De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het geheim van de zelftucht (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het geheim van de zelftucht (2)

8 minuten leestijd

Een geschoolde, gedisciplineerde persoonlijkheid verraadt zelfbeheersing. Hij kan gedurende zeer lange tijd op een bepaalde plaats alleen staan. Hij is evenzeer in staat om een zaak te beheersen en te besturen bij afwezigheid van zijn meerderen. Omdat er een gewenning aan de Heere is, worden wij temidden van het gewoel der mensen door het Woord alleen gevoed. Zo kon Luther in de branding der tijden geheel alleen staan, maar dat gold evenzeer Calvijn en in geen enkel opzicht in enige graad minder Groen van Prinsterer. Temidden van de voortdurende veranderlijkheid der tijden, vormden zij zich door vast te kleven aan de constante van het Woord des Heeren. Dat geeft van zich de uitwerking van de invloed van een scherp geslepen persoonlijkheid, maar het oefent ook invloed op anderen uit.

Helaas moet evenwel geconstateerd worden, dat de waarde van een zelfstandige gedisciplineerde persoonlijkheid en karakter momenteel weinig wordt erkend. Men verwacht het veel meer van de lobby, de club, de kring, de bekende lieden van rondom. Het staat in onze eeuw alles in het teken van het sociale, de bepaalde gemeenschap, de massa, het hoge cijfer, het getal, de openbare mening, het volk. De tijdgeest heeft weinig op met het individu. Soms is het werkelijk verbijsterend om te zien met welke kriterea men oordeelt. Typische, glanzende, persoonlijke talenten komen niet aan bod, want men weet er bij de club geen weg mee. Daar bij de kring heerst de algemeen heersende gewoonte om zus of zo te doen en deze éne persoon doet zo niet. Is dat niet een weinig verdacht en gevaarlijk? Gevoeglijk wordt zulk een eenling dan spoedig gemeden. Het tintelend oorspronkelijke geldt als typisch!

Wil men dus meetellen in onze tijd, dan moet men sociaal spreken, voelen, denken. Wie voor het recht van de persoonlijkheid opkomt wordt als zonderling en eigenaardig bekeken. Alles leeft in gemeenschapsblokken en gemeenschapsdenkkaders. Dat geldt voor de prediking, voor de wereld, in de gemeente en in de staat. Er is zelfs een kerkgevoel, evengoed als er een wereldlijke publieke opinie is. Er is wel een discipline, maar het is een partijdiscipline. Het collectieve heeft veruit de overhand boven het individuele.

Wat zullen wij nu over deze dingen zeggen? De Heilige Schrift heeft inderdaad een open oog voor de gemeenschap. Wij vinden in de Heilige Schrift vele gemeenschapswoorden: Koninkrijk Gods, volk des Heeren, kerk, kudde, tempel en gemeente. Dat zijn eigenlijk allemaal collectiviteitsuitdrukkingen. Maar let nu op: naast deze eenheid voor het gemeenschappelijke koestert de Schrift een even grote eerbied voor de enkeling, dat is voor de persoonlijkheid. Er is zelfs duidelijk sprake van individuele zielzorg in de Bijbel, getuige de gesprekken van profeten met diverse koningen, maar ook getuige de brieven van Paulus. Vergeet vooral niet de gesprekken van Christus met personen als Nikodemus, als de Samaritaanse vrouw en de rijke jongeling. Hoe flonkert daar de goudader doorheen van echte pure zielszorg! De brieven zijn wel geheel collectief geadresseerd, maar menigmaal ook individueel uitgewerkt. Met name Jezus Christus - Hij zag niet van de hoogte uit op de enkeling neer, maar Hij kende de hoge betekenis toe aan één ziel, één persoon, één man of vrouw van karakter. En hoezeer blijkt in de gehele Heilige Schrift, dat ze gedragen wordt niet door het collectieve, maar door het individuele. Abraham, Izak, Jakob, Jeremia, Jesaja, Paulus en zovelen meer mogen hier als bewijzen gelden. Het is te hopen, dat wij van het overmatige accent op het collectieve zullen terugkeren naar het bijbels accent op het individuele. Hervormingen, vernieuwingen komen nooit voort uit een massa, een grote hoop mensen om zo te zeggen. Doorgaans begint de Heere Zijn hervormend werk met één persoon. Die enkeling grijpt Hij aan door Zijn Geest, vormt hem naar Gods bedoeling om en stuurt hem op die manier het volle mensenleven in. Doorgaans kunnen alleen krachtige persoonlijkheden iets wezenlijks tot stand brengen. Alleen mannen en vrouwen met een scherp ingeslagen stempel brengen beweging in een logge en starre groep. Denkt u maar aan een Jozef, een Nehemia, een Josia. In de kerkgeschiedenis aan een Luther. En, uit de wereldgeschiedenis aan een Churchill. U moet er maar eens een levensbeschrijving op naslaan. Het is telkenmale de man of de vrouw met het éne, gemarkeerde talent, die een vonk werpt in een duffe gemeenschap. Zoeen ontwerpt nieuwe plannen, nieuwe ideeën en gaat de gemeenschap met enthousiasme vóór.

In tijden van verwarring en geestelijke vaagheid, in perioden met veel dwaas lawaai, kleine en grote geluiden, behoeven wij weer de eenheid van de sterke enkeling. Wij behoeven niet mannen op de tel, maar op het gewicht. Dat is politiek zo, maar ook theologisch niet anders. Karakter is macht, maar wij voegen er aan toe: het is groter macht dan het aantal, waarmee men jarenlang afgoderij heeft bedreven. Van een gedisciplineerde persoon van karakter gaat rijker invloed uit en bezieling dan van een onpersoonlijke menigte, al zijn het duizendtallen. Wat dit voor een geheimzinnige invloed is, kan niemand onder woorden brengen. Zie het eens aan Napoleon: waar hij maar verscheen was de massa in zijn ban geslagen. Hetzelfde geldt ook voor Hitler, die enige jaren lang een begaafd volk met fanatisme gedreven heeft. Het spreekt vanzelf, dat zo'n persoon demonische invloed kan uitoefenen. Wij hebben het voor een deel aan den lijve ervaren. Maar uiteraard: in het geestelijke bedoelen wij zulk een vreselijke machtsuitoefening niet. Het kan ook anders. Soms is dit van predikanten ook waar.

Een middelmatig begaafd voorganger kan wonderlijk genoeg een fluïdum uitstralen, dat de gemeenten aan zijn lippen hangen. Een eigenaardige tovermacht gaat er op zijn omgeving over. Zulk één kan zich vrijheden veroorloven, die men aan een andere collega niet eens gunt. Hier zit soms iets in van onheilig toneelspel. Schrandere lieden doorzien het spoedig, laten daar soms ook iets van blijken en dan bemerkt u hoezeer de aanbidders in vervoering komen. Neen, het zijn maar weinigen, die ontdekken dat het echte ook in een zuiver kleed den volke wordt aangeboden. Daar moet u doorheen prikken leren waar veel geschal de lucht vervult!

Karakter heeft meer macht dan het domme getal. Kennis is veel, maar niet alles. Een gevormde, scherpe persoonlijkheid weet leiding te geven. Zo is ook karakter meer dan rijkdom. Veel geld en veel verstand zijn natuurlijk in het leven grote voordelen en toch kan het Woord ons ook leren, dat het hart alles overwint. Karakters hebben wij nodig. En karakters worden verkregen door gebondenheid aan het Woord van onze God. Daniël, bijvoorbeeld, ontbrak het niet aan wijsheid en inzicht, evenmin aan een eervolle positie - maar wat alles teboven ging was zijn gebondenheid aan de Heere. Dat deed hem als een ploegschaar door de akker der tijden gaan. Wij menen: zulke mensen behoeven wij: op de kansel, voor de schoolklas, op het departement, aan de universiteit, in het kabinet. Dat zijn nooit vage dromers, of wereldvreemde geleerden. Neen, dat zijn mensen die de dingen zien waarom het gaat. Bovendien: het zijn ook de mensen, die achter de verschijnselen van onze eeuw de bovengenoemde beginselen ontwaren. Ze hebben daarbij nog een gave: ze zien mensen. Ze zien kleine dingen evenzeer. Het kleine en het grote weten zij in een groot verband te zetten. Van vage onbeduidendheid maken zij een nieuwe visie. Wel te verstaan: kleine voorvallen kunnen zij in een groot geheel zetten. De oorzaak daarvan is: niet wat zij hebben telt, maar wat zij zijn! Ze wijzen de wegen aan voor de toekomst. Zij kennen uit eigen praktijk ook de gave der zelfverloochening. Want in geheel hun leven geldt het Woord van hun God meer dan het woord van de mensen. Zo komt er toekomst voor de kerk, voor de gemeenschap, voor de kring waarin wij verkeren.

Vatten wij alles tot nu toe samen: naast de vreze des Heeren, of liever daarmee gepaard gaande moeten wij het eigenaardig kenmerk van deze leidslieden zoeken in de gave van het nadenken en doordenken. Wij hebben het verstand van de Heere onze God niet tevergeefs ontvangen. Het mag richtinggevend voor ons leven zijn, mits het maar verlicht wordt door de Heilige Geest. En nu leert de levenspraktijk, dat er maar zo weinig wordt doorgedacht. Veelal bepaalt de drang van het moment ons handelen. Nog vaker leven wij met het oog op ons aanzien en gewicht. Maar de grote gedachten Gods nadenken - dat wordt zo weinig gevonden. Evenwel, wanneer ons hart daardoor wordt getroffen, zie, dan komt er lijn en diepte in ons leven. Wij strekken ons dan uit naar de eeuwige dingen. Er komt ook orde in ons leven. En juist die orde verleent overwicht en kracht. Het dwingt tot aandacht. Er gaat leiding van ons uit. Vraagt u of zulke mensen het gemakkelijk hebben, dan zeggen wij: neen. Ze zien veel meer dan zij zeggen. Ze zien ook veel dieper dan anderen. Achter de contouren van de tijd bemerken ze de diepten der eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 oktober 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het geheim van de zelftucht (2)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 oktober 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's