Het Evangelie van het Kruis in het geding
De zaak Goeree
'De zaak Goeree blijft de aandacht bezig houden. Nadat het 'evangelistenechtpaar' een verbod had gekregen om verder te gaan met de verspreiding van hun lectuuur, die in hoge mate schadelijk werd geacht voor de joodse gemeenschap, zijn ze zonder scrupules voortgegaan op hun ingeslagen weg. Nu is het dan zover dat de rechter een vonnis heeft uitgesproken, dat neerkomt op een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden voor het echtpaar. Een geldboete heeft geen zin, want de Goerees hebben kennelijk geld genoeg achter de hand.
De zaak als zodanig houdt uiteraard de gemoederen bezig. Tot voor kort had nog nooit iemand van het echtpaar Goeree gehoord. Ze zijn er echter in 'geslaagd' om door hun provocerende methoden zeer de aandacht te trekken en, naar de joodse gemeenschap toe, te suggereren dat zij model staan voor wat de kerk altijd heeft gezegd en wat tot vandaag de boodschap van de kerk is.
Hoewel ik al eerder over deze kwestie schreef en toen de uitspraak deed dat in de rechterlijke procedure niet de vrijheid van godsdienst in het geding is, is het, gezien de actualiteit, goed om nog iets over deze zaak te zeggen. Het riskante ervan is dat de Goerees zelf elke publicatie aangrijpen voor nieuwe open brieven of anderssoortige publicaties. Het zij zo. De zaak zelf is een heet hangijzer geworden.
Waarom het gaat
Zoals bekend gaat het om een bepaalde interpretatie van Mattheus 27:25: 'Zijn bloed kome over ons en onze kinderen'. Op grond van deze tekst menen de Goerees dat de joden hun rechtvaardige straf hebben gehad in de Tweede Wereldoorlog, tijdens de gruwelijke holocaust. Nu is de gedachte van straf niet nieuw. Wij mensen vallen allen onder het oordeel Gods wanneer we niet in Zijn wegen gaan. Maar wel nieuw is dat 'evangelisten' menen dit als boodschap van het Evangelie op een provocerende en telkens herhaalde wijze de Joden te moeten voorhouden. In feite wordt een rechtvaardiging van de straf, door mensen uitgevoerd, in dit geval door de nazibeulen, verkondigd in naam van het Evangelie. En intussen wordt gesuggereerd dat het daarin gaat om wat vanuit het Evangelie de boodschap aan de Joden is. Dan beginnen er vervolgens opeens allerlei dingen door elkaar te lopen. Want, dit zo gesteld hebbende, menen de Goerees dat in wat hén nu, in het gerechtelijk proces wordt aangedaan in het geding is dat het Evangelie van Christus niet aan de Joden mag worden verkondigd.
Welnu, die vrijheid van godsdienst is niet in het geding. Nergens heb ik nog één uitlating van joodse zijde gelezen, waarin gesteld wordt dat christenen niet aan joden mogen betuigen dat Jezus de Messias is. Zij verwerpen deze boodschap van de kerk grondig, maar ze wéten dat dit het diep ingrijpende verschil is tussen joden en christenen. Het maakt de diepe worsteling uit in het godsdienstgesprek tussen jodendom en christendom. En in dat geding mag een rechter niet intreden, zeker ook niet als het gaat om de exegese van bepaalde bijbelwoorden.
Zeker, er zijn christenen, die zo gefrustreerd zijn van wat in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, dat ze van de weeromstuit Christus en diens Evangelie maar inslikken tegenover de joden of zélf in een 'judaïstische' theologie terecht komen. Vorige week hekelde dr. S. Gerssen, bij zijn afscheid als rector van het seminarie, in een afscheidstoespraak die houding van christenen, waarin nog slechts over 'tenach' en niet meer over het Oude Testament werd gesproken en waarin de naam van Christus niet meer werd uitgesproken (ik moge hier verder nog verwijzen naar een passage uit het hem aangeboden boek in de rubriek Globaal Bekeken).
Verder heeft drs. H. de Jong, nederlands gereformeerd predikant te Amsterdam, die zich merkwaardigerwijze heeft laten lenen als getuigedeskundige voor de Goerees maar die voor de rechtbank door de Goerees op onbarmhartige wijze onderuit werd gehaald, in een vijftal artikelen in Opbouw gesteld dat het de doorgaande lijn van de kerk geweest is om het Evangelie te verkondigen aan de Joden. Welnu, dat is zonneklaar en onopgeefbaar. Of hier dan het woord zending, na alles wat geschied is bij 'jodenzending' in de geschiedenis maar ook vanwege een gemeenschappelijke wortel van joden en christenen met betrekking tot Gods Openbaring, nog gebruikt mag worden, is een tweede. Maar het betuigen aan Israël van het Evangelie van Christus, de Gekruisigde en Opgestane, de Joden een ergernis en de Grieken een dwaasheid, is onopgeefbaar.
Ook ds. T. Poot uit zich in het nieuwe blad Kontextueel in die zin dat het erom gaat om naar Israël toe te 'getuigen van de Messias Jezus', wat naar zijn mening iets anders is dan 'geestelijke bestrijding van de joodse religie', waarvoor drs. H. de Jong pleit. Maar intussen laat ds. Poot geen onduidelijkheid bestaan over de uitlatingen van de Goerees als hij zegt: '.. .ik neem hartgrondig afstand van de goddeloze moed van de Goerees om Gods gericht over zijn volk in de geschiedenis te willen localiseren door de holocaust in verband te brengen met de joodse verwerping van Jezus als Messias'. Welnu, om dat laatste gaat het nu juist in de gerechtelijke procedure. Noch ds. Poot, noch drs. de Jong, noch anderen die gepleit hebben voor blijvende betuigenis aan Israël dat Jezus de Messias is, komen voor de rechtbank. Maar de Goerees wél, vanwege — om dat woord van ds. Poot nog eens te gebruiken — hun 'goddeloze moed' om een direct verband aan te brengen tussen de dood op zes miljoen joden en de verwerping van de Messias. De Goerees zijn met hun 'goddeloze moed' verantwoordelijk voor herlevend antisemitisme. Ik zeg niet dat zij er alléén voor verantwoordelijk zijn, want dit verschijnsel zit diep in onze wereld. Een volk, dat als eerste volk in de geschiedenis door God geroepen werd, zal ook blijvend in de geschiedenis kennelijk de smaad daarvan dragen.
Processen
Direct na de Tweede Wereldoorlog zijn vele nazibeulen of anderen, die verantwoordelijk waren voor de wandaden van Hitlers regime, berecht. Velen hebben de doodstraf ontvangen. En vandaag wordt nog gespeurd naar mensen, die zich ergens schuil houden en hun straf nog niet hebben ontvangen. Dat ging en gaat niet om 'evangelieverkondiging' aan Israël maar om concreet antisemitisme met alle gruwelijke consequenties daarvan.
Daarom heb ik er geen moeite mee dat een rechtbank vonnis velt over de provocerende uitspraken van de Goerees, waarmee zij mede verantwoordelijk worden voor wat de Joden is aangedaan in de Tweede Wereldoorlog én voor wat de Joden vandaag opnieuw aangedaan kan wórden. Als zodanig heb ik met de uitspraak van de rechter geen moeite en zie ik geen bedreiging van godsdienstvrijheid, zeker niet als het gaat om de boodschap van Kruis en Opstanding naar de joden toe. Een dergelijk proces ligt in het verlengde van eerder gevoerde processen. Waarmee ik niet zeggen wil dat we niet op onze hoede moeten zijn voor zaken waarbij het wel om godsdienstvrijheid gaat. Wel zal het zaak zijn om óók alert te zijn op ergerlijke uitingen en praktiseringen van antisemitisme elders in de samenleving, waarvoor niet-christenen verantwoordelijk zijn. Drs. H. de Jong wees bijvoorbeeld terecht op de ergerlijke antisemitische gedragingen van supporters van F. C. Den Haag in Amsterdam. Antisemitisme 'als vrucht van sekularisatie', want dat is er ook.
Wat op de achtergrond raakt
Een groot gevaar intussen is, dat vanwege de zaak Goeree de echte boodschap van Kruis en Opstanding, juist ook naar Israël toe, niet meer aan de orde komt.
Door alles toe te spitsen op de aangehaalde tekst uit Mattheus 27 wordt vergeten waarom het bij het Kruis in wérkelijkheid ging. Ging het daar nu om een menselijk gebeuren, waarvoor mensen verantwoordelijk zijn, of om een goddelijk gebeuren? Het laatste toch! Wat bij het Kruis gebeurde kan toch niet worden verlaagd tot een menselijk rechtsgeding: joden die Christus verwierpen en straften met de kruisdood? Het ging om niets minder dan 'een rechtsgeding tussen God en mens'. Het ging om verzoening. De toorn van God, waaronder wij, joden en heidenen, voor eeuwig hadden moeten verzinken, werd door Christus gedragen op het Kruis; gestild en weggedragen. Zo had God het immers bepaald dat verzoening plaats zou vinden! Komt dit grote en grootse, heilsfeitelijke gebeuren niet helemaal op de achtergrond doordat de vraag centraal komt te staan welke mensen Christus aan het Kruis brachten? Daar komt nog bij dat in Mattheus 27 staat dat het volk riep 'Zijn bloed kome over ons en onze kinderen', en niet specifiek de Joden. En waar in onze belijdenisssen wordt gesproken over de Joden, die Christus kruisigden? Het Apostolicum noemt maar één naam, namelijk die van Pontius Pilatus, vertegenwoordiger niet van het joodse volk maar van het Romeinse Rijk: 'geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven'. En wordt soms in de Heidelbergse Catechismus, of in de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de Joden gesproken? Gaat het daar over het kruis, dan gaat het over het offer door Christus gebracht en door de Vader aanvaard. En daarom zong Revius : het zijn de Joden niet. Heer Jesu die u kruisten... Het is alles geschied om mijne zonden.
In wat we nu als christenheid aan de Joden duidelijk aan het maken zijn , dank zij de geruchtmakende Goeree-affaire, is dat het Kruis voor ons zo iets betekent als: misdaad van mensen aan onze grote Leider. En het mysterie van de verzoening en van de Verlossing laten we liggen. Het is te vrezen dat we door zulke geruchtmakende zaken, als die nu spelen, juist weer ver achterop raken in het getuigenis aangaande Christus aan Israël.
Judaïsme
Daar komt dan nog bij dat we ook nog een bepaalde uitdrukking als kenmerkend voor ons christenen veelvuldig gebruiken. We zeggen dat we anti-judaïsten zijn. Nu is Judaïsme een wezenskenmerk van de joodse religie. Welnu, Judaïsten zijn we bepaaldelijk niet, zoals joden geen christenen zijn. Maar te spreken van anti-judaïsten is tevergelijken, dunkt me, met spreken van joden, die zich anti-Christ of anti-christen noemen. Hoe zou dat bij ons overkomen? Hiermee wil ik uiteraard niet zeggen dat we van de weeromstuit judaïsten moeten worden. Het zou een verloochening van het wezenlijke van het christen-zijn betekenen. Maar we hebben ook in het woordgebruik naar Israël toe op onze woorden te letten, op onze termen te passen, in ieder geval te weten wat we zeggen.
Alles bij elkaar is het maar een trieste discussie, waarin de Goerees ons hebben gebracht en waardoor vandaag het gelaat van het christendom naar Israël toe wordt bepaald.
Het Kruis van Christus wordt erdoor verijdeld, de boodschap van verzoening erdoor verduisterd en de liefde van Christus erdoor weersproken. Daarom begrijp ik niet dat er nog christenen zijn die één goed woord voor de Goerees over hebben. Als in het algemeen al geldt dat we ons ver moeten houden van de grenzen van gevarenzones, dan zeker hier waar een veld vol mijnen van antisemitisme ligt. Heeft de Tweede Wereldoorlog ons dan nóg niets geleerd?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's