Ouderschuld en ouderpijn (3 en slot)
Met het oog op de gemeente
Oefening
Er zijn allerlei belemmeringen om als christenen gemeenschap met elkaar te beoefenen. Ik gebruik niet voor niets het woord 'beoefenen'. Want om onszelf aan anderen mee te delen en anderen in ons leven te ontvangen, daar is oefening voor nodig. En voor deze oefening hebben we elkaar nodig. In de christelijke gemeente oefenen we — om zo te zeggen — aan elkaar.
Als we de ander niet nodig hebben en links laten liggen, dan kunnen we niet oefenen. Dan is er ook geen sprake van geestelijke groei. We hebben elkaar nodig om — natuurlijk: vanuit de gemeenschap met Christus — te kunnen groeien. We hebben elkaar nodig om elkaar goede werken te kunnen bewijzen en elkaar op te scherpen in de liefde (zie o.a. Hebr. 10 : 24). Daarom (!) zijn er onderlinge bijeenkomsten nodig (vs. 25), die wij niet mogen verzuimen (hierbij moeten we dus niet denken aan onze erediensten, die geen gelegenheid bieden om gehoorzaam te zijn aan wat wij in vers 24 lezen, maar aan bijeenkomsten die daarop een aanvulling zijn). Wij hebben elkaar nodig in de beoefening van onze geestelijke spieren en in de versterking van onze geestelijke spankracht. De Heilige Geest werkt ook door het lichaam van de gemeente!
Schaamte
Oefening veronderstelt, dat je je ergens voor inzet. Dat kan moeite kosten. Dat heeft te maken met die belemmeringen. In de christelijke gemeente is schaamte een belemmering. Wij schamen ons vaak voor elkaar. Wij schamen ons ervoor te bekennen, dat we onze vragen en twijfels hebben aangaande het geloof, het doen en laten van God (zoals wij dat ervaren)... Wij schamen ons ervoor te bekennen, dat het ons weleens aanvliegt of het allemaal wel waar is wat wij lezen over God en over Christus... Wij schamen ons ervoor te bekennen, dat wij vaak zo leeg zijn... dat we God vaak als de Afwezige in ons leven ervaren... dat we in ons eigen leven weerstanden ondervinden om te bidden en om in de Bijbel te lezen... En als onze kinderen niet meer naar de kerk gaan, dan schamen we ons daar ook voor. Schaamte...
We moeten oppassen, dat we van geloof en opvoeding geen prestigekwestie maken. Laten we eerlijk en open tegenover elkaar zijn en niet net doen alsof het bij ons allemaal wel snor zit — om het zo maar eens te zeggen.
Nu is voor die eerlijkheid en openheid uiteraard een relatie van vertrouwen nodig. En het spreekt niet vanzelf, dat deze er is. Vertrouwen moet groeien. Dat gaat stukje bij beetje. Daar moet aan gewerkt worden. Daar is juist ook die oefening voor nodig. Maar als we over de drempel van de schaamte heenstappen, dan zullen we — wellicht tot onze verbazing en opluchting — ontdekken, hoeveel herkenning er zal zijn. Ook wat betreft opvoedingsvragen, het omgaan met onze kinderen, de vragen rond ouderschuld en ouderpijn en... ouderschaamte.
Misschien dat deze woorden een zetje kunnen zijn voor ouders die hiermee zitten... een zetje om over die drempel heen te komen, en om er eens met anderen over te praten, bijvoorbeeld met ouders die er óók mee zitten en die óók maar niet over die drempel heen kunnen komen. Is het met name de gelijke situatie en de gelijke pijn vaak niet, waardoor het meeleven met en het ondersteunen van elkaar veel concreter kan zijn? En dan denk ik hierbij niet alleen aan uitwisseling ten aanzien van de vraag hoe wij met ouderschuld en ouderpijn omgaan, maar ook aan uitwisseling van datgene wat wij in dit verband geleerd hebben en wat we van elkaar kunnen leren.
Wat geleerd?
Als wij in dit verband iets geleerd hebben, hoe komt dit dan tot uiting?
Als er inderdaad sprake is van ouderschuld, en als wij na schuldbelijdenis voor Gods aangezicht ook in dit opzicht van vergeving leren leven, dan is er nog het punt van de bekering.
Waar moeten we hierbij dan aan denken? Alle bekering is bekering van en bekering tot. Zij is bekering van ongehoorzaamheid, van een verkeerde houding als ouders... Zij is bekering tot God (schuld is altijd iets van onze verhouding tot Hem). Zij is vaak ook bekering tot anderen, en die anderen kunnen ook onze kinderen zijn.
Wat betekent dit nu concreet voor onze relatie met onze kinderen?
Als wij ervan overtuigd zijn, dat wij het anders hadden moeten doen, dan is het goed om dat — zo concreet mogelijk, en niet vaag en algemeen — tegenover onze kinderen (we hebben het nu over de kinderen die kerkverlater geworden zijn) te erkennen. Dat is ook een vorm van bekering. En als we fouten tegenover hen hebben gemaakt... als we hen onrechtvaardig hebben behandeld (waardoor we hen misschien van ons vervreemd hebben), laten wij dit hun dan ook als schuld belijden en hun vergeving vragen. Dat doen we niet makkelijk en het is ook niet eenvoudig, maar het is wel essentieel. Of onze kinderen nu bereid zijn ons die vergeving te schenken of niet! Hoe belangrijk is het, dat zij in ieder geval merken, dat we kunnen buigen en dat we het zelf in alles van Gods genade moeten hebben.
Bekering houdt tegelijkertijd ook het aannemen van een nieuwe houding in. Als wij zeggen, dat we het anders hadden moeten doen, dan is dat een lege constatering of belijdenis, als wij geen andere houding aannemen ... als wij niet proberen de relatie met onze kinderen anders te vullen.
Als onze kinderen 'weg' zijn, dan zal dit heel moeilijk gaan. Laten we dan in ieder geval proberen begrip voor hen op te brengen en te tonen. Laten we vooral ook liefdevol de deur voor hen openhouden... hen — met name ook in onze gebeden — vasthouden.
Als wij nog kinderen thuis hebben, die niet 'weg' zijn, zullen zij de vruchten ook niet (kunnen) plukken van onze bekering? Zal onze houding tegenover hen niet anders zijn? Zullen wij in hun opvoeding niet integreren wat wij met betrekking tot de andere kinderen geleerd hebben?
Dit laatste kan bijvoorbeeld betekenen, dat wij op een totaal andere wijze met het Woord omgaan in ons gezin... dat wij er veel serieuzer uit leren leven... dat wij met de kinderen spreken over het geloof... en dat we niet kinderachtig doen over allerlei bijzaken, maar juist helder onderscheid maken tussen datgene wat van primair belang is en datgene wat van secundair belang is. Gunnen wij onze kinderen niet het beste? En is dat beste ons en onze kinderen niet in het Woord geschonken?
Jaloers
Ouderpijn — als deze blijft — is iets waar we mee moeten leren leven. Gelukkig zijn we hierin niet op onszelf aangewezen. We hebben God en we hebben elkaar.
In Ef. 5 : 18 spreekt Paulus over de vervulling met de Heilige Geest. Hij trekt de lijn door naar de gemeenschap in de gemeente (vs. 19 en 20) en daarna o.a. naar de relatie ouders/kinderen (6 : 1-4). Hoe meer wij als ouders vervuld zijn met de Geest en hoe meer wij onze plaats innemen in de gemeente, hoe meer wijsheid wij ook ontvangen voor de omgang met onze kerkelijke en niet-kerkelijke kinderen.
Vervuld zijn met de Geest betekent ook: weten van een vreugde, die niet in uiterlijke omstandigheden is geworteld en die ook niet afhankelijk is van hoe het met onze kinderen gaat. Als wij weet hebben van deze vreugde, dan moeten wij haar niet laten verdringen door ouderpijn.
Ligt hierin ook niet een getuigenis voor onze kinderen... als zij zien: onze ouders bezitten iets wat van zo grote waarde is... zij kennen Iemand die van zo grote waarde is... het stempelt hun leven... vreugde, vrede, toekomstverwachting... om jaloers op te worden! En dan gaat het natuurlijk niet om ons, maar om Christus, die door het geloof in onze harten woont.
Slot
Het ging in deze artikelen over ouders met ouderschuld en ouderpijn. Over ouders dus met oudere kinderen. Misschien dat ook ouders met jonge kinderen iets gehad hebben aan wat aan de orde is gesteld. Al was het alleen maar de aanmoediging om, zodra dit mogelijk is, met hen te praten over 'het geloof', over de drieënige God en Zijn werk.
Het is altijd een wonder, als mensen tot geloof en tot kennis van Christus komen. Dat geldt ook voor onze kinderen. En het is alleen vanuit het Evangelie, dat we kunnen zeggen (en dan denken we ook aan onze kinderen die 'weg' zijn): de wonderen zijn de wereld nog niet uit!
C. G. Geluk (HGJB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's