De twee wegen
Enkele weken geleden citeerde ik in een artikel één en ander uit het boek van (over) Ds. J. T. Doornenbal 'Gedachtenis tot zegening'. Toen ik dat boek doorbladerde kwam me bij één der passages een levendige herinnering voor de geest. Ds. Doornenbal beschrijft een ervaring tijdens een doordeweekse kerkdienst in Ridderkerk voor de Gereformeerde Zendings Bond en zegt dan dat, hoewel het een goede ervaring was, deze niet zó bijzonder was als de eerste keer dat hij daar zo'n dienst leidde. Welnu, die eerste keer, die herinnerde ik me levendig. Doornenbal had een beroep aangenomen naar Arnemuiden, een beroep waarvoor hij een dag of tien later toch zou bedanken. In die tussenperiode tussen aannemen en bedanken viel die preek en hij begon die dienst door te zeggen dat hij met de auto over de Veluwe werd gereden bij ondergaande zon en dat hij toen zo maar de geopende hemel in keek. Gevoelsmens als hij was lagen natuur en genade wel heel dicht bij elkaar. Maar goed, de bewuste preek stond helemaal in de toonzetting van de open hemel. 'Onder de kruisbanier' was het thema en de hemelse muziek was bijna hoorbaar, als ik even in de beeldspraak mag blijven. Voor Doornenbal was het, als zoveel ervaringen, kennelijk een ervaring 'om nooit te vergeten'. Welnu, dat geldt ook voor bepaalde hoorders.
Waarom deze inleiding? Om daarmee aan te geven dat een mens, om welke reden dan ook, soms 'hemels' gestemd kan zijn. Inderdaad, door een prachtig natuurschouwspel, of het nu de ondergaande zon op de Veluwe of langs de zee of in de bergen betreft, of een weids panorama in een bergachtig of vlak gebied. Maar een mens kan net zo goed door het lezen van een boek, het horen van een muziekstuk, een ervaring om dankbaar voor te zijn in het gezin of op het werk, in zo'n gemoedsstemming komen. En toch... een hemelse gemoedsstemming kan de hemel zélf nooit zijn.
Maar dan de andere zijde. In Trouw schreef de Amsterdamse ds. N(ico ) ter Linden één van zijn wekelijkse bijdragen ('Kostgangers') over het onderwerp 'Hemel en hel'. Wat de hel betreft — over het 'geloven in de hel' — schrijft hij, naar aanleiding van een jongen die zelfmoord pleegde, over mensen, die hier al 'bij voorbaat door de hel gaan'. Uit het verhaal wordt niet duideljk of het specifiek op die jongen slaat, maar het is wel zo dat ook hier een waarheid schuil gaat. Mensen hebben in hun leven soms 'helse' ervaringen, gaan door diepe dalen en hoe vaak wordt niet gezegd dat ze dan 'door de hel' gingen. Soldaten aan het front, mensen die in de vangarmen kwamen van verdovende middelen of daaruit zich ontworstelden, mensen die wanhopig depressief zijn, mensen die onherstelbare, bijna niet te dragen verliezen lijden of onbeschrijfelijke pijnen moeten doorstaan, mensen die panische angsten hebben voor de toekomst.
Onze moderne tijd biedt alles wat de mens zich maar indenken kan en intussen zitten de psychiatrische klinieken vol met mensen, die door die dalen gaan. Onze tijd kent vele moderne verschrikkingen. Als het gaat om gemoedsstemmingen of gemoedsgesteldheden kan er zowel van hemelse als van helse ervaring sprake zijn.
Toch dieper
En toch, wanneer het gaat om ervaringen als deze dan behoeven die nog niet persé geestelijke ervaringen te zijn, niet te maken te hebben met de hemel of de hel, zoals de Schrift erover spreekt. In de geestelijke ervaring, gestempeld door de Schrift kan er echter ook wél zijn het beleven van de hemel en de ervaring van de hel. In de Heidelberger — we noemden het vorige week — wordt gesproken over het beleven van de eeuwige sabbat, die al in dit leven aanvangt. Soms hebben mensen ervaringen, waardoor ze zich dicht bij de hemel weten. Van sommige stervenden is bekend dat ze al zo dicht bij de hemel waren dat ze (als het ware) de hemelse tonen al opvingen. Iemand sprak erover dat hij met geestesoog een kind, dat overleden was, met de palmtak van de overwinning zag. Het zijn subjectieve ervaringen, maar ze slaan op een hemelse werkelijkheid, waarvan hier reeds een afglans ervaren wordt. Ik denk niet dat we zulke dingen te snel als fantasie verwerpen moeten
Maar ook die andere kant is er. De geestelijke beleving van door God verlaten zijn. Het is de ervaring van psalm 116: ik lag gekneld in banden van de dood, daar de angst der hel mij alle troost deed missen. Een psalm als deze wordt nogal eens gezongen bij de viering van het Heilig Avondmaal. Soms kan men denken, dat we deze psalm ook te gemakkelijk op de lippen kunnen nemen. Gaat altijd beleving van wat concreet gezongen wordt gepaard met de woorden, die we op de lippen nemen? Maar in ieder geval kan het leven van het geloof ook gekenmerkt zijn door gevoel van verlatenheid — al is dat op zich niet het geloof als zodanig — van het zich strafwaardig weten en gevoelen.
Anderzijds is het voor een mens onmogelijk God te zien en te leven. Zo is het ook onmogelijk om echt de diepte van existentiële Godverlatenheid te ervaren. Ook dan is er slechts sprake van de afglans, in hoe diepe zin soms ook beleefd, van de angst der hel in werkelijkheid. Er is er slechts Eén geweest, die ten volle geweten en doorleefd heeft wat het betekent van God en alle mensen verlaten te zijn en wat het betekent om in de hel af te dalen. Christus alléén is ingedaald in de hel en heeft daar de helse verschrikking gedragen. Zodat ons avondmaalsformulier het zegt: Hij van God verlaten opdat wij nimmermeer van God verlaten zouden worden. Zo mogen we ook psalm 116 messiaans lezen. Maar de duivel gaat ook in het leven van Gods kinderen rond als een briesende leeuw. Wie weet van de glans van de hemel, ervaart, wanneer hij de nauwe verbinding met God mist en tijden van dorheid en aanvechting doormaakt, ook wat verlatenheid is.
... kunnen mensen zodanig in psychische problemen zitten dat de vraag mag worden gesteld waar de grens ligt tussen het psychische en het geestelijke.
Twee wegen
Met dit alles is echter nog geen definitief antwoord gegeven op de vraag of er ook twee wegen zijn, één uitlopend op de eeuwige heerlijkheid, één uitlopend op de stad verderf. De aanleiding, dat ik dit thema hier aan de orde stel, is het genoemde artikel in Trouw van ds. Nico ter Linden 'Hemel en hel'. Als het gaat over de vraag of hij gelooft in hemel en hel is het voortdurend 'ja' en 'nee' en een heen-en-weer daartussen. Of de hemel bestaat? : 'ik geloof van wel'. En als het gaat om enquêtes over het geloof in (het bestaan) van de hel zegt Ter Linden op de vraag wat hij zou invullen: 'Ik zou ja en nee allebei aankruisen'. Dat is natuurlijk geen antwoord, het is zeker geen bijbels antwoord, het is een dialectisch antwoord. Maar het verweer op zulk een tegenwerping ligt voor Ter Linden in feite hierin, dat hij wél gelooft dat er verwerping is maar dat hij niet kan geloven dat 'verwerping hierboven ooit het laatste woord zal zijn.' Hij zegt 'ja' omdat Jezus erover spreekt maar 'nee' omdat Jezus een 'man was' met 'zo'n warm kloppend hart voor alle mensen'. Het is de (typisch Barthiaanse) gedachte, dat Jezus op het Kruis ook de verwerping gedragen en weggedragen heeft. Zo ligt de weg open voor de algemene verzoening.
Maar zo wordt dan ook de laatste ernst aan de prediking ontnomen. Mensen kunnen wel 'bij voorbaat', hier in dit leven, de hel doorleven maar een definitief oordeel is er niet. Zegt de Schrift het echter niet andersom, namelijk dat wij hier nooit de hel écht doorleven kunnen maar dat er wel de buitenste duisternis is, een mogelijkheid zelfs voor 'kinderen des Koninkrijks' (Matth. 8), voor hen die niet gewassen zijn in het bloed van het Lam!
Barmhartig?
Het oordeel van ds. Ter Linden lijkt 'barmhartig' . Maar is het ook Gods oordeel? Hebben we dan niet te rade te gaan bij wat de Schrift zegt in plaats van bij ons eigen gevoel van rechtvaardigheid en liefde? Zeker, ik weet best van de prangende vraag hoe het nu is met mensen, die Christus niet kennen, omdat ze nooit van Hem hoorden. Ik weet óók best van de prangende vraag wat te denken van het lot van kinderen in de derde wereld, die geboren worden om direct daarna te sterven van honger. En ik weet uiteindelijk van het antwoord van Jezus op de vraag of er velen of weinigen zijn, die behouden worden, namelijk: strijd gij om in te gaan. Men kan zich immers druk maken over de ander en zichzelf vergeten! Maar als ds. Ter Linden preekt zoals hij schrijft is zijn prediking niet barmhartig. Want hij zou de mensen kunnen bedriegen voor de eeuwigheid.
Niet de eerste vraag is daarbij hoe we moeten denken over het lot van hen, die buiten zijn, maar hoe de verkondiging moet zijn aan hen, die de boodschap horen. Een prediking, waarin de hel niet meer verschrikt, zal ook van dien aard zijn dat de hemel niet meer verkwikt.
De bekende stichter van het Leger des Heils, William Booth, heeft eens gewaarschuwd voor een geloof zonder bekering en een hemel zonder hel. Zou het niet de malaise van het kerkelijk leven kunnen uitmaken, dat het zo vaak ontbreekt aan de laatste ernst? Het past niet meer in onze tijd om van eeuwig oordeel te spreken. Het betekent dat mensen ook niet meer afgemaand worden van wegen, waarop ze zich van nature bevinden. De bekende plaat van de brede en de smalle weg, met de enge en de wijde poort mag in onze tijd niet meer, naar het gevoel van velen. Ik zag er ooit een moderne variant van. Op de ene weg — de brede — een onafzienbare file auto's. Alle vehikels staan stil, vlak bij een stad met roet uitbrakende schoorstenen. Open portieren en handenzwaaiende automobilisten. De hel van het moderne leven.
En de andere weg: die van de oceaanstomer, die weg vaart naar zonnige verten, naar ontspanning en rust.
Maar Christus zegt tot de rijke dwaas: gij hebt uw deel al in dit leven gehad. Terwijl Lazarus kwam in Abrahams schoot.
Prediking van de twee wegen is bijbels gebod. Het gaat er niet om wat wij nog acceptabel vinden maar wat God van de predikers vraagt. Wee mij als ik het Evangelie niet verkondig. De weg ten leven en de weg ten dode. Verkiezing en verwerping staan bepaaldelijk niet op dezelfde lijn. En hel en verdoemenis zijn woorden, die met de grootste huiver gehanteerd zullen moeten worden, willen ze niet goedkoop worden. Er is goedkope genade (prediking), zodat ieder erbij hoort. Er is ook goedkope oordeelsprediking, zodat mensen er niet meer door verschrikt worden.
De plaat van de twee wegen is in zoverre onvolledig, dat niet duidelijk wordt dat er een weg is van de brede naar de smalle weg. Maar de Schrift leert ons wel duidelijk dat niemand in het Koninkrijk Gods zal ingaan dan langs de weg van een nieuwe geboorte. De vraag is maar welke prediking barmhartiger is, die van de twee wegen of die — zoals ter Linden suggereert — van verwerping, die geen verwerping blijkt te zijn. Mensen kunnen ook voor eeuwig bedrogen uitkomen.
Twee rijken
Vorige week promoveerde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht dr. J. van Oort op een proefschrift over de twee rijken, de twee steden bij Augustinus. In deze wereld manifesteert zich het Rijk van Christus tegelijk met het rijk van de boze. Dat is de diep-bijbelse werkelijkheid. Die twee rijken hebben alles te maken met twee wegen, die twee wegen met twee steden: de stad met 'de paarlen poorten' en de stad des verderfs. Het gaat om de uiteindelijke consequenties van de twee rijken. Zijn die er alleen voor (in) dit leven? Of gaat het ook om de eeuwigheid?
De plaat van de twee wegen én de twee rijken hebben alles met elkaar te maken. Wie niet in twee wegen gelooft zal hier, dunkt me, ook moeilijk het begin van de eeuwige sabbat ervaren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1986
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's