Atheïsme in theorie en praktijk (5)
De berichten over het kerkelijk leven in de Sowjetunie zijn dikwijls heel verschillend. Billy Graham komt terug van een reis naar de Sowjetunie en verklaart, dat de kerk daar vrij is en kan doen, wat haar taak is. Anderen wijzen naar de talrijke arrestaties van christenen en de problemen om aan voldoende bijbels en lektuur te komen e.d. Is alles echt zo rooskleurig? Of stellen anderen de werkelijkheid te zwart voor?
Bedacht moet worden, dat de Sowjetunie een totalitaire staat is, waar alles onder controle staat van de partij. Daarvoor zijn vrijwel onbeperkte middelen beschikbaar. Oifficiële gasten worden afgeschermd en krijgen precies te zien en te horen, wat de overheid wil. De vervolging van christenen toont aan, dat de staat haar controle over het gehele kerkelijk leven wil behouden. Ieder die afwijkt van de regel, loopt het risico 'uit de roulatie' te worden genomen. Want het doel van het atheïsme blijft onveranderd: de kerk moet weg uit de samenleving. Het verschillend de taktiek ook kan zijn, de principes van het marxisme, dat geloof een vorm van zelfbedrog is, blijven gehandhaafd.
Totale controle
Het is voor de sowjet-autoriteiten eigenlijk onaanvaardbaar, dat de kerk nog altijd bestaat, ondanks bijna 70 jaar atheïstische propaganda. Men dient echter ook daar met het harde feit rekening te houden, dat een ...nlijk deel van de bevolking godsdienstig ...s. Daarmee is de kerk een uitzondering ... ..en maatschappij, die doortrokken is van ... ideologie van het marxisme. Terwijl de staat alleen aandacht heeft voor dit leven, spreekt de kerk over eeuwig leven; de staat wil een nieuwe sowjet-mens scheppen, de kerk verkondigt het nieuwe leven, dat Christus door Zijn Geest in ons hart werkt. Daar liggen tegenstellingen, die niet zijn te overbruggen, ook niet wanneer de kerk zich in politiek opzicht aanpast aan wat de staat wil. Daarom blijft het verdwijnen van de godsdienst een centraal punt in de politiek tegenover de kerk.
Officieel garandeert de grondwet een scheiding van kerk en staat (art. 52). Men is vrij zijn geloof te belijden, maar de godsdienst moet een privé-zaak van de burgers blijven. Praktisch komt het erop neer, dat het kerkelijk leven beperkt wordt tot de godsdienstoefening in het kerkgebouw. Jeugdwerk, evangelisatie en diakonaat zijn verboden. Er is in de samenleving geen plaats voor een christelijk getuigenis. Via een (ook voor Oost-Europa) ongekend groot aantal wetten controleert de overheid het kerkelijk leven tot in de details. Een belangrijk middel daarvoor is de raad voor godsdienstzaken, het staatsorgaan, dat absolute zeggenschap heeft over de kerken. Via een uitgebreid apparaat van beambten wordt het kerkelijk leven op alle niveaus gevolgd en gecontroleerd. Het doel is om op deze wijze een greep te hebben op het kerkelijk gebeuren en de godsdienst zoveel mogelijk in te perken. Zonder erkenning van de raad is het niet toegestaan als gemeente samen te komen, kan men geen geestelijk ambt bekleden enz. Elke kerkelijke gemeente dient geregistreerd te zijn en de leiding van de kerk is aansprakelijk voor alles wat binnen die gemeente gebeurt. Registratie betekent uiteraard ook de erkenning van de wetten, die de overheid heeft uitgevaardigd. De vrije-evangeliechristen-baptisten weigeren dit en worden hevig vervolgd. Maar ook voor de wel geregistreerde gemeenten is het leven moeilijk.
Geestelijk isolement
Op alle terreinen van het leven ontmoet de kerk de staatsideologie, die haaks staat op de boodschap van het evangelie. Ook al geeft de overheid de kerk organisatorisch enige ruimte, dat betekent nog geen erkenning van het recht van de godsdienst. De staat wil gebruik maken van de kerk voorzover haar dat nuttig lijkt, maar houdt tegelijk niet op het geloof te bestrijden. Terwijl de kerken om te kunnen voortbestaan de politiek van de regering moeten ondersteunen , is die er op gericht om dat voortbestaan onmogelijk te maken. In de voorgaande artikelen is een beeld gegeven van het atheïsme, waarmee christenen aan alle kanten omringd worden. Dat betekent voor de, kerk een geestelijk isolement. Een eigen inbreng in de samenleving wordt niet verwacht, hoogstens een bevestiging van wat de partij voorschrijft. Zoals allerlei andere organisaties in de sowjet-maatschappij moet de kerk als een 'transmissie-riem' fungeren, om het beleid van de regering aan het volk door te geven.
Bisschop Krusche, een bekende voorman van de Lutherse Kerk in de DDR, heeft het als volgt getypeerd: 'Onze medewerking wordt gewenst, maar niet zo, dat wij iets wezenlijks van ons zelf kunnen bijdragen... Van ons wordt verwacht, dat wij hetzelfde doen als iedereen, zij het vanuit een andere motivatie'. Hij wijst erop, dat het evangelie soms tot keuzes leidt, die overeenstemmen met die van het marxisme, maar dat ook het tegendeel het geval kan zijn. De houding van de kerk in de DDR is daarvan een duidelijke illustratie. Dat is echter in de Sowjetunie onmogelijk. De kerk moet zwijgen of instemmen met wat de partij beslist.
Zo misbruikt de staat de kerk met name ook voor haar buitenlandse politiek. Vredesvraagstukken krijgen alle aandacht van de kerkelijke leiding. Uiteraard gaat het dan om de verdediging van de Russische vredesgedachten... Aanvallen van de staat op het kerkelijk leven worden met de mantel der liefde bedekt: de betrokken christenen hebben de wet overtreden. Zo proberen kerkelijke leidslieden het voortbestaan van hun kerk te verzekeren. Tenzij ze ernstige konsekwenties voor hun persoonlijk en kerkelijk leven willen riskeren, hebben ze eenvoudig geen andere keuze. Dit leidt tot een voortgaande verwijdering tussen de leiding van de kerk en de eenvoudige christenen, die in de gemeenten zuchten onder het juk van de overheid. Het tekent ook de dwangpositie van deze leiders. In de hoop nog iets goeds voor de kerk te kunnen doen, moeten ze een politiek steunen, die gericht is op de vernietiging van hun kerk. Wie weigert, zoals de orthodoxe priester Gleb Jakunin of de vrije evangelie-christen-baptisten, betaalt de prijs voor die moed met lange gevangenisstraffen. Hoewel de staat ook de keuze van de kerkleiding beheerst, betekent dit nog niet dat alle voormannen eenvoudig onbetrouwbaar of notoire communisten zijn. Het bekende rapport van V. Foerov, vice-president van de raad van godsdienstzaken, geeft aan, dat verscheidene orthodoxe bisschopen tot ergernis van de partij alles doen om de kerk op te bouwen, hoewel ze zeggen positief tegenover de Sowjetstaat te staan. Zonder de voortdurende druk van een ideologie te kennen, is het voor ons als buitenstaanders gemakkelijk om te oordelen over de houding van sommige christenen in de Sowjetunie. De vraag is, of wij in het vrije westen wel ten volle de spanning verstaan waaronder men daar moet leven.
Toch lichtpunten
We hebben een somber beeld geschetst van de situatie waarin de kerk in de Sowjetunie leeft. Het atheïsme is daar dagelijkse praktijk. Toch houdt de Heere Zijn kerk in stand. Juist uit de hernieuwde bezinning op de taktiek van het atheïsme blijkt, dat het evangelie nog altijd macht heeft. Jongeren worden door het Woord getrokken, het blijft zijn werk doen bij de ouderen. Iemand schreef: 'Vermoedelijk wordt de zin van het leven nergens in de wereld zo ijverig bediscussieerd als in de Sowjetunie'. Zoekende mensen vinden steeds meer het antwoord in het evangelie van de Heere Jezus Christus. Daarom mogen we bidden om de voortgang van het Woord van God. Want temidden van de macht van een atheïstische ideologie blijft toch het Woord waar: 'Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's