Het geheim van de zelftucht
Er bestond oorspronkelijk in de Griekse mysteriegodsdiensten een geheimhoudingsplicht voor de deelnemers. Zij moesten het stilzwijgen bewaren over de ceremoniën, daar gebruikelijk. Zij moesten een zogenaamde 'disciplina arcana' in acht nemen. Deze uitdiukking is vandaar overgegaan in het christelijk spraakgebruik voor degenen, die in besloten kring het Heilig Avondmaal gebruikten. Al wat daar rondom het sacrament gebeurde, droeg een geheimzinnig karakter. Hier ontvangt het Woord meer het accent van het natuurlijk onderscheid tussen gelovigen en ongelovigen. De gelovigen kennen een 'disciplina arcana', een geheime tucht over hun leven en gedragingen. Zij leven zich niet gelijk de heidenen bandeloos uit. Zij leggen zich bepaalde regels op. Gaan langs een afgebakende weg. Niet omdat zulks verdienstelijk zou zijn, omdat het leven der genade zulks geschiedt. Zij kunnen niet anders.
Het gebruikt van deze titel voor de kring van vandaag is dus eigenlijk strikt genomen onjuist. Wij onderschrijven er mee de geheime zelftucht voor geestelijke leidslieden. Deze zijn daardoor in staat leiding te geven; aan het hoofd te staan van een geestelijke gemeenschap. Disciplina arcana vatten wij op in de zin van vorming, leiding, aankweking van allerhande deugden door zelfonderricht, zelftucht en straf, vermaning of tegengaan van verkeerdheden en wegnemen van ondeugden. U zoudt het ook mogen noemen: training, oefening tot Godsvrucht. In onze zin komt 'disciplina arcana' nog wel eens voor in oude pastoraaltheologieën. Daar wordt het begrip gehanteerd voor een totaal van deugden, die vooral de predikant moeten sieren. 't Is geen tijdelijk begrip, maar 't moet voluit aktief worden gevuld.
Laten wij nu eerst letten op de grondslag van deze tucht. Het komt ons voor, dat het fundament van zulk een discipline is gelegen in ons karakter. Ieder mens draagt een eigen stempel, dat van binnen uit naar buiten komt. Dit zedelijk stempel is bij de één zwak, bij de ander scherp en zuiver; bij de één lelijk en bij de ander fraai: wij spreken van slappe, sterke karakters, maar ook van bescheiden, bedeesde, brutale en hoogmoedige, stugge, meegaande, goede en slechte karakters. Maar, welk soort u ook voor u hebt, met het woord karakter wordt steeds aangeduid iemands zedelijke gesteldheid. Het karakter is de samenvatting van al onze zedelijke eigenschappen.
Nu staan wij bij de disciplina arcana nooit op het terrein van de grote massa, de brede volksscharen, maar wij bevinden ons hier veeleer op het gebied van de élite, de groep, de kern. De massa leeft niet van discipline, zij leeft onbegrensd, mateloos. Zij leeft zich uit. Zij laat zich meesleuren. U kunt zelf invullen hoe. Zij roept vandaag 'Hosannah', morgen 'Kruist Hem'. Wij vinden daar de golven der zee, op en neergaande. Maar discipline heeft met karakter te maken. Dat is met het zedelijk leven. Dat is met het leven van de wil. Wij vinden hier niet de onbetoomde natuurkracht, maar de besnijdenis. Niet het pure, logge vlees, maar de Doop. Hoezeer wij óók vlees zijn, er is een inkeping op aangebracht. De beheersende macht van ons leven is niet allermeest uit het rijk der duisternis meer, maar uit het Koninkrijk der genade. Het bloed van Christus droppelt over ons.
Wij hebben een hoofd om te denken, een hart om lief te hebben en een wil om te handelen. Onze wil is de springveer, die ons in een bepaalde richting drijft. Is die veer nu slap of verlamd, dan zal ons karakter slap of weifelend zijn. Maar het is ook mogelijk, dat wij véél wilskracht bezitten. In 'dat geval hebben wij niet een karakter, maar wij zijn een karakter. Men noemt ons een man van karakter. Er is in dit punt in geheel ons wezen een zekere centralisatie; een bindend fluïdum, een uitstralingskracht naar alle kanten. Er gaat van ons invloed uit. Wij zijn een persoonlijkheid. Wij geven de toon aan; wij leven zelfs met het talent om leiding te kunnen geven.
Laat ons zulk een karakter nu eens van nabij bezien. Het eerste kenmerk is al dadelijk een grote mate van zelfstandigheid. Dat komt van staan, staan op zichzelf. U weet van het leven genoeg om te weten, dat dit in onze wilszwakke eeuw een zeldzame gave is. Verreweg de meeste mensen bezitten geen wilskracht genoeg om een eigen weg te gaan. Ze staan open voor allerlei invloeden, die van buitenaf op hen aankomen. Zoals de meerderheid doet, zo doet en spreekt men ook. U kunt het aan de mode zien. Het toilet is de vertolking van de levenssfeer der gemeenschap. Verandert de mode, de gemeenschap holt er slaafs achterna. De eigen keuze, de eigen toon is zeldzaam. Dat geldt niet alleen op het gebied van de mode, óók heerst deze wet op het gebied van de wetenschap. Tijdenlang is een bepaald terrein van onderzoek volkomen vergeten en opeens wordt het mode om alle aandacht daaraan te wijden. Doet u niet mee, dan bent u niet van tel. Dit geldt ook op het gebied van de muziek. Ineens zingt iedereen dit of dat deuntje...!
Men staat niet op zichzelf. Men is een willoze speelbal van de tijdstroom. Men zou die willozen wel willen toeroepen: wees eens uzelf! Want u verstaat wel, als er geen bij u is om alleen te staan of om tegen de publieke opinie in te gaan, dan is er ook geen kracht om tegen de verzoeking te strijden, die of uit de wereld of uit het eigen boze hart opwekt. U bent dan geen man Gods, die door genade heerst over de wereld rondom u en de wereld binnen in u. U bent dan slachtoffer. U laat zich rustig gebruiken en kwellen. Neen, wij geven de voorkeur aan karakters, die zich noch door de omstandigheden, noch door de openbare mening, noch door de eigen driften laten bevechten. Wij bedoelen mannen, die de wortel in Gods Woord hebben uitgeslagen en tegenover alle stromen van de tijd alleen durven blijven staan. Het klassieke voorbeeld daarvan is de hervormer Maarten Luther. Alle golven vielen in zijn eeuw op hem aan. Maar door de genade van zijn God kon hij niet anders dan alleen zó zijn.
Met deze zin voor zelfstandigheid is alles evenwel niet uitgeput. Zelfstandigheid kan licht overslaan in halstarrigheid, 'streberij', stijfhoofdigheid en hardnekkigheid. Zo zou je de duivel ook zelfstandigheid kunnen toeschrijven: deze vraagt naar God noch gebod, maar niemand van u zal de duivel een karakter kunnen noemen. Neen, een man van karakter voelt zich vrij van alle invloeden, die op hem zoeken in te werken. Hij blijft zelfstandig. Maar tevens gevoelt hij zich gebonden door de beginselen, die hij belijdt. Deze twee moeten samengaan: vrijheid naar buiten en gebondenheid naar binnen. Een christelijk karakter kent vrijheid tegenover de invloeden der wereld, maar ook gebondenheid aan de Heere, onze God. Nu is het schoon en goed gebonden te zijn aan een ideaal of een geweten. Maar deze twee zijn eventueel aan dwaling overhevig. Ze kunnen althans een dwaalweg inslaan. Bent u evenwel aan de Schrift gebonden, dan is uw wilskracht uitsluitend bestemd voor de overwinning van een heilige zaak. Karakterloosheid is ongedisciplineerdheid. Wij worden dan niet verankerd in de wil aan de waarheid, wij zijn opportunisten, mannen van de lobby, van de zigzaglijn. Wij hebben eigenlijk geen beginsel waarnaar wij handelen en denken. Wij zijn vermoedelijk hoogst populair, maar niet gedisciplineerd. De man van het gezonde beginsel is de man van de discipline. Niet de Napoleon of de Hitler — hij slaat er niet stijfdomkoppig op los. Hij beleeft z'n beginsel. Is er door gevormd. Versta ons toch goed: wij bedoelen hier geen stenen pilaarheiligen , geen ijzeren stangen of Pieter Stastokken. Neen, wij bedoelen bidders, die diep in hun hart smeken: wat wilt gij, dat wij zullen doen? Van U kunnen wij niet af!
Wij bedoelen dus mannen en vrouwen: vrij van de wereld en gebonden aan God. Maar dat moet de heersende geest, de blijvende trek van uw leven zijn. Er komen wel eens tijden van wilszwakte. Er is wel eens een geestelijke loomheid. Maar dat is een voorbijgaande zwakheid. Het is doorgaans om aanhouden en volharden te doen. Wij worden geoefend en gevormd door de Heilige Geest. Eén ding doen wij met Paulus. En — dat éne ding stuwt alles samen. Het vormt en stempelt. Het bundelt één grote centrale kracht. Het straalt door alles heen. Het glanst ook dóór naar buiten. Het vormt mede ook anderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's