De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hebben wij voldoende aandacht voor de  doven? (1)

Bekijk het origineel

Hebben wij voldoende aandacht voor de doven? (1)

4 minuten leestijd

Met deze vraag als titel wil ik graag eens met u in kontakt treden om de aandacht te vestigen op een groep mensen, die zeer verspreid onder ons wonen en die zich heel vaak vergeten voelen. Daarom geldt mijn vraag niet alleen predikanten en kerkeraden, maar evenzeer elk gemeentelid. Dat zij worden vergeten komt, doordat het soms om enkele mensen in een gemeente gaat en ook omdat doven zelf in veel gevallen moeilijk kontakten leggen. De kloof tussen doven en horenden wordt ook niet weinig verbreed door onwetendheid of onervarenheid aan de kant van de horende mens. En, hoe kan het ooit bestaan, onwil speelt ook soms een rol.

Wat nu geschreven wordt gaat over dove mensen. En dat is, zoals al even werd opgemerkt, een heel kleine groep. Klein, omdat hieronder niet gerekend mogen worden, de ouderen in de gemeenten, die van lieverlede steeds minder goed gingen horen. Deze laten wij buiten de beschouwing, omdat zij hun leven lang wel konden horen. Hoewel, ook over deze groep zou best wel eens iets te zeggen zijn met het oog op hun problemen rond het meedoen in de kerkdienst. Het gaat in dit en in de komende artikelen over mensen, die doof werden vóór, tijdens of niet al te lange tijd na de geboorte. Ook zij, die in de vroege jeugd hun gehoor verloren, behoren hierbij. Uiteraard is de grens moeilijk te stellen, terwijl de graad van het gehoorverlies ook wel een grote rol speelt. Want naast de doofgeborenen is er de groep slechthorenden. Die horen nog iets, althans hebben van een redelijke hoorrest een behoorlijk profijt. Om het eenvoudig te houden stellen wij dit: de hier bedoelde doven ontvingen hun scholing en opleiding geheel en al aan één van de vijf doveninstituten die ons land telt. U kent ongetwijfeld het Christelijk Doveninstituut 'Effatha', te Voorburg en te Zoetermeer.

Zeer waarschijnlijk rijst nu bij de lezer de vraag waarom hij met dit alles nu geconfronteerd wordt. Dat hieraan in dit blad enige aandacht wordt besteed is, omdat al geruime tijd geleden, zowel het hoofdbestuur van de Ger. Bond, alsook het bestuur van de Stichting 'Op weg met de ander' gevraagd is om eens wat aandacht te gaan besteden aan deze groep van mensen. Daarbij dient dan wel opgemerkt, dat niemand weet om hoe grote groep het gaat. Ook kerkeraden wordt er soms gevraagd of zij aparte kerkdiensten willen beleggen. Vragen om aandacht mag altijd. Maar waarom dit alles een specifieke aanpak vraagt, ontgaat ons heel vaak. Vandaar deze artikelen, die echter allerminst worden geschreven vanuit de pretentie dat zij het allerlaatste woord zouden bieden. Hopelijk werken zij 't bewustzijn, dat ieder in onze omgeving en zeker in de gemeente recht heeft op onze zorg.

Dat het gaat om een opdracht, die ons inziens door de Heere aan Zijn kerk is gegeven, moge duidelijk zijn uit het woord van Lev. 19 : 14: 'Gij zult de dove niet vloeken'. Overdenking van dit woord moet ons zeggen, dat ook de dove medemens er recht op heeft, dat ook hij of zij kan en mag delen in de zegen van de verkondiging van het Woord en dat niemand hen voorbij mag lopen, als zij aan predikanten en kerkeraden vragen om ook pastoraal bijgestaan te worden. Voor wie het niet gewend is, erg moeilijk. 't Vraagt inspanning, een andere aanpak. Met goede wil komt men al een heel eind. Als wij ons laten inlichten over bepaalde specifieke eisen kan ons dat ook verder helpen. Maar wat vooral voor ons van belang is, is dat wij ons ook in deze laten leiden, door wat de Heiland Zelf ons voorhoudt in Markus 7. Daar staat dat Hij leefde, wat de Wet van Hem vroeg. Hij ging daar in gesprek met een dove. In de taal van de dove sprak Hij deze aan: gebarend.. 't Was een wonder van genade, dat Hij de grote barrière van de doofheid ophief. Die mens kwam tot volledig horen. Dat is ons niet gegeven. Wij kunnen geen doofheid wegnemen, 't wordt ons ook niet gevraagd. Maar het Woord geeft ons wel de opdracht om door de hindernis heen te dringen in verkondiging en pastoraat, ons aan te passen aan de mogelijkheden en de onmogelijkheden, die deze handicap met zich meebrengt. Opdat ook zij zich zullen bekeren en de Heere recht leren kennen. Wat de hindernis is hopen wij u een volgend keer uiteen te zetten.

Sint-Annaland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hebben wij voldoende aandacht voor de  doven? (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1986

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's