De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

8 minuten leestijd

Al eerder gaven we in deze rubriek aandacht aan een boek (het derde deel) met verzamelde geschriften (preken en redevoeringen) van wijlen ds. P. Zandt, 35 jaar lang kamerlid voor de SGP. Nu we het boek ter aankondiging ontvingen — en van harte aanbevelen — nog een paar dingen uit dit boek, dat de titel heeft Hoort des Heeren Woord, samengesteld is door drs. W. Firet en uitgegeven is bij Kool te Veenendaal. Ditmaal nemen we iets over uit een in memoriam van parlementair-journalist Abspoel en verder van de toenmalige kamervoorzitter dr. Kortenhorst bij het overlijden van ds. Zandt op 4 maart 1961.

Van Abspoel

'Volledig volgen kan men hem, althans op de perstribune, niet, ondanks de geluidsversterking. Wie het onveranderlijke standpunt van ds. Zandt kent, heeft aan enige opgevangen brokstukken echter al voldoende. De gevaren van Rome's toenemende macht, het goddeloze van de vaccinatie, de voortdurende ontheiliging van de zondag en Gods dreigende toorn over al het verderfelijke in de wereld, vormen het vaste thema van zijn betoog. Het geestige woord, dat dr Schaepman eens met betrekking tot de laatste der conservatieve Mohikanen — de heer Wintgens —gebruikte, namelijk dat deze niet alleen herhaalde wat hij dikwijls gezegd had, maar ook zeide wat hij al zo menigmaal herhaald had, zou men ook op ds. Zandt kunnen toepassen.

Toch is er veelal nog wel een zekere — ten dele serieuze, ten dele meer geamuseerde — belangstelling in de Kamer als ds. Zandt op het spreekgestoelte verschijnt. En daar hij, als gezegd, vrij moeilijk geregeld te volgen is, betekent dit, dat zich dan meestal wel een groepje leden aan de voet van dat gestoelte opstelt. Eens, bij de behandeling van de nieuwe Winkelsluitingswet in de Kamer, toen dominee Zandt het met zijn anti-revolutionaire ambtgenoot dominee Fokkema en met de christelijk-historische afgevaardigde mr. Schmal aan de stok kreeg wegens zijn principiële verzet tegen het geopend zijn op een deel van de zondag van de winkels van hen, die deze op de sabbat gesloten houden, zag men zelfs de toenmalige minister Albregts, die in het ontstane rumoer helemaal niets meer kon verstaan, zijn plaats aan de groene tafel verlaten om zich eveneens onder de om het spreekgestoelte gegroepeerde afgevaardigden op te stellen. Het was bij deze zelfde gelegenheid, dat ds. Zandt op een gegeven ogenblik zegevierend uitriep: "gelukkig zie ik een van mijn medeleden instemmend knikken". Het gevolg was een daverend gelach, waaraan ds. Zandt zelf hartelijk meedeed (ook hij kan heus nog wel eens lachen!), want de aldus als medestander gedoodverfde was... de Roomse pater dr Stokman!

Het toeval kan soms geestige situaties scheppen. In november 1950, toen de behandeling van een ontwerp betreffende het loterijwezen in de avondvergadering werd voortgezet, was de Kamervoorzitter, dr Kortenhorst, verhinderd aanwezig te zijn.

De eerste plaatsvervanger van dr. Kortenhorst als voorzitter was evenmin aanwezig en de toenmalige tweede plaatsvervanger, wijlen mr Terpstra, had een amendement op het ontwerp ingediend en moest zelf bij de replieken en bij de verdediging van zijn amendement nog spreken, zodat hij niet als voorzitter kon optreden.

En zo geviel het, dat juist ds. Zandt, overeenkomstig de bepalingen van het Reglement van Orde, nu als 'oudste lid in jaren' in de voorzitterszetel moest plaats nemen en het debat over dit voor hem zo uit den boze zijnde onderwerp kreeg te leiden.

Minister Lieftinck, die voor dergelijke situaties altijd veel gevoel had, begon nu zijn rede met de volgende geestige opmerking: "Mijnheer de Voorzitter, ik móge mij veroorloven te beginnen met een opmerking, die in de sfeer blijft van het onderwerp, dat ons bezighoudt, nl. dat ik het als een lot uit de loterij beschouw, het voorrecht te hebben, vanavond bij de behandeling van dit wetsontwerp het woord tot u, als voorzitter, te mogen richten".'

Kortenhorst

'Geachte medeleden! Het heengaan van de nestor onder de leden der Tweede Kamer wordt door ons allen gevoeld als een leemte in de rijk gevarieerde samenstelling van ons kollege. Van zijn bijna 81-jarige levensloop heeft ons zaterdag jl. overleden medelid dominee Pieter Zandt ruim 35 jaren een zeer bijzonder accent verschaft aan het bewegend tafereel van de volksvertegenwoordiging. Welke nieuwe stromingen zich tijdens zijn lidmaatschap ook baan hebben gebroken, ds. Zandt heeft stand gehouden, kompromisloos tegen de geest der tijden en de goden van de eeuw, nooit wijkend voor politieke en ideologische veranderingen van weerden wind, steeds zichzelf blijvend gelijk een boetgezant uit het Oude Verbond.

Nergens ter wereld vond hij in de andere parlementen een met hem vergelijkbaar evenbeeld. Wanneer hij in ons midden het woord voerde, dromde gewoonlijk een aantal leden bij de sprekerstribune samen, benieuwd hoe ds. Zandt, steeds ernstig, dikwijls bijtend scherp en geestig, de naar zijn, overtuiging euvele gedragingen van de regering en van zijn politieke tegenstanders tuchtigde. Het antwoord op interrupties bleef hij niet schuldig. Wij zullen zijn markante figuur voortaan moeten missen. Maar wij behouden, ondanks zijn geïsoleerde plaats in ons gezelschap, aan zijn persoon een vriendelijke herinnering. Hij wist zaken en personen gewetensvol te onderscheiden. Hij heeft zijn vele tegensprekers en politieke tegenstanders nimmer door een onheus woord gekwetst. Hij bestreed richtingen en tendensen en hij werd niet moede te toornen tegen alles, wat hij in strijd achtte met Gods Woord, maar hij nam vroom en mild de grenzen der naastenliefde nauwgezet in acht. Toen ik onlangs, bij gelegenheid van zijn zevende lustrum als lid der Kamer, op verzoek van de minister van binnenlandse zaken, ds. Zandt te zijnen huize in Delft de versierselen van het kommandeurschap in de orde van Oranje Nassau mocht aanbieden, werd ik opnieuw en thans, helaas, voor het laatst, getroffen door zijn beminnelijkheid en de ruimhartigheid bijzijn beoordeling van zijn medeleden en niet minder door zijn verknochtheid aan het parlementaire werk, waarin hij mede de vervulling zag van zijn taak in het ondermaanse.

Ds. Zandt's persoonlijkheid zal in de annalen van onze Kamer met ere worden vermeld.

De rust, de vrede en het geluk, die hij tijdens zijn leven dikwijls heeft ontbeerd, mogen thans door Gods genade zijn deel zijn.'

 

***

Vorige week nam dr. S. Gerssen afscheid van het hervormd seminarie als rector. Hem werd bij die gelegenheid aangeboden een boek met bijdragen van zijn hand uit de loop der jaren in verschillende publikaties, onder de titel 'Grensverkeer tussen Kerk en Israël'. Het boek is een eerbetoon geworden voor al wat dr. Gerssen heeft gedaan toen hij nog secretaris van de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël was. Op het boek zelf komen we breedvoerig terug (uitgave Boekencentrüm 's-Gravenhage). Hier laten we volgen een passage uit een artikel in Ter Herkenning uit 1983, onder het kopje 'geen twee wegen'. Een stukje van blijvende actualiteit.

'Zo gaat het dus om eenheid in spanning. Het lijkt mij ook niet, dat men verder komt, als men die eenheid herleidt tot de dubbelheid van twee wegen. Christenen en joden gaan dan ieder hun eigen weg, hebben hun eigen bestemming en opdracht en moeten opgeroepen worden eikaars weg en functie te respecteren. Of die twee wegen elkaar in de toekomst zullen treffen mag aan het beleid van de Almachtige worden toevertrouwd; voor het heden gaat het er om dat ieder op zijn eigen wijze trouw is aan wat de God van Israël van hem verwacht. Op die manier treedt er op het veld van christelijk-joodse ontmoetingen een merkbare ontspanning op, er komt ruimte voor een respectvolle bejegening van het anderszijn van de ander en men behoeft zich niet meer door het optreden van de ander bedreigd te voelen. Tegenover de sfeer die eeuwenlang rondom kerk en synagoge heerste schept dit een weldadig klimaat, dat het mogelijk maakt zich in de bestaanswijze van de ander te verdiepen zonder dat de dingen direct op scherp worden gezet. Met name Rosenzweig heeft de gedachte van de twee wegen ontwikkeld en heeft daarmee mensen geholpen om de impasses van de traditionele kijk op het joodse vraagstuk te overwinnen. Het is op zichzelf al opmerkelijk, dat wij in dit verband vanzelf over het jodendom als over een vraagstuk spreken. Als men het christelijk geloof ziet als de enige heilsweg en de institutaire kerk als het enige heilsinstituut, is het daarbuiten voortlevend jodendom inderdaad een brandend vraagstuk. Rosenzweig heeft ons geleerd om kerk en christendom in hun relatieve waarde te waarderen en met het oog daarop de gestalte van het joodse volk als een kostbare en onontbeerlijke gave te begroeten. Men kan zich dan wederzijds over de weg van de ander van harte verheugen en de ander aansporen trouw te volharden.

Het is voor mij de vraag of het werkelijk mogelijk is deze joodse oplossing van de eenheid in spanning ook christelijk te vertalen. Als Rosenzweig zich accoord verklaart met de nieuwtestamentische uitspraak, dat niemand tot de Vader komt dan door Jezus, omdat dat voor alle niet-joden geldt die van huis uit niet bij de Vader, maar bij de afgoden zijn, maar niet voor het joodse volk dat van eeuwigheid tot eeuwigheid bij de Vader is, — dan denk ik dat dat zo vanuit de vooronderstellingen van het Nieuwe Testament niet kan worden gezegd. Daar wordt toch de messianiteit van Jezus binnen en ten overstaan van het joodse volk beleden. Daar gaat het toch om één weg voor joden en niet-joden, hoewel de eigenheid van beiden niet in een hogere eenheid wordt opgeheven.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 oktober 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 4 oktober 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's