Uit de pers
Kerk en politiek
De discussies rondom het boek van Kuitert Alles is politiek, maar politiek is niet alles, blijven nog steeds doorgaan. Dat is geen wonder, want Kuitert roerde in zijn boek een vraagstuk aan, dat ons in deze jaren zeer bezig houdt. In Woord en Dienst van 23 augustus formuleert de Haarlemse predikant dr. K. Blei een aantal bezwaren. Hij meent allereerst, dat Kuitert te veel uit het oog verliest dat er in de schepping nog al het een en ander scheef zit en dat het Evangelie van het Koninkrijk ook te maken heeft met dat schepselmatige. Mensen en dingen worden recht gezet. Dan vervolgt Blei:
'Ik verbaas mij ook over de wijze waarop Kuitert omspringt met de bijbelse geboden. Zeker, veel daarin was ook in buitenbijbelse bronnen, in culturen buiten Israël en Jezus om, bekend. Er is stellig zoiets als algemeen menselijke levenwijsheid. Je kunt zeggen dat daar in de bijbel bij aangesloten wordt. Maar daarbij kun je het niet laten! Volgens Kuitert herhaalt de bijbel in haar geboden alleen wat ook anderen al, en allang (kunnen) weten. Hij ziet over het hoofd dat deze geboden, ook als ze van elders bekend zijn, in de bijbel in elk geval in een nieuwe samenhang staan. Hier klinken ze in de ruimte van het verbond dat God belofterijk met mensen, allereerst met Israël, heeft gesloten. Zo krijgen ze een nieuwe inhoud. "Gerechtigheid" en "Vrede", bijvoorbeeld, krijgen een nieuwe betekenis. Eventueel aloude normen worden hier tot oproep om in dat verbond, bij de bevrijding, bij de Bevrijder-God te blijven, oftewel: om uit het evangelie te leven. Het gebod is nu keerzijde van het evangelie. Zoals het evangelie moet worden verkondigd, zo moet (mag) ook het gebod, als keerzijde daarvan, worden verkondigd. Als nieuwe, als de réchte levenswijze. Als levenswijze-met-toekomst. Niet alleen in het "hiernamaals", maar nu al.
Evangelieverkondiging als "macht"
Zo komen we als vanzelf terecht bij de opdracht van de kerk. Merkwaardig dat Kuitert aan de kerk wel de verkondiging van het evangelie, maar niet die van het gebod toevertrouwt. Alsof het eerste zonder het laatste kan. Ik verbaas mij er — dit ten derde — ook over, dat Kuitert aan de kerk elke uitoefening van macht, van invloed, in de samenleving ontzegt. Sinds wanneer is "macht" vies? Sinds wanneer is machtsuitoefening als zodanig onverenigbaar met het evangelie van Jezus Christus? Heeft de Heer zijn discipelen niet uitgezonden met macht? Namelijk met volmacht tot verkondiging met woord én daad? Heeft Hij niet ook zelf geproclameerd dat Hem "alle macht" is gegeven (Matth. 28)? Is ook al niet het woord machtsmiddel bij uitstek? Het is, denk ik, dan ook een karikatuur om de bergrede op te vatten als alleen maar geweldloosheidsprincipe. Vervolgens te constateren dat zij politiek niet bruikbaar is, is dan geen kunst meer. Trouwens je moet je dan afvragen of zij in het persoonlijk tussenmenselijk verkeer nog wél toepasbaar is. Nee, de Bergrede is oproep tot een nieuwe levensstijl die wordt gedragen door de belofte van heil (straks én nu) voor armen, treurenden, hongerigen en al die anderen die direct al aan het begin worden zaliggesproken. Een metterdaad opkomen voor ontrechten lijkt mij met de Bergrede niet in strijd; integendeel. Ook als dat niet kan zonder machtsuitoefening. Voor mijn part noemen we dat: lammerenmacht. Is dat iets absurds? Dan zouden we nog eens moeten nadenken over de Openbaring van Johannes, waarin juist hét Lam als Overwinnaar wordt toegezongen.'
'k Meen dat Blei in een aantal opzichten de spijker op de kop slaat. Maar er blijven vragen ten aanzien van het machtsaspect. Ook Kuitert zal de lammeren macht niet ontkennen. De vraag is, of we niet moeten onderscheiden tussen de machtsuitoefening via politieke organen (partijen, verkiezingen, stemverhoudingen etc.) en de geestelijke macht die de kerk uitoefent in de verkondiging in woord en daad. Die verkondiging heeft stellig politieke relevantie. Maar de vraag: hoe en van welke aard is deze. Het woord 'machtsuitoefening' op zich zegt niet alles. Het gaat ook over de wijze waarop. Mij trof een stelling van dr. De Ru in het C.W.: 'Prediking is profetisch, proclamatie van het Woord Gods, niet in vage algemeenheden maar evenmin met concrete aanbevelingen van omstreden politieke of sociale maatregelen die haar devalueren tot propaganda voor uiteenlopende idealen tot wereldverbetering'.
Russische Kerk en politiek
In het septembernummer van Voor vrede in vrijheid, orgaan van de stichting Vredespolitiek schrijft dr. J. A. Hebly vanuit een andere blikrichting over hetzelfde probleem. Hebly gaat uit van de onafhankelijkheid van de kerken, geworteld in het bevrijdend Evangelie. Willen de kerken getuigend en dienend hun taak in de samenleving verrichten, dan moet er naast innerlijke vrijheid ook geloofsvrijheid zijn in het sociale leven. In dit verband merkt hij op dat de grote Russische kerk een gevangene geworden is van het regiem.
'Helaas is de rol die de kerken samen kunnen spelen in het Oost-West conflict maar van zeer geringe betekenis. Een gezaghebbende vertegenwoordiger van de Oostduitse kerken gaf de oorzaak daarvan aan:
"De kerken moeten geen eigen vredespolitiek voeren. Maar zij hebben telkens te onderzoeken wat de vrede dient. Zij moeten daarom ook positie kiezen en zich van geval tot geval concreet uitspreken. Daarbij schijnt mij één ding duidelijk te zijn: de kerken zijn slechts zo lang organen die de vrede bevorderen, als zij ondanks hun verbondenheid met de eigen samenleving een zodanige mate van vrijheid weten te bewaren, dat zij zich niet voor de wagen van de eigen nationale belangen laten spannen (of deze helpen voortduwen), dat zij dus niet simpelweg tot verstekers van de buitenlandse politiek van de eigen staat worden. Als kerken nog slechts deze versterkersrol spelen, vallen zij als instrument tot oplossing van conflicten, en dus als vredestichters, uit."
Het vredesgetuigenis van de kerken uit de Sovjetunie is bepaald door een vereenzelviging met de nationale politiek. Deze ziet vrede in het verlengde van de vestiging en consolidatie van het leninistisch-marxisme. Vredeswerk wordt dan een aspect van de internationale klassenstrijd en ook het vredeswerk van kerken loopt dan het gevaar de tegenstellingen in de wereld aan te scherpen, de ideologische blokvorming te versterken en de agressiviteit tegenover het andere, "het imperialistische" kamp aan te moedigen. Allen die pleiten voor een gemeenschappelijke inzet van de kerken voor vrede en vriendschap tussen de volken, zijn in verwarring en staan voor het frustrerende probleem dat partners "aan de andere kant" ontbreken. Na een goed en vertrouwelijk gesprek in 1983 tussen vertegenwoordigers van Amerikaanse en Russische kerken vertrokken de Amrikanen in de verwachting dat er nu werkelijk een soort doorbraak was bereikt. Maar de brief van de Patriarch daarna gezonden naar Amerika was een diepe teleurstelling en deed een der deelnemers verzuchten: het standpunt van de kerken is niet anders dan een voortzetting van de lijn van de partij "in sacred phrases" (in gewijde termen). Solzjenitsyn spreekt over de Russisch-Orthodoxe Kerk als "een gevangen, maar niet gevallen kerk". Gevangenschap van de kerk wil zeggen dat zij gedwongen wordt als spreekbuis van de overheid op te treden daar waar deze de kerk en haar vertegenwoordigers wil gebruiken. En dat is vooral het geval op het gebied van de buitenlandse politiek die geïdentificeerd wordt met werken voor de vrede. De kerk mag zich op geen enkele wijze met samenlevingsvragen bezighouden en zelfs een voorzichtige critische reflectie op de regeringspolitiek is uitgesloten.'
Deze kritische opmerkingen verhinderen Hebly niet met sympathie te spreken over de Russische kerk. Relaties met onze kerk moeten echter — en ik acht dat een belangrijke opmerking — volgens hem niet in het politieke vlak liggen maar op het geestelijk-theologische vlak. Er is in het atheïstische Rusland een christelijke gemeente. Dat moet ons met verbazing vervullen.
'Laten we ophouden de kerken in de Sovjetunie te betrekken bij de activiteiten die betrekking hebben op internationale politieke problemen. Het enige resultaat is immers dat we de greep van de staat op de kerk nog groter maken en ertoe bijdragen dat de staat haar steeds meer als nuttig politiek en propaganda-instrument gaat hanteren.
Onze contacten met de Russische kerken moeten liggen op het terrein van de theologische uitwisseling en de geestelijke opbouw van de kerk bevorderen. Politieke vragen moeten niet het karakter van deze oecumenische relatie bepalen, ook niet wanneer bepaalde kringen in de kerkleiding dit wensen.
Dit bevestigt hen slechts de rol van staatsorgaan voor internationale vredesakties die de staat aan de kerk heeft opgelegd en heeft negatieve consenquenties voor het kerkelijk leven.
Een van die consequenties is bijvoorbeeld dat de kloof tussen kerkleiding en kerkvolk steeds dieper wordt. Want de kerkleden beseffen heel goed wat de aard en achtergrond is van alle 'strijd voor vrede' van hun leiders. De critische opmerkingen op een congres van de Baptisten over de overheersende plaats die de verslagen van vredesconferenties innemen in het kleine tweemaandelijks orgaan (de enige publicatie van de Baptisten Unie), spreken in dit verband boekdelen. En laten we ons geen illusies maken dat deze contacten de regering tot welwillende concessies tegenover de kerken brengen. De Baptisten doen braaf in alle "strijd om vrede" mee, maar nog steeds hebben zij geen toestemming het lang en openlijk begeerde seminarie voor de opleiding van voorgangers te openen.
Laten vredesgroepen die met de Sovjetunie contacten zoeken zich beperken tot de officiële partij-organen, laten de kerken in hun oecumenische relaties zich beperken tot geloofsgesprekken. De zwakte van de Russische kerk is hun conformisme aan de staatspolitiek; hun sterkte is hun geloofsvolharding, hun trouw aan de fundamenten van het christelijk geloof. Waarom zouden wij bevorderen dat zij nog meer in de armen gedreven worden van een staat, die openlijk als doelstelling heeft hen te verstikken? De kerken leven en functioneren in de Sovjetunie, maar dan wel op heel andere wijze dan bij ons. Dat dienen we te beseffen en daarop dienen we ook onze contacten af te stemmen.'
Hebly heeft een heel aantal jaren met grote kennis van zaken de ontwikkelingen in de Oostbloklanden gevolgd en geanalyseerd. Wij danken er menig waardevolle studie aan. Ook dit artikel getuigt van nuchterheid en echte oecumenische geest. Aan het eind van deze maand neemt hij afscheid van zijn werk in Utrecht. Dat ik in deze persrubriek aandacht schenk aan dit artikel is niet alleen om de zaak die hij naar voren brengt, maar tegelijk om nog eens de aandacht te vestigen op de belangrijke bijdrage, die Hebly levert inzake de studie van de kerkelijke ontwikkelingen achter het ijzeren gordijn.
***
Kerk en Doleantie
In het Kerkblaadje (Orgaan van de Stichting vrienden van Kohlbrugge) van 29 augustus schrijft dr. W. Aalders een artikel naar aanleiding van de herdenking van de Doleantie. Hij begint met er op te wijzen, dat de toon van de huidige herdenking veel ingetogener is dan in het verleden. Toen werd onbeschroomd gesproken over de Doleantie als een Reformatie. Aalders ziet in het gebeuren van de Doleantie een Amsterdamse lijn (dr. A. Kuyper) en een Voorthuizense lijn (dr. Willem van de Bergh) lopen. De Amsterdamse lijn heeft het z.i. gewonnen van de geest van de aan de Reveilkringen verwante Van den Bergh. Waarin verschilde hij van Kuyper.
'Inderdaad sprak Van den Bergh ook over de Doleantie als een reformatie. Maar hoe anders sprak hij daarover! Er is, zo hield hij zijn gemeente en de kerken voor, echte en valse reformatie. Echte reformatie komt voort uit droefheid over eigen schuld aan het onrecht en aan de zonden die in Gods kerk geschieden. Valse reformatie ontstaat uit bitterheid over het onrecht dat anderen ons aandoen. Echte reformartie ontspruit aan de begeerte om in oprechtheid Jezus te belijden als Heer en Hoofd van de kerk en leidt tot verwerping van alles wat met Gods Woord in strijd is. Valse reformatie komt op uit geestelijke zelfzucht. Ware reformatie ontstaat uit deernis met de verwaarloosde kerk en met het doel om met meer vrijmoedigheid en ijver het afgedwaalde en gebrokene te zoeken. Valse reformatie gaat op in een vereniging van gelijkgezinden, die macht nastreeft en zich hooghartig opstelt tegenover hen die "niet meegaan". Ware reformatie bestaat in oprechte bekering des harten en een betoning van een klein beginsel van gehoorzaamheid in heel het leven. Valse reformatie begint èn eindigt met het afwerpen van het synodale juk en het opnieuw institueren van de kerk, terwijl men alle bestaande afgoden, breuken en wantoestanden onaangeroerd laat. Ware reformatie wordt gewerkt door de Heilige Geest uit de kracht van Christus' bloed en leidt tot geestelijke opwaking. Valse reformatie komt op uit vleselijk activisme draagt een wettisch karakter, gaat gepaard met eigenwillige godsdienst en werkt schadelijk uit op het geestelijk leven. Aldus dacht dr. Willem van den Bergh over de Doleantie als een reformatie en het was zijn diepe zorg, dat ten aanzien van een ware reformatie en de doorwerking ervan in het gemeentelijk leven in vele der vrijgemaakte kerken er niet goed voorstond. Hij vreesde voor het oordeel Gods over de verwereldlijking binnen de dolerende kerken. Zo lezen wij in één van zijn geschriften: "Ik geloof, dat onze grootste vijanden thans onze geestelijke zijn. Wij pronken zoveel meer met onze rijke collecten en grote scharen, dan dat wij letten op de ware kenmerken dergenen die van de kerk zijn. Hoog nodig is dunkt mij verootmoediging en levend geloof, ook als wij in de enge weg gaan. En ach, hoe zwak is ons vlees dan! Laat ons niet de verleidelijke tactiek volgen om de fouten onzer tegenstanders breed uit te meten, die van onszelf en van onze geestverwanten te verzwijgen. Laten we onderzoeken onze drijfveren. Wij berekenen te veel, laten te weinig aan de Heere over".
Zó waarschuwde Van den Berg de dolerende kerken; zó schroomde hij niet om ook Kuyper te waarschuwen. Uitermate beducht was hij voor de hoogmoed van: wij calvinisten, wij gereformeerden! En voor de macht der organisaties die groeiden en bloeiden, maar allengs meer een doel in zichzelf werden en hun oorspronkelijk dienend en missionair karakter verloren. Men zal moeten toegeven, dat dit alles heel andere klanken zijn dan te horen waren bij Kuyper en zijn paladijnen. Maar helaas moet ook vastgesteld worden, dat dit geestelijk geluid nauwelijks een klankbodem vond in de gereformeerde kerken. Slechts bij enkelingen als de predikanten Sikkel en Hoekstra vond zijn waarschuwend woord gehoor en weerklank. Dientengevolge is de prediking van Van den Bergh een nauwelijks opgemerkte onderstroom gebleven in de kerken der Doleantie.'
Aalders' artikel laat in elk geval zien dat er aan het gebeuren der Doleantie meerdere kanten zitten, en voorts dat het stroomgebied van de Geref. Kerken niet eenvorming is geweest. Bij iemand als Van den Bergh ziet Aalders verwantschap met Kohlbrugge's prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze. Wij leven nu in 1986. Al lezend denk je: zou bezinning op de prediking van een man als Van den Bergh geen geschikt gesprekspunt kunnen vormen in de beweging van Samen op Weg? Ik denk, dat in de geciteerde uitspraken van Van den Bergh ook heel wat zit wat wij als Gereformeerd-hervormden ons moeten aantrekken. Tegelijk vraag je je af, of men anno 1986 nog wel echt geïnteresseerd is in het getuigenis uit het verleden. Voor de herdenking in Amsterdam bestond, zo lezen we, slechts geringe belangstelling. Jammer, want zonder het verleden heilig te verklaren, dient wel gezegd te worden dat we, voor een goed verstaan van het heden aan de 19e eeuw niet voorbij kunnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's