De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

14 minuten leestijd

De Kerk in Chili

De afgelopen weken hebben de media ons voortdurend bericht over de terreurdaden van het regiem in Chili: mensen die 'zomaar' verdwijnen of zonder vorm van proces vermoord worden. Er zouden vele verhalen te vertellen zijn over de rechteloosheid en de staatsterreur in dit land. Waar staan de kerken in dit gebeuren? Hoe nemen zij stelling? Over deze vragen schrijft drs. W. v. Laar, predikant voor toerustingswerk en uitgezonden door de GZB naar Chili, een artikel in Evangelisch Commentaar van 12 september. De ondertitel van zijn verhaal is: tussen stilzwijgen en profetisch getuigen. Van Laar beschrijft hoe de r.k. kerk geleerd heeft na eeuwen van stilzwijgen partij te kiezen voor de armen; dat alles geeft uiteraard grote spanningen met het regiem. En de protestantse kerken?

'Ook in april verscheen het protestantse periodiek "La Unidad Christiana". Uit de kolommen spreekt een heel ander soort bezorgdheid dan uit de verklaring van de bisschoppen. In een artikel onder de kop "Zal het in Chili tot geloofsvervolging komen?" stelt het blad, dat volgens objectieve waarnemers de protestanten in Chili thans meer vrijheid genieten dan in welk land ter wereld ook. Het tijdschrift ziet echter met zorg de toekomst tegemoet: stel dat de huidige regering onverhoopt ten val zou komen, zou het dan niet gauw gedaan zijn met onze privileges? "Zullen wij die grote mate van vrijheid blijven genieten, of staat ons in een nabije toekomst geloofsvervolging te wachten? (..). Wat zal een regering die ons vijandig gezind is ons doen? Zullen wij mogelijk niet vervolgd worden als represaile voor onze politieke neutraliteit?"

Ter gelegenheid van de viering van Onafhankelijkheidsdag 1984 vond een plechtige dienst plaats in de "evangelische kathedraal" van de hoofdstad. Het Te Deum, bijgewoond door Pinochet en de andere leden van de junta, was belegd door het "predikantenberaad van Chili". De krant meldde: "Indrukwekkend onthaal voor de President!"

De organiserende raad, die zichzelf ziet als vertegenwoordiger van de Protestantse Kerk, gaf dezelfde dag een verklaring uit, waarin wordt opgeroepen "de Schepper te danken voor de vrijheid in het schone land, waarin Hij ons deed geboren worden en liet opgroeien, evenals voor de godsdienst- en gewetensvrijheid die wij ge­nieten mogen, een voorbeeld voor de Latijns-Amerikaanse volken". De verklaring staat in een traditie. In 1974, een jaar na de bloedige staatsgreep, werd Pinochet toegesproken vanuit dezelfde kring: "De militaire regering is het antwoord van God op onze gebeden om ons te bevrijden uit de hand van het goddeloze marxisme". De president antwoordde in messiaanse termen: "U weet dat het volk bad om zijn redding en dat het heden zich vrij voelt en ver van het boze...".

Men wrijft zich de ogen uit. Is dit de realiteit van het protestantisme in Chili? Feit is dat de "evangélicos" de naam hebben, dat zij het regiem openlijk of stilzwijgend steunen. Daarbij moet wel bedacht worden, dat de militairen zelf alles doen om het te doen voorkomen alsof heel de protestantse wereld achter hen staat. Nu de eeuwenlange legitimatie vanuit de r.-k. kerk aan het wegvallen is, zoeken de machthebbers een religieuze legitimatie bij de in getal en betekenis toenemende evangélicos. Vaak wordt vergeten, dat protestanten vanaf het begin vooraan stonden in de strijd om de mensenrechten. De Lutherse bisschop Frenz werd om zijn moedige initiatieven had land uitgezet. De protestantse mensenrechtenorganisatie FASIC zet zich al jaren in voor vervolgden, ballingen en anderszins getroffen. Dat een kritisch bewustzijn groeit ook onder protestanten, blijkt uit verklaringen van de "Christelijke Broederschap van Kerken", waarin op bijbelse gronden wordt stelling genomen tegen het rechteloze beleid van de regering. Dat alles neemt niet weg, dat evangélicos zich in veel gevallen onverschillig tonen tegenover de problemen van onrecht, verdrukking, exploitatie, honger en ellende. Wanneer blijkt eens hun verontwaardiging? Velen spreken onbekommerd over de ongekende vrijheid van godsdienst, terwijl zij gewoon niet lijken te willen weten wat er op straat gebeurt. Je maakt mee, dat er gebeden wordt voor de vervolgde christenen in Rusland, maar niemand denkt aan de eigen gevangenissen, waar velen gevangen zitten vanwege de navolging van Jezus.'

Van Laar waarschuwt voor een goedkope veroordeling. Wie de Chileense protestant wil begrijpen, dient de geschiedenis te kennen. Protestanten moesten strijden voor hun vrijheden en rechten, en waren voorts vanaf het begin afhankelijk van het buitenland (vooral noord-amerikaanse kerken). Traditionele protestantse kerken wortelen niet in de Chileense werkelijkheid. Een liberale maatschappijvisie die kerk en staat volledig scheidt, heeft velen in haar ban. Geloof wordt dan een zaak voor de binnenkamer.

Het zal duidelijk zijn, dat een zendingsvisie die gereformeerd wil zijn en dus in de lijn van Calvijn en art. 36 deze neutraliteit en deze scheiding afwijst, het niet gemakkelijk heeft in Chili. Wat daar gebeurt herkennen we ook uit allerlei uitlatingen gedurende de jaren 33-45. En helaas klinken ook onder ons nog wel stemmen, die geloof en inzet voor gerechtigheid in het sociale en politieke vlak scheidt. Maar het koningschap des Heeren gaat over alle dingen. Het Evangelie van dit Koninkrijk raakt ook overheid en politiek. Met Van Laar zeggen we: neutraliteit ten aanzien van schending van mensenrechten bestaat niet. Tegelijk vraag ik aandacht voor het slot van zijn bijdrage waarin hij de gelijkenis van de balk en de splinter ter sprake brengt.

Tn augustus 1939 schrijft Bonhoeffer tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten in zijn reisverslag: "God heeft het Amerikaanse christendom geen reformatie geschonken. Hij heeft haar sterke opwekkingspredikers, leiders en theologen gegeven, maar geen reformatie van de kerk van Jezus Christus vanuit het Woord Gods". Bonhoeffer spreekt van "protestantisme zonder reformatie". Het heeft nog nooit werkelijk verstaan "wat kritiek vanuit Gods woord in zijn volle omvang betekent. Dat Gods "kritiek" ook de religie, ook de christelijkheid van de kerken, ook de heiliging van de christenen raakt...". Actuele woorden in de situatie van Chili, waar het protestantisme, gekneed door de oppervlakkige Amerikaanse orthodoxie, geen verweer heeft tegen het veldwinnende fundamentalisme. Feit is dat het evangelie nog nooit echt het hart van de Latijns-Amerikaanse volkeren heeft geraakt. Dit "christelijke continent" schreeuwt om een eigen geestelijke en sociale reformatie, die kerk én samenleving vernieuwt en transformeert. Zullen de kerken wakker zijn om mee te maken, hoe het Woord Gods vandaag oordelend en bevrijdend zijn gang gaat, juist in dit werelddeel?

De dagboeknotities van Bonhoeffer houden ook een vraag in aan de protestantse kerken van Nederland. Wij zijn dan wel geboren uit een reformatie, die het gelaat van Europa ingrijpend heeft veranderd. Maar zijn wij — nu in onze eeuw de oude goden zijn teruggekeerd — oprecht bereid ons onder de profetische kritiek van het Woord te stellen? Wordt van ons niet gevraagd positie te kiezen ten aanzien van de goden en machten die in ons werelddeel worden aanbeden? Hoe gaan wij bijvoorbeeld om met de wetenschap dat onze "vrijheid en veiligheid" mede gebouwd zijn op de verdrukking en armoede van de armsten in de wereld? Durven wij de consequenties te trekken van de navolging van Christus in de klemmende vragen van de samenleving? Heeft het liberale denken ook onder ons niet geweldig veel macht? In wezen zijn de vragen daar en hier niet zo heel verschillend. In Chili wordt ons de spiegel voorgehouden. Zeker is: wie de splinter ontdekt in het Chileense protestantse oog, probere eerst maar eens beweging te krijgen in de balk in het eigen Nederlandse oog.'

***

De vulkaanramp in Kameroen

De ramp met de uitbarsting van giftig vulkaangas heeft veel slachtoffers gemaakt. Maar leed bindt ook samen. Dat vertelt dr. Krijn A. v. d. Jagt, vertaalconsulent in dit land, in een gesprek met J. J. v. Capelleveen, dat door hem wordt weergegeven in het Centraal Weekblad van 12 september.

'De beelden herinnerden mij aan het Romeinse Pompeï: Moeders met kinderen die in hun slaap waren verrast, een barende vrouw die in een oogwenk het leven had verloren.

De uitbarsting vond om negen uur 's avonds plaats op donderdag in een meer in het noordwesten van Kameroen. Binnen een paar minuten golfde het gifgas over het op twee kilometer, afstand gelegen dorp Nios. Een minuut later was iedereen daar al dood. En in de omliggende dorpen vielen honderden slachtoffers. Opmerkelijk — en nog steeds niet verklaard — is het feit dat veel kinderen in die dorpen de ramp overleefden, terwijl de volwassenen omkwamen.

Het gifgas bestond uit twee componenten. De ene verlamde mens en dier onmiddellijk en deed hen het bewustzijn verliezen, de andere veroorzaakte uit- en inwendige verbrandingen. Het duurde twee dagen eer in het gebied hulp kon worden geboden. Die hulpverlening kwam pas zo laat op gang, omdat de ramp zich in een moeilijk bereikbaar gebied voltrok en omdat eerst moest worden uitgezocht of hulpverleners niet gevaar liepen ook te worden vergiftigd.

Verrast door grote aandacht

Kameroen werd verrast door de grote aandacht die deze ramp kreeg in de wereldpers. Er waren op 2 september al negentien televisieploegen in het land en nog veel meer schrijvende journalisten. Die aandacht in de media stimuleerde de hulp uit het buitenland.

Toch bleek al die hulp niet probleemloos. Heel veel landen verbonden er bepaalde voorwaarden aan die moeilijk te honoreren waren. Ook de coördinatie van al die hulp verliep niet altijd naar wens, bleek uit de televisiereportage.

Het derde aspect dat in dit programma naar voren kwam, was dat Kameroen deze ramp ziet als een uitdaging voor het nationaal besef. Er werd meteen een nationaal hulpcomité gevormd en er is een bankrekening geopend. Alle Kameroeners worden aangespoord om Kameroen als één land te zien. Slachtoffers zijn Kameroeners en niet zomaar mensen van een andere stam die een andere taal spreken.

In de vierde plaats viel me op dat Kameroeners minder dan in het verleden bij een dergelijke ramp de neiging hadden om ervoor een religieuze verklaring te vinden: De geesten zijn boos, of: God straft hen voor hun zonden.

De oorzaak was waarschijnlijk dat zoveel wetenschappers aan het woord kwamen die via de media antwoord gaven op de vragen die werden gesteld. Zij konden met een zekere ervaring spreken, omdat twee jaar geleden op Java bij een vulkaanuitbarsting een soortgelijk gifgas vrijkwam.

Opmerkelijk was ook dat in het televisieprogramma kritische politieke vragen werden gesteld. Twee jaar geleden is in hetzelfde meer al gifgas opgeborreld. Had de regering niet eerder maatregelen kunnen nemen? Is het niet gewenst om veel meer mensen uit die streek te evacueren? In dat gebied zijn meerdere meren en volgens de wetenschappers kan ook daaruit gas vrijkomen. (En in de derde plaats: Moet niet onmiddellijk een waarschuwingssysteem worden opgebouwd om te voorkomen dat er in de toekomst opnieuw zoveel slachtoffer vallen?

Maar op lang niet alle vragen hadden de wetenschappers en de politici al een antwoord. Waarom overleefden kinderen de ramp en stierven zoveel volwassenen? Helpt palmolie tegen dit gifgas? Sommigen die de ramp overleefden, vertelden dat ze palmolie hadden gedronken, een middel dat Kameroeners vaker innemen tegen vergiftigingsverschijnselen.'

Van der Jagt wijst er op hoe de evacuatie in het leven van deze Afrikanen diep ingrijpt vanwege hun gehechtheid aan de dorpsgemeenschap. Niet alleen materiële hulp is nodig, maar ook geestelijke zorg, pastorale begeleiding. Vandaar dat het Bijbelgenootschap van Kameroen gratis bijbels ter beschikking stelt aan de mensen die in de kampen worden ondergebracht. Een duidelijk voorbeeld van hulp in woord en daad.

***

Vredesonderwijs in Israël

Nog altijd is Israël in staat van oorlog met zijn buren (met uitzondering van Egypte, al is ook in dit opzicht nog niet alles koek en ei). Voorts is er de Palestijnse minderheid in Israël zelf. Is in zo'n klimaat van vooroordelen, vijandsbeelden, diepgewortelde gevoelens van onrecht nog vredesonderwijs mogelijk? Dr. G. H. Cohen Stuart gaat in Woord en Dienst van 6 september op deze vraag in. Buiten Israels grenzen is het geheel en al onbekend. In Israël zelf is sprake van polarisatie en verharding. De anti-arabische, felle beweging van rabbi Meir Kahane bleek vorig jaar 42% aanhang te tellen onder middelbare scholieren. Dit extremisme onder de jongeren is hard aangekomen, ook bij nationalistische groeperingen. Daarom is er ook een tegenbeweging die op genuanceerde wijze jongeren besef van de achtergronden van het conflict wil bijbrengen en wil laten zien, dat er sprake is van recht en schending van recht aan twee kanten. Deze leerplanontwikkeling verloopt door allerlei (o.a. economische) oorzaken moeilijk.

'De verslechterende economische omtandigheden hebben de particuliere inzet voor ontwikkeling van leerplannen voor vredesonderwijs niet gestopt. Het ministerie van onderwijs beperkte zich vaak tot het geven van toestemming tot gebruik van het materiaal in scholen. Waar dat budgettair mogelijk was, werd geholpen de drukkosten te betalen. Het "vredesonderwijs" werd in ieder geval moreel gesteund.

Leermethoden zijn in de afgelopen tien jaar ontwikkeld op initiatief van met name de Israël Interfaith Association (de Israëlische tegenhanger van het OJEC), de organisatie Partnership en de Van Leer Foundation in Jeruzalem. De laatste jaren is er nauwe samenwerking met het Instituut voor Onderwijsplanning van het Ministerie van Onderwijs. Sinds september 1984 wordt op een toenemend aantal scholen proefgedraaid met de cursus "buren" voor leerlingen van twaalf tot vijftien jaar.

Er is ook een leerboek met dezelfde titel "buren" nu voor de hoogste klassen van het middelbaar onderwijs, dat in het cursusjaar 1985/86 voor het eerst getest werd. In dit boek wordt veel gebruik gemaakt van literatuur. Ook om leerlingen te laten ontdekken, hoe schrijvers gebruik en/of misbruik maken van stereotypen van joden zowel als Arabieren. Dit materiaal is tot nu toe alleen beschikbaar voor de Herbreeuws sprekende gemeenschap in Israël. Dit jaar komt een Arabische versie gereed van het materiaal voor de lagere klassen middelbare school. Dat wordt dan het eerste educatieve materiaal op dit gebied in de Arabische wereld met informatie over hoe ook joden zichzelf verstaan. Het is te hopen dat het gebruikt zal gaan worden.

De ultra-orthodoxe partijen wijzen contact af tussen joodse en niet-joodse leerlingen. Men is bang dat het zal leiden tot gemengde huwelijken en dat zou dan leiden tot verval van joods bewustzijn en afname van het aantal joden in Israël. Niettemin worden er ontmoetingen georganiseerd voor (delen van) schoolklassen. Dat werk wordt samen gedaan door Partnership en Neve Shalom. Partnership is een samenwerkingsverband van joden, christenen, moslims en druzen, allen Israëli's. Hun opzet is ieder zelfrespect te geven, waardoor culturele, economische en politieke samenwerking van mensen op gelijk niveau mogelijk wordt. Neve Shalom is een nederzetting met een — bewust gekozen — gemengde bevolking halverwege tussen Jeruzalem en Tel Aviv. Een zestiental gezinnen van joden, christenen en moslims leeft daar in coëxistentie.

Israël is een land in oorlog, dat werkt aan vredesopvoeding. Ook al is tot nu toe niet meer dan twee procent van de leraren echt actief erbij be­ trokken. En toch, het gebeurt, - zonder ideologische illusies, of te ontkennen, dat militaire paraatheid hand in hand heeft te gaan met dat proces. Een wonderlijke en bewonderenswaardige mengeling van visie en werkelijkheidsbesef. Het laatste jaar is er een stroomversnelling gekomen. De schrik voor de invloed van Kahane zit erin. Maar het materiaal was al beschikbaar. En er wordt steeds meer en gretiger naar gegrepen. Het is een bewonderenswaardige actie van Israëlische joden, moslims en christenen, die doorgaan ondanks de rampzalige economie, ondanks vijandige ideologie, ondanks toenemende polarisatie, ook binnen de joodse gemeenschap. Het vereist moed.

Zo zou het Israëlische vredesonderwijs kunnen worden tot een van de nieuwe vormen waarom "de Onderwijzing uitgaat van Sion en het Woord des Heeren uit Jeruzalem".'

Men moet bewondering hebben voor de moed en de volharding van hen die in zo'n geladen situatie zonder het eigene van Israels bestaansrecht te ontkennen, toch op deze wijze pedagogisch bezig zijn. Ondanks verzet van binnen uit. En inderdaad, de diepste wortels voor dit onderwijs komen uit het getuigenis van wet en profeten. Want hoe spreken juist zij niet van recht en gerechtigheid, van zorg voor de vreemdeling! En hoezeer hunkeren profeten en psalmisten naar de dag waarop de zwaarden omgesmeed worden tot ploegscharen. In de verbondenheid met Israël mogen wij bidden om de vrede voor Jeruzalem, waarin ook de volkeren mogen delen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's