Bevinding geen extra van het gereformeerde
In onze tijd wordt druk gesproken over ervaring. De menselijke ervaring wordt hoog gewaardeerd. Er is zelfs sprake van ervaringstheologie. En dat heeft soms tot gevolg dat gedacht wordt dat hier aanknopingspunten liggen met die sector van de kerken, die als bevindelijk wordt aangeduid.
Maar wat is intussen bevindelijk? Dr. C. S. L. Janse heeft gepoogd bevindelijke kringen te karakteriseren vanuit een aantal uiterlijke kriteria. Anderen vroegen zich af of ze, wanneer ze niet aan die of aan alle kriteria voldeden, dan niet bevindelijk waren. En vorige week gaf het Reformatorisch Dagblad een vraaggesprek met prof. dr. A. van der Meiden, van afkomst christelijk gereformeerd en nu vrijzinnig, waarin deze zei dat hij bevindelijk is gebleven. Het werd zelfs in de kop van het verhaal op sprekende wijze weergegeven. Niet lang geleden schreef ik in deze kolommen over Maria Leer, de leidster van de secte der Zwijndrechtse Nieuwlichters, zeer orthodox begonnen, vrijzinnig geëindigd maar uiterst bevindelijk gebleven. In een pas verschenen boekje over de Zwijndrechtse Nieuwlichters van B. de Groot (Kok, Kampen) wordt de secte positief gewaardeerd en als 'zoekers van licht' aangeduid. Het principieel vrijzinnige orgaan Zwingli heeft (uiteraard) grote waardering voor deze secte, naar uit een bespreking van dit boekje ook bleek. Tenslotte kerkte Maria Leer in Leiden bij de vrijzinnigen. Er is tenslotte ook vrijzinnige mystiek.
Maar ook in gereformeerd kerkelijk Nederland kan men zich afvragen wat bevindelijkheid is en waar deze nu echt voorkomt. In allerlei kringen wordt gesteld dat de preek bevindelijk moet zijn. Maar voor de één is bevinding gevoelige beschrijving van wat in het hart ervaren wordt, aan twijfels, aanvechtingen, uitreddingen, gemoedsgestalten. Voor de ander is bevindelijk leerstellig van aard. Voor weer een ander is wettische prediking bevindelijk.
Naar aanleiding van de kwestie Houten werd ds. Tj. de Jong te Garderen door het Nederlands Dagblad gevraagd naar het verschil tussen de Gereformeerde Bond en het Gekrookte Riet. Antwoord van ds. De Jong: 'het verschil zit hem niet zozeer in de theologie. We hebben zeg maar dezelfde dogmatiek. Maar wel geeft de praktijk een belangrijk verschil te zien. Concreet: Het Gekrookte Riet is bevindelijker, onderwerpelijker, de Gereformeerde Bond meer voorwerpelijk ingesteld als u dat wat zegt. Bij ons wordt meer de nadruk gelegd op de beleving van de verlorenheid onder het recht Gods, op de beleving van alle drie de delen van de Heidelberger, óók het eerste deel, en op de juiste volgorde ervan. Je kunt ook zeggen dat het Gekrookte Riet acht slaat op de werkingen des Geestes in de bevindelijke zin des woords. De Nadere Reformatie krijgt volle nadruk, niet in de zin dat ze een tegenstelling vormt met de Reformatie maar er op voortbouwt'. Als ds. De Jong dan gevraagd wordt of het dan bij hen hetzelfde is als in de Gereformeerde Gemeenten wil hij daar niet op ingaan. 'Het gaat dikwijls om zulke subtiele onderscheidingen', zegt hij. Kort en goed, hier wordt gezegd dat er theologisch geen verschillen zijn maar de één is toch bevindelijker dan de ander.
Hanteerbaar
Het begrip bevinding lijkt onhanteerbaar. Toch gebruikt ds. De Jong een typering die hanteerbaar lijkt te zijn. Hij spitst al of niet bevindelijk namelijk toe op 'de beleving van alle drie de delen van de Heidelberger, ook het eerste deel en op de juiste volgorde ervan'. En toch zeg ik dat het een hanteerbare typering lijkt te zijn. Ik zou namelijk geen hervormd gereformeerde gemeente weten waar niet in grote trouw van zondag tot zondag de Heidelbergse Catechismus wordt gepreekt. Als het gaat om gereformeerde theologie dan ligt die toch wel helemaal in dat kostbare kleinood van de kerk verankerd. Zou de prediking van de Heidelberger in het geheel van de kerken in ere zijn gebleven, de kerk zou een gereformeerder gestalte hebben dan vandaag het geval is. De gedachte dat er dwarsverbindingen te leggen zijn tussen moderne ervaringstheologie en bevinding komt wel in een ander licht te staan als de Heidelberger ter sprake komt. Het niet meer preken van de Heidelberger betekende en betekent geestelijke en kerkelijke verarming. Wat dunkt u van de Heidelberger is in de confrontatie met de menselijke ervaring vandaag van beslissende betekenis. Ervaren doet ieder wel wat. Maar is het de ervaring van de aan het Woord gebonden Heidelberger?
Maar als dan ook de Heidelberger, met nadruk op alle drie de stukken, integraal gepreekt wordt dan zal zulke prediking toch niet anders dan bevindelijk van aard kunnen zijn! Hoe vaak staat er niet 'wat baat het u?' en 'wat troost u?'. Evenwel blijkt toch dat er wel terdege sprake is van theologische verschillen als het gaat om bepaalde zaken de Heidelberger rakende. Anders zou de Gereformeerde Gezindte, waar de Heidelberger nog in gebruik is, niet zo verdeeld zijn. Ds. De Jong zegt: de Heidelberger en dan alle drie de stukken en in de juiste volgorde. Daarachter zit toch dunkt me de gedachte: vooral (ook) het eerste stuk. Maar dan ook eerst zondag 1? En alle drie de stukken toch ook in hun juiste proporties. Bovendien is het toch niet de bedoeling om bij de behandeling van de eerste zondagen in de ellende te blijven steken of in het stuk der dankbaarheid op eens te vergeten uit welk een grote nood een zondaar verlost wordt. Dat doet de Catechismus in de onderscheiden zondagen zélf immers ook niet! De volgorde van behandeling is toch niet bedoeld om periodieke belevingen mee uit te drukken? Het ligt bij Paulus toch ook vlak bij elkaar en als het ware door elkaar heen als hij zegt: 'ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God door Jezus Christus'. Maar wel leren we reeds in het eerste stuk van de Heidelberger dat we 'verdorven, gans onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad' zijn, tenzij we door de Geest Gods wederomgeboren worden.
Het mag ons een zorg zijn of zo de prediking van de wedergeboorte wel voldoende nog functioneert. En dan niet alleen wanneer deze zondag van de Catechismus aan de orde is maar of ze ook terugkomt in de niet-catechismusprediking. En ik deel met ds. De Jong de zorg om 'de inleving van de verlorenheid onder het recht Gods'. Maar zou het nu echt zo zijn dat de structuur van de hele Heidelberger ook bepalend is voor de structuur van de prediking als door ds. De Jong bedoeld? Zou bijvoorbeeld zondag 7 over een waar geloof altijd overal even sterk functioneren, als gezegd wordt: een stellig weten en vast vertrouwen, door de Heilige Geest in het hart gewerkt, dat niet alleen aan anderen maar ook mij vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken w, uit louter genade, alleen om der verdiensten van Christus' wil? En zou de prediking altijd zo voluit trinitarische prediking zijn, dus prediking van het werk van de Vader, van Christus en de Geest, als de Catechismus wil? En wat te denken over de uitleg van de doop in zondag 26 of van het avondmaal in zondag 28? En als dan over de verlorenheid onder het recht Gods wordt gehandeld zou het dan altijd gebeuren op de wijze waarop zondag 23 het doet, namelijk als dan ook de toerekening van de genoegdoening, de gerechtigheid en de heiligheid van Christus wordt uitgezegd? En zou prediking van de wet behalve in het stuk der ellende (waaruit kent gij uw ellende? ) ook altijd als behorend tot het stuk van de dankbaarheid worden gepreekt? En zou , altijd de bekering behalve als de afsterving van de oude mens ook de opstanding van f de nieuwe mens worden gepreekt?
Maar waarom zou ik verder gaan met vragen stellen. We kennen de Catechismus (toch)? De verschillen zitten echter toch kennelijk hierin, dat er eenzijdigheden zijn in het omgaan met de Catechismus, of liever nog als het gaat om het functioneren van de hele catechismus in de prediking. Want, als gezegd, bepaalde dingen kunnen wel aan de orde komen omdat de wekelijkse behandeling van de Catechismus erom vraagt (en dat is ook het heilzame van de Catechismusprediking). Maar als de dingen, die in de Catechismus aan de orde zijn, niet in de juiste verhoudingen het geheel der prediking doortrekken dan kunnen er toch nog wezenlijke verschillen inde prediking openbaar komen. Ik ben dan ook niet zómaar geneigd om het zo eenvoudig, als ds. De Jong het voorstelt, te zeggen, namelijk dat er niet zozeer theologische of dogmatische verschillen zijn maar slechts verschillen als het om bevinding gaat. Daar zou toch eens dieper op door gesproken moeten worden.
Herkenningsteken?
Intussen mogen we ons afvragen of in onze tijd niet te gemakkelijk bevinding een term wordt zonder geestelijke inhoud. Bevinding is toch geen uithangbord aan een kerkelijke winkel, een reclameprent voor een groep, een woord om elkaar mee te overtroeven of te 'plaatsen'? Wie echt bevindelijk leeft zal van zichzelf niet zo gemakkelijk zeggen dat hij bevindelijk is. In de Bijbel komt het woord bevinding overigens voor in de zin van beproefdheid. In de Heidelberger komt het woord bevinding niet één keer voor. Maar wel de zaak waarom het gaat in het door de Geest gewekte leven. De woorden 'ervaring' en 'gevoel' komen wel in de Heidelberger voor. Bijvoorbeeld het gevoelen van het beginsel van de eeuwige vreugde in mijn hart dat ik na dit leven volkomen zaligheid bezitten zal. Maar leven we niet vaak onder de maat van deze vreugde? En op de sabbat mogen we de Heere door Zijn Geest in ons laten werken (zondag 28). Het zou echter wel eens kunnen zijn dat, naarmate we meer praten over het moeten van de bevinding, de bevinding zélf spaarzamelijker wordt. Het valt nog wel eens op dat wanneer bepaalde 'bevindelijke' uitdrukkingen worden gebruikt er soms aan toegevoegd wordt: zoals de ouden vroeger zeiden. Alsof we het met het manna van gister, met wat de vaderen zeiden, kunnen doen. Het zal ook vandaag (op)nieuw moeten worden geraapt op het veld van het Woord Gods.
Ervaren waarheid, is de titel van een boek dat aan professor dr. H. Jonker werd aangeboden . Bevinding is immers waarheid in het binnenste. De worsteling en strijd daarom maakt mede het bevindelijke leven uit. Maar wél is de vraag: welke waarheid? De Heidelberger, de eenvoudige Heidelberger, zei Kohlbrugge. 'Houd daaraan vast kinderen.' Inderdaad beleving van alle drie de stukken. Maar de Catechismus sluit in feite zelf af door boven de ervaring uit te grijpen. Amen, dat wil zeggen dat mijn gebed veel zekerder van God verhoord is, dan ik in mijn hart gevoel dat ik zulks van hem begeer. Dat zal 'waar en zeker zijn'.
Het voorwerpelijke moet toch maar aan het onderwerpelijke vooraf gaan. Maar het onderwerpelijke mag niet teloor gaan in een massieve leerstelligheid, van welke aard dan ook. Waakzaamheid naar twee kanten is geboden. Maar bevinding is geen extra bij het gereformeerde. Bevinding en gereformeerd horen bijeen. Het geloof heeft bevinding aan zich. En daarom is de Heidelberger zo door en door bevindelijk. Die behoeven wij niet bevindelijk(er) te maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's