Boekbespreking
Drs. C. J. Meeuwse, Van geslacht tot geslacht, Hoofdpersonen uit de kerkgeschiedenis, Uitgeverij De Groot, Goudriaan-Kampen, 253 biz., gebonden en geïllustreerd, ƒ 49, 50.
'De hier geboden kerkhistorische schetsen zijn geschreven voor het onderwijs in de kerkgeschiedenis op de middelbare school', aldus de auteur zelf, ' drs. C. J. Meeuwse, predikant in de Gereformeerde Gemeenten, in het 'Woord vooraf'. Meeuwse begint bij Paulus en eindigt bij Karl Barth, daarna, in het laatste hoofdstuk, breekt hij met de opzet van zijn boek, want dan geeft hij een verhaal over 'De Gereformeerde Gezindte'.
Na elk'hoofdstuk, in totaal 29, volgen een aantal 'Aantekeningen', waarin de auteur een aantal wetenswaardigheden kan weggeven die in zijn biografische schets moeilijk onder te brengen waren, en ten slotte een 'Leesstuk', waarin een proefje wordt gegeven van de literaire werkzaamheid van de zojuist beschreven persoon. Hiermee is natuurlijk gekozen voor een bepaalde methode. Ik wil graag aannemen dat zij geschikt is voor het onderwijs in de 'kerkgeschiedenis' op de middelbare scholen. Aan dat onderwijs komen ook ten goede de vele. en vaak fraaie illustraties, die aan het boek als geheel een aantrekkelijk karakter geven. Over de keuze van de 'hoofdpersonen' valt te twisten. Waarom wel Karel de Grote en niet Thomas van Aquino, waarom wel Bunyan en niet Thomas Cranmer, waarom wel Jacobus Koelman en niet Voetius, waarom wel Francke en niet Spener, waarom wel Heldring en niet Groen van Prinsterer, waarom wel John Mott en niet Schleiermacher? De 19e eeuw komt er, zeker wat het buitenland betreft, wat bekaaid af. Het is duidelijk dat de auteur koerst in een bepaalde richting. Hij heeft met zijn 'kerkgeschiedenis' een doel voor ogen. Het blijkt ook uit het feit dat hij de norm der objectiviteit die hij in het eerste deel van zijn boek in het oog heeft gehouden in het beschrijven van de laatste eeuwen steeds meer uit het oog is kwijtgeraakt. De Nadere Reformatie is het hoogtepunt en eigenlijk ook cJp maatstaf. Deze visie op zich — al deel ik haar niet - - wil ik respecteren, maar tegelijk ook signaleren.
Er zijn enkele détails waarbij ik wat critische kanttekeningen heb geplaatst. Bernards preken heten bevindelijk, maar ik lees niet dat dezelfde Bernard de grondlegger is geweest van de roomse Mariaverering. Meeuwse beweert dat de reformatoren Bernard hoog hadden staan. Dat is echter maar zeer ten dele juist. Luther heeft zich meermalen zeer critisch over Bernard uitgelaten, vanwege zijn vertrouwen op zijn ascetische goede werken. En ook Calvijn heeft niet onverdeeld gunstig geoordeeld over Bernard. Slechts in bepaalde verbanden konden de reformatoren Bernard waarderen.
Vervolgens, Meeuwse laat het voorkomen dat Luther meer dan één godsdienstgesprek heeft bijgewoond (blz. 123), maar ik weet alleen van het godsdienstgesprek te Marburg 1529. Ik vraag: welke nog meer?
Meeuwse zegt dat vele(!) hoorders van de prediking van de mannen van dé Nadere Reformatie misbruik hebben gemaakt van de 'kenmerkenprediking', maar dat dit misbruik niet aan die mannen zelf mag worden verweten (blz. 184). Nu is mijn vraag: Aan wie dan?
Meeuwse is nogal loffelijk over de Piëtisten in Duitsland, en dat gun ik hem, maar ziet Meeuwse niet over het hoofd dat zij verklaarde tegenstanders en zelfs vijanden waren van de gereformeerde predestinatieleer?
Meeuwse schildert de figuur van Abraham Kuyper zo donker als het maar kan, maar doet hij daarmee aan Kuyper wel recht? Ik heb er allerminst behoefte aan Kuyper te verdedigen, maar men moet hem wel de eer geven die hem toekomt. Was hij niet de erfgenaam van Groen, in de strijd tegen het Liberalisme? Mag men zeggen, zoals Meeuwse doet, dat hij de algemene genade stelde 'naast' de bijzondere genade (blz. 216). Jarenlang had Kuyper geschreven over de particuliere genade en tóen pas begon hij te schrijven over de gemene gratie. Het is ook niet waar wat Meeuwse beweert (blz. 237) als hij zegt dat Kuyper doopte 'op grond van' de veronderstelde wedergeboorte. Al veronderstelde Kuyper inderdaad bij de kleine kinderen der gelovigen de wedergeboorte, dat wil nog niet zeggen dat deze wedergeboorte voor hem de grond van de doop was; die grond zag ook hij in het genadeverbond. Wat Meeuwse tenslotte schrijvt over Kuypers levensavond ontsiert, naar mijn gevoelen, zijn boek, want daarin wordt een vernietigend oordeel over Kuypers geestelijke leven gesuggereerd.
Overigens, er is heel veel in dit boek wat ik waarderen kan. Het biografische element zal de leerlingen zeker boeien. Een kloek boek, een fraai boek en goed leesbaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's