De ontvangst in de kerkelijke pers
'Man en vrouw in bijbels perspectief'(1)
De Beraadsgroep die het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond indertijd instelde met het doel om te komen tot een studie over man en vrouw in bijbels perspectief waarin vooral ook over de vrouw en het ambt geschreven zou worden, kan verheugd zijn over de vele en uitvoerige reacties die de kerkelijke pers van Nederland opleverde naar aanleiding van de inmiddels in mei vorig jaar verschenen studie. Het aantal letters dat in persbeschouwingen aan het boekwerk is gewijd, overschrijdt zeker de helft van de omvang van het boek zelf.
Een blijvend punt van bezinning
Dat was te verwachten. Het onderwerp is immers actueel. We leven in een tijd waarin het feminisme in allerlei vormen voor de vrijheden van de vrouw pleit. Daar komt bij, dat binnen de gereformeerde gezindte — wellicht ook een beetje mede door het genoemde boek — over de plaats van de vrouw in samenleving en kerk meer wordt nagedacht dan ooit te voren. Tevens komen de vragen rondom het thema van de vrouw en het ambt binnen verschillende kerken van gereformeerde origine in ons land en daarbuiten opnieuw en voor het eerst, maar dan wel in alle ernst aan de orde. Laat het voor het gevoel van velen bijv. in de Nederlandse Hervormde Kerk en in de Gereformeerde Kerken vanzelfsprekend zijn, dat vrouwen in het ambt dienen, voor het besef van een aantal leden van die kerken en van andere kerken in de gereformeerde gezindte is het tevens niet meer vanzelfsprekend, dat vrouwen niet in het ambt dienen. Zij wensen bezinning, duidelijke bijbelse richtlijnen. En zij vinden — ook als zij op bijbelse gronden tegen de vrouw In het ambt zijn — toch in ieder geval, dat de plaats van de vrouw in de gemeente echt wel een blijvend punt van bezinning waard is.
In enkele artikelen in de Waarheidsvriend mag ik in opdracht van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond proberen te reageren op de beschouwingen die in de pers gewijd zijn aan 'Man en vrouw in bijbels perspectief. De bedoeling hiervan is niet om tot in de finesses op alle, soms ook zeer kritische besprekingen van de studie in te gaan. Wel om op een aantal punten waarin kennelijk onduidelijkheid bestaat een nadere toelichting te geven. En ook om op de kritische vragen die gesteld zijn en die niet voor kennisgeving aan te nemen zijn, via de Waarheidsvriend in een weerwoord passend in te gaan. Zij die zich moeite hebben getroost om zich zo grondig te verdiepen in het genoemde boek als zij deden en die van daaruit tot hun vragen kwamen, hebben recht op een antwoord.
Onze route en methode
Vooraf echter een paar dingen. In de eerste plaats iets over de opzet van de studie. Iets dat iedereen overigens in het boek zelf kan lezen, maar dat toch kennelijk niet door iedereen direct is verstaan. De bedoeling van de studie is een aantal bijbels-theologische lijnen te geven met betrekking tot de verhouding van man en vrouw binnen de gemeente. Daarin ligt een dubbele beperking. Het boek biedt geen historische beschouwingen over het ambt, bijv. in de Gereformeerde traditie. Op dit punt zijn er slechts enkele voorzichtige aanzetten gegeven. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft juist in deze maanden een beraadsgroep ingesteld die zich verder zal gaan buigen over deze historische kant van de zaak (een zgn. commissie Gereformeerde ambtsleer). Na de afweging van de bijbelse gegevens in genoemd boek 'Man en vrouw in bijbels perspectief' is dat welhaast vanzelfsprekend. Hoe is in de gereformeerde traditie met het bijbelse erfgoed in deze omgegaan? De historische oriëntatie inzake de ambtsvraag volgt naar wij hopen dus t.z.t. En dat zij volgt op de bijbelse oriëntatie op de man-vrouw verhouding (in genoemd boek gegeven), is een volgorde waar niemand bezwaar tegen kan hebben. De traditie en ons verstaan daarvan moet toch zeker onderworpen blijven aan het Schriftgetuigenis?
Onze beraadsgroep heeft gekozen voor de volgende route: wij luisteren eerst zo onbevangen mogelijk (als God ons moge geven) naar wat de Schrift zegt over de verhouding van man en vrouw binnen Zijn gemeente om van daaruit (d.i. vanuit een zeer fundamenteel schriftuurlijk gegeven) de vragen inzake het thema 'vrouw en ambt' te bezien. En bij het laatste komen dan uiteraard ook historische vragen om de hoek kijken.
De tweede beperking van het boek 'Man en vrouw...' is, dat het hier hoofdzakelijk wil gaan over een verhouding binnen de gemeente. M.a.w. slechts van terzijde komt de man-vrouw verhouding in het huwelijk en in de maatschappij aan de orde. Ook wat het laatste betreft moet men het boek dus niet overvragen.
Meer behoedzaam dan beslist?
Dat alles maakt, dat lezers die hetboek willen hanteren als een verweerschrift tegen de vrouw in het ambt, heel lang (voor hun gevoel al te lang) moeten wachten. Zij zouden wellicht liever hebben gezien, dat reeds op de eerste bladzijden de stellingen waren betrokken en het afweergeschut zou zijn opgesteld. Dat is niet gebeurd. En het is met opzet zo niet gedaan. Omdat onze methode gegeven was met de route die wij wilden volgen, nl. die van een bezonnen doordenking van wat God ons in Zijn Woord zegt over de verhouding van man en vrouw in Zijn gemeente. Wij beseften inmiddels opperbest, dat deze doelstelling vroeg of laat ons zou nopen om uitspraken te doen over de kwestie van de vrouw en het ambt. Maar wij wilden die niet doen dan nadat wij met ons onderzoek gereed waren. En zo hebben wij dan ook die uitspraken gedaan. Niet polemisch, confronterend, meteen aan het begin. Maar als resultaat van wat wij meenden in de Bijbel te vinden. Deze behoedzame en voorzichtige weg heeft sommige recensenten van ons boek ertoe gebracht om te suggereren, dat de Gereformeerde Bond toch wel minder beslist de ambtelijke dienst van de vrouw afwees dan twintig à dertig jaren geleden. Dr. J. Hoek (Veenendaal) die in het Gereformeerde Weekblad in vijf artikelen een uitnemende weergave van het boek gaf, noemde het boek meer behoedzaam dan beslist. En hij weet dat aan wat hij noemde de dubbele speerfunctie van het boek (het gericht zijn tegen het feminisme en de vrouw in het ambt enerzijds en het gericht zijn tegen de onderwaardering van de vrouw in onze eigen traditie anderzijds; het één zou onder het ander per definitie moeten lijden). Ik vind het jammer dat dr. Hoek bij de kritiek die hij — overigens zeer gematigd — uitte, niet gezien heeft, dat het de route was, die wij volgden en de methode die ons daardoor was voorgeschreven, die om die grote mate van behoedzaamheid vroeg. En dan behoef ik niet met uitvoerige citaten uit het slotgedeelte van het boek aan te tonen, dat het boek met beslistheid de kerkelijke besluiten om de vrouw tot de ambten toe te laten van de hand wijst en betreurt. Ieder die lezen kan, overtuige zichzelf Ds. P. J. de Vries (Zwartebroek) berichtte het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en publiceerde in de Veluwse kerkbode, dat in het boek een wissel omgezet was. Het boek zou onuitgesproken de bedoeling hebben om toe te werken naar de vrouw in het ambt. Beïnvloeding door de tijdgeest, door Barthianisme, door schriftkritische opvattingen, enz. Ziedaar wat de beraadsgroep en de samensteller van het boek allemaal van hem te verwerken kregen. Ik kom daar in mijn laatste artikel op terug. Voor dit keer stel ik vast, dat de methode van een behoedzaam luisteren naar het Schriftgetuigenis zonder bij voorbaat van historische interpretaties uit te gaan, onder ons vreesgevoelens opwekt. Het komt bij sommigen zelfs over als onveilig. En ik moet zeggen, dat ik dat gevoel van onveiligheid zelf ook steeds heb, als ik zo'n weg ga. Niettemin is het een gereformeerd beginsel om die weg te gaan. Van de Schrift naar de traditie en niet omgekeerd. Wie het omgekeerd doet, loopt in feite een veel groter gevaar, nl. dat hij de Schrift afgrendelt. Dat is in de donkere Middeleeuwen genoegzaam gedaan. Gereformeerde mensen hebben zulke gewoonten niet. Zij wensen te oordelen en geoordeeld te worden voor het forum van de Heilige Schrift. En voor geen ander forum.
Kanttekeningen bij de recensies
En dan nog een ander ding dat ik graag vooraf laat gaan. Ik wil in enkele (volgende) artikelen de vele reacties die er in de anderhalf jaar na de verschijning van het boek (mei 1986) zijn gekomen, thematisch bespreken. D.w.z. dat ik wil proberen de voor mijn besef belangrijkste punten die in de recensies zijn aangesneden te noemen en vervolgens daarop in te gaan. Het uitvoerigst is het boek besproken in Trouw (mevr. Van Reijendam-Beek), in het Nederlands Dagblad (dr. A. N. Hendriks), in het Reformatorisch Dagblad (prof W. van 't Spijker), in het Centraal Weekblad (prof K. Runia), in de Saambinder (ds. K. de Gier), in Wapenveld (prof P. J. Versteeg), in Kerk en Theologie (prof. M. H. Bolkestein), in Woord en Dienst (tweemaal; eenmaal door mevr. J. A. van Ruler-Hamelink en eenmaal door overname van een artikel van ds. Bram Heringa-Enschede uit 'Bekijk het Samen'). Verder zijn er vele beschouwingen aan gewijd in kerkbodes en vele andere bladen.
Het is niet moeilijk om uit al deze recensies een aantal gemeenschappelijke hoofdpunten naar voren te halen. Dat willen we dus doen. Rest mij nog op te merken, dat het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond mij de vrijheid liet om persoonlijke kanttekeningen te maken bij wat over het boek 'Man en vrouw in bijbels perspectief' in de kerkelijke pers is geschreven. Graag dan een volgende keer nader over 'Man en vrouw' in de kerkelijke pers.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's