De laatste vijand
'De laatste vijand die teniet gedaan wordt is de dood.' 1 Corinthe 15 : 26
Temidden van de vele vijanden, die ons in deze wereld omringen noemt Paulus één tegenstander bij name: de dood. Daar wil hij het nog even afzonderlijk met ons over hebben.
Dat de dood een vijand is, is wel duideijk. Hoe waar en hoe werkelijk dat is, ervaren artsen en verpleegsters in hun dagelijkse werk. De dood is een vijand die het mooiste en dierbaarste, wat we hier op aarde bezitten, kapot maakt. Hij is de grote spelbreker. Hij breekt de gemeenschap tussen ons en hen die we liefhebben met heel de liefde van ons hart. Hij ontrukt ons het liefste, dat we hebben en hij slaat wonden die niet te helen zijn. De dood breekt ons levensgeluk en verwoest de vreugde, die ons pad verlicht. Onherstelbaar zijn de verliezen, die door hem ons worden toegebracht. Inderdaad, de dood is een vijand. Van ons mensen. Maar ook van God en van Christus. Wat nu zo wonderlijk is? Steeds meer gebeurt het vandaag dat mensen deze vijand tot een vriend verklaren. Voor steeds meerderen in onze tijd wordt de dood een 'goede dood, wiens zuiver pijpen door 't verstilde leven zou boren'. Een goede dood, een zachte dood, een vriendelijke dood. Wij plegen daar meestal het woord euthanasie voor te gebruiken. De dood als vriend, als een natuurlijk gegeven, dat bij het leven zou horen net zo goed als eten en drinken, als trouwen of slapen. De dood als broeder, die een eind maakt aan alle leed en pijn, aan alle moeite en zorg. Daarom mag je elkaar ook helpen de dood te bespoedigen. Daarom is het toegestaan om zelf een einde aan het leven te maken.
De aanklacht van de dood
't Is nog niet zolang geleden dat ik het las, en eerlijk gezegd, ik schrok ervan. Een kort bericht op de voorpagina van een dagblad: In Japan pleegden 31 tieners zelfmoord. Ze volgden het voorbeeld van hun idool, een populaire zangeres, die van de zevende verdieping van een flatgebouw sprong. De dood als vlucht uit het leven. De dood als middel om overal vanaf te zijn. De dood als iets waar je zelf over kunt beschikken. Er zijn partijen in Nederland, die zoiets wettelijk willen regelen. Er bestaan politici, die aan kinderen van 16 jaar de keuze willen laten, of ze willen blijven leven of niet. Het is de geest van de tijd, die deze dingen zegt. Maar de Heilige Geest, het Woord van onze God zegt wat anders. De dood is geen vriend en ook geen broeder. Hij is een vijand. Wie daar niet van wil weten, miskent de ernst van de dood en ontkent de aanklacht van de dood. De dood is immers een felle beschuldiging aan het adres van de mens. Hij behoort niet tot Gods goede schepping. Hij is erbij gekomen door de zonde. De bezoldiging der zonde, zo noemt de Bijbel de dood (Romeinen 6 : 23). De dood is het soldij, het loon dat de zonde uitbetaalt. De bittere vrucht van de zondeval in het paradijs. Paulus schrijft dat met zoveel woorden in vers 21: Door één mens is de zonde in de wereld gekomen, namelijk door Adam. Staande bij de boom der kennis van goed en kwaad had God tegen Adam gezegd: Ten dage dat gij daarvan eet, zult gij de dood sterven' (Gen. 2 : 17). En Adam hééft gegeten en de dood hééft zijn intrede gedaan. Diep ontdekkend is dat! Beschamend en verootmoedigend. De dood herinnert ons aan ongehoorzaamheid en opstand tegen de hoge en heilige God. De dood verklaart ons schuldig.
Onze volgorde en Gods volgorde
Is dat alles? Goddank niet. Want ook deze vijand wordt onttroond. Weliswaar als laatste, als allerlaatste, maar tóch! De laatste vijand die teniet gedaan wordt is de dood. Dat zouden wij waarschijnlijk liever anders gezien hebben. Wij mensen zouden er de voorkeur aan gegeven hebben, wanneer de dood niet als laatste, maar als eerste zou worden weggedaan. Stel je voor, dat dat eens waar was. Denk je even in, dat de dood er niet meer was. Wat zouden wij dan vrolijk en vrij kunnen leven. Dan zouden wij niet meer hoeven aankijken tegen dat massieve woord uit de Hebreeënbrief: Het is de mens gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel (Hebreeën 9 : 27). Jawel, maar dan zouden we God ook niet meer nodig hebben. We zouden het zelf allemaal wel afkunnen. Zonder Hem. Dan zou de dood weliswaar verdwenen zijn, maar we zouden met de zonde en de duivel achterblijven. En misschien zouden wij daarmee zelf genoegen nemen; Eén is er echter die daar geen genoegen mee neemt. De Heere laat het daar in geen geval bij zitten. Hij is niet tevreden met een half verloste schepping. Hij doet een volkomen werk. Daarom houdt Hij vast aan Zijn eigen volgorde in het verdelgen van de vijanden. In welke volgorde slopen ze de wereld binnen? De duivel was in het paradijs de eerste, meteen gevolgd door de zonde. Achter de zonde verscheen de dood. Welnu, in dezelfde volgorde waarin de vijanden de schepping binnengedrongen zijn worden zij er ook weer uitgeworpen. Nu reeds in beginsel en op de jongste dag in volkomenheid. Christus heeft eerst de duivel overwonnen. Daarna heeft Hij aan het vloekhout het handschrift van onze zonden uitgewist. Door Zijn opstanding tenslotte triomfeerde Hij over de dood. Dat alles in beginsel. Het definitieve en volledige komt nog. Dat lezen we in het laatste bijbelboek, de Openbaring van Johannes. In hoofdstuk 20 vernemen we, dat bij de wederkomst de duivel geworpen wordt in de poel van vuur en sulfur en dat daarna, als laatste, de dood en de hel zullen verdwijnen (Openb. 20 : 7-15).
Hier ligt de dood begraven
Inderdaad, de laatste vijand die teniet gedaan wordt, is de dood. Maar dat de dood onttroond wordt, wat een troost is dat. Dat deze verschrikkelijke vijand uitgebannen wordt, wat een perspektief opent dat. Voor wie? Mogelijk is dat voor sommigen een vraag. Paulus laat daarover geen misverstand bestaan. Voor allen die van Christus zijn zegt hij in vers 23. Voor al diegenen, die voor Hem leerden buigen en Hem werden ingeplant door een waar geloof. Anders niet! Wie Christus niet kent, wie nog altijd leeft voor eigen rekening en op eigen risico, kan de dood alleen maar vrezen. Het zij ons gezegd als aansporing om Hem te zoeken, terwijl Hij te vinden is en Hem aan te roepen, terwijl Hij nabij is.
Is een kind van God dan nooit meer bang voor de dood? Toch wel! Je merkt het soms in gesprekken met stervenden. Je leest het zelfs weleens van groten in het Koninkrijk Gods, dat de vrees voor de dood hen op hun sterfbed nog overviel. Misschien herkennen wij het in ons eigen leven. De dood is en blijft een vijand. De dood is een donkere tunnel, waarvoor ik huiver om er doorheen te moeten. Maar nochtans mag ik geloven, dat aan het einde van die tunnel het licht mij wenkt en wacht. Eeuwig licht en eeuwig leven. Ziende op Jezus, de Vorst van Pasen mag ik zeggen: Dood waar is uw prikkel, hel waar is uw overwinning (1 Corinthe 15 : 55). Door de opstanding van Christus is aan de dood prikkel ontnomen. Je kunt het vergelijken met een wesp. Wanneer een wesp zijn angel zo diep in iemands vlees steekt dat hij afbreekt, is zo'n dier ten dode opgeschreven. Hij kan nog wel een poosje rondvliegen, maar zijn vonnis is geveld. Zo is het ook met de dood. In de hof van Jozef van Arimathea is zijn angel gebroken. Christus heeft de dood de dood aangedaan. En daarom mag Gods kind weten: de dood is voor mij niet het laatste. De dood is geen punt, maar een komma. Geen ondergang maar een doorgang naar het Vaderhuis met de vele woningen.
In Amerika liet een begrafenisondernemer in de krant zetten: u hoeft alleen maar te sterven, wij doen de rest. Een smakeloze en misleidende advertentie. Dat kon die man immers volstrekt niet waar maken. Koning Jezus maakt Zijn belofte echter wel waar: wie in Mij gelooft zal leven, ook al was hij gestorven (Johannes 11 : 25). En straks, als de bazuin zal schallen, als de grote morgen aanbreekt, zal de dood voorgoed zijn weggedaan. De dood en alle sporen die hij trok zullen verdwenen zijn. Met de zakdoek van Zijn eeuwige liefde zal God alle tranen van de ogen afwissen. Alle ziekenhuizen zullen gesloten zijn! Alle psychiatrische inrichtingen opgeheven. Alle kerkhoven opgeruimd. Geen grafsteen zal er op de nieuwe aarde meer te vinden zijn! Niet één? Ja, toch één. En die ene steen zal als opschrift hebben: Hier ligt voor eeuwig de dood begraven. Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden aan Zijn voeten zal gelegd hebben. De laatste vijand die teniet gedaan wordt, is de dood. Levend uit dit machtige perspektief kon Herman Friedrich Kohlbrugge belijden:
Wanneer ik eens gestorven ben,
maar ik zal nimmer sterven
en iemand vindt mijn schedel dan,
die alle licht moet derven;
dan predike die schedel nog:
ik zie Hem zonder ogen
ik mis verstand, toch grijp ik Hem,
zal eeuwig Hem verhogen.
Ik heb geen lippen en geen tong,
maar kus Hem, mag Hem loven
met de belijders van Zijn Naam
op aarde en hierboven.
Ik, hard en dood, ben wonderbaar
versmolten in Zijn liefde
want Hij ging uit naar Golgotha,
waar 't zwaarste leed Hem griefde.
Ik ben hier ver van 't paradijs,
op sombere dodenakker,
toch leef ik 't volle leven nu,
Zijn liefde riep mij wakker.
Ik ben een dorre schedel slechts,
maar alles trilt van 't leven
dat Zijne liefde, wonderbaar,
mij arme wilde geven.
En alle leed is nu voorbij,
omdat Hij, wreed geslagen,
de vloek van zonde en van dood
voor mij heeft weggedragen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1986
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's