De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een zegen vragen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een zegen vragen

2. Vasten en bidden

8 minuten leestijd

'... en ik was vastende en biddende voor het'aangezicht van de God des hemels.' Nehemia 1 : 4b)

De vorige keer hebben we kunnen ontdekken, wat het betekent als we God om Zijn zegen vragen. In het gebed van Nehemia hebben we gehoord, dat het in geen geval 'Heere, zeg ook even dat U het goed vindt' is. Het gaat Nehemia om Gods plan. Daar laat hij zijn plan van af hangen, van Gods eer en daarin ook het heil voor het volk Israël.

Dit geheel op-God-gericht-zijn, deze afhankelijkheid van 'Uw knecht' is kenmerkend. Hoe zien we ook hier de contouren van dé Knecht; 'zie, Ik kom om Uw wil te doen'. Het is Zijn genade dat Nehemia zo is en dit (schaduw-)beeld mag dragen.

Maar hoe bepalend is deze verhouding tot de Heere ook voor de manier waarop Nehemia bidt! Vorige week constateerden we al dat het plan dat hij bedacht heeft en de vraag naar Gods zegen pas in de laatste regels en dat nog zeer beknopt aan de orde komt. En al dat andere dan? Nee, de verzen 5-11a zijn geen 'omhaal van woorden'. Maar de schuldbelijdenis en het pleiten op Gods Woord (daarover de volgende keren) horen er helemaal bij als Nehemia de Heere om Zijn zegen vraagt.

Hoe komt dat? Door het op-God-gericht-zijn!

Als u zich met Nehemia een dienstmaagd of -knecht voor Gods aangezicht weet, dan weet u toch ook met Wie u te maken hebt? Met 'de God des hemels'. Een 'grote' God, de Almachtige, die helpen kan en dat om Christus' verdienste ook wil. Een 'vreselijke' God, die onze eerbied én ons vertrouwen waard is, want zó vrezen we Hem. Een heilige God, die zo heilig en zo anders is, dat mensen van Hem barmhartigheid mogen verwachten. Zo heilig, dat Hij - tegenover onze trouweloosheid - Zijn Woord en Zijn verbond houdt, omdat Hij goedertieren is. Dat wil zeggen. Zijn trouw is genade en wordt het diepst getoond in het Kruis van Christus.

De God des hemels... Dat is de Heere, onze God. Hij woont in de hemel, daar is Zijn heerlijke troon; Hij ziet 'op 't laag en nietig aards gewemel'..

Dat Nehemia weten en daarom kan hij de Heere ook zo aanspreken. Wij kunnen dat nog veel beter weten! Immers, uit die hemel heeft de Vader Zijn Zoon gezonden, opdat Hij ons zou vertellen wie en hoe Zijn Vader is. Vandaar en door Hem is de Geest uitgestort, die met het Woord, dat wij voor ons mogen hebben, werken wil.

Zijn wij zó op God gericht? Wéten we niet alleen met Wie we te maken hebben als we bidden? (= komen voor Gods aangezicht), maar dóen we er ook naar? Realiseren we ons altijd, dat we oog in oog met Hem komen te staan, die ons totaal door-ziet? Dan zal ons bidden net als bij Nehemia gepaard gaan met vasten. 

Vasten. Waar denkt u aan als u dit woord leest? Wat stel jij je er bij voor? Vasten, een gebruik dat ver van ons af staat. En gedachten aan het vasten als één van de roomse goede en verdienstelijke werken en het vasten als uiterlijke en vervormde gewoonte van harde farizeese vroomheid, zullen het zeker niet dichterbij brengen. Maar misbruik heft het goede gebruik toch niet op? in het Oude én Nieuwe Testament komen we het vasten tegen. Een zinvolle handeling, al wordt er meerdere malen voor gewaarschuwd dat we er van harte achter moeten staan (Jes. 58 en Jer. 14). Als vrucht van geloof en bekering is het waardevol, maar niet als lege vorm.

Vasten. Wat is dat dan?

Vasten en bidden worden meer dan eens in één adem genoemd in de Schrift; dat is niet zomaar. Als uw en mijn gebed 'een komen voor Gods aangezicht' is - voor de Heere, de God des hemels, die grote en vreselijke God - , dan is vasten de voorbereiding op die ontmoeting!

Een ontmoeting tusen Hem en een zondaar als ik ben... Het kan alleen om Christus' wil, omdat Hij gekomen is en die ontmoeting zoekt. En dan nog! Hij is zó nabij gekomen, maar er blijft een afstand te overbruggen. Hóe? Als we op de knieën komen voor God en over dé Brug, Jezus Christus, tot Hem gaan. Daarom betekent vasten altijd verootmoediging, op je plaats komen voor God. Daarom kan Nehemia de schuldbelijdenis ook niet overslaan als hij aan het bidden is. Dat heeft alles met z'n voorbereiding, met dat vasten te maken.

Vasten. Wat doe je dan?

Je zou kunnen zeggen: wat doe je dan niet. Want naast het boven genoemde betekent 'vasten' heel letterlijk 'niet eten'. Moeten we dat gaan doen en is dat de beste voorbereiding op het gebed? Natuurlijk zit het niet in het 'niet eten' op zich. Dat is een vorm, die ook symbolische betekenis heeft. 'k Zou het zo willen zeggen: je onthouden van het aardse, je afwenden van wat van deze wereld is en je richten op God, die in de hemel troont. Niet om wereldvreemd te worden, maar wel om heel gericht en geconcentreerd bezig te zijn met de ontmoeting met de Heere. Omdat dat niet 'zomaar even' gaat. Nehemia deed het en die op-God-gericht-zijn trekt sporen in zijn gebed. Zal het bij u en mij, als we de verborgen omgang met de Heere in het gebed mogen kennen, anders kunnen zijn?

Tegelijk is het heel eerlijk om te zeggen dat het vaak anders is. Dan leeft het gebed niet, het geloof bloeit niet; we leiden een kwijnend bestaan. Juist omdat de ontmoeting met de Heere ontbreekt. En wat dan, wachten tot het weer beter wordt? Van dat gemis kun je toch niet leven? Dan verlang je juist naar herstel van die omgang met God. Maar hoe?

In elk geval zullen we weer op onze plaats moeten komen voor de Heere; bidden en... vasten dus! En dan is dat vasten ook een hele concrete vorm, waar je mee bezig kunt zijn. Je bewust richten op God.

Vasten; want de ontmoeting met God vraagt tijd, ook voorbereidingstijd. Je moet er de tijd voor nemen, 'stille tijd'.

Nu klinkt u dat misschien wat verdacht in de oren; hoort dat niet bij een geestelijk klimaat dat het onze niet is? Toch zullen we één ding niet moeten vergeten. De Heere Jezus bad vaak waar vele mensen bij waren, soms zelfs woordeloos. Maar ook Hij (juist Hij) zoekt de stilte van de nacht om uren ongestoord met Zijn Vader te kunnen spreken. En als Hij daar al niet buiten kon, hoe zouden wij het kunnen?

Daarom, laten we er de tijd voor nemen. Wanneer? Dat moeten we elkaar niet wettisch voorschrijven. Zeker, het is goed om persoonlijk en samen (als man en vrouw, binnen het gezin) de dag te beginnen met de Heere. Maar daarnaast kun je je 'stille tijd' ook op andere tijden houden. Voor een moeder misschien 's morgens, als de kinderen naar school zijn; voor een vader wellicht in de avond als hij dan tenminste nog 'fris' is. Hoe dan ook, laat er in uw en mijn leven in elk geval tijd zijn. Tijd om te vasten.

Vasten; de ontmoeting moet ook ergens plaatsvinden. Behalve tijd moet je er ook een plaats voor hebben. Een 'stille plek', de binnenkamer waar de Heere Jezus Zelf over spreekt.

U weet toch dat Hij de eenzaamheid van de woestijn zocht om zijn Vader te ontmoeten, dat zelfs Zijn discipelen daar niet bij waren? Het gaat o zo persoonlijk toe in de ontmoeting met God. Daarom is het zo goed als we daar in het huis en de wereld waarin we leven een plekje voor hebben. Op je eigen kamer, op een stille zolder. Een plaats waar je ongestoord bezig kunt zijn met vasten en bidden. Een binnenkamer, waarvan de deur gesloten kan worden; om de wereld en zelfs anderen buiten te sluiten, zodat we alleen kunnen zijn, alleen met God! Om Hem te ontmoeten.

Vasten. Een stille tijd op een stille plek on stil te zijn voor God. Dat betekent heel gewoon dat wij dan zwijgen. Zwijgen en luisteren naar wat Hij te zeggen heeft. Zwijgen om hem te laten spreken door zijn Woord. Want als wij spreken, dan horen we Hem immers niet of nauwelijks? Dan praten we maar door, dwars door Zijn woorden heen. Stil zijn voor God, lezen en door de Heilige Geest luisteren naar de Bijbel. Vasten wil ook zeggen met je Bijbeltje voor je, je voorbereiden op de ontmoeting, ja, daar begint de ontmoeting! Niet bij ons spreken, maar bij ons luisteren. Naar Hem!

Vasten en bidden; niet alleen na elkaar maar ook tegelijkertijd. Want het is geen automatisme, zo van: als ik zwijg dan komt het wel. Het is een zwijgend bidden, een biddend zwijgen.

'Heere, open Uw Woord; open ook m'n oren en m'n hart'. Zo een Bijbelgedeelte lezen en overdenken. 'Heere, wat wilt U mij hier zeggen?' En daar mag u het van verwachten, niet omdat u luistert, maar omdat het Zijn woord is.

En dan, als een wonder van genade, mogen we het ervaren: de Heere spreekt! Dan is bidden eerst luisteren naar God en dan pas spreken met God. Maar dat luisteren naar Hem word je nooit moe. En ons spreken? Als we Hem om Zijn zegen vragen, nadat we eerst eens 'stil' geweest zijn zodat we Hem (weer) konden horen, dan gaan we met Nehemia onze schuld belijden en pleiten op Zijn Woord.

Vasten en bidden. 'Heere Jezus, leer het ons!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1986

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een zegen vragen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1986

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's