Prijst Hem in uw psalmen
(hoe ik als christen de psalmen beleef)
Als we zondags in de kerkdienst of misschien ook wel eens midden in de nacht, als we niet slapen kunnen, een psalm zingen, zijn we er ons vaak amper bewust van, dat we dan een lied zingen, dat door duizenden monden voor ons reeds is gezongen. Het psalmboek is één van de oudste liedboeken ter wereld. En wat nog veel belangrijker is: Het is het liedboek dat zingt van Gods verborgen omgang van Gods oude Bondsvolk Israël. Er hebben Psalmen Davids geklonken in de velden van Efrata. 'Uit de mond van de jonge herder David. Er zijn — lang geleden — lofzangen Israels gezongen in Sions zalen: 'Welzalig die Gij hebt Verkoren, die G' uit al 't aards gedruis doet naad'ren en Uw heilstem horen, ja wonen in Uw huis' (Ps. 65). De God van Israël, troond'; Hij niet op de lofzangen Israels? Door een Godswonder zijn heel wat liederen van Gods oude verbondsvolk door de eeuwen heen voor ons bewaard. Israels God heeft erover gewaakt. Hij heeft ze gelegd op de bodem van het hart. Van Joden en heidenen. 'Prijst Hem in uw psalmen, met de schoonste galmen, roept Zijn weldaan uit' (Ps. 33). En zo hebben ook wij reeds als kind die heilige en schone liederen leren spellen. Op de (zondags)school, op moeders schoot. 'Heer', ai maak mij uwe wegen..' (Ps. 25). Psalmen die lieflijk zijn en harten treffen. Ze hebben uitkomst geboden op kraambedden. Ze hebben vrede gesticht op sterfbedden. 'Ik vrees niet, neen, schoon ik door duis'tre dalen, in doodsgevaar bekommerd om moest dwalen' (Ps. 23).
Laat ik mogen proberen om in kort bestek voor u duidelijk te maken, waarom juist de psalmen voor mij van een onschatbare betekenis zijn. En dan moet u mij niet vragen, of ik niet vind, dat er naast de psalmen niet ook vele bijbelse, troostrijke liederen zijn, waardoor het hart van Gods kinderen werd opgewekt. Ik herinner me, hoe wij een jaar geleden in 't oud Jeruzalem (in de Verlosserskerk) samen zongen: 'Terwijl 'k eens lag te slapen, kreeg ik een schone droom...'
Dat raak ik nooit meer kwijt, denk ik. Vrije liederen zijn er altijd geweest. Ook in de dagen van Jezus. B.v. in de Qumran-gemeente. Maar de Psalmen hebben iets eigen-aardigs. Zij krijgen bij mij heel beslist voorrang. En het exclusief vasthouden aan het zingen van de psalmen is voor mij helemaal geen toonbeeld van een benedenmaats christendom, dat b.v. niet nieuwtestamentisch is of zo iets.
Welnu, hoe beleef ik als christen dan de psalmen?
Toezingen
In de eerste plaats: in de psalmen ben ik zeker bezig God Zijn eigen Woord toe te zingen (Calvijn). Als Calvijn op zondag niet uit het Nieuwe Testament preekte, preekt hij uit de psalmen. Luther noemde het psalmboek 'een kleine Biblia en een kort begrip van beide de Testamenten'. Daar ziet men alle heiligen in het hart. Augustinus noemde de psalmbundel 'de ene stem van de gehele kerk'. Israels God ontlokte door Zijn Geest lang geleden de psalmen aan het hart der vromen. Hij tokkelde ze op de snaren van het tiensnarig instrument van diepe zieleroerselen van Zijn volk. En zo gaf Hij ze een plaats in Zijn Woord. Zo zingt Hij Zelf mij troosten moed in. 'O mijn ziel, wat buigt g' u neder... Maar Gods goedheid zal uw druk eens verwiss'len in geluk...
Israël
In de tweede plaats verbinden de psalmen mij met Israël. Daarom zijn ze mij ook zeer lief. De psalmen zijn liederen van individuele gelovigen. Ze zingen in de ik-vorm vaak. Maar ze zijn vooral de liederen van Israels gemeente. Van Joodse pelgrims. Van de eredienst in de tempel. Het psalmboek is het zangboek van de tempel en het leesboek van de synagoge. Israël is een zanglustig volk. In het psalmboek zijn we welhaast als in het Heilige der heiligen. Onmiddellijk voor God. Israels God. De psalmen zijn ook zo oud als Israël oud is. Gods liefde tot dit volk en ook mijn liefde tot dit volk is daarin verwoord. 'Dat Israël nu zegge blij van geest, .. (Ps. 124). Vooral door het lied voel ik mij met Israël verbonden. Ook als ik die kinderen hoor zingen die door de SS-ers in de laatste wereldoorlog werden doodgeschoten. Op weg naar de kuil van hun graf.
'Al ging ik ook door een dal van de schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen...'. Ook de kleine Rachelin de armen van prof. Langer. November 1941 Kameneck-Podolsk.
Ontmoeting
In de derde plaats zijn de psalmen mij lief, omdat ik daarin de God van Israël ontmoet. De God van Jakobs zaad. Ook mij een burcht en toeverlaat. Ik wens geen andere God te kennen. Niet de god van het Germaanse ras, bloed, bodem, van een soort voorzienigheid die uitvoert wat ik wil. Niet de beest-achtige god van het moderne mensdom dat alles heeft staan op de noemer van sex, geweld, macht, getal, van zichzelf.
De God van de psalmen is de God van de geschiedenis. Die een arm en ellendig volk tot Zijn eigendom maakte, het redde, uit Egypte verloste. Die Zijn vleugels erover uitbreidde en riep: Leef, ja, leef (Ez. 16 : 1vv). 'Hoor, Israël de Heere onze God is een enig Heere' (Deut. 6:4). Egyptenaren en Babyloniërs hebben ook oude psalmen. Maar nergens op heel de aardbodem zijn er ooit psalmen geweest als die van Israël. Die zingen van een God dié zich historisch waarmaakt in Zijn ontferming over een arm en verloren volk. In de psalmen spreekt deze God. 'In de psalmen is Gods hart wijd open' (Joh. de Groot). Om die God van Israël en van de psalmen te (leren) kennen, hoef ik niet een reis naar Israël te maken. Maar nu we hier toch zijn, gaan de psalmen voor ons wel machtig openbloeien. 'Rondom Jeruzalem zijn bergen, alzo is de Heere rondom Zijn volk, van nu aan tot in der eeuwigheid' (Ps. 125 : 2). O God, dus U bent zo...? !
Betrouwen
In de vierde plaats heb ik de psalmen lief, omdat deze God van Israël ook de God van mijn betrouwen mag zijn. Dat is een dubbel wonder. Want Hij is Israels God. En wat voor recht heb ik eigenlijk om met Israël mee te zingen. 'Want deze God is onze God' (Ps. 48 : 15). Ik ben een pure heiden. En Israels God is een heilige God. Hij kan het niet hebben, dat enig schepsel met Zijn wet overhoop ligt. Rondom de God van de psalmen stormt het. Als nergens anders. In de psalmen buigt zich een volk schuldverslagen voor God neer. 'Schep mij een rein hart, o Heere...' (Ps. 51). Daar zijn de boetespalmen, nameloos diep. Augustinus liet de wanden van zijn sterfkamer beplakken met teksten uit deze boetepsalmen. Is het dan geen dubbel wonder, dat deze God nochtans onze God kan en wil zijn? ! In de psalmen is er de ontzagwekkende afstand tussen God en mij. En toch... In het geloof heet Hij de God van mijn betrouwen. Ik wens op geen andere God te hopen. 'Looft de Heere, alle heidenen; prijst Hem, alle natiën' (Ps. 117 : 1). Rabbi Schimeon (plm. 220) heeft eens gezegd, dat de volken hier volken zijn die Israël geknecht hebben en natiën die Israël niet geknecht hebben. En hij voegde eraan toe, dat als de volken die Israël geknecht hebben God loven, de natiën die Israël niet geknecht hebben, dat zeker wel mogen doen. In de psalmen straalt 'de majesteit van onze lieve God' (Calvijn) het heidendom tegen. 'Heer, wat goôn de heid'nen roemen, niemand is bij U te noemen; daden als Uw grote daan, treft men nergens elders aan' (Ps. 86 : 4).
Christus
In de vijfde plaats zijn de psalmen mij zo lief, omdat ze op de lippen van Jezus Christus zijn geweest. Hij heeft Ps. 116 gezongen (Hallel; 113-118). 'En als zij de lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar de Olijfberg' (Matt. 26 : 31) o.a. God heb ik lief... Ik lag gekneld in banden van de dood'. De psalmen zijn Christus-psalmen. Hij nam de bange klacht van de dichter van Ps. 22 over aan het kruis: 'Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij Mij?' Wat Israël meemaakte, dat heeft Hij tot op de bodem gepeild. Daarom zeiden de eerste christenen: 'Het moest alles vervuld worden wat van Hem geschreven is in de wat van Mozes en de profeten en de psalmen' (Luk. 24 : 44). De eerste christenen hebben de psalmen gezongen met het oog op Jezus Christus. 'De smadingen dergenen die U (Heere) smaden, zijn op Mij (Christus) gevallen' (Rom. 15 : 3, Ps. 69 : 10). Zo zijn de psalmen voluit nieuwtestamentische liederen. Ik hoor er de stem van mijn Meester in. Hij treedt mij daarin tegemoet als de Israëliet die in de nood en dood van het Jodendom en van mij is begraven. En Die er plaatsvervangend in omkwam. Maar die ook is opgestaan. En die zo en daarom de Koning Israels is. De Messias. De meerdere Salomo. Zo zal Hij al uw volk beheren, rechtvaardig, wijs en zacht... (Ps. 72). God openbaart Zijn Koningschap onder Israël, ja tot aan de einden der aarde. In Hem, de Vredevorst. En als ik de psalmen zing, samen met het Joodse volk, dan zou ik maar het liefst mijn arm slaan om de schouder van dit mijn broedervolk en zeggen: Hoor Israël, hoor, hoe uw enige god Zijn Kind, één van uw zonen, Uw Messias, de lofzang voor uw oren doet klinken. Samen spreken over Jezus van Nazareth, gaat vaak moeilijk. Moeten wij misschien vooral samen zingen?
Geloofsbeleving
In de laatste plaats klinken mij Israels psalmen zo lieflijk in de oren, omdat zij vol zijn van diepe geloofsbeleving en tegelijk van een daadwerkelijke praktijk van godzaligheid. Het zijn grepen uit het volle (geloofs-)leven. Ik herinner aan wat ik vertelde over prof. Langer met de kleine Rachel in zijn armen vlak voor het moment waarop zij de dood werden ingejaagd. 'Al ging ik ook door een dal vol donkere doodsschaduw...' En er komt een ervaring boven. Uit mijn leven. Jaren geleden. Toen ik met mijn oudste kind genaderd was tot aan de grens van het dal vol donkere doodsschaduw. Mijn vrouw en ik brachten het weg voor een levensgevaarlijke hartoperatie naar een ziekenhuis. Toen, ja toen begrepen we er iets van, hoe donker zo'n dal is. Niet vergelijkbaar met wat de kinderen 'van Kameneck-Podolsk moesten doorstaan.
Maar toen is wel Ps. 23 voor ons en voor ons kind een onsterfelijke psalm geworden. Het dal vol donkere doodsschaduw. Ja, maar waar schaduwen vallen, daar is licht. De dood loerde wel aan de kant van de weg. Maar achter hem stond voor onze ogen de Dood-Overwinnaar Jezus Christus die alle machten de baas is geworden. Van Hem zing ik, als ik psalm 23 zing. De Heere is mijn Herder. De goede Herder. En als ik samen met het Joodse volk deze psalm zing, is er een gebed in mijn hart voor al die Joodse meisjes en jongetjes die net als mijn kinderen de psalmen uit hun hoofd leren. 'Neem, trouwe Zieleherder, ook hen mee...' Samen zingen, zei Luther, jaagt de duivel op de vlucht.
De psalmen zijn vol van Christus Jezus. En ze zijn vol van praktijk van godzaligheid. Van de heilige wet van God. Ps. 1: 'Welzalig hij die in der bozen raad niet wandelt...'. Ps. 119: 'Welzalig die bij dagen en bij nachten Gods wil bepeinst en die als 't hoogste goed van harte zoekt met ingespannen krachten.' 'De Joden vatten de psalmbundel op als een soort echo op de door hen boven alle andere geschriften gestelde boeken van Mozes' (Joh. de Groot). Als wij de psalmen zingen, mag de hartstocht voor de heiliging van Gods Naam op heel de aarde, ons wel bezielen. 'Ik heb lust, o mijn God om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands' (Ps. 40 : 9). Psalmen zijn boetepsalmen. Het zijn Christusliederen. Hij is in mijn plaats verteerd door de ijver voor Gods wet. Zij hebben een geweldige meerwaarde, die Christusliederen. Maar ze leggen mij tevens een heilige hartstocht op de bodem van mijn ziel. Leven naar Gods bevelen. Vreugde over de wet. En — God geve het — zo Israël jaloers maken. Omdat christenen niet slechts met schoonste galmen Gods weldaan uitroepen. Maar ook in hun dagelijkse handel en wandel blijken mensen te zijn die slechts één hartstocht hebben:
'k Zal Uw geboôn die ik oprecht bemin,
Mijn hoogst vermaak, mijn zielsgenoegen achten;
Ik reken die mijn allergrootst gewin;
Ik grijp ernaar en zal er heil uit wachten;
Ik heb ze lief en zal met hart en zin.
Al 't geen Gij ooit hebt ingezet, betrachten. (Ps. 119 : 24ber.)
(Inleiding tijdens Zicht op Israël-reis 1986 in Jeruzalem)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's