, ondanks het werk van Ezra, en van vele anderen. Een speelbal van anderen, voorwerp van spot voor vijanden. En de stad? Met muren vol scheuren en bressen en zonder poorten is Jeruzalem die naam nauwelijks meer waard.
'Gij hebt Uw land, o Heer, die gunst betoond, dat Jakobs zaad opnieuw in vrijheid woont. (..., maar...) Heeft dan, o Heer', Uw gramschap nimmer end? Zal z' eind'lijk niet eens worden afgewend? Of zal Uw toorn ook op ons nakroost woên?'
Tegen die achtergrond moeten we het plan van Nehemia zien. De treurige situatie van volk en stad. Maar óók hoe het staat met de verhouding van het volk tot de Heere hun God. Want, Nehemia, waarom trekje je dit zó aan? Waarom ben je zó verslagen na het horen van deze boodschap van Hanani en de anderen?
Omdat het de stad is, die God uitgekozen heeft om Zijn Naam aldaar te doen wonen. Omdat het Zijn volk is, dat Hij verlost heeft; eerst uit Egypte en later uit Babel. Het is Nehemia's liefde voor de Heere en voor het volk. Het gaat hem om Gods eer én hij is bewogen over het heil van het volk. Beide, omdat dat bij de Heere samengaat. Dat is Zijn zaak.
Zo krijgt deze achtergrond perspectief en ik zie de gestalte van de Heere Jezus en ik hoor Zijn woorden: 'Jeruzalem, Jeruzalem', ... Dan waaiert het zicht uit en komt ook de gemeente van het nieuwe verbond in het vizier. De gemeente(n) waar u en ik toe behoren.
Wellicht wordt Nehemia voor u zo een herkenbare figuur. De knecht die Gods zaak tot de zijne maakt. Niet in eigen handen neemt, maar zich wel verantwoordelijk weet en zijn taak ziet. Bent u zo'n dienstknecht, zo'n dienstmaagd? Herkent u er iets in van uzelf?
In de zorg om Gods zaak. De gemeente als de woonplaats van de Heilige Geest. De gemeente die het teken van het verbond mag dragen; teken van de Heere, die ons behoud zoekt. Gods zaak. Zijn eer en onze redding; ook in onze gemeenien. Nee, Zijn gemeente, waartoe mensen om Christus' wil mogen behoren.
Herkenning, ook in de zorg; omdat het vaak eén puinhoop is/lijkt. 'Ellende en versmaadheid', er is genoeg om over te huilen in de kerk en de gemeente. Vijanden van binnen en van buiten, geesteloosheid; vaak meer aanleiding tot hoon dan om er jaloers op te worden. Geen gemeente die 'staat' (Ef. 6 : 14) in deze wereld, maar bressen in de muren. En de poorten, die nodigend opengezet kunnen worden én ter beschutting gesloten kunnen worden, zijn verdwenen. Is het u een zorg? !
Dan zult u ook het plan van Nehemia herkennen en zijn verlangen naar herstel. Ten diepste naar herstel van de relatie met de Heere. Want dat is Zijn zaak: Zijn Naam én (wonder boven wonder) Zijn redden van mensen. Nergens kunnen we meer van Nehemia herkennen dan in Jezus Christus!
Het plan van Nehemia, en de zegen. In onze tekst vraagt hij God immers óm Zijn zegen. Wat doet hij dan? En wij? Hoe maak je dan plannen?
Allereerst dit: valt het u ook op dat Nehemia pas en alleen in die enkele regels aan het slot van zijn gebod het plan en de zegen ter sprake brengt? En de rest dan? Omhaal van woorden? Nee! Hij kan dat niet overslaan, omdat Hij voor Gods aangezicht staat. Over die 'omhaal' willen we de volgende keren nadenken. In elk geval wordt zo wel duidelijk wat 'een zegen vragen' is. Het is geen formaliteit, waarbij God een stempel ter goedkeuring zet op ons plan. 't Moet misschien wat bijgesteld worden, maar het blijft óns plan. Maar om een zegen vragen is wel iets anders dan 'Heere, zeg even dat U het ook goed vindt'.
Wij maken heel wat plannen, ook in de kerk; denk alleen maar aan het komende winterseizoen. En we doen dat met de beste bedoelingen. Maar..., vaak is het zo gewoon, bijna platgetreden. Ook het vragen om Gods zegen? Laten we hopen van niet, maar het gevaar is zo groot dat we het wel even doen en dat de zegen slechts als vrome dekmantel overblijft.
De fout is dan niet dat we achteraf om een zegen vragen (dat kan en mag), maar dat we verkeerd begonnen zijn! Wat moeten we dan vooraf doen?
Om een zegen vragen! De zegen die in het verlengde ligt van de zaak van God, zoals bij Nehemia. Als ons dat een zorg is, dan bidden we mee met Nehemia.
'Heere wilt U doen wat goed is en mij als Uw knecht gebruiken.' Dan zijn onze plannen ondergeschikt geworden aan Gods plan! Hij maakt de dienst uit. Dan is het goed en komt het ook goed! En achteraf vraag je dan: 'Heere, wilt U het dóen? Want het is toch Uw plan en Uw wil? !'
Ja maar, hoe maak je dan je plannen? Hoe weet je wat Gods wil is? Net als Nehemia, uit Gods Woord! Dan krijgt ook hierin het Woord het voor het zeggen. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor Nehemia's, en hopelijk voor ons gebed. Dan zal blijken dat 'om een zegen vragen' nog wel iets meer is dan 'Heere, wilt U doen wat goed is'.
Dat Woord is voor nu Nehemia 1. Zullen we volgende week samen verder luisteren?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's